ID.nl logo
Nieuw op Disney+: beste series en films van april
© Reshift Digital
Huis

Nieuw op Disney+: beste series en films van april

Natuurlijk bevat Disney+ álle bekende klassiekers van de wereldberoemde filmstudio. Daarnaast voegt dit populaire streamingplatform iedere maand een verse lading films, series en documentaires aan de almaar uitdijende catalogus toe. Een abonnement kost 8,99 euro per maand. Welke titels komen er in april online? Dit is er nieuw op Disney+.

The Dropout

The Dropout vertelt het waargebeurde verhaal over de opmars en de val van het omstreden bedrijf Theranus. Elizabeth Holmes besluit om haar universitaire studie af te breken, omdat ze alle tijd in haar nieuwe onderneming wilt steken. De negentienjarige vrouw heeft naar eigen zeggen een gat in de markt ontdekt en weet diverse investeerders aan zich te binden. Theranus ontwikkelt namelijk een revolutionair product waarmee burgers hun eigen bloed kunnen testen. 

Met één druppeltje zouden er in één klap honderden testen mogelijk zijn. Op die manier kunnen mensen naar verluidt ziektes vroegtijdig opsporen. Helaas blijkt dat een fabeltje, want de testresultaten zijn nogal onbetrouwbaar. Vervolgens belandt Elizabeth in een omvangrijke fraudezaak, aangezien investeerders voor honderden miljoenen in haar bedrijf hebben gestopt. Bovendien bracht ze mensen in gevaar met gebrekkige testresultaten. Deze veelbelovende serie is vanaf 20 april te zien. 

Death on the Nile

Hoewel Death on the Nile momenteel nog in verschillende Nederlandse bioscopen draait, is de film ook al op Disney+ te zien. Het verhaal is gebaseerd op de gelijknamige roman uit 1937. Allerlei nietsvermoedende passagiers gaan aan boord van een luxe schip voor een riviercruise over de Nijl. Dit om het huwelijk van een kersvers echtpaar te vieren. Helaas bevindt zich een moordenaar tussen de opvarenden. Zodra deze sadist toeslaat, heeft de gerenommeerde detective Hercule Poirot slechts één taak. Hij wil de moordenaar ontmaskeren. De sfeervolle beelden uit het vroege Egypte zijn in deze meeslepende film een lust voor het oog. 

Sketchbook

Elke animatiefilm van Disney start aan de tekentafel. De zesdelige docuserie Sketchbook laat zien hoe kunstenaars dit intieme proces ervaren. Op welke wijze ontstaan de eerste schetsen van iconische personages als Simba (Lion King) en Mirabel (Encanto)? In elke aflevering komt een andere Disney-artiest aan het woord. Ze laten zien hoe ze de karakters naar het papier vertalen en geven de kijker hierbij ook tips. Iedereen heeft een eigen stijl. Zo maakt de één nauwelijks fouten, terwijl de ander continu naar de gum grijpt. Ontdek ook hoe de artiesten hun weg naar de Disney-studio wisten te vinden. Sketchbook is vanaf 27 april te zien.   

Mayans M.C. (seizoen 1 t/m 3)

Mayans M.C. is een spin-off van de populaire serie Sons of Anarchy. Vanaf 27 april kunnen abonnees de eerste drie seizoen bewonderen. Het verhaal begint enkele jaren nadat de verhaallijn van Sons of Anarchy is afgerond. The Mayans zijn een roemruchte motorclub die het aan de stok krijgt met diverse andere organisatie, zoals gevaarlijke drugskartels en rivaliserende motorbendes. 

Het hoofdpersonage Ezekiel is een zogeheten ‘prospect’ en doet zijn best om volwaardig lid te worden. Hiervoor moet hij voor volwaardige motorclubleden allerlei klusjes opknappen. Een leuke bijkomstigheid is dat er voor diverse bekende Sons of Anarchy-gezichten een rol is weggelegd. Er komt ook nog een vierde seizoen aan, al is er hiervan nog geen releasedatum voor Disney+ bekend. 

Bohemian Rhapsody

Bohemian Rhapsody is sinds kort op Netflix te bewonderen, maar vanaf 1 april kunnen ook abonnees van Disney+ deze bekende muziekfilm streamen. Zoals de naam al doet vermoeden, zoomt Bohemian Rhapsody in op het oeuvre van Queen. Uiteraard is er hierbij speciale aandacht voor Freddie Mercury. De bekende acteur Rami Malek kruipt in de huid van de charismatische rockzanger en doet dat uiterst geloofwaardig. 

De film geeft onder meer een beeld van het schrijfproces en de contractonderhandelingen. Daarnaast behandelt de film ook de roemruchte privéfeesten van de band en de slopende ziekte (aids) waarmee Mercury mee kampte. Tot slot genieten kijkers van een overtuigende vertolking van het bekende Live Aid-concert. 

9-1-1: Lone Star (seizoen 3)

Owen Strand is de enige brandweerman van zijn kazerne die de terroristische aanslag op 9/11 overleefde. Het lukt hem om de kazerne nieuw leven in te blazen. Korte tijd later besluit hij om samen met zijn zoon van New York naar Austin te verhuizen. Owen gaat daar opnieuw aan de slag als brandweerman. De man uit Manhattan ziet het als zijn taak om mensenlevens te redden. Helaas heeft hij moeite om een bestaan in zijn nieuwe woonplaats op te bouwen. 

In het derde seizoen komt er een gevaarlijke ijsstorm op Austin af. Hierdoor raken verschillende personen in nood. Samen met zijn collega’s begint Owen aan diverse reddingsoperaties verspreid over de stad. De kersverse afleveringen van 9-1-1: Lone Star zijn vanaf 6 april bij Disney+ te zien. 

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.