ID.nl logo
Review Optoma UHD370X - projector met veel lichtopbrengst
© Reshift Digital
Huis

Review Optoma UHD370X - projector met veel lichtopbrengst

De Optoma UHD370X is een Ultra HD 4K projector met flink wat lichtopbrengst, mooi beeld en een aantrekkelijke prijs. Uiteraard heeft hij wat zwakkere punten. Is deze beamer het kopen waard? Dat lees je in deze review.

Uitstekend
Conclusie

De Optoma UHD370X is een Ultra HD 4K projector met flink wat lichtopbrengst, mooi beeld en een aantrekkelijke prijs. Uiteraard heeft hij wat zwakkere punten. Zo is hij echt geoptimaliseerd voor kijken bij omgevingslicht. Wie kijkt bij verduistering zal merken dat de erg matige zwartwaarde hem parten kan spelen. Ja, je kunt HDR-afspelen, maar door zijn beperkt contrast en kleurbereik mist het resultaat impact. De ingebouwde mediaspeler is een pluspunt, maar afhankelijk van wat je wenst af te spelen moet je toch naar een externe speler terug grijpen. Maar laat je daardoor niet afschrikken. Ben je op zoek naar een projector die in de woonkamer dienst kan doen en waarvoor je niet steevast alles moet verduisteren? Dan is deze Optoma een prima keuze.

Plus- en minpunten
  • Hoge lichtopbrengst
  • Prima kalibratie voor SDR weergave
  • Aansluitingen
  • Ingebouwde mediaspeler
  • Relatief weinig ventilatorlawaai
  • Kleurbereik en contrast te beperkt voor mooie HDR beelden
  • Motion interpolation levert wisselvallige resultaten
  • Beperkte meerwaarde van de netwerkfunctie en mediaspeler

Deze Optoma is uitgerust met twee HDMI v2.0 aansluitingen, die allebei klaar zijn voor Ultra HD HDR. Stoot je op een compatibiliteitsprobleem met een ouder bronapparaat (typisch met settopboxen voor digitale tv), dan kan je ze via de menu’s terug schakelen naar v1.4. Uiteraard verlies je dan 4K-compatibiliteit op die aansluiting. Vier USB-aansluitingen, dat is opmerkelijk veel. Twee daarvan zijn enkel bedoeld om dongles van stroom te voorzien (voor WiFi en Alexa) en een voor service. De laatste is een USB 3.0 aansluiting die je gebruikt om foto, video en muziek aan te bieden.

©PXimport

Plaatsing

De projector moet centraal voor het beeld staan, horizontale lensshift én keystone correctie ontbreken. Het beeld verschijnt iets boven de lens en met 10% verticale lensshift kan je dat nog een minimum aanpassen. Ook de 1,3x zoomlens biedt niet zo veel flexibiliteit. Een 100 inch beeld projecteer je vanop 2,7 tot 3,5 meter. Kortom, hou op voorhand rekening met de juiste plaatsing. Het ventilatorlawaai is in de eco-mode niet storend. En zelfs in de hoogste lamp-instelling zal je het gezoem enkel horen als de soundtrack wat rustiger is.

Beeldkwaliteit

DLP-projectoren in deze prijscategorie gebruiken een pixel-shifting techniek. Het resultaat is goed, en je ziet meer detail dan op een Full HD projector, én het pixelrooster is goed verborgen. Maar volledig Ultra HD detail mag je niet verwachten. De beeldverwerking is verder nogal matig. Sluit je bronnen beter niet aan in 1080i, dan riskeer je gekartelde lijnen. Kies voor 720p of 1080p, of 4K. De UHD370X biedt motion interpolation om snelle camerabewegingen vloeiend te maken, maar die ging af en toe in de fout zodat we het uiteindelijk uit zetten.

De maximale lichtopbrengst haal je in de ‘Bright’ Mode maar dat levert een eerder groen getint beeld. In de ‘Reference’ mode daalt de lichtopbrengst dramatisch. Het beste resultaat haal je in de ‘Cinema’ beeldmode, daarmee kan je nog een 120 inch beeld vullen met een degelijk contrast. Er is een heldere band zichtbaar rond het beeld die het contrast nadelig beïnvloedt, een typisch probleem bij veel DLP 4K projectoren. Gebruik een scherm met een zwarte rand om dit tegen te gaan. Vermits de projector echt bedoeld is om te kijken bij omgevingslicht is dat effect dan minder zichtbaar. Om contrast nog verder aan te scherpen activeer je ‘Dynamic Black’. De kalibratie is erg goed, zeker als je rekening houdt met het beoogde gebruik: kijken in de woonkamer. Bij verduistering is heldere, kleurrijke content nog steeds erg mooi, maar donkere scènes verliezen te veel detail en zien er te flets uit.

©PXimport

HDR

Voor sprankelende HDR-weergave is de UHD370X niet uitgerust. Het kleurbereik en contrast zijn te klein voor HDR, en door zijn matige zwartwaarde verbergt hij ook een flink detail zwartdetail. Wil je HDR bekijken, verduister de kamer dan en kies de film HDR-beeldpreset. Moet je toch wat omgevingslicht tolereren, kies dan voor standaard of bright. De Optoma ondersteunt HDR10.

Features

De ingebouwde speakers zijn, zoals dat vaak het geval is op projectoren, erg matig. Ok voor sport en gaming, maar voor echt filmplezier kies je beter een externe geluidsoplossing.

Deze projector biedt screenmirroring (vanop je laptop) en een DLNA-mediaspeler. Hij is uitgerust met een netwerkaansluiting, maar vreemd genoeg is die enkel bruikbaar voor integratie in een domotica systeem. Voor je aan de slag kan moet je dus nog een WiFi-dongle voorzien. Maar zelfs dan is de meerwaarde beperkt. Er zijn geen streaming apps zoals Netflix of YouTube ingebouwd. De mediaspeler lijdt onder verschillende bugs. Zo konden we niet alle DLNA-servers in ons netwerk selecteren, en kregen we soms geen audio meer. Hij speelt wel de belangrijkste muziek- en videoformaten, maar een soundtrack in Dolby Digital of DTS speelt hij niet. Uiteindelijk zal je vrij snel naar een externe mediaspeler grijpen.

Remote

De Optoma UHD370X komt met een erg kleine afstandsbediening die vrij weinig toetsen biedt. Dat is niet optimaal voor het gebruiksgemak. De meeste acties vereisen daardoor heel wat toetsaanslagen. De remote is wel verlicht, dat is een pluspunt.

©PXimport

Conclusie

De Optoma UHD370X is een Ultra HD 4K projector met flink wat lichtopbrengst, mooi beeld en een aantrekkelijke prijs. Uiteraard heeft hij wat zwakkere punten. Zo is hij echt geoptimaliseerd voor kijken bij omgevingslicht. Wie kijkt bij verduistering zal merken dat de erg matige zwartwaarde hem parten kan spelen. Ja, je kunt HDR-afspelen, maar door zijn beperkt contrast en kleurbereik mist het resultaat impact. De ingebouwde mediaspeler is een pluspunt, maar afhankelijk van wat je wenst af te spelen moet je toch naar een externe speler terug grijpen. Maar laat je daardoor niet afschrikken. Ben je op zoek naar een projector die in de woonkamer dienst kan doen en waarvoor je niet steevast alles moet verduisteren? Dan is deze Optoma een prima keuze.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.