ID.nl logo
Waar voor je geld: 5 (spot)goedkope radio's met DAB+
© Olga Yastremska, New Africa, Africa Studio
Huis

Waar voor je geld: 5 (spot)goedkope radio's met DAB+

Bij ID.nl zijn we dol op kwaliteitsproducten waar je niet de hoofdprijs voor betaalt. Een paar keer per week speuren we binnen een bepaald thema naar zulke deals. Ben je op zoek naar een betaalbare radio met ondersteuning voor digitale radio-ontvangst? Vandaag hebben we vijf interessante modellen voor je gespot.

TechniSat Techniradio RDR

Vermoedelijk zul je niet gauw een goedkopere radio met ondersteuning voor DAB+ vinden. De behuizing van dit zakmodel meet slechts 12,7 × 5,8 × 2,3 centimeter en weegt maar 124 gram. Zodra de batterij van 800 mAh volledig is opgeladen, kun je ongeveer zes uur achtereen luisteren. Ruim voldoende dus om het radioverslag van een volledige Tour-etappe of Formule 1-wedstrijd te volgen. Met het wieltje bovenop de behuizing kies je het gewenste volumeniveau. Liever anoniem luisteren? Prik dan een koptelefoon in de 3,5mm-audiouitgang.

Als er ergens geen DAB+-signaal beschikbaar is, switch je gewoon naar FM-radio. Met behulp van het compacte display en de drukknoppen bewaar je in totaal veertig radiozenders in het geheugen. Verder heeft de zijkant nog een usb-poort, zodat je mp3'tjes van een usb-stick of externe harde schijf kunt afspelen. De TechniSat Techniradio RDR leent zich perfect voor kampeerdoeleinden. Zo hang je het apparaatje met de draagriem aan een tent en activeer je in het donker de geïntegreerde zaklamp. Het Duitse elektronicamerk fabriceert deze zakradio in de kleurstellingen wit en zilver.

Philips AZB500B/12

De budgetvriendelijke Philips AZB500B/12 is een cd-speler, DAB+-radio en FM-ontvanger ineen. Handig dus voor wie nog flink wat cd's in de kast heeft staan. Als je zes LR14-batterijen in de behuizing doet, kun je op iedere plek luisteren. Door het bescheiden gewicht van twee kilo neem je dit mobiele audiosysteem overal mee naartoe. Overigens is er ook een voedingskabel inbegrepen, waardoor je het apparaat net zo makkelijk aansluit op netstroom.

Voor de weergave van stereogeluid heeft de AZB500B/12 twee speakers. Druk op de zogeheten Dynamic Bass Boost-knop om het basniveau verder op te voeren. Via de knoppen aan de voorzijde schakel je makkelijk naar de gewenste bron. Verbeter de radio-ontvangst door de telescopische antenne aan de achterzijde uit te trekken. Met behulp van de 3,5mm-ingang verbind je optioneel een externe audiobron, bijvoorbeeld een oude mp3-speler.

Imperial Dabman i160

Wil je een kleine (internet)radio met een fraai kleurendisplay kopen? De Imperial Dabman i160 is in dat geval een goede keuze. Kies tussen een zwarte en houtkleurige uitvoering. Het schermpje van 6,1 centimeter toont onder meer de artiest, het liedje en het radiostation. Gebruik de meegeleverde afstandsbediening om tussen verschillende zenders te zappen. Uiteraard kun je hiervoor ook de knoppen op het bedieningspaneel gebruiken. Handig is de timerfunctie. Hierbij schakelt de Dabman i160 zichzelf uit na pakweg een uur luisteren. Op die manier kun je in slaap vallen met je favoriete radio-uitzending, album of podcast. Je kunt ook een wekker zetten.

Naast DAB+ ondersteunt dit model nóg een methode om digitale radio te ontvangen. Wanneer je het bescheiden audiosysteem op wifi aanmeldt, heb je toegang tot duizenden internetradiozenders uit binnen- en buitenland. Daarnaast luister je desgewenst naar je favoriete Spotify- of Apple Music-afspeellijsten. Verbind hiervoor een smartphone of tablet via bluetooth. De Dabman i160 heeft ook nog een FM-ontvanger, hoofdtelefoonaansluiting, 3,5mm-audioingang en usb-poort. Je kunt zelfs radio-uitzendingen opnemen! Houd er rekening mee dat deze veelzijdige radio uitsluitend werkt op netstroom.

Lees ook: Ontvangstproblemen met je DAB+-radio? Zo los je het op!

Lenco PDR-060WD

De Lenco PDR-060WD is een stijlvolle radio met een oplaadbare batterij. Die biedt volgens de fabrikant op een enkele acculading een luistertijd tot zo'n veertien uur. Het elegante speakerdoek en heldere kleurendisplay van 7,1 centimeter springen direct in het oog. Hierop verschijnen allerlei afspeelgegevens en mogelijk zelfs een afbeelding van de DAB+-uitzending. Verder kun je de resterende batterijcapaciteit aflezen. De rechtopstaande behuizing van 13,5 × 19,5 × 12,5 centimeter weegt maar 1,2 kilo. Kortom, een ideale metgezel voor op de camping of in de tuin. Voor de audioweergave zijn een luidspreker en subwoofer verantwoordelijk. Je mag tijdens het luisteren naar opzwepende muziek dus ook de nodige bastonen verwachten.

Hoewel de dekking van DAB+ in Nederland buitenshuis prima op orde is, heb je wellicht binnen soms te maken met een wat zwakker signaal. De ingebakken FM-ontvanger dient in dat geval als back-up. Bovendien kun je afspeellijsten, albums, podcasts en luisterboeken vanaf een mobiel toestel doorsluizen. Verbind je smartphone of tablet dan met bluetooth. Verder koppel je via usb of het SD-geheugenkaartslot optioneel externe opslagdragers met muziekbestanden. Er is ten slotte een afstandsbediening inbegrepen.

TechniSat Digitradio Bike 1

De TechniSat Digitradio Bike 1 is een ietwat vreemde eend in de bijt. Deze radio monteer je met behulp van de bijgesloten bevestigingsklem pal op het fietsstuur. Bovendien past de cilindervormige behuizing precies in een bidonhouder. Zo geniet je onderweg van vrolijke muziek of een spannende sportwedstrijd. Je kunt twintig DAB+-zenders en evenzoveel FM-stations in het geheugen opslaan. Een andere mogelijkheid is om door middel van bluetooth een smartphone te verbinden. Luister muziek en hoor ondertussen route-instructies van een navigatie-app.

Fiets je geregeld door weer en wind? Geen probleem, want de IP65-gecertificeerde behuizing kan een spatje regen prima hebben. In de behuizing zit een accu met een flinke capaciteit van 4000 mAh. Een enkele energielading is goed voor een luistertijd van maximaal tien uur, al is dat sterk afhankelijk van het gekozen volumeniveau. Links naast de speaker toont een klein oledschermpje diverse afspeelgegevens.

▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos