ID.nl logo
Waar voor je geld: 5 lichtgewicht bluetooth-speakers
Huis

Waar voor je geld: 5 lichtgewicht bluetooth-speakers

Bij ID.nl zijn we dol op kwaliteitsproducten waar je niet de hoofdprijs voor betaalt. Twee keer per week speuren we binnen een bepaald thema naar zulke deals. Op zoek naar een nieuwe bluetooth-speaker die je makkelijk kunt meenemen? Vandaag hebben we vijf interessante modellen gespot met een goede prijs-kwaliteitverhouding.

JBL GO 3

Compact, licht én betaalbaar. De JBL GO 3 is daarmee een ideale speaker voor onderweg. Niet voor niets bevat de behuizing een handig lusje, zodat je hem makkelijk aan een tas of tent kunt vastmaken. Overigens zet je deze minispeaker net zo makkelijk ergens neer. De onderzijde heeft hiervoor antislipvoetjes. Dit product is in allerlei (exotische) kleuren verkrijgbaar, namelijk zwart, legergroen, blauw, blauw-paars, groen, rood, roze en wit.

De GO 3 is eenvoudig te bedienen. Druk aan de zijkant op de bluetoothknop om de speaker met een smartphone of tablet te verbinden. Je streamt vervolgens je favoriete nummers. Via knopjes aan de bovenzijde pauzeer je de muziekweergave en wijzig je het volume. De ingebouwde accu heeft een maximale speeltijd van ongeveer 5 uur. Neem deze bluetooth-speaker gerust mee naar de camping of het strand, want de IP67-gecertificeerde behuizing is stof- en waterdicht. Dankzij de geringe omvang van 8,6 × 6,9 × 4 centimeter past de GO 3 moeiteloos in een tas. Benieuwd naar ervaringen van andere gebruikers? Lees dan deze reviews op Kieskeurig.nl.

Ultimate Ears WonderBoom 3

De betaalbare Ultimate Ears WonderBoom 3 is in de kleurstellingen blauw, roze, zwart en grijs verkrijgbaar. De grote plus- en minknoppen zijn overduidelijk zichtbaar. Zet daarmee het volume harder of zachter. Zet de cilindervormige behuizing gerust midden op een tafel, want deze speaker levert 360 graden-geluid. Het product voldoet aan de IP67-norm, zodat je hem ook buitenshuis kunt gebruiken. Je kunt de behuizing zelfs een halfuur volledig onderdompelen in water. Handig voor bezoekjes aan het strand, recreatiemeer of zwembad. Daarnaast is de speaker ook nog eens oersterk, want hij overleeft volgens de fabrikant een val van anderhalve meter hoogte.

Met een respectabele accuduur van 14 uur luister je op afgelegen plekken lang naar muziek, podcasts en luisterboeken. De WonderBoom 3 is slechts 10,4 centimeter hoog. In combinatie met een bescheiden gewicht van 427 gram neem je dit luisterapparaatje makkelijk overal mee naartoe. Ken je iemand met een identieke bluetooth-speaker? Verbind ze dan draadloos met elkaar en luister naar stereogeluid.

Sonos Roam

De breed verkrijgbare Sonos Roam ondersteunt zowel wifi als bluetooth. Laatstgenoemde optie leent zich prima voor luistersessies buitenshuis. De batterijcapaciteit bedraagt hierbij ongeveer 10 uur. Ben je thuis, dan verbind je deze mobiele speaker eenvoudig met het draadloze thuisnetwerk. Bij gebruik van meerdere Sonos-apparaten luister je hierbij in verschillende kamers naar dezelfde muziek. Heb je een iPhone, iPad of Mac? Dan stream je muziek desgewenst via de Apple AirPlay 2-standaard.

Je kunt de Roam op twee manieren neerzetten, namelijk horizontaal of verticaal. In horizontale positie gebruik je de bedieningsknoppen aan de zijkant om onder meer het volume te wijzigen. Overigens doe je hiervoor eventueel ook een beroep op de uitgebreide Sonos-app. Fijn is dat de behuizing wel een stootje kan hebben. Hij is namelijk water-, stof- én valbestendig. Aan de hand van een bescheiden gewicht van 430 gram is de Roam een prima metgezel voor onderweg. Kies tussen een witte en zwarte uitvoering. Meer weten? Lees dan deze uitgebreide bespreking op ID.nl.

Marshall Emberton II

De Marshall Emberton II heeft bescheiden afmetingen van 16 × 7,6 × 6,8 centimeter. Daarmee past de behuizing in de palm van je hand. Zoals we van dit iconische merk gewend zijn, is ook dit product voorzien van een fraai retrosausje. Op het speakerdoek pronkt het Marshall-logo, terwijl de bovenzijde is voorzien van een stijlvol bedieningspaneel. Lees hierop onder meer het actuele batterijniveau af. Verder kun je nummers skippen, de audioweergave pauzeren en het volume wijzigen.

Een groot pluspunt is de ruime accuduur van maar liefst 30 uur. Is de batterij tóch onverhoopt leeg? Na slechts twintig minuten opladen kan deze bluetooth-speaker er weer vier uur tegenaan. De behuizing voldoet aan de IP67-norm, dus een spatje regen is geen enkel probleem. Handig is dat je via een mobiele app de geluidsweergave naar eigen wens kunt aanpassen. Lees hier enkele positieve reviews van andere gebruikers.

Bose SoundLink Flex

Zoek je een lichtgewicht bluetooth-speaker van een bekend audiomerk, dan is de Bose SoundLink Flex een goede keuze. Kies tussen een blauwe, witte en zwarte kleurstelling. De behuizing meet 20,07 × 9,14 × 5,33 centimeter. In combinatie met een relatief laag gewicht van nog geen 600 gram neem je dit luxe luisterapparaat overal mee naartoe. De rechterzijkant bevat een lusje, zodat je de SoundLink Flex eventueel kunt ophangen. Word je gebeld? Via de ingebouwde microfoon geef je meteen antwoord.

Je gebruikt de bluetooth-speaker zowel binnen als buiten. Net als veel andere hedendaagse mobiele luidsprekers voldoet dit product aan de IP67-norm. Volgens het Amerikaanse hifimerk houdt de accu het tot zo’n 12 uur vol. Installeer de Bose Connect-app op een smartphone en pas de luisterinstellingen naar eigen wens aan. Tot slot is het mogelijk om twee SoundLink Flex-speakers met elkaar samen te laten spelen. Je kunt de apparaten namelijk aan elkaar koppelen. Het resultaat is een nog voller geluid.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.