ID.nl logo
Waar voor je geld: 5 grote bluetooth-speakers van max 350 euro
Huis

Waar voor je geld: 5 grote bluetooth-speakers van max 350 euro

Bij ID.nl zijn we dol op kwaliteitsproducten waar je niet de hoofdprijs voor betaalt. Een paar keer per week speuren we binnen een bepaald thema naar zulke deals. Ben je op zoek naar een flinke bluetooth-speaker met een stevig geluid? Vandaag hebben we vijf interessante modellen voor je gespot.

Disclaimer: op het moment van schrijven zijn de besproken bluetooth-speakers bij de goedkoopste webwinkels niet duurder dan 350 euro. De prijzen kunnen schommelen.

JBL PartyBox Club 120

Met de JBL PartyBox Club 120 bouw je altijd en overal een feestje! In tegenstelling tot veel andere luidsprekers van dit formaat heeft dit exemplaar wél een oplaadbare accu. Volgens de fabrikant is die goed voor een speeltijd tot zo'n twaalf uur. Ondanks de flinke behuizing van 57 × 28,8 × 29,7 centimeter en gewicht van ruim elf kilo neem je de PartyBox Club 120 relatief eenvoudig mee. Til de speaker met behulp van het opvouwbare handvat naar de beoogde plek. Dat kan zelfs buiten, want de IPx4-gecertificeerde behuizing is spatwaterdicht.

Zoals zijn stoere uiterlijk al doet vermoeden, kan deze draadloze luidspreker zeer luid spelen. Twee tweeters en evenzoveel woofers zijn verantwoordelijk voor het geluid. Via het bedieningspaneel aan de bovenzijde pas je onder meer het volume- en basniveau aan. Een leuke extraatje is dat muzikale mensen een gitaar en/of microfoon kunnen inpluggen. Naast al dit audiogeweld bevat de PartyBox Club 120 ook nog feestverlichting. Diverse kleuren- en stroboscooplampen reageren hierbij op de maat van de muziek. Installeer eventueel de JBL PartyBox-app op een smartphone om diverse geluids- en lichtopties naar eigen smaak te wijzigen. Deze kolossale bluetooth-speaker is in een zwarte en witte uitvoering verkrijgbaar.

Marshall Stanmore III

De stijlvol vormgegeven Marshall Stanmore III heeft momenteel de laagste prijs ooit. Althans de zwarte versie, want de bruine uitvoering is een stuk duurder. Voor een bluetooth-speaker is de behuizing van 35 × 20,3 × 18,8 centimeter behoorlijk groot. Gunstig is de aanwezigheid van twee tweeters die ietwat naar buiten zijn gericht. Hierdoor luister je naar muziek met een duidelijk stereobeeld. Verder zorgt een krachtige woofer voor de middentonen en basweergave. De ingebouwde versterkers zijn gezamenlijk goed voor een respectabel vermogen van tachtig watt. Deze luidspreker is trouwens afhankelijk van netstroom, want er is geen accu ingebouwd.

Zoals we van Marshall gewend zijn, heeft de Stanmore III een retrodesign. Bovenop bevindt zich een klassiek bedieningspaneel zoals je dat ook op oude hifi-apparatuur kunt tegenkomen. Gebruik de draaiknoppen om het volume, de basweergave en de hoge tonen te reguleren. Verder kun je tussen maximaal drie bronnen switchen. Naast een draadloze verbinding via bluetooth sluit je namelijk net zo makkelijk een bronapparaat met een snoertje aan. Denk onder meer aan een mp3- en/of cd-speler.

Sony ULT Field 7

Met de breed verkrijgbare Sony ULT Field 7 kun je zowel binnen als buiten flink knallen. Het betreft in feite een gemoderniseerde uitvoering van de welbekende gettoblaster. Til dit indrukwekkende apparaat van ruim een halve meter lang op je schouder naar de gewenste plek. Daarnaast hebben beide uiteindes ook een geïntegreerd handvat. Volgens het Japanse elektronicaconcern biedt de oplaadbare accu een maximale speeltijd van dertig uur. In combinatie met de IP67-gecertificeerde behuizing luister je op werkelijk iedere locatie naar goede muziek.

Twee tweeters en woofers realiseren een vol geluid. Met de ULT-knop bovenop de behuizing voer je het basniveau desgewenst flink op. Audiopuristen kunnen daarnaast de Sony | Music Center-app op een smartphone installeren. Daarmee pas je diverse geluidsopties naar eigen smaak aan. Via een bluetooth-verbinding stream je jouw favoriete afspeellijsten, podcasts en luisterboeken naar de ULT Field 7. Als alternatief sluit je eventueel een bronapparaat met een kabel aan. Je kunt zelfs een elektrische gitaar of microfoon inpluggen. Tot slot bevat deze veelzijdige draadloze luidspreker regelbare feestverlichting. Lees hier enkele reviews van Kieskeurig.nl-bezoekers.

Lees ook: Welke bluetooth-speaker past bij mij?

Salora PartySpeaker XL1

Voor een grote partyspeaker met een omvang van 85,5 × 35,5 × 34 centimeter is dit exemplaar van Salora nogal scherp geprijsd. De onderzijde bevat twee wieltjes, waardoor je dit apparaat van veertien kilo moeiteloos naar een geschikte plek rijdt. Het piekvermogen bedraagt maar liefst 500 watt. Kortom, reken op een stevig geluid! Ondanks het hoge uitgangsvermogen houdt de oplaadbare batterij het op een enkele acculading ongeveer vijf uur vol. Uiteraard kun je de PartySpeaker XL1 ook met netstroom verbinden.

Voor liefhebbers van karaoke is dit Salora-product een absolute aanrader. De fabrikant levert namelijk een bekabelde microfoon mee die je rechtstreeks op het bedieningspaneel kunt aansluiten. Zin in een duet? Sluit dan een tweede microfoon aan. Bovendien kun je ook nog een gitaar koppelen. Voor een partyspeaker in deze prijsklasse heeft dit model veel (afspeel)mogelijkheden. Zo sluit je via de microSD-kaartlezer en usb-poort rechtstreeks externe opslagapparaten aan. Daarnaast is er een lijningang beschikbaar. Vanzelfsprekend ondersteunt de PartySpeaker XL1 ook bluetooth. Via draaiknoppen op het uitgebreide bedieningspaneel wijzig je onder andere het volume, de hoge tonen en de basweergave. Tot slot is er een afstandsbediening inbegrepen.

JBL Boombox 3

Luister je graag naar muziek op verschillende plekken, zoals de camping, het park of het strand? Verdiep je dan eens in de veelzijdige JBL Boombox 3. Hoewel deze bluetooth-speaker 48,2 × 25,7 × 20 centimeter meet, neem je hem tóch eenvoudig mee. De bovenzijde heeft bijna over de gehele lengte een comfortabel handvat met een zachte binnenvoering. Bovendien is de behuizing van 6,7 kilo niet al te zwaar. De Boombox 3 voldoet aan de eisen van de IP67-norm, zodat er geen vocht, stof en zand kan binnendringen. Je luistert tijdens een forse plensbui dus gewoon door.

Gunstig is de maximale speelduur van 24 uur op een enkele acculading. De oplaadbare batterij heeft namelijk een riante capaciteit van 10.000 mAh. Is je smartphone bijna leeg? Geen probleem, want die laad je via de powerbankfunctie direct op. Gebruik hiervoor de usb-poort aan de achterzijde. Onder de motorkap zijn twee tweeters, twee middentoners en een grote woofer verantwoordelijk voor het geluid. Je kunt bronapparaten via bluetooth en de lijningang koppelen. Tegen een kleine meerprijs is de Boombox 3 ook inclusief wifi-ondersteuning te koop.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.