ID.nl logo
Welke bluetooth-speaker past bij mij?
Huis

Welke bluetooth-speaker past bij mij?

Het aanbod aan bluetooth-speakers is enorm. Dat maakt het kiezen van net die ene speaker die bij je past heel uitdagend. Met dit artikel maken we het makkelijk door je alles te vertellen over deze draadloze speakers.

Elk jaar worden er wereldwijd miljoenen bluetooth-speakers verkocht. Begrijpelijk, want deze draadloze speakers zijn makkelijk te gebruiken en hoeven niet al te veel te kosten. In dit artikel lees je: Welke voordelen bluetooth-speakers hebben | Welke types er zijn | Waar je op kunt letten als je een set zoekt.

Lees ook: Welke draadloze oortjes passen bij mij?

Net als een hoofdtelefoon of draadloze oortjes is een bluetooth-speaker een ideale aanvulling voor je smartphone als je naar muziek wil luisteren. Je hebt er ook die geschikt zijn voor situaties waar andere audiotoestellen echt niet kunnen gebruikt worden. Een picknick op het strand bijvoorbeeld of als muziekmaker aan het zwembad of op een schip. 

De voordelen van een bluetooth-speaker

Een bluetooth-speaker heeft zeker zijn troeven. Je mag hem echter niet verwarren met een draadloze speaker met wifi. Bij bluetooth is er een directe verbinding tussen je smartphone, tablet of laptop met de speaker. Muziek afspelen kan dus ook in de tuin, waar geen wifi te vinden is. Niet elke bluetooth-speaker heeft een batterij, maar de meeste wél. Met zo’n speakertje kun je echt overal naartoe. Je moet wel in de buurt blijven met je telefoon. Het maximale bereik van bluetooth is doorgaans 10 meter. 

Een wifi-speaker hangt aan je draadloze netwerk. Dat maakt het makkelijk om hem te bedienen met verschillende toestellen, zoals de smartphones van iedereen in het gezin. En als je smartphone-accu leeg is, blijft de muziek spelen en kun je de wifi-speaker alsnog via je tablet bedienen. De keerzijde is wel dat je niet zomaar die wifi-speaker mee naar een vakantiehuis neemt. De meeste wifi-toestellen hebben bovendien een stopcontact nodig.

De grote namen op vlak van bluetooth-speakers zijn Bose, JBL en Sony. Vooral die laatste twee bieden een enorm breed assortiment aan. Daarnaast heb je nog tientallen bekende merken die degelijke luidsprekers bieden. En dan zijn er in de budgetklasse nog onbekende fabrikanten die voor een prikkie een speaker aanbieden. Er komt echter wel wat te zien bij het ontwerpen en bouwen van een goed klinkende bluetooth-speaker. Als je budget het toelaat, is het wel de moeite waard om voor een beter product te gaan.

Welke types zijn er?

Er zijn heel veel bluetooth-speakers, met heel uiteenlopende designs en eigenschappen. Ze allemaal netjes in een hokje stoppen, lukt daarom niet. Wel kun je tijdens je zoektocht naar een bluetooth-speaker toestellen elimineren aan de hand van een eigenschap of specificatie. Wil je bijvoorbeeld een speaker mee in de rugzak stoppen bij een trektocht? Dan kun je grotere modellen en toestellen met een beperkte batterijduur links laten liggen.

Je moet je dus vooral afvragen welke zaken belangrijk zijn voor je. De specificaties en eigenschappen waar je naar kunt kijken zijn batterijduur, grootte en gewicht, waterbestendigheid en duurzaamheid, en speciale opties, zoals dat je meerdere toestellen kunt koppelen of een powerbank-functie.

Met een powerbank zit je nooit zonder stroom

Voorkom dat je telefoon uitvalt midden in je playlist

Ten slotte moet het design je nog bevallen. Gelukkig is dat meestal geen probleem. Een voordeel van het enorme aanbod aan speakers is dat je veel keuze hebt. Wat chiquer of net sportiever: opties zijn er genoeg. Veel merken bieden zelfs aardig wat hippe kleuropties. Je volgende speaker hoeft niet per se zwart of wit te zijn.

Ondersteunde codecs Net als bij bluetooth-hooftelefoons pakken fabrikanten uit met de bluetooth-codecs die ze ondersteunen. AAC is wel een aanrader, met name als je een iPhone bezit. AptX en LDAC bieden betere kwaliteit, al ga je dat niet altijd merken bij kleinere speakers.

Batterijduur 

Er bestaan grotere bluetooth-speakers die alleen werken op netstroom. Maar de meerderheid is uitgerust met een ingebouwde accu. Je laadt deze meestal op via een usb-lader, net zoals je smartphone. Snellaadfuncties of draadloos laden kom je zelden tegen bij bluetooth-speakers, dus houd er rekening mee dat het helemaal opladen even kan duren.  

De accuduur is heel afhankelijk van de grootte van de speaker. Hoe groter de luidspreker, hoe groter de batterij. Het kan natuurlijk zijn dat die grotere speaker een zwaardere versterker bevat en dus meer stroom verbruikt. Toch zal een groter toestel over het algemeen langer blijven spelen. Bij een klein model kun je al op een batterijduur van 5-6 uur rekenen. Iets forsere maar nog altijd handzame modellen halen al gauw 15-20 uur. De grootste speakers kunnen nog langer muziek produceren. 

Langer muziek luisteren Zaken die de batterijduur beïnvloeden: het volumeniveau (hoe luider, hoe hoger het stroomverbruik), de temperatuur (batterijen functioneren slechter bij koud weer) en afstand tussen speaker en telefoon.

Grootte, gewicht en aantal speakers

Zoals gezegd, hangt de grootte samen met de capaciteit van de batterij die in de speaker zit. Maar niet alleen dat: een groter toestel bevat misschien meerdere speakers (of drivers). Bijvoorbeeld een woofer voor bastonen en een tweeter voor hoog detail. Die stap van een enkele speaker die alle geluid produceert naar twee of drie gespecialiseerde speakertjes doet heel veel op vlak van geluidskwaliteit.

Heel kort door de bocht gesteld, kun je ook zeggen dat hoe groter de woofer, hoe indrukwekkender de bastonen. In de praktijk passen fabrikanten wel allerlei trucjes toe om toch diepere bassen te laten spelen. 

Meer speakers en een grotere accu maakt de bluetooth-speaker wel zwaarder. Iets om rekening mee te houden als je iets zoekt om mee in de rugzak te stoppen.

Waterbestendig of waterdicht?

Een speaker die je enkel binnen gaat gebruiken of op het terras? Die moet niet per se tegen water kunnen. Het mooie aan een bluetooth-speaker is echter dat je hem overal naartoe kunt nemen. Ook naar plaatsen die niet zo vriendelijk zijn voor audioapparatuur. Daarom zijn heel wat speakers meer of minder bestand tegen water en stof. 

Om te ontdekken hoe goed een speaker tegen die zaken kan, kijk je naar het IP-label. IP staat voor ‘Ingress Protection’ of bescherming tegen indringing. Is er geen? Dan is dit toestel niet getest op water- en stofbestendigheid. Wellicht omdat het er niet tegen kan. 

Een IP-label bestaat uit twee cijfers, zoals IP67. Het eerste cijfer verwijst naar hoe goed het toestel tegen stof- en vuilindringing bestand is, het tweede verwijst naar waterbestendigheid. Staat er pakweg IPx8, dan is het toestel enkel getest voor die ene eigenschap – in dit geval waterbestendigheid.

Bij de IP-labels is een cijfer van 6 al hoog. Een waterstraal of kortstondig in de regen zou geen probleem mogen zijn. Een speaker met IPx7 kan zelfs kort helemaal ondergedompeld wordt. Staat er IPx8, dan mag het toestel zelfs in het zwembad vallen en daar een aantal minuten blijven liggen. 

Water of wat anders? Er schuilt wel een addertje onder het gras: de IP-labels gaan over water. Cola of zout water zijn heel wat agressiever. Meestal gaat het ook maar over een diepte van 1 tot 1,5 meter. 

Speciale opties 

Bluetooth-speakers komen soms met speciale functies. Een populaire is de powerbank-functie. Hiermee kun je de batterij van de luidspreker gebruiken om je smartphone op te laden – superhandig als je op reis bent. Er zijn ook modellen met ingebouwde party-verlichting, wat ook heel fijn is.

Nog een leuke optie is stereopaar en een koppelfunctie. Bij het eerste kun je twee identieke bluetooth-speakers met elkaar verbinden zodat ze spelen als een stereosysteem. Als je die speakers juist opstelt, klinkt dat heel wat beter dan één speaker. Sommige merken gaan een stapje verder: je kunt dan via een party-functie speakers koppelen tot één virtuele luidspreker. Bij Sony en JBL kun je zo theoretisch zelfs tot bijna honderd stuks samenvoegen. 


▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.