ID.nl logo
Koelen met een radiator? Dat kan!
Energie

Koelen met een radiator? Dat kan!

In elk seizoen wil je dat de temperatuur in je woning aangenaam is. Dat kan met een airco, maar er is ook een toekomstbestendigere oplossing. Zo zijn er lage-temperatuur radiatoren die samen met een warmtepomp in de winter én in de zomer op een duurzame manier zorgen voor een comfortabel binnenklimaat. In dit artikel leggen we uit hoe dat zit.

Partnerartikel - in samenwerking met Jaga

Wat heb je nodig?

Er zijn verschillende manieren om je woning te koelen. Een veel toegepaste manier is het gebruik van airconditioning. Een airco koelt actief de ruimte, waardoor het systeem 60 tot 80 procent meer energie verbruikt dan andere systemen. Het koudemiddel in airco’s zorgt ervoor dat het apparaat de lucht kan koelen. Meestal wordt hiervoor fluorkoolwaterstoffen gebruikt. Dit zijn sterke broeikasgassen met een grote klimaatimpact, vaak 2000 keer zoveel als CO2. Airco’s zorgen dus voor een hoge energierekening en zijn slecht voor het milieu. Een duurzaam alternatief is één klimaatsysteem om te koelen én te verwarmen. Hiervoor heb je twee dingen nodig.

Ten eerste moet je beschikken over een duurzame warmteopwekker zoals een hybride warmtepomp, All-electric warmtepomp of aangesloten zijn op een warmtenet. Vervolgens is er uiteraard een afgiftesysteem nodig dat je woning kan verwarmen of koelen. Afgiftesystemen die goed functioneren met een warmtepomp zijn vloerverwarming of een lage-temperatuur (LT) radiator.

Verschillende systemen

Er zijn grote verschillen tussen deze twee systemen. Traditionele vloerverwarming is bijvoorbeeld lastiger te plaatsen in bestaande woningen en hierdoor niet in iedere woning mogelijk. Daarnaast reageert traditionele vloerwarming niet snel op temperatuurschommelingen. Hierdoor duurt het langer om de juiste temperatuur te bereiken.

De andere mogelijkheid is een LT-radiator.  Zulke radiatoren kunnen met een lage watertemperatuur de ruimte efficiënter verwarmen, verdelen de warme lucht gelijkmatiger zodat er minder warmteverlies optreedt en zijn vele malen sneller dan de traditionele radiatoren en vloerverwarming die nu vaak in woningen geïnstalleerd zijn. Bovendien zijn ze eenvoudig te installeren, doordat ze de huidige radiatoren vervangen en aan te sluiten zijn om het bestaande leidingsysteem. Sommige van deze radiatoren hebben een speciaal systeem met geïntegreerde ventilatoren en kunnen daarmee in combinatie met een duurzame warmteopwekker, zoals een warmtepomp, frisse lucht laten circuleren in huis. Zo kun je in de winter verwarmen én in de zomer koelen op een energiezuinige manier.

Welke radiator is geschikt?

Jaga is de grootste aanbieder van LT-radiatoren die speciaal gemaakt zijn om zowel mee te verwarmen als te koelen. In combinatie met een warmtepomp kun je met de radiatoren van Jaga dus meteen beginnen met koelen. De populairste LT-radiator is de Strada Hybrid. Deze is geschikt voor gebruik met een hybride of een All-electric warmtepomp. Hiermee kun je, naast energiezuinig verwarmen, ook niet-condenserend koelen (ook wel light cooling genoemd).

Light cooling houdt in dat de ruimte vooral wordt verfrist en het kan de kamertemperatuur een aantal graden laten dalen. Deze manier van koelen is veel gelijkmatiger en comfortabeler, maar ook veel zuiniger dan een losse airco. Er is immers geen elektrische energie nodig voor de compressor. Deze oplossing koelt met een watertemperatuur van 16 graden bovendien drie keer zoveel als vloerverwarming.

Ook als je nog geen duurzame warmteopwekker hebt, is het mogelijk om de Strada Hybrid te gebruiken. Je kunt er dan weliswaar nog niet mee koelen (al kan het met enkel de luchtbeweging van de geïntegreerde ventilatoren in de buurt van de radiator al minder warm aanvoelen), maar wel gewoon verwarmen. De Strada Hybrid laat HR-ketels ook op hun laagste watertemperatuur en op hun hoogste rendement werken. De radiator bereikt door het lichte formaat daarnaast sneller de gewenste temperatuur dan andere radiatoren.

Ook blijft deze radiator niet onnodig doorverwarmen wanneer de optimale binnentemperatuur is bereikt. Dat betekent dat er bij het verwarmen al direct op de energierekening bespaard wordt. Wanneer je later dan toch omschakelt naar een installatie met een warmtepomp, hoef je bovendien niks meer aan de radiatoren, de warmtedistributie of de leidingen te wijzigen om ook te kunnen koelen.

Heb je al een andere Jaga-radiator?

Als je al een andere LT-radiator hebt van Jaga die geen ingebouwde koelfunctie heeft, is het niet nodig om een geheel nieuwe radiator aan te schaffen als je ook wilt koelen. Jaga biedt namelijk een los Dynamic Boost Hybrid-systeem aan. Dit is relatief eenvoudig (zónder hulp van een installateur) in de bestaande Jaga-radiator te monteren en zorgt er, in combinatie met een warmtepompinstallatie, voor dat er ook light cooling mogelijk is. Overigens zorgt dit systeem ook voor een extra snel reactievermogen, zodat het de temperatuur in hoog tempo kan laten dalen én stijgen. Dat biedt dus ook voordelen in de winter.

Hoe werkt het?

Je vraagt je nu misschien af hoe je ervoor kunt zorgen dat de radiator in combinatie met een duurzame warmteopwekker op de juiste momenten verwarmt en koelt. Gelukkig kan de Jaga Strada Hybrid dat volledig automatisch verzorgen. Deze slimme radiator heeft een auto-change-over-functie, wat inhoudt dat de radiator automatisch wisselt tussen verwarmen en koelen op basis van zijn nauwkeurige temperatuursensoren voor de ruimte- en watertemperatuur. Op de radiator wordt door middel van ledlampjes aangegeven welke werkingsstand geactiveerd is. Daarnaast is het mogelijk om de standen handmatig te activeren.

Het apparaat kent drie ventilatorsnelheden voor het bereiken van de juiste temperatuur: de fluisterstille stand (max. 26 dB(A)), comfortstand (max. 30 dB(A)) en de maximumstand voor de snelste opwarming en verfrissing. Voor grotere ruimtes raden wij aan om een hogere stand te kiezen.

Comfortabel, duurzaam én goed voor de portemonnee!

Kortom, samen met een duurzame warmteopwekker heb je met een Jaga Strada Hybrid op eenvoudige wijze het hele jaar door een comfortabel binnenklimaat. Je hoeft de LT-radiator alleen te laten installeren en eenmalig in te stellen, dan hoef je er vrijwel niet meer naar om te kijken. Daarbij is deze radiator zeer milieuvriendelijk, omdat er door het geringe formaat minder grondstoffen nodig zijn om deze te produceren. Ook gaat de Strada Hybrid langer mee dan normale radiatoren en kan het apparaat volledig gerecycled worden. Omdat de radiator water van lage temperatuur gebruikt, wordt er tevens veel minder energie verbruikt. Je bespaart dus direct geld door je oude afgiftesysteem te vervangen door een Jaga LT-radiator en dat zonder in te hoeven leveren op comfort.

Benieuwd naar de radiatoren van JAGA?

Bekijk hier het aanbod
▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.