ID.nl logo
Zo bewerk je eenvoudig raw-foto's
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Zo bewerk je eenvoudig raw-foto's

Standaard rollen er jpg-foto's uit een camera. Die plaatjes kunnen er al best fraai uitzien, maar het kan beter! Door de camera op 'raw' in te stellen, haal je pas echt het maximale uit je fototoestel. Ook zijn er dan meer mogelijkheden om een minder geslaagde foto te redden in de nabewerking.

Tip 01: Kant-en-klaar

We zijn gewend dat er kant-en-klare foto's uit onze digitale camera's komen rollen. Deze jpg-bestanden kunnen we meteen bekijken, afdrukken en delen. Minder bekend is dat veel camera's ook nog een ander bestandsformaat kennen. Dat is het raw-formaat. Een raw-bestand is alleen geen kant-en-klare foto. Verre van dat zelfs. Het bevat alleen de bouwstenen waaruit je een foto samenstelt; de ruwe gegevens van de beeldsensor. Wat heb je er dan aan?

Vergelijk een jpg-foto met een kant-en-klaar maaltijd. Die hoef je alleen nog maar op te warmen. Lekker makkelijk en snel. Je kunt er alleen weinig aan veranderen, want alles is al bereid. Hooguit kun je er nog wat peper of zout bij doen, maar dat is het dan ook. Een raw-bestand kun je zien als de ingrediënten die nodig zijn om een maaltijd mee te maken. Je kunt er nog alle kanten mee op en de maaltijd volledig naar eigen smaak bereiden. Je hebt er wel een recept bij nodig en bent meer tijd kwijt.

©PXimport

Tip 01 Met een raw-bestand stel je als het ware zelf je gerecht samen.

Tip 02: Raw-foto's

Stel dat een foto veel te licht of te donker is of de kleuren kloppen niet. Als het om een jpg-foto gaat, kun je dit maar beperkt herstellen in een fotobewerker. Jammer, het had zo'n mooie foto kunnen zijn. Gaat het om een raw-bestand, dan is er ineens heel veel te repareren. De belichting kan in hoge mate worden opgeknapt en kleuren zijn volledig te herstellen zonder dat de foto beschadigd raakt. Dat komt omdat in een raw-bestand de pure informatie van de beeldsensor is opgeslagen. Fotografeer je in jpg, dan bewerkt jouw camera die beeldinformatie: kleuren worden ingesteld, het contrast wordt verhoogd, de foto wordt verscherpt en er wordt ruisreductie toegepast.

De camera bepaalt dus hoe de foto er moet uitzien en daar moet je het maar mee doen. In een fotobewerker kun je kleine correcties aanbrengen, maar de foto radicaal veranderen lukt niet. Dat kan alleen als je in raw fotografeert. Tot slot verkleint de camera een jpg-foto om ruimte te besparen. Hierbij gaat enorm veel kostbare data verloren. Raw-bestanden bevatten wel alle originele beeldinformatie. Ze nemen daarom meer ruimte in beslag op het geheugenkaartje, maar dat is het meer dan waard.

©PXimport

Tip 02 Een raw-bestand bevat onbewerkte gegevens rechtstreeks van de sensor.

Welke camera

Elke spiegelreflex kan in raw fotograferen, net als systeemcamera's. Bij compactcamera's kunnen alleen de meer geavanceerde modellen dit. Hoe weet je of jouw camera het kan? In het menu vind je dan een optie waarmee je aangeeft of de camera in jpg of in raw moet fotograferen. Twijfel je of jouw camera het ondersteunt of kun je de optie niet vinden, raadpleeg dan de handleiding van het toestel.

Op veel camera's kun je er ook voor kiezen om beide formaten te laten wegschrijven. Dus elke keer dat je een foto maakt, krijg je dan zowel een (klein) jpg- als een raw-bestand. Het geheugenkaartje raakt nu nog sneller vol, maar het grote voordeel is dat je de kant-en-klare jpg-bestanden kunt gebruiken zolang de foto's piekfijn in orde zijn. Alleen als het nodig is om een foto te bewerken, pak je het raw-bestand erbij en maak je met een fotobewerker jouw eigen geoptimaliseerde foto. Zodoende hoef je niet onnodig duizend(en) vakantiefoto's te bewerken.

Tip 03: Fotobewerker

Een raw-bestand is geen toonbare foto. Het gaat immers om de ruwe data van de beeldsensor. Er is altijd een fotobewerker nodig om er een echte foto van te maken. Welke fotobewerker heb je nodig? Grote kans dat er bij jouw camera een fotobewerker is meegeleverd. Vaak is dat de software van de fabrikant zelf en die is specifiek bedoeld voor de raw-bestanden van dat ene merk. Hiermee kun je waarschijnlijk best uit de voeten.

Er zijn ook bekendere fotobewerkers, zoals Adobe Photoshop Elements of Corel Paintshop Pro. Die weten raad met de raw-bestanden van alle bekende cameramerken. Er bestaat ook software specifiek bedoeld voor het beheren en bewerken van raw-foto's, zoals Adobe Lightroom en Corel AfterShot. Die software is vooral handig als je nagenoeg alleen met raw-bestanden werkt en dat zo efficiënt mogelijk wilt doen. Tot slot bestaat er ook nog gratis software zoals Raw Therapee. Omdat Photoshop Elements een populair en veelgebruikt pakket is, laten wij zien hoe je hier je raw-bestanden mee bewerkt. Gebruik je zelf een ander pakket, dan kun je waarschijnlijk (bijna) al deze bewerkingen ook uitvoeren, mogelijk net op een andere manier.

©PXimport

Tip 03 Met een fotobewerker maak je van een raw-bestand een foto.

Tip 04: Adobe Camera Raw

Zodra je een raw-bestand opent met Photoshop Elements, verschijnt deze niet meteen in de fotobewerker zoals je gewend bent. Eerst kom je in Adobe Camera Raw (ACR) terecht. Dit is een extra programma dat is meegeleverd met Photoshop. Het is een soort voorportaal waarin je alle essentiële bewerkingen uitvoert. Pas daarna zal de foto in Photoshop Elements zelf verschijnen. De bedoeling is dat je zo veel mogelijk in ACR aan de foto sleutelt, omdat dit de beste beeldkwaliteit oplevert.

Zodra ACR is gestart, zie je een voorbeeld van de foto. Die is meestal wat minder sprankelend dan je van jouw camera gewend bent. Geen paniek, het komt doordat je naar de pure beeldinformatie kijkt waar jouw camera nog niets mee heeft gedaan. Jij kunt de foto nu zelf optimaal gaan bewerken. Boven de foto zie je een rijtje gereedschappen en rechts van de foto zie je een histogram met eronder een drietal tabbladen. Op de eerste twee tabbladen vind je de belangrijkste bewerkingen terug. Het derde tabblad heb je niet snel nodig.

©PXimport

Tip 04 Zodra je een raw-bestand opent, start Adobe Camera Raw.

Tip 05: Belichting

Het eerste tabblad is zeer uitgebreid. Hier optimaliseer je voornamelijk kleur en belichting. Met de schuifregelaar Belichting is bijvoorbeeld de volledige foto lichter of donkerder te maken. Omdat we met de originele sensorgegevens uit een raw-bestand werken, is het resultaat aanzienlijk beter dan bij een jpg-bestand. Een te donkere foto met +2 of +3 lichter maken is doorgaans geen enkel probleem. Toch is vaak maar een klein deel van een foto over- of onderbelicht.

Met Hooglichten kun je dan de allerlichtste tinten herstellen, zoals een felle wolkenlucht. Met Schaduwen licht je de schaduwpartijen wat op, zodat ze niet meer zwart zijn en er weer details in te zien zijn. Gebruik Witte tinten om alleen de lichte delen van een foto lichter of donkerder te maken, terwijl de donkere delen nagenoeg intact blijven. Andersom gebruik je Zwarte tinten om juist alleen de donkere delen lichter of donkerder te maken, terwijl nu de lichtere gebieden vrijwel hetzelfde blijven. Het idee is dat je eerst Belichting gebruikt om de globale belichting van de foto in te stellen. Daarna pak je de resterende probleemgebieden aan met de andere vier schuifregelaars. Speel met de schuifregelaars om de juiste instelling voor de foto te krijgen, bij het verplaatsen van een schuifregelaar zie je het resultaat direct in de foto.

©PXimport

Tip 05 Met vijf schuifregelaars optimaliseer je selectief de belichting.

Soorten raw

Elke camerafabrikant heeft een eigen formaat voor raw-bestanden bedacht. Aan de extensie kun je in ieder geval herkennen met welk merk bepaalde foto's zijn gemaakt. Canon gebruikt bijvoorbeeld CR2 als achtervoegsel, Nikon noemt ze NEF en die van Sony heten ARW. Ook verschilt het formaat van raw-bestanden per cameramodel. Het is daarom essentieel dat de fotobewerker niet alleen de raw-bestanden van jouw cameramerk ondersteunt, maar vooral ook van jouw specifieke camera.

Bestaat dat model al wat langer, dan zit het wel goed. Koop je echter een model dat nog maar net op de markt is, dan kan het een aantal weken of maanden duren voordat de raw-bestanden ervan verwerkt kunnen worden door de fotobewerker. Controleer daarom regelmatig op updates. Tussentijds kun je dan in jpg werken of de door de fabrikant meegeleverde fotobewerker gebruiken.

Tip 06: Contrastrijk

Mocht je de foto nog wat te vlak vinden, dan kun je via Contrast de foto wat meer pit geven. Hiermee trek je de lichte en donkere delen wat verder uit elkaar, zodat er meer contrast ontstaat. Is er juist te veel contrast, dan is dit hiermee uiteraard ook te verminderen. De schuif Lokaal contrast is erg interessant. Beweeg je die naar rechts, dan worden allerlei kleine details extra benadrukt en lijkt de foto scherper en gedetailleerder. Dit heet ook wel microcontrast. Het werkt niet in elke foto even goed en pas ook op dat je het effect niet overdrijft, want dan oogt de foto te onnatuurlijk.

©PXimport

Tip 06 Met Lokaal contrast oogt een foto scherper en gedetailleerder.

Tip 07: Histogram

Tijdens het bewerken is het aan te raden het histogram in de gaten te houden. Hierin is precies te zien wat er met de foto gebeurt. Uiterst links staat voor zwart, helemaal rechts is wit en hiertussen bevinden zich alle lichtwaarden tussen zwart en wit. Je ziet dus aan de hoogte van de grafiek meteen hoeveel lichte en donkere delen er in de foto zijn. Gebruik je de schuifregelaars uit de voorgaande tips, let dan eens op hoe het berglandschap verschuift en van vorm verandert. Klik op de driehoekjes in de bovenhoeken van het histogram om een waarschuwing voor onder- en overbelichting aan te zetten. Die gebieden van de foto krijgen dan een kleurtje.

Rood voor overbelichting (te licht), blauw voor onderbelichting (te donker). Je kunt zodoende zelf bepalen of je het wilt oplossen met de schuifregelaars. Zo hoeft overbelichting van een wolkje helemaal geen probleem te zijn, zolang de persoon die je fotografeert maar wel goed belicht is.

©PXimport

Tip 07 Over- en onderbelichte delen krijgen een kleurtje.

Tip 08: Kleuren

Een camera legt de wereld in drie kleuren vast: rood, groen en blauw (RGB). Tijdens het maken van een jpg-foto worden die drie kleuren door de camera vermengd, zodat kleuren ontstaan zoals wij die zien. Essentieel hierbij is dat de witbalans goed staat ingesteld. Want afhankelijk van het soort verlichting, moet die vermenging anders plaatsvinden. Fotografeer je in raw, dan maakt de witbalans-instelling in de camera niet meer uit. Het mengen van kleuren gebeurt pas in de fotobewerker, dus je kunt nog alle kanten op, wederom zonder dat er kwaliteitsverlies optreedt. Vind je de kleuren niet mooi? In Adobe Camera Raw stel je bij Witbalans dan alsnog de gewenste lichtbron in. Zoals zon, bewolking, of gloeilampen.

Kloppen de kleuren daarna nog niet (helemaal)? Gebruik de schuif Temperatuur om te finetunen. Naar links koel je de foto af, bijvoorbeeld als een foto die je binnenshuis hebt gemaakt te geel is geworden door het lamplicht. Naar rechts warm je de foto juist op, handig voor een foto die in de schaduw is gemaakt op een zonnige dag, waardoor sneeuw of een wit kleed een blauwe tint heeft gekregen. Met Kleur breng je alleen indien nodig nog de laatste correcties aan.

©PXimport

Tip 08 Kies een witbalans of stel de kleurtemperatuur in.

Tip 09: Witbalans

Vind je de schuifregelaars Temperatuur en Tint wat lastig te bedienen en wordt het via de schuif Witbalans ook niet in één keer goed? Gebruik dan het (gelijknamige) gereedschap Witbalans, dat is het pictogram met het pipetje boven de foto. Zoek in de foto een egaal gekleurd gebied op waarvan je weet dat het in het echt wit, grijs of zwart moet zijn. Klik er met het gereedschap op en de schuifregelaars Temperatuur en Tint verspringen vanzelf.

Herhaal dit eventueel totdat je een natuurgetrouwe kleurweergave hebt. Daarna kun je indien nodig met Temperatuur en Tint nog wat kleine correcties aanbrengen. Laat de schuif Witbalans echter met rust, want die maakt het gereedschap Witbalans weer ongedaan. Wil je de kleuren sprankelender maken, dan kan dat via twee schuifregelaars. Breng je Levendigheid naar rechts, dan verzadig je alle kleuren behalve huidskleuren. Ideaal voor portretfoto's. Met Verzadiging pas je wel alle kleuren aan. Naar links schuiven kan natuurlijk ook, met minder verzadigde kleuren krijgt je foto een wat ouderwets effect.

©PXimport

Tip 09 Klik op een gebied dat wit, grijs of zwart hoort te zijn om de witbalans aan te passen.

Tip 10: Ruisreductie

Zodra je de aanpassingen op het eerste tabblad naar wens hebt gedaan, is het tijd voor het tweede tabblad. Hier kun je de foto verscherpen en indien nodig nog wat ruisreductie toepassen. Met Hoeveelheid bepaal je de mate van verscherping. De standaardwaarde van 25 voldoet meestal wel. De schuif Luminantie gebruik je alleen als er storende ruis in de foto zit doordat er met een hoge ISO-waarde is gefotografeerd. De ruis wordt gereduceerd, maar de foto wordt er ook iets onscherper door, dus gebruik het met mate. Bestaat de ruis uit gekleurde stippen en vlakjes, dan verhelp je dit met de schuifregelaar Kleur.

©PXimport

Tip 10 Verminder de ruis als er met een hoge ISO-waarde gefotografeerd is.

Tip 11: Opslaan

Boven de foto vind je diverse gereedschappen, bijvoorbeeld om een scheve foto recht te zetten, een uitsnede te maken en rode ogen in een flitsfoto te verhelpen. Dit zijn bewerkingen die je in principe ook in Photoshop Elements zelf kunt doen. Er is wel een cruciaal verschil. Alle bewerkingen die je hier in ACR doet, zijn niet-destructief. Wat dit betekent? Alle bewerkingen worden als een soort recept in een extra bestand opgeslagen met als achtervoegsel xmp.

Het originele raw-bestand blijft altijd intact, wat je ook doet. Dit betekent dat je alles wat je hier aanpast, later gewoon weer kunt veranderen of helemaal ongedaan maken. Vind je na enkele dagen of een jaar de belichting of de kleuren toch minder goed gelukt? Dan verander je ze gewoon weer, zonder kwaliteitsverlies. Klaar met bewerken in ACR? Klik rechtsonder op Afbeelding openen. De foto wordt nu gegenereerd en in Photoshop Elements geopend. Je kunt de foto nu meteen als jpg-bestand bewaren via Bestand / Opslaan als, of je bewerkt hem nog wat meer met de gereedschappen van Photoshop Elements. Het raw-bestand behoudt altijd de status van het moment dat je ACR hebt verlaten.

©PXimport

Tip 11 Sla de foto tot slot op als jpg-bestand.

Tip 12: Lightroom

Als je genoeg hebt aan de bewerkingen die in Adobe Camera Raw zitten, gebruik je Photoshop Elements eigenlijk alleen nog maar om de jpg-foto op te slaan. Dat is wat omslachtig. In dat geval kun je overwegen om over te stappen op Adobe Lightroom. Dat pakket is specifiek bedoeld voor raw-bestanden. Je krijgt dan nog veel meer gereedschappen tot je beschikking en kunt razendsnel grote aantallen jpg-foto's genereren. Je hoeft dan niet meer steeds in en uit de fotobewerker te springen. Heb je soms toch speciale fotobewerkingen nodig die niet in Lightroom zitten, dan kun je zo'n foto altijd nog rechtstreeks vanuit Lightroom naar je favoriete fotobewerker sturen.

©PXimport

Tip 12 Een pakket als Lightroom is handiger als je erg veel met raw-bestanden werkt.

▼ Volgende artikel
Olympische Winterspelen kijken: dit zijn de beste tv-instellingen
© Dmitri Maruta
Huis

Olympische Winterspelen kijken: dit zijn de beste tv-instellingen

Tijdens de Olympische Winterspelen wil je dat alles scherp blijft, ook als het beeld razendsnel beweegt. Toch staan veel tv's standaard zo ingesteld dat schaatsers nét wat vaag worden in de bocht, of dat sneeuw en ijs er onnatuurlijk uitzien. In dit artikel laat ID je zien welke instellingen je per merk kunt gebruiken om jouw scherm beter af te stemmen op de actie op het ijs.

In dit artikel

Je tv kan wintersporten veel rustiger en scherper laten ogen dan met de standaardinstellingen. Je leest welke beeldopties je het best als basis neemt, hoe je beweging vloeiend krijgt en hoe je helderheid en kleur zo afstemt dat ijs en sneeuw wit blijven mét detail. Ook zie je aan welke signalen je merkt dat een instelling te ver is opgeschroefd, en hoe je je beeld aanpast aan daglicht, 's avonds kijken en gebruik met een soundbar of spelcomputer.

Lees ook: Wat doet 120 Hz voor je televisie of monitor, en heb je het wel echt nodig?

De meeste televisies staan standaard ingesteld op extra felle kleuren en harde contrasten. Voor speelfilms, talkshows, tekenseries, natuurdocumentaires en games kan dat prima ogen, maar voor sport - en zeker voor winterse sporten - pakt dat minder goed uit.

De tips in dit artikel gelden in de basis voor alle sporten met snelle bewegingen en camerabewegingen, maar: wintersport laat alleen sneller zien wanneer een instelling te ver is doorgetrokken. IJs en sneeuw zijn grote, heldere vlakken. Als helderheid en contrast te hoog staan, verdwijnen details in dat wit eerder en vallen beeldfouten sneller op. Denk aan een lichte waas rond een schaatser of onrust bij een snelle pan over de baan.

Met een iets rustiger basisbeeld en een middenstand voor bewegingsverwerking blijft het beeld natuurlijk, terwijl het toch vloeiend blijft. Je merkt dat meteen: het ijs wordt al snel een egaal wit vlak en schaatsers lijken net wat minder scherp zodra het tempo omhoog gaat. Met een paar gerichte tweaks maak je het beeld rustiger en duidelijker, door de paneelhelderheid apart af te stellen van de kleurverzadiging en een passende motion-instelling te kiezen.

Beweging en verversing: dit gebeurt er op je tv

Wanneer een schaatser op topsnelheid door de bocht gaat, zie je meteen of je tv beweging goed verwerkt. Dat begint bij de verversingssnelheid van het paneel: veel schermen werken op 60 Hz of 120 Hz. Dat is het ritme waarmee jouw tv het beeld opbouwt. Maar het signaal dat binnenkomt, heeft vaak een ander tempo. In Europa volgt sport meestal een 50 Hz-cadans. Soms is dat 1080i/25, waarbij er 50 halve beelden per seconde binnenkomen die samen 25 volledige frames vormen. Steeds vaker zie je ook 50p, met 50 volledige frames per seconde.

Je tv moet dat binnenkomende ritme vervolgens passend maken op het ritme van het paneel. Dat gaat meestal vanzelf, maar de manier waarop je tv dit oplost bepaalt of je een rustige, scherpe wedstrijd ziet of juist onrust in beweging. Een belangrijk hulpmiddel daarbij is beeldinterpolatie: je tv berekent extra tussenbeelden om snelle actie vloeiender te laten lopen. Dat kan bij sport echt helpen, zolang je het met mate gebruikt. Zet je het te hoog, dan krijgt het beeld een té glad laagje en oogt het al snel nep. Zet je het te laag, dan zie je juist kleine schokjes: bij ijshockey lijkt de puck te 'stuiteren' en bij schaatsen mis je net die vloeiende glijbeweging over het ijs.

Zo stel je beweging goed af voor wintersporten

Het fijne aan handmatig bijstellen is dat je de regie terugpakt over scherpte tijdens beweging. In plaats van blind te varen op de standaard sportmodus, werkt het vaak beter om de motion-instellingen van jouw merk erbij te pakken. Bij een Sony-scherm kijk je naar Motionflow, bij LG zoek je naar TruMotion en bij een Samsung televisie navigeer je naar Auto Motion Plus of Picture Clarity. Door deze functies op een gemiddelde stand te zetten, zorg je ervoor dat de camera-panning over de witte ijsbaan vloeiend verloopt zonder dat er vreemde beeldfouten rondom de sporters ontstaan. Je ziet meteen dat details langs de baan en in het publiek beter leesbaar blijven, ook als de camera snel meedraait.

©ID.nl

De juiste balans tussen helderheid en kleurverzadiging

Een veelgemaakte fout bij sport kijken tijdens de Olympische Winterspelen is dat je alles tegelijk omhoog gooit voor een feller beeld. Wil je meer licht, pas dan vooral de achtergrondverlichting of paneelhelderheid aan. Laat kleurverzadiging met rust, of zet die zelfs een tikje lager. Zo voorkom je dat felle schaatspakken 'dichtlopen' en details kwijtraken. Het doel is simpel: sneeuw en ijs moeten helderwit blijven, maar wel met structuur, zodat je nog ziet waar het parcours loopt. Zet ook de kleurtemperatuur op een natuurlijke stand, zoals 'Warm 1'. Daarmee voorkom je dat het beeld een kille, blauwe gloed krijgt waar je ogen sneller moe van worden.

©ID.nl

Wanneer je instellingen moet bijsturen

Er zit een grens aan wat je tv in real time kan uitrekenen. Zie je rond een snelle skiër een waas, flikkering of rare randjes, dan staat de motion-instelling simpelweg te hoog voor wat het scherm netjes kan verwerken. Zet de vloeiendheid dan één stap terug en kijk opnieuw.

Schakel je na de wedstrijd over naar een spelcomputer, zet extra beeldverwerking dan liever uit. Anders voeg je vertraging toe tussen je controller en wat er op het scherm gebeurt. En bij napraatprogramma's in de studio kunnen deze bewegingsinstellingen ook tegen je werken: dan krijg je al snel dat 'soap'-effect, waarbij gezichten net iets te glad en onnatuurlijk lijken.

Pas je beeld aan op jouw woonkamer

De lichtinval in je kamer bepaalt hoe ver je de verlichting van je scherm moet opschroeven. Kijk je de Olympische Winterspelen overdag, dan mag de achtergrondverlichting bijna op de maximale stand staan om reflecties tegen te gaan. In de avonduren is het voor je ogen juist prettiger om dit weer terug te draaien. Controleer ook altijd of de audio-output van je soundbar nog in de pas loopt met het beeld, want zware bewegingsverwerking kan soms voor een beetje vertraging zorgen. Door tijdens een live wedstrijd kort te experimenteren met de 'custom' instellingen van je bewegingsmenu, vind je meestal snel de instelling die wel soepel oogt, maar niet kunstmatig wordt.

Lees ook: Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

©Fabio Principe - stock.adobe.com

Klaar voor de start: zo stel je je beeld goed in

Voor de scherpste weergave tijdens de Olympische Winterspelen kies je een heldere basisstand en pas je handmatig de bewegingsinstellingen zoals Motionflow of TruMotion aan naar een gemiddeld niveau. Zo blijft het beeld vloeiend, zonder vreemde beeldfouten om en zonder dat alles er overdreven glad uitziet.

Heb je overdag veel licht in de kamer, zet dan vooral de achtergrondverlichting hoger. Laat kleurverzadiging met rust, of geef hem juist een klein tikje omlaag, zodat details in schaatspakken en helmen zichtbaar blijven. Schakel ook extra filters zoals ruisonderdrukking uit om de natuurlijke scherpte van de 4K- of HD-uitzending niet te verliezen. Met deze aanpassingen geniet je van een rustig en vloeiend beeld, waardoor je elke seconde van de strijd om het goud haarscherp beleeft.


Deze sporten kun je zien tijdens de Olympische Winterspelen 2026


Alpineskiën
Biatlon
Bobsleeën
Curling
Freestyleskiën
IJshockey
Kunstrijden
Langlaufen

Noordse combinatie
Rodelen
Schaatsen
Schansspringen
Shorttrack
Skeleton
Ski-alpinisme
Snowboarden

Zelf het ijs op?

Schaatsen in allerlei soorten en maten
▼ Volgende artikel
Waar voor je geld: 5x betaalbaar funcooken met je hele gezin
© ID.nl
Huis

Waar voor je geld: 5x betaalbaar funcooken met je hele gezin

Bij ID.nl zijn we dol op kwaliteitsproducten waar je niet de hoofdprijs voor betaalt. Een paar keer per week speuren we binnen een bepaald thema naar zulke deals. Wil je funcooken voor een aantrekkelijke prijs? We hebben vijf interessante apparaten voor je gespot die niet duurder zijn dan 190 euro.

Solis 5 in 1 tafelgrill (7910)

Zoek je een kwalitatief gourmetstel waarmee je jarenlang vooruit kunt? Dit luxe exemplaar van Solis voldoet aan alle eisen. Met de traploze regelaar aan de voorzijde kun je heel precies de gewenste temperatuur instellen. Bak vervolgens op de grillplaat de lekkerste hapjes gaar. Daarnaast kun je ook een van de vier bijgesloten miniwoks of (raclette)pannetjes gebruiken. Hiermee maak je bijvoorbeeld een kleine pannenkoek of pizza.

De werking is kinderlijk eenvoudig. Zodra je het kooktoestel inschakelt, gaat er eerst een rood lampje branden. Het gourmetstel is nu aan het opwarmen. Als het lampje groen kleurt, kan het eetfestijn beginnen. Is een gerecht zo heet dat je je mond kunt branden? Plaats het pannetje of de miniwok dan even in de koudzone onderin het toestel. Naast de eerder genoemde accessoires levert de fabrikant ook nog vier spatels mee.

Princess 162655 Black Steel Raclette

De betaalbare Princess 162655 Black Steel Raclette valt bij heel wat Kieskeurig.nl-testers goed in de smaak, want zij beoordelen dit gourmetstel met een 8,3 (gemiddeld cijfer). Verschillende reviewers vinden het prettig dat dit apparaat zich makkelijk laat schoonmaken. De losse onderdelen kunnen bovendien in de vaatwasser. Een ander pluspunt is dat het gourmetstel volgens diverse gebruikers snel opwarmt. Niet vreemd, gezien het respectabele vermogen van 1300 watt.

Het gourmetstel heeft een riant bakoppervlak van 44 × 25 centimeter. Dankzij de stevige anti-aanbaklaag heb je geen bakboter of olie nodig om te grillen. Het apparaat leent zich prima voor een ruim gezelschap, want de productdoos telt acht (raclette)pannetjes met een houten handvat en evenzoveel spatels. Via een draaiknop reguleer je nauwkeurig de temperatuur. Overigens vindt een enkele tester het netsnoer wat aan de korte kant.

Tefal WokParty Duo PY5828

Wie met een groepje gezellig wil wokken, kan dit leuke kooktoestel van Tefal eens uitproberen. Er zijn zes diepe pannen bijgesloten. Dankzij de gekleurde markering op het handvat weet iedereen precies welk pannetje van hem of haar is. De bakplaat bevat ronde uitsparingen, waardoor de boel niet gaat schuiven. Hierin kun je trouwens ook prima mini-pannenkoeken bakken. Speciaal daarvoor is er een handige gietlepel inbegrepen. Verder telt de verpakking zes spatels.

De WokParty Duo PY5828 heeft een zogeheten Thermo-spot. Hieraan zie je in hoeverre het kooktoestel op temperatuur is. Met een vermogen van duizend watt hoef je niet zo lang te wachten. Tefal levert een receptenboek mee, zodat je inspiratie kunt opdoen. Klaar met tafelen? Stop dan alle losse accessoires in de vaatwasser. Handig is dat je het netsnoer, de spatels en de gietlepel in de onderkant kunt opbergen.

Lees ook: Zo voorkom en verwijder je vieze luchtjes na het gourmetten

Emerio PO-113255.4

Pizzaliefhebbers opgelet! De binnenzijde van deze Emerio fungeert als een kleine oven. Op die manier kunnen maximaal zes personen hun eigen mini-pizza bakken. Met behulp van de bakspatel schuif je de lekkernij moeiteloos in de oven. Geen zin in pizza? In de zes bijgesloten pannetjes kun je allerlei andere gerechten klaarmaken. Bovendien bevindt zich bovenop een ronde grillplaat met een diameter van veertig centimeter. Daar kun je dus behoorlijk wat hapjes op kwijt!

De bediening heeft weinig om het lijf, want de behuizing bevat alleen een aan-uitknop. Met een riant vermogen van 1500 watt worden de gerechten goed warm. De maximale oventemperatuur bedraagt dan ook 250 graden. Volgens de fabrikant houdt de koepelvormige behuizing de warmte in de (pizza)over beter vast. Diverse accessoires zijn vaatwasserbestendig, zodat je na afloop niet zoveel tijd kwijt bent aan schoonmaken.

Princess Dinner4All

Als je met een groepje gaat gourmetten, staat het kooktoestel voor sommige personen wellicht te ver weg. Daar heeft Princess iets op bedacht. Met de Dinner4All bedient iedereen zijn eigen bakplaat van 250 watt. Even een satéstokje of biefstukje omdraaien is dus zo gepiept. Is het hapje eenmaal gaar, dan schuif je het zo op je eigen bordje. Princess levert hiervoor vier aardewerken-borden mee.

Je sluit de centrale unit aan op netstroom, waarna je hierop maximaal vier individuele gourmetstellen kunt aansluiten. Vermenging van smaken is dus verleden tijd! Plaats op deze unit eventueel de inbegrepen serveerschaal. Zo kan iedereen zijn of haar favoriete hapjes pakken. Wil je weten hoe andere gebruikers dit slimme gourmetstel beoordelen? Lees dan eens deze reviews op Kieskeurig.nl. Dit kooktoestel is als alternatief ook met twee individuele bakplaten te koop.