ID.nl logo
Zo bewerk je eenvoudig raw-foto's
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Zo bewerk je eenvoudig raw-foto's

Standaard rollen er jpg-foto's uit een camera. Die plaatjes kunnen er al best fraai uitzien, maar het kan beter! Door de camera op 'raw' in te stellen, haal je pas echt het maximale uit je fototoestel. Ook zijn er dan meer mogelijkheden om een minder geslaagde foto te redden in de nabewerking.

Tip 01: Kant-en-klaar

We zijn gewend dat er kant-en-klare foto's uit onze digitale camera's komen rollen. Deze jpg-bestanden kunnen we meteen bekijken, afdrukken en delen. Minder bekend is dat veel camera's ook nog een ander bestandsformaat kennen. Dat is het raw-formaat. Een raw-bestand is alleen geen kant-en-klare foto. Verre van dat zelfs. Het bevat alleen de bouwstenen waaruit je een foto samenstelt; de ruwe gegevens van de beeldsensor. Wat heb je er dan aan?

Vergelijk een jpg-foto met een kant-en-klaar maaltijd. Die hoef je alleen nog maar op te warmen. Lekker makkelijk en snel. Je kunt er alleen weinig aan veranderen, want alles is al bereid. Hooguit kun je er nog wat peper of zout bij doen, maar dat is het dan ook. Een raw-bestand kun je zien als de ingrediënten die nodig zijn om een maaltijd mee te maken. Je kunt er nog alle kanten mee op en de maaltijd volledig naar eigen smaak bereiden. Je hebt er wel een recept bij nodig en bent meer tijd kwijt.

©PXimport

Tip 01 Met een raw-bestand stel je als het ware zelf je gerecht samen.

Tip 02: Raw-foto's

Stel dat een foto veel te licht of te donker is of de kleuren kloppen niet. Als het om een jpg-foto gaat, kun je dit maar beperkt herstellen in een fotobewerker. Jammer, het had zo'n mooie foto kunnen zijn. Gaat het om een raw-bestand, dan is er ineens heel veel te repareren. De belichting kan in hoge mate worden opgeknapt en kleuren zijn volledig te herstellen zonder dat de foto beschadigd raakt. Dat komt omdat in een raw-bestand de pure informatie van de beeldsensor is opgeslagen. Fotografeer je in jpg, dan bewerkt jouw camera die beeldinformatie: kleuren worden ingesteld, het contrast wordt verhoogd, de foto wordt verscherpt en er wordt ruisreductie toegepast.

De camera bepaalt dus hoe de foto er moet uitzien en daar moet je het maar mee doen. In een fotobewerker kun je kleine correcties aanbrengen, maar de foto radicaal veranderen lukt niet. Dat kan alleen als je in raw fotografeert. Tot slot verkleint de camera een jpg-foto om ruimte te besparen. Hierbij gaat enorm veel kostbare data verloren. Raw-bestanden bevatten wel alle originele beeldinformatie. Ze nemen daarom meer ruimte in beslag op het geheugenkaartje, maar dat is het meer dan waard.

©PXimport

Tip 02 Een raw-bestand bevat onbewerkte gegevens rechtstreeks van de sensor.

Welke camera

Elke spiegelreflex kan in raw fotograferen, net als systeemcamera's. Bij compactcamera's kunnen alleen de meer geavanceerde modellen dit. Hoe weet je of jouw camera het kan? In het menu vind je dan een optie waarmee je aangeeft of de camera in jpg of in raw moet fotograferen. Twijfel je of jouw camera het ondersteunt of kun je de optie niet vinden, raadpleeg dan de handleiding van het toestel.

Op veel camera's kun je er ook voor kiezen om beide formaten te laten wegschrijven. Dus elke keer dat je een foto maakt, krijg je dan zowel een (klein) jpg- als een raw-bestand. Het geheugenkaartje raakt nu nog sneller vol, maar het grote voordeel is dat je de kant-en-klare jpg-bestanden kunt gebruiken zolang de foto's piekfijn in orde zijn. Alleen als het nodig is om een foto te bewerken, pak je het raw-bestand erbij en maak je met een fotobewerker jouw eigen geoptimaliseerde foto. Zodoende hoef je niet onnodig duizend(en) vakantiefoto's te bewerken.

Tip 03: Fotobewerker

Een raw-bestand is geen toonbare foto. Het gaat immers om de ruwe data van de beeldsensor. Er is altijd een fotobewerker nodig om er een echte foto van te maken. Welke fotobewerker heb je nodig? Grote kans dat er bij jouw camera een fotobewerker is meegeleverd. Vaak is dat de software van de fabrikant zelf en die is specifiek bedoeld voor de raw-bestanden van dat ene merk. Hiermee kun je waarschijnlijk best uit de voeten.

Er zijn ook bekendere fotobewerkers, zoals Adobe Photoshop Elements of Corel Paintshop Pro. Die weten raad met de raw-bestanden van alle bekende cameramerken. Er bestaat ook software specifiek bedoeld voor het beheren en bewerken van raw-foto's, zoals Adobe Lightroom en Corel AfterShot. Die software is vooral handig als je nagenoeg alleen met raw-bestanden werkt en dat zo efficiënt mogelijk wilt doen. Tot slot bestaat er ook nog gratis software zoals Raw Therapee. Omdat Photoshop Elements een populair en veelgebruikt pakket is, laten wij zien hoe je hier je raw-bestanden mee bewerkt. Gebruik je zelf een ander pakket, dan kun je waarschijnlijk (bijna) al deze bewerkingen ook uitvoeren, mogelijk net op een andere manier.

©PXimport

Tip 03 Met een fotobewerker maak je van een raw-bestand een foto.

Tip 04: Adobe Camera Raw

Zodra je een raw-bestand opent met Photoshop Elements, verschijnt deze niet meteen in de fotobewerker zoals je gewend bent. Eerst kom je in Adobe Camera Raw (ACR) terecht. Dit is een extra programma dat is meegeleverd met Photoshop. Het is een soort voorportaal waarin je alle essentiële bewerkingen uitvoert. Pas daarna zal de foto in Photoshop Elements zelf verschijnen. De bedoeling is dat je zo veel mogelijk in ACR aan de foto sleutelt, omdat dit de beste beeldkwaliteit oplevert.

Zodra ACR is gestart, zie je een voorbeeld van de foto. Die is meestal wat minder sprankelend dan je van jouw camera gewend bent. Geen paniek, het komt doordat je naar de pure beeldinformatie kijkt waar jouw camera nog niets mee heeft gedaan. Jij kunt de foto nu zelf optimaal gaan bewerken. Boven de foto zie je een rijtje gereedschappen en rechts van de foto zie je een histogram met eronder een drietal tabbladen. Op de eerste twee tabbladen vind je de belangrijkste bewerkingen terug. Het derde tabblad heb je niet snel nodig.

©PXimport

Tip 04 Zodra je een raw-bestand opent, start Adobe Camera Raw.

Tip 05: Belichting

Het eerste tabblad is zeer uitgebreid. Hier optimaliseer je voornamelijk kleur en belichting. Met de schuifregelaar Belichting is bijvoorbeeld de volledige foto lichter of donkerder te maken. Omdat we met de originele sensorgegevens uit een raw-bestand werken, is het resultaat aanzienlijk beter dan bij een jpg-bestand. Een te donkere foto met +2 of +3 lichter maken is doorgaans geen enkel probleem. Toch is vaak maar een klein deel van een foto over- of onderbelicht.

Met Hooglichten kun je dan de allerlichtste tinten herstellen, zoals een felle wolkenlucht. Met Schaduwen licht je de schaduwpartijen wat op, zodat ze niet meer zwart zijn en er weer details in te zien zijn. Gebruik Witte tinten om alleen de lichte delen van een foto lichter of donkerder te maken, terwijl de donkere delen nagenoeg intact blijven. Andersom gebruik je Zwarte tinten om juist alleen de donkere delen lichter of donkerder te maken, terwijl nu de lichtere gebieden vrijwel hetzelfde blijven. Het idee is dat je eerst Belichting gebruikt om de globale belichting van de foto in te stellen. Daarna pak je de resterende probleemgebieden aan met de andere vier schuifregelaars. Speel met de schuifregelaars om de juiste instelling voor de foto te krijgen, bij het verplaatsen van een schuifregelaar zie je het resultaat direct in de foto.

©PXimport

Tip 05 Met vijf schuifregelaars optimaliseer je selectief de belichting.

Soorten raw

Elke camerafabrikant heeft een eigen formaat voor raw-bestanden bedacht. Aan de extensie kun je in ieder geval herkennen met welk merk bepaalde foto's zijn gemaakt. Canon gebruikt bijvoorbeeld CR2 als achtervoegsel, Nikon noemt ze NEF en die van Sony heten ARW. Ook verschilt het formaat van raw-bestanden per cameramodel. Het is daarom essentieel dat de fotobewerker niet alleen de raw-bestanden van jouw cameramerk ondersteunt, maar vooral ook van jouw specifieke camera.

Bestaat dat model al wat langer, dan zit het wel goed. Koop je echter een model dat nog maar net op de markt is, dan kan het een aantal weken of maanden duren voordat de raw-bestanden ervan verwerkt kunnen worden door de fotobewerker. Controleer daarom regelmatig op updates. Tussentijds kun je dan in jpg werken of de door de fabrikant meegeleverde fotobewerker gebruiken.

Tip 06: Contrastrijk

Mocht je de foto nog wat te vlak vinden, dan kun je via Contrast de foto wat meer pit geven. Hiermee trek je de lichte en donkere delen wat verder uit elkaar, zodat er meer contrast ontstaat. Is er juist te veel contrast, dan is dit hiermee uiteraard ook te verminderen. De schuif Lokaal contrast is erg interessant. Beweeg je die naar rechts, dan worden allerlei kleine details extra benadrukt en lijkt de foto scherper en gedetailleerder. Dit heet ook wel microcontrast. Het werkt niet in elke foto even goed en pas ook op dat je het effect niet overdrijft, want dan oogt de foto te onnatuurlijk.

©PXimport

Tip 06 Met Lokaal contrast oogt een foto scherper en gedetailleerder.

Tip 07: Histogram

Tijdens het bewerken is het aan te raden het histogram in de gaten te houden. Hierin is precies te zien wat er met de foto gebeurt. Uiterst links staat voor zwart, helemaal rechts is wit en hiertussen bevinden zich alle lichtwaarden tussen zwart en wit. Je ziet dus aan de hoogte van de grafiek meteen hoeveel lichte en donkere delen er in de foto zijn. Gebruik je de schuifregelaars uit de voorgaande tips, let dan eens op hoe het berglandschap verschuift en van vorm verandert. Klik op de driehoekjes in de bovenhoeken van het histogram om een waarschuwing voor onder- en overbelichting aan te zetten. Die gebieden van de foto krijgen dan een kleurtje.

Rood voor overbelichting (te licht), blauw voor onderbelichting (te donker). Je kunt zodoende zelf bepalen of je het wilt oplossen met de schuifregelaars. Zo hoeft overbelichting van een wolkje helemaal geen probleem te zijn, zolang de persoon die je fotografeert maar wel goed belicht is.

©PXimport

Tip 07 Over- en onderbelichte delen krijgen een kleurtje.

Tip 08: Kleuren

Een camera legt de wereld in drie kleuren vast: rood, groen en blauw (RGB). Tijdens het maken van een jpg-foto worden die drie kleuren door de camera vermengd, zodat kleuren ontstaan zoals wij die zien. Essentieel hierbij is dat de witbalans goed staat ingesteld. Want afhankelijk van het soort verlichting, moet die vermenging anders plaatsvinden. Fotografeer je in raw, dan maakt de witbalans-instelling in de camera niet meer uit. Het mengen van kleuren gebeurt pas in de fotobewerker, dus je kunt nog alle kanten op, wederom zonder dat er kwaliteitsverlies optreedt. Vind je de kleuren niet mooi? In Adobe Camera Raw stel je bij Witbalans dan alsnog de gewenste lichtbron in. Zoals zon, bewolking, of gloeilampen.

Kloppen de kleuren daarna nog niet (helemaal)? Gebruik de schuif Temperatuur om te finetunen. Naar links koel je de foto af, bijvoorbeeld als een foto die je binnenshuis hebt gemaakt te geel is geworden door het lamplicht. Naar rechts warm je de foto juist op, handig voor een foto die in de schaduw is gemaakt op een zonnige dag, waardoor sneeuw of een wit kleed een blauwe tint heeft gekregen. Met Kleur breng je alleen indien nodig nog de laatste correcties aan.

©PXimport

Tip 08 Kies een witbalans of stel de kleurtemperatuur in.

Tip 09: Witbalans

Vind je de schuifregelaars Temperatuur en Tint wat lastig te bedienen en wordt het via de schuif Witbalans ook niet in één keer goed? Gebruik dan het (gelijknamige) gereedschap Witbalans, dat is het pictogram met het pipetje boven de foto. Zoek in de foto een egaal gekleurd gebied op waarvan je weet dat het in het echt wit, grijs of zwart moet zijn. Klik er met het gereedschap op en de schuifregelaars Temperatuur en Tint verspringen vanzelf.

Herhaal dit eventueel totdat je een natuurgetrouwe kleurweergave hebt. Daarna kun je indien nodig met Temperatuur en Tint nog wat kleine correcties aanbrengen. Laat de schuif Witbalans echter met rust, want die maakt het gereedschap Witbalans weer ongedaan. Wil je de kleuren sprankelender maken, dan kan dat via twee schuifregelaars. Breng je Levendigheid naar rechts, dan verzadig je alle kleuren behalve huidskleuren. Ideaal voor portretfoto's. Met Verzadiging pas je wel alle kleuren aan. Naar links schuiven kan natuurlijk ook, met minder verzadigde kleuren krijgt je foto een wat ouderwets effect.

©PXimport

Tip 09 Klik op een gebied dat wit, grijs of zwart hoort te zijn om de witbalans aan te passen.

Tip 10: Ruisreductie

Zodra je de aanpassingen op het eerste tabblad naar wens hebt gedaan, is het tijd voor het tweede tabblad. Hier kun je de foto verscherpen en indien nodig nog wat ruisreductie toepassen. Met Hoeveelheid bepaal je de mate van verscherping. De standaardwaarde van 25 voldoet meestal wel. De schuif Luminantie gebruik je alleen als er storende ruis in de foto zit doordat er met een hoge ISO-waarde is gefotografeerd. De ruis wordt gereduceerd, maar de foto wordt er ook iets onscherper door, dus gebruik het met mate. Bestaat de ruis uit gekleurde stippen en vlakjes, dan verhelp je dit met de schuifregelaar Kleur.

©PXimport

Tip 10 Verminder de ruis als er met een hoge ISO-waarde gefotografeerd is.

Tip 11: Opslaan

Boven de foto vind je diverse gereedschappen, bijvoorbeeld om een scheve foto recht te zetten, een uitsnede te maken en rode ogen in een flitsfoto te verhelpen. Dit zijn bewerkingen die je in principe ook in Photoshop Elements zelf kunt doen. Er is wel een cruciaal verschil. Alle bewerkingen die je hier in ACR doet, zijn niet-destructief. Wat dit betekent? Alle bewerkingen worden als een soort recept in een extra bestand opgeslagen met als achtervoegsel xmp.

Het originele raw-bestand blijft altijd intact, wat je ook doet. Dit betekent dat je alles wat je hier aanpast, later gewoon weer kunt veranderen of helemaal ongedaan maken. Vind je na enkele dagen of een jaar de belichting of de kleuren toch minder goed gelukt? Dan verander je ze gewoon weer, zonder kwaliteitsverlies. Klaar met bewerken in ACR? Klik rechtsonder op Afbeelding openen. De foto wordt nu gegenereerd en in Photoshop Elements geopend. Je kunt de foto nu meteen als jpg-bestand bewaren via Bestand / Opslaan als, of je bewerkt hem nog wat meer met de gereedschappen van Photoshop Elements. Het raw-bestand behoudt altijd de status van het moment dat je ACR hebt verlaten.

©PXimport

Tip 11 Sla de foto tot slot op als jpg-bestand.

Tip 12: Lightroom

Als je genoeg hebt aan de bewerkingen die in Adobe Camera Raw zitten, gebruik je Photoshop Elements eigenlijk alleen nog maar om de jpg-foto op te slaan. Dat is wat omslachtig. In dat geval kun je overwegen om over te stappen op Adobe Lightroom. Dat pakket is specifiek bedoeld voor raw-bestanden. Je krijgt dan nog veel meer gereedschappen tot je beschikking en kunt razendsnel grote aantallen jpg-foto's genereren. Je hoeft dan niet meer steeds in en uit de fotobewerker te springen. Heb je soms toch speciale fotobewerkingen nodig die niet in Lightroom zitten, dan kun je zo'n foto altijd nog rechtstreeks vanuit Lightroom naar je favoriete fotobewerker sturen.

©PXimport

Tip 12 Een pakket als Lightroom is handiger als je erg veel met raw-bestanden werkt.

▼ Volgende artikel
Guy Ritchie komt net Amazon Prime-serie Young Sherlock
Huis

Guy Ritchie komt net Amazon Prime-serie Young Sherlock

Guy Ritchie werkt aan een nieuwe serie voor Amazon Prime Video: Young Sherlock. Daar is nu de eerste trailer van uitgebracht.

De serie speelt zich af rond 1870 in Oxford en is gebaseerd op het boek Young Sherlock Holmes van Andy Lane. Zoals de naam al weggeeft draait het om een nog jonge Sherlock Holmes - de speurneus is in deze serie nog maar 19 jaar oud.

De regie is zoals gezegd in handen van Guy Ritchie, de Britse filmmaker die eerder al de Sherlock Holmes-films met Robert Downey Jr. in de titulaire rol maakte. Verder is hij vooral bekend van gangsterfilms als Lock, Stock & Two Smoking Barrels en Snatch.

De rol van Sherlock wordt gespeeld door Hero Fiennes Tiffin, die eerder al in After speelde. Ook Natasha McElhone (Californication, The Truman Show) en Joseph Fiennes - de broer van Ralph Fiennes - hebben rollen.

Young Sherlock staat vanaf 4 maart op Amazon Prime Video. Bekijk hieronder de eerste trailer.

Watch on YouTube
Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

▼ Volgende artikel
Zo maak je een écht privacybestendige computer
© ER | ID.nl
Huis

Zo maak je een écht privacybestendige computer

Wil je échte privacy? Zorg dan voor een computer die privacy op één zet. Bijvoorbeeld met aangepaste instellingen, een alternatief besturingssysteem en de juiste onlinediensten. Slimme tips en adviezen voor iedereen die een privacyvriendelijke computer serieus neemt.

Een van de stappen die je kunt nemen voor een privacybestendige computer is het installeren van een besturingssysteem dat privacy hoog in het vaandel heeft staan. Dat kan in eerste instantie prima naast je bestaande besturingssysteem. Ken je Tails al? De makers zelf beschrijven Tails als een portable besturingssysteem dat je beschermt tegen nieuwsgierige blikken van buitenaf en eventuele censuur. Je start de computer met Tails op in plaats van een regulier besturingssysteem, zoals Windows of macOS. Vervolgens kun je Tails gebruiken voor het uitvoeren van taken op de computer.

Ben je klaar, dan sluit je de computer af. De gebruikerssessie wordt afgesloten, vergeten en de gemaakte stappen zijn niet meer herleidbaar. Dankzij deze opzet kun je Tails ook tijdelijk gebruiken op een computer die je niet volledig vertrouwt of niet van jezelf is: de gegevens worden immers na elke gebruikerssessie verwijderd. Prettig is dat je Tails kunt gebruiken ‘naast’ je bestaande besturingssysteem zoals Windows. Je hebt dus geen aparte computer nodig wanneer je extra waarde hecht aan privacy.

Tails is een draagbaar besturingssysteem, waarbij elke sessie na afloop wordt afgesloten.

Systeemvereisten

Tails stelt niet te hoge eisen aan de computer. Zelf geven de makers aan dat computers jonger dan 10 jaar prima overweg kunnen met Tails. Dat is uiteraard niet zo specifiek. Zorg in elk geval voor minstens 4 GB RAM en een 64-bit-processor. Het besturingssysteem draait niet op het ARM-platform. Verder heb je een usb-stick van minstens 8 GB nodig: vanaf deze stick draai je het besturingssysteem. Op www.kwikr.nl/tails vind je een lijst met bekende compatibiliteitsproblemen.

Aan de slag

Prettig aan Tails is dat je het relatief eenvoudig kunt proberen op een computer waarop je al een besturingssysteem hebt geïnstalleerd: het gaat immers om een portable besturingssysteem dat je niet blijvend installeert. Het installatiebestand is een kleine 2 GB groot en de installatie neemt ongeveer een halfuur in beslag. Je vindt de nieuwste versie via deze link. Selecteer jouw besturingssysteem – bijvoorbeeld Windows – en klik op de downloadknop. Sla het bestand op een eenvoudige locatie op, bijvoorbeeld het bureaublad of in de map Downloads.

Het bestand plaats je vervolgens op de usb-stick (zie ook het kader Systeemvereisten hierboven). Je maakt daarvoor gebruik van het gratis programma Rufus. Dit kun je downloaden via https://rufus.ie/nl/, waarbij je kiest voor de Portable-variant. Open Rufus en koppel de lege usb-stick aan de computer. In Rufus selecteer je de usb-stick in het menu Device. Klik op Select en wijs het zojuist gedownloade bestand van Tails aan. Klik op Start: de opstartbare usb-stick wordt gemaakt.

Via Rufus maak je voor Tails een opstartbare usb-stick.

Opstarten maar

Open het menu Start en kies Uitschakelen, Opnieuw opstarten. Een opstartmenu van Windows verschijnt: kies Een apparaat gebruiken, Opstartmenu. Zodra de computer opnieuw is gestart, kies je voor de usb-stick als opstartapparaat. Het menu dat je ziet, verschilt per computermerk. Tails start vervolgens automatisch op. Een wizard verschijnt, waarin je snelle instellingen van Tails configureert, zoals taal, toetsenbordinstelling en datumnotatie.

Zorg ervoor dat Tails wordt opgestart vanaf de usb-stick.

Aangepast opstarten

Geeft de computer problemen tijdens het gebruik van Tails (bijvoorbeeld tijdelijke vastlopers), dan kun je in het opstartmenu van Tails kiezen voor Troubleshooting Mode. Hierbij worden sommige functies van het besturingssysteem uitgeschakeld en werkt Tails mogelijk alsnog zonder problemen.

Persistent storage

Na elke Tails-sessie worden alle gegevens verwijderd: een van de aspecten die Tails relatief privacyvriendelijk maken. Uiteraard is dit minder handig voor documenten en bestanden die je gewoon wilt bewaren en telkens wilt gebruiken. In Tails stel je hiervoor Persistent storage in. Dit is een gedeelte op de usb-stick dat wordt gereserveerd voor de opslag van je persoonlijke bestanden. Je kunt Persistent storage direct inschakelen in het opstartmenu van Tails. Zet de schuif op Aan bij Create Persistent Storage. Volg de stappen van de wizard. De eerstvolgende keer dat je Tails opstart, wordt Persistent storage herkend en kun je de ruimte direct ontgrendelen na het opgeven van het wachtwoord. Klik tot slot op Start Tails om het besturingssysteem te laden.

Gegevens in Persistent storage blijven ook na een sessie bewaard.

Verkennen

Tails wordt geleverd met allerhande apps die kunnen helpen bij het verhogen van je privacyniveau. Linksboven vind je de opties in de navigatiebalk. Klik op Apps voor een overzicht. Hier vind je bijvoorbeeld diverse verwijzingen naar Tor, maar ook naar e-mailclient Thunderbird en wachtwoordmanager KeePassXC. Neem meteen een kijkje in de map Favorites. Deze bevat een selectie van programma’s die vaak door Tails-gebruikers worden ingezet. Bijvoorbeeld de Tor-browser (waarover je verder meer leest), de Persistent storage en de eerdergenoemde e-mailclient en wachtwoordmanager. Ook vind je hier de bestandenverkenner, waarmee Persistent storage gebruikt wordt (verderop lees je hierover meer).

Tails leunt hevig op het gebruik van het Tor-netwerk voor online activiteiten. Het Tor-netwerk staat bekend om de bescherming van persoonsgegevens, doordat de communicatie op verschillende lagen wordt geanonimiseerd. In Tails verschijnt de wizard Tor Connection zodra je online wilt. Je kunt ervoor kiezen om automatisch met Tor verbinding te maken (kies Connect to Tor automatically). In het notificatiegedeelte van Tails zie je op elk moment of je bent verbonden met Tor. Zie je het pictogram van een ui, dan is de verbinding met Tor actief. Zie je hetzelfde pictogram in combinatie met een kruis, dan is de Tor-verbinding niet actief.

De verschillende apps van Tails.

Systeemmenu

Tails is relatief gebruiksvriendelijk en de gebruikersomgeving spreekt na enige tijd voor zich. Rechtsboven in het venster vind je in de navigatiebalk de toegang tot het systeemmenu (herkenbaar aan het netwerk-, volume- en batterijpictogram). Klik erop om via het menu zaken zoals netwerk en andere verbindingen, zoals bluetooth, in te stellen. Via hetzelfde menu kun je de computer uitschakelen of opnieuw opstarten. Wil je andere systeeminstellingen aanpassen? Open het menu Apps (linksboven) en kies System Tools, Settings voor een overzicht van alle instellingen.

Als je Persistent storage hebt geactiveerd, kun je je persoonlijke bestanden veilig opslaan. Kies Apps, Accessories, Files. Open de map Persistent en plaats hier je persoonlijke bestanden.

De belangrijkste instellingen vind je via het systeemmenu.

Qubes OS als alternatief

Heb je de smaak te pakken, dan is ook het besturingssysteem Qubes OS het bekijken waard. Qubes OS is een gratis en opensource besturingssysteem. Het gebruikt van elkaar gescheiden silo’s waarin je verschillende activiteiten kunt verrichten. Je kunt hiermee de computer in verschillende compartimenten onderverdelen (vergelijk het met een fysiek gebouw met verschillende kamers). De ene silo gebruik je bijvoorbeeld voor het browsen op internet (relatief onveilig), terwijl je een andere ruimte gebruikt voor werkzaken (over het algemeen iets veiliger) of voor lokaal werk. Je kunt bovendien wegwerp-silo’s maken, die je na verloop van tijd verwijdert en alleen voor tijdelijke taken gebruikt. Voor het gebruik van Qubes OS is enige ervaring met Linux wel welkom. Ben je een relatief onervaren gebruiker, maar wil je toch met Qubes aan de slag, dan is de uitgebreide documentatie op de website van de makers een prima startpunt.

E-mail

Natuurlijk kun je kiezen voor een gratis e-maildienst, zoals Outlook.com of Gmail, maar ook zo’n account heeft uiteindelijk z’n prijs. Je betaalt immers met (al dan niet geanonimiseerde) data, waardoor de makers dergelijke diensten ‘gratis’ kunnen maken. In plaats hiervan kun je ook kiezen om te betalen voor de e-maildienst. Goed voorbeeld hiervan is Soverin (https://soverin.nl). Deze partij biedt een e-mailbox aan waarbij privacy op één staat. De dienst kent bijvoorbeeld geen advertenties en tracking. Je kunt je bestaande domein koppelen aan de dienst, zodat je zelf de volledige controle houdt. Soverin gebruikt meerdere technieken die je digitale correspondentie veiliger moeten maken, waaronder DMARC, SPF, DANE en DKIM. Bovendien staan de servers in Europa, zodat je te maken hebt met Europese wetgeving. Je betaalt 3,25 euro per maand voor de dienst.

Ook voor e-mail kun je kiezen voor een privacyvriendelijke dienst.

Windows, maar dan anders

Geen zin om een ander besturingssysteem dan Windows te gebruiken? Gelukkig kun je Windows ook een handje op weg helpen en privacyvriendelijker maken. De makers van de website Privacy is sexy hebben een flinke hoeveelheid scripts geschreven waarmee je in één keer privacy-instellingen aanpast. Bezoek de website en klik op een categorie, bijvoorbeeld Privacy Cleanup. Een overzicht van beschikbare optimalisaties binnen die categorie verschijnt. Plaats vinkjes bij de opties die je wilt toepassen.

Herhaal deze stappen voor elke categorie. Zo zijn er categorieën waarmee je Windows verbiedt om gegevens van je te verzamelen (Disable OS Data Collection), waarmee je de gebruikersomgeving meer respect voor je privacy laat geven (UI for privacy) en waarmee je veelgebruikte apps aan banden legt (Configure Programs). Die laatste categorie stelt je in staat om ‘telemetrie’-data – informatie over je gebruik – voor die programma’s te blokkeren.

In één keer afdwingen

In plaats van elke optie individueel te markeren, kun je je het leven eenvoudiger maken door een profiel met vooraf ingestelde opties te kiezen. Linksboven in het venster van de website kies je voor Standard, Strict of All. Weet je nog niet zeker welke mate van privacy je wilt afdwingen, dan plaats je de muis op een van de opties. Een pop-up verschijnt met meer informatie over de aanpassingen die de scripts doorvoeren. Klik op een categorie om te controleren welke opties zijn geactiveerd.

Ben je tevreden? Klik op de knop Download. Die optie is interessant voor gebruikers die weten hoe je met een script omgaat. Houd er rekening mee dat Windows waarschuwingen geeft: het gaat immers om een script dat van alles kan bevatten. In plaats van een script kun je de instellingen ook via een app binnen Windows toepassen. Klik op Download en kies voor Download desktop version om de bijbehorende app te gebruiken.

Via deze website stel je je eigen beveiligingsscripts samen.

Privacy in Edge verbeteren

Maak je gebruik van het in Windows ingebouwde Edge? Je kunt de privacy-instellingen van deze browser ook verbeteren. In de adresbalk van Edge typ je edge://settings/privacy en druk je op Enter. Eerst stellen we de tracking-preventie van Edge goed in. Dit mechanisme wordt door website-trackers gebruikt om informatie over de browser te verzamelen. Kies Privacy, zoeken en services. Klik op Traceringspreventie. In Edge kies je tussen drie modi: Basis, Gebalanceerd en Strikt. Wil je voor de meest privacyvriendelijke variant gaan, dan kies je Strikt. Onder elke modus lees je wat de gevolgen zijn.

Open hierna de sectie Privacy. Zet de schuif op Aan bij Niet volgen-verzoeken verzenden. Hiermee geef je bij websites aan dat je tracering niet op prijs stelt. Houd er rekening mee dat die methode niet waterdicht is en er mogelijk alsnog tracering plaatsvindt. Verder willen we niet dat er diagnostische gegevens worden verstuurd. In de sectie Privacy hebben de laatste drie opties hierop betrekking. Lees de beschrijving door en zet de schuif op Uit als je hierop geen prijs stelt.

In Edge kies je tussen verschillende privacyprofielen.

Browsegegevens delen

Standaard deelt Edge gegevens over je browsegedrag met andere onderdelen binnen Windows. Bijvoorbeeld om via de algemene zoekbalk ook de resultaten te zien van eerder bezochte websites. Heb je geen behoefte aan zulke inmenging? Schakel de deelfunctie uit. Klik in het instellingenvenster van Edge op Profielen en kies Browsegegevens delen met andere Windows-functies. Een nieuw scherm opent. Zet hier de schuif op Uit.

Browser testen

Ben je benieuwd hoe je browser presteert op het gebied van privacy? Via de test op https://coveryourtracks.eff.org kun je de browser aan een test onderwerpen. Klik op de knop Test your browser. Na afloop lees je in een rapport in hoeverre de gebruikte browser informatie van je prijsgeeft. Zo zie je of er advertentietrackers worden geblokkeerd en of de browser beschermt tegen fingerprinting. Daarbij worden losse kenmerken van de computer verzameld die als geheel een uniek profiel vormen en je daarmee herkenbaar maken (bijvoorbeeld een combinatie van schermresolutie en geïnstalleerde systeemlettertypen). Op de website vind je instructies om de browserprivacy verder te verbeteren.