ID.nl logo
Zekerheid & gemak

Showcenter 250HD

De Showcenter media streamer bestaat al sinds 2004, wat Pinnacle tot één van de pioniers van deze productgroep maakt. De productnaam van deze laatste incarnatie zorgt voor wat verwarring: 250HD betekent niet dat u een 250 GB-harde schijf zult aantreffen. Maar de HD staat inderdaad voor high-definition...

Gezien de populariteit van hdtv's is het niet zo vreemd dat de Showcenter nu de mogelijkheid heeft gekregen om high definition-materiaal af te spelen. Wat wél vreemd is, is dat Pinnacle de Showcenter 250HD niet voorzien heeft van een hdmi-uitgang, waardoor u moet terugvallen op een twee kabels (een dikke componentkabel en een optische geluidskabel) om de beste kwaliteit uit de Showcenter te krijgen. Nog minder blij worden we van het feit dat we deze kabels niet in de doos aantreffen: Pinnacle scheept ons af met een ouderwetse scartkabel (die niet in staat is hd-signalen door te sturen) en een goedkope tulpkabel voor audio. Als u gebruik wilt maken van 720p en 1080i zult u dus extra kosten moeten incalculeren voor fatsoenlijke kabels. Overigens is 1080p sowieso niet mogelijk: deze resolutie is te hoog voor de componentuitgang. Interesseert high definition videomateriaal u niet zo, dan zijn er voldoende aansluitingen op de Showcenter 250HD te vinden. Naast de scartaansluiting zien we composiet, svideo, analoge audio en twee digitale audiouitgangen.

In tegenstelling tot zijn voorganger wordt de 250HD niet geleverd met streaming software. Dat is niet erg, want de Showcenter 250HD voldoet geheel aan de DLNA-standaard zodat het apparaat zijn media betrekt van DLNA-compatibele mediaspelers, zoals Windows Media Player 11. De Showcenter 250HD kan ook bestanden afspelen van een UPnP AV-compatibele nas-schijf én vanaf de ingebouwde usb-poort.

Zoals bij de meeste media streamers kan de Showcenter 250HD zowel bedraad als draadloos aangesloten worden op het netwerk. Pinnacle maakt nog gebruik van de 802.11g-standaard, niet het snellere pre-N. Omdat dit niet snel genoeg is voor het versturen van hd-materiaal kunt u beter gebruik maken van de ethernetpoort. Heeft u geen netwerkaansluiting bij uw tv, dan raden we het gebruik van een powerline-oplossing aan.

Eén van onze meestgehoorde klachten over media streamers betreft de interface. Helaas heeft Pinnacle hier in de loop der jaren maar weinig aan veranderd: ook in de Showcenter 250HD krijgen we amateuristisch aandoende pagina's voorgeschoteld, hoewel het doorzoeken van mediabestanden wel een stuk sneller is geworden. Wat missen we zoal? Pinnacle ondersteunt geen cd-hoesjes bij mp3-bestanden en lange bestandsnamen worden zonder pardon afgekapt.

Op het apparaat zelf bevinden zich geen navigatieknoppen, waardoor we toegewezen zijn aan de fors uitgevallen afstandsbediening. Het nadeel van de afstandsbediening is dat het niet altijd duidelijk is welke knop waarvoor bedoeld is. Aangezien het apparaat traag reageert op commando's, gebeurt het regelmatig dat we ons in verkeerde menu's bevinden of het apparaat van slag brengen.

De ondersteuning voor videocodecs is goed: het populaire divx en xvid worden ondersteund, evenals de hd-variant van divx. Toch lopen we zo nu en dan tegen videobestanden aan die we eerst moeten converteren. Downloadt u hd-bestanden uit nieuwsgroepen, dan heeft u pech: vc1 en x264 in Matroska-containers herkent Pinnacle niet. De beeldkwaliteit van hd-bestanden via component is overigens voortreffelijk en doet niet onder voor die van media streamers met hdmi.

De vorige Showcenter van Pinnacle gaat alweer een tijdje mee en hoewel de nieuwe 250HD zeker zijn sterke punten heeft, hadden we toch op meer gehoopt van deze nieuwe generatie. Het gemis van een hdmi-poort is onvergeeflijk en de interface is nog lang niet zo goed uitgewerkt en intuitief als we willen.

PluspuntenMinpuntenConclusie

  • Ondersteuning voor hd-formaten

  • Veel videocodecs worden ondersteund

  • Geen hdmi

  • Interface verouderd en traag

De Pinnacle Showcenter 250HD heeft een aantal sterke punten, maar laat ook een aantal steken vallen. Vooral het gebrek aan hdmi is een flink minpunt. Hopelijk ziet ook Pinnacle dit in, en komt er een nieuwe versie met hdmi, een betere interface en wat meer mogelijkheden.

Oké
▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos