Dat de encryptietechniek niet gekraakt kan worden hangt samen met de Heisenberg Uncertainty Principle, die beweert dat quantuminformatie niet uitgelezen kan worden zonder de inhoud te veranderen. Met andere woorden: als iemand de gegevens afluistert, verandert hij daarmee meteen de gegevens zelf en laat zo sporen achter.
Het encryptiesysteem stuurt miljoen keren per seconde kleine lichtbundels van enkele photonen over de glasvezelkabel. Uit deze lichtbundels valt een numerieke sleutel af te leiden. Breekt iemand op deze communicatie in, dan wordt de gegevensoverdracht automatisch afgesloten. Vervolgens wordt de gegevensoverdracht meteen over een andere route hervat.
Wanneer de techniek in de praktijk gebruikt zal worden is nog onduidelijk.






