ID.nl logo
Moto 360 - Toch niet het ideale Android Wear horloge
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Moto 360 - Toch niet het ideale Android Wear horloge

Toen de eerste Android Wear horloges dit jaar verschenen, werd al snel duidelijk dat je toch beter nog even kon wachten voordat je er een ging kopen. Waarom? Nou, 2014 had nog een andere smartwatch voor ons in petto die er aanzienlijk beter uitzag: de Moto 360.

De Moto 360, verkrijgbaar voor zo'n 250 euro, had veruit het beste Android Wear-horloge van het jaar kunnen worden, maar het apparaat wordt onderuit gehaald door zijn enorm slechte batterijduur, zwakke prestaties en uiterst vervelende haperingen. Als je een echt goed Android Wear-horloge wilt, zul je dus nog even moeten wachten.

Android Wear-horloges

Net als andere Android Wear-horloges haalt de Moto 360 notificaties binnen van een Android-telefoon en vraagt om verdere acties. Je kunt reageren op SMS'jes via spraak, het afspelen van muziek op je telefoon regelen, simpele routebeschrijvingen krijgen, en meer. Het platform ondersteunt ook enkele elementaire zoekopdrachten via spraak, zoals het vragen naar de weersverwachting en informatie van Google Now. Het systeem heeft wat gebreken, maar het is een handige manier om je digitale leven in de gaten te houden zonder dat je constant in je zak moet vissen.

©PXimport

Op het eerste gezicht zou de Moto 360 de best uitziende smartwatch op de markt kunnen zijn. Tussen het ronde ontwerp, de metalen behuizing, de leren polsband, en kroonachtige knop aan de zijkant, lijkt de Moto 360 best op een echt horloge. En met de juiste polsgrootte en zakelijke kleding zou je ermee weg kunnen komen.

Maar om mijn dunne pols valt de Moto 360 gewoon teveel op. De behuizing is ongeveer 1,3 millimeter dikker dan die van Samsung's Gear Live - de dunste van alle Android Wear horloges die momenteel verkrijgbaar zijn - en de manier waarop de dunne polsband langs de onderkant van het horloge loopt benadrukt de omvangrijke behuizing alleen maar. Natuurlijk kunnen smaken verschillen, maar het ontbreken van een kleinere, dunnere versie zorgt ervoor dat de Moto 360 voor veel potentiële gebruikers geen succes is.

Prettig polsbandje

Maar hij is wel comfortabel. Motorola pocht met het feit dat de leren polsband een vleugje klasse toevoegt, maar het echte voordeel is hoe prettig de band aanvoelt om je pols. Je hebt niet dat plakkerige, zweterige gevoel dat je krijgt met Samsung's plastic bandjes of de rubberen band van LG. (Motorola verkoopt ook een metalen polsband voor 80 dollar, maar deze heb ik niet uitgeprobeerd.)

©PXimport

Zelfs als je tevreden bent met het uiterlijk en de bouwkwaliteit van de Moto 360, is de batterijduur zo slecht dat het een dealbreaker kan zijn. Hij gaat alleen een dag van 16 uur mee als je de 'ambient' scherminstelling uitzet, waardoor het scherm compleet wordt uitgeschakeld totdat je bewust je pols helemaal naar je ogen toedraait. Helaas heeft de Moto 360 moeite met het detecteren van deze beweging, dus je moet vaak op het scherm drukken of op het kroontje drukken om het scherm weer aan te zetten. Dat maakt het horloge eigenlijk nutteloos, omdat je niet langer in een oogopslag op het scherm kunt zien wat je gemist hebt.

Het inschakelen van de ambient scherminstelling - die het scherm dimt maar niet helemaal uitschakelt - zorgt voor nog grotere problemen. De ambient modus van de Moto 360 is veel lastiger te lezen dan die op de Samsung Gear Live en de LG G Watch, vooral vanuit een andere kijkhoek, en het vreet energie. In mijn tests had het horloge na 12 uur nooit meer dan 15 procent batterijduur over met de ambient modus ingeschakeld. En na lange periodes van inactiviteit werd het scherm soms toch uitgeschakeld.

Het kan zijn dat de slechte batterijduur te wijten is aan de vier jaar oude Texas Instruments processor van de Moto 360, maar deze oeroude chip lijkt ook voor algemene prestatieproblemen te zorgen. Android Wear draait redelijk soepel op de Qualcomm Snapdragon processoren van andere horloges, maar de Moto 360 hapert vaak en er gaan regelmatig frames verloren.

Verbinding verbroken

Ik kwam ook een ander technisch probleem tegen waar je gek van wordt: Op verschillende momenten raakte de Moto 360 de verbinding met mijn smartphone (Moto X) zo'n beetje kwijt. Ik kreeg nog steeds notificaties binnen, maar mijn pogingen om erop te reageren met mijn horloge - bijvoorbeeld door een e-mail te verwijderen of een spraakcommando te geven - leverden een foutmelding op. Alleen door de Bluetooth op mijn telefoon uit te schakelen en opnieuw in te schakelen werd het probleem opgelost.

Dit is allemaal zo frustrerend omdat de Moto 360 zoveel dingen juist zo goed doet. Als het horloge nou eens het einde van de dag kon halen! Want de bijgeleverde draadloze stroom dock is heel handig en elegant om 's nachts je smartwatch mee op te laden. Je hoeft alleen maar het horloge op de standaard te plaatsen en het scherm verandert meteen in een zwak verlichte klok voor op je nachtkastje. 's Ochtends hoef je alleen maar het horloge bij de band op te pakken en terug om je pols te doen.

©PXimport

Eenvoudig af te lezen

Andere Android Wear horloges zijn zeer lastig af te lezen in direct zonlicht, maar het backlit LCD-scherm van de Moto 360 wordt helder genoeg om goed te kunnen zien, en het apparaat maakt gebruik van een omgevingslichtsensor om het scherm wat te dimmen in een donkerdere omgeving. Helaas zijn de sensor en display circuits de redenen voor de zwarte strip onderaan de Moto 360, waardoor het scherm een imperfecte cirkel is.

De Moto 360 heeft ook een optische hartslagmeter die veel betrouwbaarder en nuttiger is dan die op Samsung's Gear Live. De resultaten van de Gear Live verschillen enorm tenzij je helemaal stilstaat, terwijl die van de Moto 360 altijd consistent zijn. Nog belangrijker, de Moto 360 houdt je hartslag constant bij en stuurt de data door naar een activiteitsmonitor die die tenminste 30 minuten activiteit per dag stimuleert. Het is een veel praktischer gebruik van de technologie dan Samsung's hoogdravende hartslagmeter.

Conclusie

Dus wat moet je nou doen als Android-fan? Als je wilt zien waar Android's smartwatch platform momenteel helemaal om draait, raad ik toch de Samsung Gear Live aan. Het is een minder stijlvol apparaat dan de Moto 360, maar je kunt het gewoon een hele dag lang gebruiken en je krijgt ook niet met technische haperingen te maken. Bovendien is hij een stuk goedkoper. Wat Motorola betreft hoop ik dat het bedrijf het doorzettingsvermogen heeft om het opnieuw te proberen. Behalve misschien de LG G Watch R is er niets in het vooruitzicht van Android Wear dat er zo veelbelovend uitziet als de Moto 360 een aantal maanden geleden.

Ondermaats
Conclusie

Motorola Moto 360 ----------------- **Prijs:** € 249,- **Besturingssysteem:** Android Wear **Schermformaat:** 1,56 inch (LCD) **Resolutie:** 320 x 290 pixels **Kleuren:** Zwart of zilver **Microfoon:** Ja **Batterij:** 320 mAh **Processor:** TI OMAP 3 (1 GHz) **Geheugen:** 512 MB **Opslag:** 4 GB **Connectiviteit:** Bluetooth 4.0

Plus- en minpunten
  • Mooi ontwerp
  • Draadloos dock
  • Goed Leesbaar
  • Te groot
  • Batterijduur
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.