ID.nl logo
Zekerheid & gemak

Kees Jan gaat aan de slag met de Sirius A van Ockel

Update: Kees Jan was uitgenodigd voor een Ockel Experience Day in het stadion van ADO Den Haag. Productmanager Jesper Baumgarten gaf hier een presentatie over de Ockel Sirius A waarna Kees Jan aan de slag ging met de mini-pc. Komende drie weken gaat hij flink testen met de Sirius A.

Kees Jan is drie weken aan de slag gegaan met de Sirius A. De reviews zijn iedere week geüpdatet. Week 2 en week 3 lees je op de volgende pagina. Of je kunt hierboven in de inhoudsopgave klikken om direct naar testweek 2 of 3 te gaan.

©PXimport

De komende drie weken stel ik mezelf een paar vragen:

– Wat zijn voor mij de toepassingsmogelijkheden van de Ockel?

– Welke voordelen levert de Ockel in vergelijking met de apparatuur die ik nu gebruik?

– Lukt het om Ubuntu op de Ockel te plaatsen?

©PXimport

Het uiterlijk

Het Ockeltje is een schitterend uitgevoerd apparaat. Aan de vormgeving is veel aandacht besteed. Dat begint bij de verpakking. Een zwarte rechthoekige doos met een intrigerend motief. Dat blijkt geënt te zijn op een bijzondere ster, de Sirius, de helderste van de zuidelijke hemel, in het sterrenbeeld Canis Major.  

©PXimport

Een mythische verschijning voor de oude Egyptenaren, omdat de ster zijn hoogste punt aan de horizon haalde juist voor de jaarlijkse overstroming van de Nijl. En dus roept de naamgeving van deze Ockel wel wat verwachtingen op. En de vormgeving van de doos zelf ook!

©PXimport

©PXimport

Mijn eerste indruk

Compact, mooi scherp scherm, heldere kleuren, goed geluid en start redelijk snel op. En stil! Er is een passieve koeling, dus geen gezoem van ventilatoren, geen geratel van een harde schijf. Wel zorgt die koeling voor een behoorlijk warme kast.

Vergelijking met mijn huidige devices

De devices waarmee ik de Sirius A vergelijk zijn de Samsung tablet en de iPad mini. De technische verschillen zijn groot, maar daar ga ik verder nu niet op in. De beide tablets zijn zeer gebruiksvriendelijk, hebben een grotere accu en zijn daardoor langer te gebruiken, al gauw een uur of 8. Het scherm is groter, het ingebouwde toetsenbord daardoor ook en de leesbaarheid is goed.

De Ockel heeft andere specificaties. De batterij heeft een lagere capaciteit en laat de Ockel daardoor ongeveer 3,5 uur werken. Het scherm geeft een pc beeld weer en daardoor zijn de tekens zeer klein, hierdoor wat lastig leesbaar. Een aanraken is lastiger, een schermpen is aan te raden. Maar het invoeren in Libre office lukt wel, de letters zijn redelijk leesbaar, maar de functieknoppen zeer klein. Het schermtoetsenbord op de Ockel is redelijk te hanteren.

Voor onderweg zou je bijvoorbeeld een klein bluetooth toetsenbordje meenemen. Dat werkt iets makkelijker. Over onderweg gesproken. Ik geef toch de voorkeur aan een tablet of een kleine laptop. Zeker voor de prijs van de Ockel is er een ruime keus.

Maar zodra je een goede monitor aansluit, een toetsenbord, usb hub voor een toetsenbord en een extra usb stick (in de andere usb-poort sluit je je muis aan) en je hebt je kantoor op je knieën. Nu wordt het toch wel een heel ander verhaal! De Ockel ontpopt zich tot een kleine krachtpatser. De

De basisconfiguratie is snel genoeg, uitbreiding van het geheugen via een extra kaartje. En dan heb je opeens een echte pc die doet wat je van een pc mag verwachten. Zo beschouwd heb je overal je eigen pc, je eigen documenten en je eigen programma’s. En het werk aan deze tekst is met een gewoon toetsenbord prima te doen.

Over Kees Jan Boerman Kees Jan (1954) was werkzaam als leraar aardrijkskunde, ICT en economie. Hij is nu gepensioneerd, maar in het dagelijks leven houdt hij zich bezig met muziek, fotografie en knutselwerk. Drie meest gebruikte programma’s op zijn computer/pc:

  • LiberOffice
  • Audacity, Musescore
  • Fotobewerking Meest gebruikte programma’s op zijn smartphone
  • Gmail
  • Offlinemaps
  • Youtube
  • Vertaalprogramma’s (Chinees, Koreaans)
  • Chrome
  • Whatsapp Hij gaat de Ockel Sirius A gebruiken om te internetten, voor kantoortoepassingen, CAD, audio en fotobewerking. Zijn huidige laptop/pc gebruikt hij dagelijks voor het afspelen van muziek, video’s en werk gerelateerde zaken o.a. e-mail.

Benieuwd naar de andere reviews? Of wil je op de hoogte gehouden worden van Ockel? Bezoek de Ockel-pagina op Computer!Totaal.nl

Lukt het om Ubuntu op de Ockel te plaatsen?

Allereest probeer ik of Ubuntu zou kunnen werken zonder iets aan de configuratie van de Sirius A te veranderen. Hiervoor heb ik een ISO bestand nodig dat ik eerst download op de site van Ubuntu. Er is net een nieuwe versie beschikbaar. Daarnaast heb ik een programma nodig dat mij in staat stelt Ubuntu uit te proberen zonder het te hoeven installeren. Hiervoor gebruik ik het programma Virtual Box. Ik installeer VB en volg daarna de aanwijzingen om Ubuntu te installeren. Dit gebeurt op een speciaal daarvoor ingericht gedeelte van de harde schijf. Dat werkt. Ik kan nu de Sirius A opstarten, Virtual Box starten en daarbinnen Ubuntu. En ik heb vervolgens de keuze om Ubuntu uit te proberen of te installeren binnen de door Virtual Box ingerichte ruimte op de harde schijf.

En na een half uurtje geduld en het invoeren van een gebruikers naam en wachtwoord, en andere details voor het functioneren van Ubuntu kan ik aan de slag. Het is dus gelukt om Ubuntu te laten draaien!

©PXimport

Ubuntu werkt! Ik kan het programma en alle aspecten te voorschijn halen op mijn monitor en met de muis de onderdelen uitproberen, zoals tekstverwerken en internetten. Voorlopig ga ik er van uit dat andere functies ook wel werken.

©PXimport

De volgende stap wordt voor mij echt interessant. Kan ik Ubuntu installeren en zonder Windows gebruiken? Daarvoor bestaan 2 mogelijkheden: Ubuntu naast Windows installeren of Ubuntu installeren in plaats van Windows. Dat laatste betekent dat Ubuntu de harde schijf wist. Ik ben dan de mogelijkheden van Windows kwijt.

Ik kies voor de eerste mogelijkheid. Dat wordt dus een installatie met dual boot, waarbij ik bij het opstarten van de Ockel kan kiezen tussen Ubuntu en Windows. Als dat lukt heb ik nog alle mogelijkheden om Windows te gebruiken. Later ga ik nog in om mijn voorkeur voor Ubuntu.

Om Ubuntu te installeren moet ik bij het inschakelen van de Ockel Windows niet de kans geven om op te starten. Dat lukt door de F7 toets ingedrukt te houden. Dan verschijnt een menu met de keuze om Ockel te laten starten vanaf een usb stick. Ook dat lukt. Maar ik heb ook een usb stick nodig die opstartbaar is. Daarvoor gebruik ik in Windows het programma Unedbootin. Ik heb hiermee de mogelijkheid om het ISO-bestand voor Ubuntu op de usb stick te plaatsen en de stick opstartbaar te maken. Dat gaat goed.

En vervolgens het voor mij meest spannende van deze test, zou het lukken om van deze usb stick op te starten en Ubuntu te laten werken?

En gelukkig, het opstarten werkt. Ockel aanzetten, gauw F7 indrukken, geduld hebben, usbstick aanwijzen in het menu, en dan weer geduld hebben... totdat het opstartproces van Ubuntu begint en na enige tijd Ubuntu verschijnt. Ook hier weer de mogelijkheid om uit te proberen, waarbij alle programma's vanaf de usb stick worden geladen. Dat gaat niet snel. Maar het werkt wel en al gauw besluit ik Ubuntu naast Windows te installeren.

Benieuwd naar de andere reviews? Of wil je op de hoogte gehouden worden van Ockel? Bezoek de Ockel-pagina op Computer!Totaal.nl

Ik ben er in geslaagd Ubuntu te installeren. Het werkt!

Waarom Ubuntu?

Omdat de filosofie er achter mij wel aanspreekt. En ik begon een hekel te krijgen aan Microsoft, met steeds weer nieuwe zogenaamd onmisbare versies en updates. Daarbovenop de noodzaak om beschermingsprogramma's te gebruiken en de tijd die verloren gaat met updates. Tenslotte de honger naar privé gegevens die Windows 10 kenmerkt. Je kunt het allemaal wel uitschakelen, maar het is een gedoe. Dan liever Linux met Mint of Ubuntu. Mint is een Linuxversie die qua uiterlijk lijkt op Windows en is uitstekend bruikbaar voor oudere en daardoor tragere computers. Ik heb Mint voor mijn vrouw op haar laptop geïnstalleerd en ze is er blij mee. Dat zegt wat! Ikzelf gebruik Ubuntu en de gratis programma's voldoen prima.

Ik heb Ubuntu nog niet volledig naar mijn hand kunnen zetten. Het touchscreen en het geluidsapparaat worden nog niet herkend. Op de Ockel verschijnt het beeldscherm alleen verticaal.

Omdat de testperiode vrijwel voorbij is, kom ik er niet meer aan toe de drivers die nodig zijn op te sporen. Maar met de monitor erbij kan ik Ubuntu prima gebruiken. Ook de dualboot werkt prima. Als ik onderweg ben, kan ik Windows gebruiken met het scherm horizontaal. De uitwisseling van bestanden is geen probleem, dus teksten, audio, video en andere bestanden kan ik zowel thuis als onderweg openen, aanpassen en weer opslaan. En verder.. internetten, games, muziek luisteren, het kan allemaal prima.

Tenslotte... stel dat de Ubuntu aanpassingsproblemen zijn opgelost, zou ik de Ockel willen aanschaffen?

Kort gezegd, de Sirius A is een prima pc.

En de compactheid aantrekkelijk, geen grote kast op je bureau. Handig om je pc bij je te hebben en veilig overal in te zetten. Je pc in je vestzak. Dat lijkt wel wat.

Maar toch... zonder extra toetsenbordje is het lastig werken. Zonder hub kun je niet zoveel aansluiten. Een muis werkt beter dan een vinger op het touchscreen...

En voeg daarbij dat het fotograferen ronduit tegen valt. Alleen aan de voorzijde waar de bediening voor foto en video is, zit een lens. Goed voor selfies, maar niet voor gewoon even een foto nemen.

Voor de prijs van deze Sirius A zijn er alternatieven die meer bieden, een groter scherm, een langere batterijduur, handiger fotograferen, grotere opslag, makkelijker typen....

Denk aan een kleine laptop. En omdat deze Sirius A geen telefoonfunctie en GPS heeft, wil ik toch mijn smartphone bij me hebben, die beter fotografeert en op het scherm beter leesbaar is.

Ockel, voor mij een boeiende ontmoeting!

-

©PXimport

En wat heeft Ockel mij voor alternatieven te bieden als ik mijn verslag overzie?

De Sirius A, zoals gezegd, heeft voor mij geen bijzondere voordelen als onderweg-pc. Maar wel de Sirius B, de voorganger. Dit model is een volwaardige pocket pc, maar zonder het beeldscherm en dus ook het touchscreen. Wanneer ik dit model op mijn monitor aansluit, krijg ik dezelfde mogelijkheden als de Sirius A. En ook elders kan ik de Sirius B op een monitor aansluiten, een toetsenbord en muis. Met een aanzienlijk kleiner formaat en veel lager gewicht. En dat voor een lagere prijs, dus...

Benieuwd naar de andere reviews? Of wil je op de hoogte gehouden worden van Ockel? Bezoek de Ockel-pagina op Computer!Totaal.nl

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.