ID.nl logo
Google Nest Doorbell review: Videodeurbel met batterij
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Google Nest Doorbell review: Videodeurbel met batterij

Met de Nest Doorbell introduceert Google zijn eerste videodeurbel die werkt op batterijvoeding. Gunstig, want het bespaart woningbezitters de nodige aansluitperikelen. De montage duurt hooguit een kwartier, waarna je pushmeldingen van bezoekers op jouw smartphone ontvangt. Hoe bevalt het apparaat in de praktijk? Lees het in deze Google Nest Doorbell review.

Google richt zich met de Nest Doorbell op de massa. In tegenstelling tot zijn voorganger (Nest Hello) is de montage namelijk doodeenvoudig. Je hoeft dus geen veredelde elektricien te zijn om de boel aan de praat te krijgen. Iedereen die overweg kan met een boormachine bevestigt de behuizing moeiteloos op het deurkozijn. De cameralens merkt op zodra er iemand voor de deur staat en geeft vervolgens een seintje aan de Google Home-app op een smartphone. Kijk op het scherm live mee en start desgewenst op afstand een gesprek. Ook eerdere opnames kun je in de app terugkijken.

Snelle montage

De meegeleverde papieren handleiding heeft weinig om het lijf. Je dient volgens de korte toelichting de accu via de meegeleverde usb-c-kabel op te laden en voor nadere instructies de Google Home-app te installeren. Scan daarna met een smartphonecamera de QR-code aan de achterzijde van de behuizing en neem de Nederlandstalige aanwijzingen door. De app legt stap voor stap uit hoe de montage werkt, waardoor het haast niet fout kan gaan. Voor de zekerheid bekijk je eventueel nog een kort installatiefilmpje.

De productdoos bevat een montagesteun, pluggen, schroeven en een wig. Hiermee maak je de installatie in orde. Met laatstgenoemd hulpstuk kantelt de Nest Doorbell twintig graden naar binnen, zodat personen middenin beeld verschijnen. Heb je de montagesteun en wig eenmaal op het deurkozijn geschroefd, dan manoeuvreer je de Nest Doorbell eenvoudig in de houder. Je hoort hierbij een duidelijk klikgeluid. Voor het loswrikken van de Nest Doorbell levert Google een ontgrendelingstool mee. Dit gereedschap stelt je in staat om het apparaatje snel los te maken en de accu binnenshuis op te laden. Een heikel punt is dat de ontgrendelingstool relatief gemakkelijk is na te maken. Hierdoor is dit product kwetsbaar voor diefstal.

Langwerpige behuizing

Vergeleken met de eerder uitgebrachte Nest Hello is de weerbestendige behuizing van deze nieuwe videodeurbel iets groter. Verder koos de fabrikant voor een witte kleurstelling met een zwarte cirkel rondom de cameralens. De belknop is eveneens wit. Vuil afkomstig van vieze vingers valt hierdoor iets sneller op. 

Rondom de belknop bevindt zich een witte ledring. Die licht op zodra er iemand aanbelt. Er is onder de cameralens nog een klein statuslampje te zien. Voor de werking van tweewegaudio heeft de behuizing een onopvallende microfoon en luidspreker aan boord. De speaker klinkt verrassend luid, waardoor bezoekers je spraakopdrachten vanuit de Google Home-app duidelijk kunnen verstaan.

©PXimport

Verticaal gezichtsveld

©PXimport

Als een bezoeker op de deurbel drukt, klinkt er op jouw smartphone een dingdong-geluid. Verder kun je ook Nest-luidsprekers en smartspeakers met Google Assistent-ondersteuning aan de videodeurbel koppelen. Bepaal dus zelf op welke apparaten je de deurbel hoort. 

Als je graag de bestaande gong wilt gebruiken, dien je de Nest Doorbell alsnog aan de huidige bedrading van het deurbelsysteem te koppelen. In dat geval kun je dus net zo goed een bekabelde videodeurbel aanschaffen.

De videoresolutie van 960 × 1280 pixels is wat karig. Vermoedelijk kozen de ontwikkelaars bewust voor een relatief lage resolutie om de impact op de batterij zoveel mogelijk te beperken. Gelukkig zijn personen duidelijk herkenbaar, al is het beeld wel een beetje pixelig. Bovendien zien we een lichte bolling in de weergave. 

De kleuren ogen daarentegen natuurgetrouw en de helderheid is eveneens in orde. Opvallend is dat deze videodeurbel beelden vastlegt in een 3:4-verhouding, terwijl de Nest Hello breedbeeldopnames maakt. Een goede beslissing, want het verticale gezichtsveld zorgt ervoor dat personen volledig in beeld verschijnen.

Opnemen in de cloud

Deze videodeurbel is via wifi verbonden met internet. Opnames van gebeurtenissen (beweging en aanbellen) belanden dan ook op een online server. Elke gebruiker kan gebeurtenissen van de afgelopen drie uur opvragen. Dit tijdsbestek is uiteraard veel te kort. Tijdens vakanties en de late uurtjes wil je natuurlijk ook naderhand terugzien welke gebeurtenissen er voor je huis hebben plaatsgevonden. Je ontkomt dan ook eigenlijk niet aan een betaald Nest Aware-abonnement. 

Hiermee heb je toegang tot een videogeschiedenis van dertig of zestig dagen. Deze dienst kost respectievelijk vijf of tien euro per maand. Nuttig om te weten is dat de Nest Doorbell nooit continu opneemt, want de camera legt alleen gebeurtenissen vast. Bij plotselinge uitval van wifi of stroom switcht deze videodeurbel automatisch naar lokale opslag. Het interne geheugen biedt plek aan één uur videomateriaal.

Intelligente functies

De Nest Doorbell is een intelligente videodeurbel. Verschijnt er bijvoorbeeld een koerier voor de cameralens, dan ontvang je een pushbericht met de melding ‘Persoon met pakket’. De camera maakt onderscheid tussen personen, dieren (honden en katten), voertuigen en pakketjes. Dat werkt in de praktijk erg goed. Bepaal in de instellingen zelf waarvan je een melding wilt ontvangen. Verder activeer je desgewenst gezichtsherkenning en stel je eventueel zones in. Met laatstgenoemde functie baken je aan de hand van virtuele lijnen bijvoorbeeld een voortuin af. Voorkom op die manier dat je steeds nutteloze meldingen van activiteiten op de openbare weg ontvangt.  

Conclusie

Vanwege een hoog installatiegemak en de eenvoudige werking is de Nest Doorbell voor een brede doelgroep geschikt. Dankzij de geïntegreerde accu ervaar je geen gedoe met (vaak gedateerde) stroomdraden en kun je zelf een plekje bij de voordeur selecteren. Bij normaal gebruik hoeft de accu pas weer na enkele maanden aan de lader. Daarentegen geeft het gebruik van deze laagdrempelige videodeurbel met batterij ook enkele beperkingen. Zo is de resolutie relatief laag en kun je de bestaande gong niet gebruiken. Tot slot is het product stevig aan de prijs.

Uitstekend
Conclusie

**Prijs**€ 199,99 **Cameralens**1,3-megapixelkleurensensor van 8,5 millimeter **Resolutie**960 × 1280 pixels **Framerate**30 fps **Beeldverhouding**3:4 **Diagonale kijkhoek**145 graden **IP-certificaat**IP54 **Draadloos**802.11b/g/n (2,4 GHz), Bluetooth Low Energy (BLE) **Afmetingen**4,6 × 16 × 2,41 centimeter **Accucapaciteit**6000 mAh **Gewicht**206 gram **Website** [https://store.google.com/nl/](https://store.google.com/nl/product/nest_doorbell_battery?hl=nl)

Plus- en minpunten
  • Simpele montage
  • Verticaal gezichtsveld
  • Intelligente herkenningsfuncties
  • Gebruiksvriendelijke app
  • Karige papieren handleiding
  • Kwetsbaar voor diefstal
  • Huidige gong onbruikbaar bij batterijvoeding
  • Relatief lage resolutie
  • Duur
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.