ID.nl logo
Maak de beste nachtfoto's met je iPhone
© Reshift Digital
Huis

Maak de beste nachtfoto's met je iPhone

We zitten middenin de donkere winterdagen. De straten zijn verlicht en de eerste sneeuw is eindelijk gevallen. Deze dagen zijn dan misschien enorm gezellig, het gebrek aan omgevingslicht maakt het een stuk moeilijker om met je iPhone foto's te maken in de buitenlucht. Gelukkig zijn daar oplossingen

In de Camera-app van Apple zelf zijn er slechts beperkte mogelijkheden om je iPhone te laten presteren in het donker. Je kunt een bepaalde donkere sectie van het beeld met je vinger ingedrukt houden, waarna je smartphone de belichting automatisch aanpast. Maar de app schiet hier tekort. Foto's blijven alsnog donker, andere lichte plekken worden te fel of er ontstaat ruis. Gemaakte foto's kun je bewerken, maar ook dan loop je tegen beperkingen op. Daarbij kost het veel moeite. Gelukkig zijn er apps die zich richten op nachtfotografie. Lees ook: Fotograferen met je iPhone: Alle must have apps en trucs op een rij.

Night Camera (gratis)

Deze applicatie kent twee verschillende belichtingsmodi, maar op beide opties valt wel wat aan te merken. Erger nog dan bij de originele iPhone-app is er op de foto's gemaakt in de eerste modus veel ruis te zien en is overbelichting nauwelijks te voorkomen. De foto is wel beduidend lichter dan wanneer je met Apple's Camera-app aan de slag gaat. De tweede modus scoort beter, omdat kleuren redelijk intact blijven, de belichting iets beter over de foto is verdeeld en dat ruis minder aanwezig is. Overbelichting op felle lichtbronnen zorgt er echter alsnog voor dat Night Camera niet echt een goede keuze is voor nachtfotografie.

©PXimport

Night Camera is gratis, maar dat merk je ook in de kwaliteit van de foto's.

NightCap Pro (€1,79)

In NightCap Pro valt al veel meer in te stellen. Er is een optie om ruis te verminderen, kun je een speciale nachtmodus inschakelen of maak je door middel van de Light Booster je foto lichter. Het zijn niet per definitie deze functies die NightCap Pro aantrekkelijk maken. In de app kun je een langere sluitertijd instellen ('Long Exposure'). Deze optie in combinatie met de Light Booster werkt uitstekend om een mooie nachtfoto te maken. Let wel: een vaste hand is zeker wel nodig, omdat in deze modus de camera gevoelig is voor bewegingen. Door de makers van de applicatie wordt zelfs aanbevolen om een statiefje te gebruiken. De nachtmodus stelt dan weer een beetje teleur, omdat foto's een groene gloed krijgen. Een leuk extraatje is dat je niet alleen nachtfoto's kunt maken, maar ook nachtvideo's.

©PXimport

Night Cap Pro geeft een groenige waas over de foto's heen.

Night Camera HD - Nachtfotografie (€0,89)

Night Camera HD voelt al bij het opstarten van de app vrij overweldigend aan. Er zijn heel wat opties beschikbaar en in tegenstelling tot NightCap Pro krijg je niet eerst een korte rondleiding om jezelf bekend te maken met de mogelijkheden. De instapdrempel is hoger, maar het betekent wel dat je foto's beter naar je hand kunt zetten. Het zoomvermogen, de witbalans en exposure zijn snel in te stellen. Met deze opties kun je prima uit de voeten. Toch doet de app er nog een schepje bovenop, door je zelf de ISO-waarde en sluitertijd in te laten stellen. Direct krijg je in een beeld te zien wat deze instellingen betekenen voor je foto. Vervolgens zijn de gemaakte beelden op te slaan in verschillende resoluties en kwaliteiten (jpeg of png). Night Camera schiet heldere plaatjes, maar heeft hierdoor net wat meer moeite om ruis te onderdrukken.

©PXimport

Met Night Camera HD kun je veel dingen handmatig instellen.

AvgNite Cam: Average + Night Camera (€0,89)

Een eerste test van AvgNite Cam verloopt stroef. De app blijft een paar keer hangen en heeft een 'harde reset' nodig om deze weer werkend te krijgen. Je kunt instellen hoeveel foto's je in één keer wil schieten en mogelijk is dat de boosdoener. Een serie van 1024 foto's vraagt wellicht iets te veel van de app. Met enige achterstand moet AvgNite Cam zich dus bewijzen, maar daar slaagt de app verrassenderwijs wel in. Het eerder genoemde probleem lijkt slechts van eenmalige aard. De opties van AvgNite Cam zijn verder beperkt. Enkel de Low Light Sensitivity-optie is echt van invloed op je foto. De eenvoud blijkt te werken. Uit een serie foto's die je maakt rolt de beste foto er uiteindelijk uit. Vervolgens kun je heel beperkt de foto bewerken door het contrast en helderheid aan te passen. Van alle besproken apps weet AvgNite Cam als een van de beste om te gaan met ruis. Op de nachtfoto's zijn nauwelijks grove korrels te vinden. Slechts een klein minpunt: foto's behouden hun originele kleuren niet zo goed als de foto's gemaakt met NightCap Pro, omdat er een lichte groengele waas zichtbaar is.

©PXimport

AvgNite Cam kan ruis goed aan, maar originele kleuren behouden is lastiger.

NightCam - Low Light Photo Camera (€1,79)

Deze app is niet de goedkoopste optie voor nachtfotografie op je iPhone en biedt daarbij maar een drietal manieren om een foto te maken: via de zogenoemde Single-, Multi- of Multi+-modus. Onderling verschillen ze niet eens zoveel van elkaar. De eerstgenoemde functie werkt met een verhoogde ISO-waarde (lichtgevoeligheid). De tweede doet dat ook, maar voegt daar een langere sluitertijd aan toe. De sluitertijd van Multi+ is het langst en vereist een vaste hand of een statiefje, omdat je foto anders niet scherp wordt. Nadat je de foto hebt gemaakt, kun je deze nog iets lichter maken. Ondanks de beperkte opties kun je met NightCam acceptabele foto's maken. Het kleurbehoud is uitstekend en van ruis is geen sprake. Echt licht worden de foto's echter niet.

©PXimport

NightCam werkt goed, alleen écht licht worden de foto's niet.

Conclusie

Geen enkele app lijkt de perfecte nachtfoto te kunnen maken, maar in de buurt komen ze zeker. Het is jammer dat apps als AvgNite Cam en NightCap Pro net niet op alle vlakken perfect presteren. AvgNite Cam scoort punten op ruisonderdrukking en op het maken van heldere foto's, maar weet niet goed de originele kleuren van het beeld te behouden. NightCap Pro kan dit laatste wel, maar heeft wel weer moeite met ruis. De ideale app is een combinatie van beide.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.