ID.nl logo
Consumenten testen: de Philips 5000 Series Personal Blender
© HP
Huis

Consumenten testen: de Philips 5000 Series Personal Blender

De ene blender is de andere niet, en ook de Philips 5000 Series HR2766 Personal Blender heeft zo zijn eigen voordelen ten opzichte van andere apparaten. Denk aan een speciale kleine kop die perfect geschikt is voor het fijnmalen van koffiebonen en specerijen. Het Review.nl Testpanel heeft de 5000 Series eens goed aan de tand gevoeld tijdens een uitgebreide testperiode. De resultaten van die test lees je in dit artikel.

Partnerbijdrage - In samenwerking met Philips

Deze 5000 Series is misschien niet de allerkrachtigste blender van Philips, maar dat betekent niet dat je bang hoeft te zijn dat je je ingrediënten niet fijngemalen krijgt. Integendeel: ook deze blender is uitgerust met de zogeheten ProBlend Plus-technologie. De motor heeft een vermogen van maar liefst 1000 watt, zodat je binnen no-time door je etenswaren hakt.

Wat is ProBlend-technologie? Met de ProBlend-technologie maak je moeiteloos gladde en klontvrije mengsels. Drie elementen – een sterke motor, scherpe messen en de geribbelde vorm van de kan – werken samen om altijd het beste resultaat te bereiken, ongeacht welke ingrediënten je kiest.

©HP

Natuurlijk helpen de messen daar ook bij. In de blender zitten maar liefst zes messen, extra lang, dik en scherp, om je voedsel fijn te malen. En ook de mengbeker zelf helpt mee: de binnenzijde is geribbeld, waardoor de ingrediënten automatisch terug richting de messen worden gestuurd.

Anders dan andere modellen uit deze serie heeft de Personal Blender geen enkele knop. Het aan-en-uit-systeem is een drukgevoelige zone binnenin de blender: alles wat je hoeft te doen, is de beker op de basisunit zetten en hem indrukken en vastdraaien. De blender werkt daarna helemaal vanzelf, zonder dat je met knoppen of draaiknoppen in de weer hoeft.

Een ander uniek punt van deze Personal Blender is de extra beker die je erbij krijgt. Met een inhoud van 300 milliliter is dat op het eerste oog een kleintje, maar dat is precies de bedoeling. Door zijn compacte formaat is hij uitermate geschikt om de fijnste materialen te vermalen - denk aan koffiebonen en specerijen. En wil je het bewaren? Dan druk je gewoon de dop erop en zet je de hele beker zo in de voorraadkast.

Ook voor onderweg

Ook na het gebruik is de 5000 Series een handig apparaat. Zo kun je de beker van 700 milliliter ook onderweg meenemen, door de handige klikdop die erop past. De messen en de bekers zijn allemaal makkelijk los te halen en alles kan in de vaatwasser, dus je hebt geen gedoe met schoonmaken.

Tel daarbij een elegant, compact design en de handige HomeID-app op, en je hebt een blender die het uitproberen absoluut waard is. Het woord is aan het Review.nl Testpanel.

Formaat en looks

De HR2766 is een compacte blender, en dat merkte het testpanel ook meteen. "Het compacte formaat paste uitstekend in mijn bescheiden keuken", zegt een van de testers, die ook meteen een voorschot neemt op de rest van de review: "En dat zonder in te boeten op prestaties."

Ook een andere reviewer was te spreken over de looks van het apparaat: "Deze blender heeft een mooi uiterlijk en staat prima op het aanrecht. Het materiaal is bovendien robuuster dan bij mijn vorige blender het geval was."

De zuignappen worden ook genoemd als handig voordeel, maar het interessantste aan het uiterlijk van de Personal Blender is wel het ontbreken van de knoppen. "Aanvankelijk vond ik dat wat onwennig", vertelt een van de testers. "Maar na enige oefening waardeer ik die eenvoud juist." Andere testers hoefden er minder aan te wennen: "Het is een kwestie van een van de bekers vullen met ingrediënten en het opzetstuk met het juiste mesblad te kiezen, en hem dan op de motorunit te draaien. Het werkt heel intuïtief."

©Philips

Kracht en gebruik

Wie denkt dat de blender door het compacte formaat kracht tekortkomt, wordt aangenaam verrast. "De krachtige motor verwerkt moeiteloos diverse ingrediënten tot een gladde consistentie", vertelt een van de panelleden. "Dat is ideaal voor mijn dagelijkse ontbijtsmoothie."

En daarin staat deze reviewer niet alleen. "Deze blender heeft geen moeite met bevroren fruit of grote ijsblokjes", zegt een ander. "Hier kun je zeker meer mee dan alleen simpele smoothies maken."

Wat het gebruik betreft, worden de zuignappen aan de onderzijde vaak aangehaald. "De zuignappen zorgen ervoor dat de blender goed blijft staan en niet verschuift", zegt een tester.

Volgens een andere reviewer was het gebruik helemaal simpel. "Na het uitpakken is het eigenlijk alleen een kwestie van de stekker erin, en blenden maar", is het oordeel. En dat blijft inderdaad niet alleen bij smoothies: "Sauzen, soepen, kruiden en koffiebonen kunnen allemaal gemalen en vermengd worden, en dan heb ik dan ook gedaan tijdens de testperiode. Alles wordt met een perfect resultaat geblend."

Schoonmaken

's Ochtends uitgebreid de keuken schoonmaken is iets waar weinigen op zitten te wachten, en dat hoeft met de 5000 Series Personal Blender dan ook niet. "Na het blenden is schoonmaken eigenlijk altijd een dingetje", zegt een van de testers. "Dat gaat nu eigenlijk heel gemakkelijk, omdat alle onderdelen behalve het motorblok in de vaatwasser kunnen."

Maar dat is nog niet alles: "Het is ook de manier waarop de blenderbekers zijn opgebouwd: een beker een en los te draaien unit met de messen."

Ontdek de Philips 5000 Series HR2766 Personal Blender

op Kieskeurig.nl

Conclusie

De Philips 5000 Series Personal Blender staat zijn mannetje in de keuken; die conclusie kan het testpanel na een paar weken wel trekken. Meteen uit de doos vielen het compacte design en de chique afwerking al op. Ook het gemak waarmee de blender in elkaar gezet kan worden werd erg gewaardeerd.

Uiteindelijk draait het natuurlijk om het resultaat, en ook daar is het panel erg over te spreken. Geen van de testers had ook maar de kleinste moeite met bevroren fruit of ijsblokjes, en ook de speciale beker voor koffiebonen of specerijen werkte goed, net als de handige zuignappen die voorkomen dat het apparaat aan de wandel gaat.

Een meer dan prima apparaat dus, de Philips 5000 Series HR2766 Personal Blender, getuige ook de 8,4 die het Review.nl Testpanel als gemiddeld eindcijfer heeft gegeven. Afsluitend, zoals een van de testers het in de review schrijft: "Ik raad de Philips Personal Blender absoluut aan: ik gebruik hem nu bijna dagelijks voor ijskoffie of voor verse smoothies."

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.