Je ziet aan de buitenkant zelden hoe schoon een wasmachine vanbinnen is. De trommel glimt, het display doet het en de was komt er nattig uit, dus lijkt alles in orde. Intussen kunnen pluizen, haren, vetluis, muntjes en opgedroogd wasmiddel zich ophopen in hoekjes waar je normaal niet kijkt. Als je wasmachine stinkt, slecht centrifugeert of wasmiddelresten achterlaat, zit het probleem vaak in een plek die je niet ziet tijdens het inladen.
"Als je wasmachine stinkt, slecht centrifugeert of wasmiddelresten achterlaat, zit het probleem vaak in een plek die je niet ziet tijdens het inladen."
Begin altijd veilig: zet de machine uit, trek de stekker uit het stopcontact als je bij filters of slangen werkt en draai de kraan dicht wanneer je de watertoevoer controleert. Leg sowieso een oude handdoek klaar. Bij sommige onderdelen komt er restwater uit, en dat water ruikt meestal precies naar de reden waarom je dit klusje niet nog drie maanden wilt uitstellen.
Wasmachine schoonmaken begint bij het pompfilter
Het pompfilter zit meestal achter een klepje onderaan de voorkant van de wasmachine. Daar blijven pluis, haar, knopen, muntjes en soms een verdwaalde haarspeld hangen. Draai het filter niet in één ruk los, maar laat eerst via het noodslangetje of met kleine slagen restwater weglopen in een lage bak. Spoel het filter onder de kraan schoon en voel voorzichtig of de fan achter het filter vrij kan draaien.
Je merkt dat een pompfilter verstopt is als de was té nat blijft, de machine traag afpompt, een brommend geluid maakt of als een programma vóór het centrifugeren blijft hangen. Krijg je de machine na het schoonmaken nog steeds niet goed leeg, dan helpt dit artikel over een wasmachine die niet afpompt om de pomp, slang en afvoer verder te controleren.
Maak het rubber manchet open en droog
Het manchet is de rubber rand rond de deuropening. Trek de plooi voorzichtig open en je ziet vaak direct wat er mis is: grijze smurrie, haren, zand, grote plukken pluis of water dat in de rand blijft staan. Veeg de rand schoon met een vochtige doek en droog hem daarna goed na. Gebruik een oude tandenborstel voor de smalle gleuf, maar schuur niet hard over het rubber.
Dit is ook de plek waar vetluis zich graag ophoopt. Die aanslag kan je was muf laten ruiken en donkere vegen op textiel achterlaten. Wie vooral op lage temperatuur wast, doet er goed aan om het manchet na wasdagen even open te trekken. Meer achtergrond vind je in onze uitleg over vetluis in je wasmachine.
Wasmachine schoonmaken betekent ook de zeepbak verwijderen
De zeepbak ziet er vaak redelijk schoon uit zolang hij in de machine zit. Haal je hem eruit, dan zie je pas de aangekoekte wasmiddelresten, een laag wasverzachter en soms schimmel aan de achterkant. Spoel de lade goed af met warm water en borstel de vakjes schoon. Let op het kleine inzetstuk voor wasverzachter, want daar blijft snel een kleverige laag onder zitten.
Laat de lade volledig drogen voordat je hem terugplaatst. Een natte, halfgesloten zeepbak is nou juist de omgeving waarin resten opnieuw gaan ruiken. Lukt het niet om de hoekjes schoon te krijgen, pak dan de stappen voor wasmiddelbakjes schoonmaken erbij en gebruik een smalle borstel in plaats van meer schoonmaakmiddel.
Achter de zeepbak zit het ladehuis, de ruimte waar water het wasmiddel meeneemt richting trommel. Dit stuk blijft vaak buiten beeld, terwijl juist dáár poederklontjes, slijm (ja echt) en zwarte spikkels kunnen blijven plakken. Schijn met de zaklamp van je telefoon in de opening en veeg de bovenkant, zijkanten en sproeigaatjes schoon met een doek om je vinger.
Merk je dat wasmiddel in de lade achterblijft, dan kan het ladehuis vervuild zijn of stroomt het water niet goed door. Maak eerst schoon en draai daarna een kort spoelprogramma zonder was. Blijven er resten liggen, controleer dan of de lade goed vastklikt en of je niet standaard te veel wasmiddel voor de belading gebruikt.
Reinig de trommel met warmte en voldoende tijd
De trommel zelf lijkt schoon, maar aan de achterkant en in de kuip kunnen vet, zeepresten en huidschilfers blijven zitten. Draai daarom geregeld een heet onderhoudsprogramma of een katoenprogramma op hoge temperatuur. Let op: zónder wasgoed en zónder wasmiddel. Heeft je machine een apart trommelreinigingsprogramma, gebruik dat volgens de handleiding. Laat na afloop deur en lade openstaan zodat vocht kan verdampen.
Wie vooral snelle of koude programma's gebruikt, moet hier extra op letten. Een kort programma frist licht gedragen kleding op, maar lost aangekoekt vuil in de machine minder goed op. Lees ook wanneer een kort programma op je wasmachine wel en niet handig is.
Controleer de afvoer en de slang achter de machine
Een rioollucht komt niet altijd uit de trommel. Vaak zit de oorzaak bij de afvoerslang, de afvoerbuis of de sifon. Kijk of de slang niet geknikt is en of hij stevig, maar niet te diep in de afvoerbuis hangt. Haal zichtbaar vuil bij de opening weg en spoel de afvoer door als water (te) langzaam wegloopt.
Tijdens het afpompen hoor je soms geborrel bij een wastafel of afvoer in de buurt. Dat wijst eerder op een afvoerprobleem dan op een vieze trommel. Ruikt de machine vooral muf aan de binnenkant, dan zit je eerder bij rubber, filter en trommel. Bij een rotte-eierenlucht of rioollucht is de afvoer de eerste verdachte.
Het toevoerfilter zit verstopt voordat je het merkt
Aan de achterkant van de wasmachine zit de waterslang op de machine geschroefd. In die aansluiting zit vaak een klein zeefje: het toevoerfilter. Dat vangt zand, kalkdeeltjes en vuil uit de leiding op. Draai de kraan dicht, schroef de slang los en trek het zeefje voorzichtig recht naar buiten als de handleiding dat toestaat. Spoel het schoon en plaats het zonder wrikken terug.
Een vervuild toevoerfilter merk je aan traag vollopen, een foutmelding over watertoevoer of een programma dat langer lijkt te duren dan normaal. Controleer ook meteen de rubber ring in de slang. Een scheef teruggeplaatste ring kan gaan lekken, en een kleine druppel achter de machine zie je vaak pas als de vloer al bol staat (mocht die van hout zijn).

Maak er een vaste ronde van
Je hoeft niet elke week de hele wasmachine uit elkaar te halen. Maak na het wassen het manchet droog, laat deur en zeepbak open en haal zichtbaar vuil meteen weg. Plan daarnaast een vaste ronde voor filter, lade, trommel, afvoer en toevoerfilter. Een huishouden dat veel wast, sportkleding spoelt of huisdieren heeft, doet dat vaker dan iemand die twee keer per week een trommel draait.
Zie onderhoud als een vroege waarschuwing. Vind je vaak muntjes in het pompfilter, maak dan broekzakken voortaan beter leeg. Ruik je steeds dezelfde muffe lucht in de zeepbak, dan ben je mogelijk te scheutig met je wasmiddel. En blijft natte was zwaar uit de trommel komen, dan is het filter of de afvoer geen bijzaak meer, maar de plek waar je begint.
Wasmachine schoonmaken draait om 7 verborgen plekken: pompfilter, manchet, zeepbak, ladehuis, trommel, afvoer en toevoerfilter. Een vies pompfilter kan slecht afpompen en slecht centrifugeren veroorzaken. Stank komt vaak door resten in rubber, zeepbak, trommel of afvoer. Regelmatig reinigen voorkomt wasmiddelresten, muffe was en onnodige storingen.
















