ID.nl logo
Een sjabloon maken in Word doe je zo
© Reshift Digital
Huis

Een sjabloon maken in Word doe je zo

Wanneer je Word gebruikt, is de kans groot dat je een even snel een nieuw document start. Word pakt dan het standaardsjabloon, waarin de standaardopmaak is bepaald. Dat werkt prima, maar je kunt zelf ook heel eenvoudig een sjabloon maken, bijvoorbeeld voor je facturering. Zo’n sjabloon zorgt ervoor dat je niet elke keer dezelfde handelingen opnieuw hoeft uit te voeren, terwijl je document er toch altijd consistent uitziet.

Tip 01: Waarom sjablonen?

Je zou je kunnen afvragen waarom een sjabloon nuttig is. Wanneer je factureert, de situatie die we in dit artikel als voorbeeld nemen, kun je immers net zo eenvoudig de vorige factuur openen, de gegevens daarin wijzigen, en het document opslaan als nieuw bestand. Dat kán inderdaad en negen van de tien keer zal dat ook goed gaan. Er komt echter geheid een keer dat je een foutje maakt en het nieuwe bestand opslaat onder de oude naam, en dan ben je dus het oude bestand kwijt. Dat kan vervelende gevolgen hebben. Daarnaast, wanneer je hetzelfde document keer op keer aanpast en onder een andere naam opslaat, sluipen er langzaam maar zeker kleine wijzigingen in. Je kiest per ongeluk een keer een ander lettertype, je verschuift een plaatje, enzovoort. Allemaal niet rampzalig, maar wanneer je een sjabloon gebruikt, weet je zéker dat de stijl, opmaak én het uiterlijk altijd hetzelfde zijn, en je loopt geen risico om oude documenten te overschrijven.

©PXimport

Tip 02: Bestaand ontwerp

We gaan in dit artikel een sjabloon maken voor facturering. Dat we een sjabloon gaan maken, wil natuurlijk niet zeggen dat we dat per definitie echt helemaal vanaf de basis op moeten bouwen. Hoe je een sjabloon maakt telt immers niet, het betekent alleen maar dat je vanaf nu altijd een document maakt met een consistent uiterlijk. Dit betekent dus ook dat je prima één van de voorbeeldsjablonen van Microsoft kunt gebruiken en die kunt opslaan als je eigen sjabloon. Dat kan je uiteraard een hoop werk en tijd schelen. Je vindt deze sjablonen door in Word te klikken op Bestand / Nieuw en vervolgens een keuze te maken uit de honderden sjablonen die Microsoft ter beschikking heeft gesteld. Heb je al een document met een opmaak die je mooi vindt, dan kun je dat document uiteraard ook gebruiken als sjabloon. In dat geval kun je direct naar stap 9 gaan om te zien hoe je je document opslaat als Word-sjabloon en ervoor zorgt dat Word dit sjabloon standaard gebruikt bij het maken van nieuwe documenten.

©PXimport

Controleer of je printer afdrukken zonder witranden ondersteunt

-

Tip 03: Opmaakstijlen

In de vorige editie van Tips en Trucs hebben we besproken hoe je een fraai ogend Word-document maakt, waarin we ook hebben besproken wat opmaakstijlen zijn. Dit element is ook nu weer relevant, want de opmaakstijlen zorgen ervoor dat je document, of het nu een factuur is, een menukaart of iets anders, elke keer voldoet aan precies dezelfde opmaakvoorwaarden. Hoe je opmaakstijlen toepast hoeven we je dus niet meer te vertellen, wél is het belangrijk om te weten dat je zelf kunt bepalen hoe deze opmaakstijlen eruitzien. Standaard gebruikt de opmaakstijl Titel namelijk het lettertype Calibri Light, met een grootte van 28, en Kop 1 hetzelfde lettertype met een grootte van 16. Jij kunt zelf bepalen of je dit in jouw sjabloon zo wilt houden of niet. Rechtsklik op de betreffende stijl en klik op Wijzigen. Je kunt nu wijzigen welk lettertype je wilt gebruiken en met welke grootte voor deze stijl. Een interessante optie is Volgende alinea. Hiermee geef je namelijk aan welke stijl moet worden toegepast wanneer je op enter drukt. Stel bijvoorbeeld dat je na de stijl Titel altijd de stijl Ondertitel wilt toepassen, dan kies je bij het bewerken van de stijl Titel dus Ondertitel in bij het veld Volgende alinea. Zo hoef je dit soort dingen dus niet meer telkens handmatig te doen en kun je het ook niet vergeten.

©PXimport

Tip 04: Witranden

Voor we grafische elementen gaan toevoegen aan ons sjabloon, is het belangrijk dat je even stilstaat bij de printer die je gaat gebruiken. Sommige printers hebben de mogelijkheid om zonder witranden te printen. Als je zo’n printer hebt, dan is het geen enkel probleem om de grafische elementen die we gaan toepassen helemaal tot de rand van het papier te plaatsen. Kan jouw printer echter niet zonder witte rand printen, dan zal het resultaat op papier niet hetzelfde zijn als wat je op je computer ziet, en dat is natuurlijk jammer. Voor je een beslissing neemt, controleer eerst even of je printer wel of niet zonder witte randen kan printen. Vaak kunnen printers het namelijk prima, maar ben je je als gebruiker daar simpelweg niet van bewust omdat het niet de standaardinstelling is. Je vindt deze informatie in de eigenschappen van je printer.

©PXimport

Tip 05: Grafische elementen

Om ons briefpapier voor de facturatie wat op te leuken, gaan we uiteraard een logo toevoegen en wat fraaie grafische elementen. Dat gaan we doen op een wat vreemde manier. We voegen alles namelijk toe als koptekst. De reden daarvoor is dat de grafische elementen dan vergrendeld raken, waardoor ze niet in de weg zitten tijdens het typen van alle andere inhoud van je document, en daarnaast krijgen ze een beetje een verwassen uiterlijk, wat bij briefpapier altijd prima werkt, omdat het gaat om de inhoud en niet om de grafische elementen. Om het gedeelte van de koptekst te activeren, dubbelklik je helemaal bovenin je document. Daarna klik je op Afbeeldingen in het Lint en selecteer je het logo dat je wilt toevoegen. Zodra je dit hebt gedaan, klik je op het pictogram rechtsboven de afbeelding (met het halve maantje) en daarna op de optie Voor tekst. Dit zorgt ervoor dat je de afbeelding helemaal naar de hoek van het document kunt slepen, zonder gehinderd te worden door documentmarges. In het tabblad Invoegen in het Lint kies je nu voor Tekstvak in het onderdeel Tekst (rechts van het midden) om een mooi tekstvak toe te voegen voor aan de zijkant. Hier kun je relevante informatie plaatsen.

©PXimport

Pas de marges aan zodat je tekst niet over je grafische elementen valt

-

Tip 06: Marges

Wanneer je dubbelklikt buiten het gedeelte van de koptekst, keer je terug naar het reguliere gedeelte van je document, en zul je zien dat de elementen die je net hebt toegevoegd wat verwassen ogen, en ook niet meer te verslepen zijn, dat is precies wat we willen. Er is echter wel een probleem: wanneer je nu gaat typen, zul je zien dat de tekst geen rekening houdt met de zijbalk en daar gewoon overheen gaat. Dat willen we natuurlijk voorkomen. Daar gebruiken we de documentmarges voor. Wanneer je in het Lint klikt op Beeld, en vervolgens op Lineaal, dan zul je zien dat je bovenin een grijs gebied ziet dat precies aangeeft waar je tekst links begint, en rechts afbreekt. Die scheidingslijn tussen wit en grijs kun je verslepen. Versleep deze tot voorbij het gedeelte waar de zijbalk met grafische elementen ophoudt. Op die manier vertel je Word precies waar de tekst voortaan moet worden afgebroken, en is het onmogelijk dat er nog tekst over de grafische elementen wordt geplaatst.

©PXimport

Tip 07: Vervolgpagina

Het staat prima zo, dat logo rechtsboven met die mooie zijbalk. Er is ook niets mis mee wanneer je telkens een document afdrukt met slechts één pagina. Gaat het om een document met tien pagina’s, realiseer je dan dat je ook tienmaal die gekleurde zijbalk met het logo afdrukt. Dat is misschien niet helemaal waar je op zit te wachten, want het is zonde van je inkt. Wat je in dit geval kunt doen, is aangeven dat je eerste pagina anders moet zijn dan de rest. Je doet dit door te klikken op Lege pagina in het tabblad Invoegen in het Lint en vervolgens op die nieuwe pagina te dubbelklikken op het koptekstgedeelte. Bovenin het gedeelte Opties in het Lint zie je nu de optie Eerste pagina afwijkend. Vink deze aan. Een beetje irritant is nu dat Word de grafische elementen uit de eerste pagina verwijdert, maar dat kun je eenvoudig herstellen door op de tweede pagina alles te knippen (eerst Ctrl+A, daarna Ctrl+X) en daarna te plakken in het koptekstgedeelte van de eerste pagina (Ctrl+V). Daarna kun je op de tweede pagina aangeven hoe je vervolgpagina’s eruit komen te zien, bijvoorbeeld met een heel klein randje aan de zijkant.

©PXimport

Tip 08: Standaardelementen

Doorgaans zijn het logo, de achtergrondafbeeldingen, de kopstijlen enzovoort de enige elementen die telkens terugkomen. Er is echter een bewuste reden dat wij als voorbeeld hebben gekozen voor facturatie, en dat is dat een factuur natuurlijk altijd bestaat uit dezelfde elementen, waaronder een tabel met daarin de bedragen, een gedeelte voor het factuurnummer enzovoort. Het is daarom goed om te weten dat je ook dit soort elementen gewoon kunt opnemen in je slaboon. Wanneer je het document, in ons geval de factuur, altijd begint met een tabel op de eerste pagina, dan kun je die tabel ook gewoon toevoegen in je sjabloon. Je hoeft niet bang te zijn dat al die informatie op elke pagina wordt herhaald: dat geldt écht alleen voor de elementen die je toevoegt in de kop- en voettekst van het document.

©PXimport

Tip 09: Sjabloon standaard

Wanneer je het ‘skelet’ van je document, oftewel alle basiselementen zonder de dingen die elke keer anders zijn, hebt gemaakt, dan kun je je document opslaan als sjabloon. Je doet dit door te klikken op Bestand / Opslaan als, en vervolgens op Bladeren om een locatie te selecteren waarin je je sjabloon wilt opslaan. Geef je sjabloon vervolgens een naam en klik op het uitklapmenu waar je de tekst Word-document (*.docx) ziet staan. In dit uitklapmenu klik je vervolgens op Word-sjabloon (*.dotx). Wanneer je voortaan dubbelklikt op dit bestand, wordt je sjabloon geopend en kun je aan de slag. Wil je het nog makkelijker maken voor jezelf, dan kun je ook het standaardsjabloon van Word vervangen (denk er wel aan dat dan áltijd dit sjabloon wordt geopend). In dit geval sla je je sjabloon dus op als Normal.dotx in de map C:\Users\gebruikersnaam\AppData\Roaming\Microsoft\Templates (waarbij “gebruikersnaam” uiteraard je Windows-gebruikersnaam is). Overigens kun je dit eenvoudig ongedaan maken door Normal.dotx weg te gooien, waarna Word een nieuwe aan zal maken met de standaardinstellingen.

©PXimport

Tip 10: Sjabloon inzetten

Wanneer je een nieuw document opent met je sjabloon, is het enige dat je hoeft te doen de inhoud van je document in te vullen. Je hoeft je geen zorgen meer te maken om de opmaak, het lettertype of de plaatsing van je grafische elementen: dit heb je allemaal afgevangen in je sjabloon. Dat betekent trouwens niet dat je al deze elementen niet aan kúnt passen. Als je dubbelklikt op het gedeelte met de koptekst kun je gewoon aanpassingen doen, maar het idee achter het sjabloon is uiteraard dat dit dus niet meer hoeft.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.