Tijdens een uitgebreide speelsessie in Parijs kreeg ik de kans om Assassin’s Creed Black Flag Resynced te spelen. Niet alleen de graphics zijn volledig aangepakt in deze nieuwe versie, ook gameplay, exploratie en verhaal krijgen nieuwe toevoegingen. Toch werd na een paar uur spelen vooral één ding duidelijk: Ubisoft probeert Black Flag niet opnieuw uit te vinden.

In plaats daarvan voelt Resynced vooral als een poging om de versie van Black Flag te maken die fans zich al jaren herinneren. Mooier, levendiger en moderner, maar zonder de kern van het origineel uit het oog te verliezen. Vooral de Caraïben laten direct zien waarom Ubisoft juist dit deel opnieuw wilde aanpakken.

De Caraïben zijn mooier dan ooit

Tijdens mijn speelsessie werd meteen duidelijk dat de virtuele versie van de Caraïben er nog nooit zó goed uit heeft gezien. Waar het origineel in 2013 al uitblonk door zijn setting, trekt Resynced die lijn moeiteloos door naar de huidige generatie hardware. Kleuren spatten van het scherm, de zee oogt levendig en tropische eilanden zitten bomvol details. Overal waar je kijkt beweegt iets: dieren rennen door de jungle, exotische vogels vliegen over stranden en flora is veel dichter en dynamischer aanwezig dan voorheen.

Vooral het water springt direct in het oog. De azuurblauwe zeeën zien er zó uitnodigend uit dat ik mezelf er constant op betrapte dat ik van mijn schip af sprong om te gaan zwemmen of duiken. Terwijl ik langs eilanden voer, zag ik walvissen uit het water springen, kleinere vissen tussen het koraal bewegen en tropische stormen aan de horizon ontstaan. Het zorgt ervoor dat varen door de Caraïben veel meer voelt als een avontuur dan simpelweg van missie naar missie reizen.

Die extra aandacht voor detail zie je eigenlijk overal in de spelwereld terug. Havens ogen drukker, steden voelen een stuk dynamischer aan en zelfs kleine eilanden hebben meer een eigen identiteit gekregen. Daardoor voelen de Caraïben minder als een verzameling levels en meer als een echte, levende wereld waarin constant iets gebeurt.

Exploratie zonder drempel

Maar het is vooral het gevoel van exploratie dat enorm verbeterd is. Je kunt nu overal duiken, terwijl vernieuwde eilanden en verborgen grotten veel meer uitnodigen om van het hoofdpad af te wijken. Dit komt mede doordat sommige eilanden een complete make-over hebben gekregen en meer zijn dan alleen een zandbank met een palmboom erop.

Tijdens mijn speelsessie besloot ik even van koers te veranderen richting een klein eilandje aan de horizon. Wat normaal gesproken een korte omweg zou zijn, eindigde uiteindelijk in een halfuur vogels spotten, eilanden ontdekken en schatten zoeken. Het is echt een genot om door deze wereld te varen, zwemmen en klauteren.

Ook technisch zet Resynced flinke stappen. Steden en andere locaties bezoek je volledig zonder laadtijden, wat de flow van de game merkbaar verbetert. De drempel die hiermee verdwijnt, zorgt ervoor dat je een stuk langer blijft ontdekken en er sneller op uit gaat.

Vechten met een houten been

De presentatie is niet het enige waar Ubisoft aan gesleuteld heeft. Ook de gameplay krijgt op meerdere vlakken aanpassingen. Vooral de combat springt daarbij in het oog. In het originele Black Flag draaiden gevechten nog grotendeels om de klassieke Assassin’s Creed-formule: wachten op een counter en vervolgens hele groepen vijanden uitschakelen met een reeks instant kills. Je voelde je een getrainde moordenaar, maar uitdagend werd het zelden.

In Resynced probeert Ubisoft dat systeem wat meer diepgang te geven. Om een succesvolle counter uit te voeren, moet je nu een perfecte parry timen. Lukt dat, dan kun je een killstreak van maximaal vier vijanden inzetten. Mis je die timing, dan ben je veel meer aangewezen op normale aanvallen en dodges. Daardoor voelden gevechten tijdens mijn speelsessie direct spannender aan dan in oudere Assassin’s Creed-games. Ik ging zelfs meerdere keren dood, iets wat bij Black Flag vroeger bijna nooit gebeurde. Ook word je geforceerd om niet alleen te counteren, maar ook andere manieren te gebruiken om je vijanden om te leggen.

Tijdens het bestormen van een fort merkte ik pas dat ik een stuk meer gebruikmaakte van mijn volledige arsenaal aan wapens. Ik wisselde constant tussen zwaarden, pistolen en mijn grijphaak om overeind te blijven tijdens gevechten. In het origineel uit 2013 had ik waarschijnlijk simpelweg gewacht op een counter om vervolgens moeiteloos door groepen vijanden heen te hakken.

Toch voelt het vernieuwde systeem nog niet helemaal af. Vooral chains van aanvallen locken soms niet goed op vijanden, waardoor combo’s abrupt afbreken. Zeker in kleine ruimtes, zoals op schepen, merkte ik dat de combat wat stroef aanvoelde. Ook vielen vijanden regelmatig aan vanuit dode hoeken, waardoor sommige gevechten eerder chaotisch dan echt uitdagend waren. Zo vaak dat het me bijna begon te ergeren.

Recht zo die gaat

Ubisoft heeft verrassend weinig veranderd aan de scheepsgevechten. Buiten enkele upgrades voor je schip en kleine aanpassingen aan de gameplay blijft varen met de Jackdaw grotendeels hetzelfde als in het origineel. Eerlijk gezegd voelt dat voor mij als de juiste keuze: dit systeem werkte dertien jaar geleden al ontzettend goed.

Kleine gameplay aanpassingen komen in de vorm van bijvoorbeeld de ‘Swivel Gun’. Dit kleine kanon aan de zijkant van jouw schip kan - en moet - je nu zelf besturen om extra schade aan vijandige schepen aan te brengen. Dit deed je eerst door alleen een bepaalde knop ingedrukt te houden. Het zorgt voor wat meer handelingen binnen een verder gecontroleerde omgeving.

Een bemanning met meer karakter

Tijdens mijn playthrough kregen we niet alleen bekende missies uit het origineel voorgeschoteld, maar maakte ik ook kennis met een nieuwe vorm van verhaalmissies rondom zogeheten officieren. Verspreid door de Caraïben kun je drie unieke officieren vrijspelen, elk met hun eigen persoonlijkheid, achtergrond en vaardigheden.

Na het afronden van hun missielijnen sluiten zij zich aan bij jouw crew en leveren ze verschillende voordelen op tijdens het varen. Zo kan één van de officieren bijvoorbeeld de Jackdaw uitbreiden met dubbele kanonnen. Daardoor voelde het alsof ik echt een crew aan het opbouwen was, in plaats van alleen upgrades vrij te spelen. Mede door hun persoonlijke verhaallijnen voelde ik veel meer connectie met mijn crew. Dat is een welkome toevoeging, want buiten Adéwalé voelde de bemanning in het origineel vaak vrij anoniem aan.

Terugkerende missies uit het origineel zijn daarnaast niet simpelweg gekopieerd naar Resynced. Ubisoft heeft veel van deze momenten opnieuw aangepakt met extra dialogen, nieuwe tussenfilmpjes en soms zelfs een andere opbouw van de missie zelf. Het zorgt ervoor dat oude missies herkenbaar blijven voor de fans, terwijl ze tegelijkertijd moderner en dynamischer aanvoelen dan in 2013.

Een ‘zachte’ remake

Wat mij tijdens de speelsessie misschien nog wel het meeste opviel, is hoe bewust Ubisoft probeert vast te houden aan het gevoel van de oorspronkelijke Black Flag. Resynced voelt daardoor niet als een volledige remake, maar ook niet als een simpele remaster. Het zit er tussenin. Ja, de graphics zijn volledig vernieuwd en ook gameplay, exploratie en verhaal krijgen nieuwe toevoegingen. Toch blijft de kern van Black Flag geheel overeind.

Dat benadrukte regisseur Richard Knight meerdere keren tijdens ons gesprek in Parijs. Volgens hem wilde het team bewust wegblijven van grote rpg-systemen en ingrijpende veranderingen, juist omdat het gevoel van Black Flag behouden moest blijven. Veel systemen zijn daarom in de basis intact gebleven.

En eerlijk gezegd merk je dat direct tijdens het spelen. Ondanks alle technische upgrades voelt Resynced nog steeds als Black Flag. Niet als een moderne heruitvinding van die game, maar als de versie die fans zich al jaren herinneren in hun hoofd. Als Ubisoft die balans tussen nostalgie en vernieuwing op de release weet vast te houden, dan lijkt Black Flag Resynced precies de terugkeer te worden waar fans al jaren op hopen.

Assassin’s Creed Black Flag Resynced verschijnt op 9 juli voor PlayStation 5, Xbox Series-consoles en pc.