ID.nl logo
Sticks met USB 3.0
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Sticks met USB 3.0

Ongemerkt werken we allemaal met steeds grotere bestanden. Zo zorgde de overstap van SD-filmmateriaal naar HD-materiaal voor een flinke toename in bestandsomvang. Voor het meenemen van bestanden vertrouwen we ook in deze cloudtijd vaak nog steeds op het vertrouwde usb-stickje. De relatief lage snelheid van usb 2.0 begint echter irritant te worden bij grote bestanden. Brengt usb 3.0 de oplossing? Tijd om dat uit te vinden middels een test van 14 usb3.0-sticks.

Hoewel usb 3.0 steeds populairder wordt, zijn er nog maar weinig chipsets die usb 3.0 ingebouwd hebben. Enkel AMD ondersteunt usb 3.0 in sommige Fusion-chipsets voor bijvoorbeeld de Llano-processors. In topplatform FX hebben de chipsets dan weer geen ondersteuning voor usb 3.0. Intel heeft momenteel geen chipsets met ingebouwde usb 3.0. Toch worden in de praktijk vrijwel alle moederborden en nieuwe notebooks voorzien van usb 3.0. Deze mogelijkheid wordt dan verzorgd door een extra controllerchip van bijvoorbeeld Renesas (NEC).

De uitbreiding van de usb-standaard met usb 3.0 zorgt uiteraard ook weer voor een nieuw logo, zodat u op de verpakking kunt herkennen dat het om een usb3.0-product gaat. Ditmaal is de term SuperSpeed bedacht om aan te geven dat een usb-apparaat usb 3.0 ondersteunt. Ter herinnering: voor de maximale snelheid van usb 2.0 wordt de term Hi-Speed gebruikt. Usb3.0-producten zijn compatibel met usb 2.0, u kunt de sticks dus probleemloos op uw bestaande computers gebruiken. Uiteraard is de snelheid dan wel beperkt tot de snelheid van usb 2.0. Usb 3.0 heeft overigens een theoretische snelheid van 600 Mbyte/s. Dat is uiteraard niet haalbaar, maar we hopen toch wel snelheden van 100 Mbyte/s te zien bij usb3.0-sticks.

©PXimport

Aan dit logo herkent u usb3.0-producten.

Usb 3.0 op de behuizing

Steeds meer behuizingen beschikken over usb 3.0. Handig, want anders moet u uw usb-stick ergens aan de achterkant van uw pc aansluiten. Momenteel zijn er twee methodes om de usb3.0-poorten aan de voorkant van een behuizing aan te sluiten op uw moederbord. De eerste methode, die we vooral op oudere behuizingen met usb 3.0 aantreffen, is dat de poorten van de behuizing voorzien zijn van een kabel met een normale usb-stekker. De kabel wordt door een gat in de achterkant van de behuizing naar buiten geleid, u sluit hem vervolgens aan op de usb3.0-poort op de achterkant van uw moederbord. Bij de tweede methode wordt gebruikgemaakt van een zogenaamde headeraansluiting, een aansluiting die u op uw moederbord terugvindt. De kabels aan de usb3.0-poorten van uw behuizing zijn voorzien van de platte headeraansluiting. U prikt ze op uw moederbord, precies zoals we van usb2.0-poorten gewend waren. Er zijn overigens adapters om poorten van systeemkasten die de eerste methode gebruiken, om te zetten naar de tweede methode, wel zo netjes. Bij de meeste nieuwe notebooks is ook aan usb 3.0 gedacht en is er een blauw poortje te vinden.

Usb3.0-hub

Net als voor usb 2.0, komen er nu usb-hubs op de markt die om kunnen gaan met usb 3.0. Ze zijn wat duurder dan usb2.0-hubs, maar met een prijs van zo'n 35 euro voor een exemplaar met vier poortjes zijn ze nog wel betaalbaar. Een groter probleem is de verkrijgbaarheid, er zijn nog niet zo veel merken die een usb3.0-hub voeren, ze zijn dan ook nog lang niet overal te koop. Het is wellicht ook nog wat te vroeg voor een usb3.0-hub, want veel mensen zullen momenteel hooguit een of twee usb3.0-apparaten bezitten.

©PXimport

Er zijn usb3.0-hubs te koop, ze zijn meestal wel beperkt tot vier poorten.

Forse snelheidsverschillen

Ondanks dat alle geteste usb-sticks het label usb 3.0 dragen, zijn er toch snelheidsverschillen te zien. Bij het lezen zijn de sticks allemaal flink sneller dan usb2.0-sticks. Helaas kunnen we dit niet zeggen over de schrijfsnelheden. Het labeltje usb 3.0 zegt in de praktijk dan ook vooral: gemiddeld (lezen plus schrijven gedeeld door twee) sneller dan usb 2.0. Een lees- en schrijfsnelheid van 40 Mbyte/s is bijvoorbeeld al meer dan twee keer zo snel dan wat usb 2.0 in de praktijk brengt. Leuk, maar wie verwacht dat hij data kan verwerken met bijvoorbeeld 100 Mbyte/s komt bedrogen uit. Behalve een controller die overweg kan met usb 3.0, zijn er natuurlijk ook snellere flashchips nodig om die snelheid daadwerkelijk te kunnen gebruiken. In de tabel kunt u de snelheden zien die wij gemeten hebben, zodat u zelf kunt bepalen welke snelheid u nodig hebt en welk prijskaartje daaraan hangt. Uiteraard geldt natuurlijk: hoe sneller de stick, des te hoger de prijs. Net als bij SSD's geldt ook bij deze usb3.0-sticks dat dezelfde sticks met meer geheugencapaciteit een hogere schrijfsnelheid hebben, doordat er meer geheugenchips aanwezig zijn om parallel naartoe te schrijven. Wij vinden bij deze test de schrijfsnelheid belangrijker dan de leessnelheid, en de schrijfsnelheid bij grote bestanden belangrijker dan bij kleine bestanden.

©PXimport

Uw desktop kunt u uitbreiden met usb 3.0 via een insteekkaart.

©PXimport

Een notebook met een ExpressCard-slot kunt u ook voorzien van usb 3.0.

Nog geen usb 3.0?

Ook als uw systeem nog geen usb 3.0 heeft, kunt u profiteren van usb 3.0. U dient dan een usb3.0-uitbreidingskaartje aan te schaffen. Deze zijn over het algemeen uitgevoerd als PCI-E x1-insteekkaart. De uitbreidingskaarten kosten tussen de 15 en 25 euro. Feitelijk is er maar weinig verschil tussen kaarten van verschillende merken, ze gebruiken vrijwel allemaal dezelfde chip van Renesas (NEC). Wanneer uw notebook is voorzien van een ExpressCard-uitbreidingsslot, dan kunt u ook uw notebook voorzien van usb 3.0. Ook hierbij geldt dat over het algemeen dezelfde chip van Renesas gebruikt wordt. Toch zijn er bij ExpressCards wel belangrijke verschillen. Zo hangt het van het merk af hoe degelijk de poortjes op het kaartje gemonteerd zijn. Daarnaast hebben sommige usb3.0-ExpressCards een aparte ingang voor een spanningsadapter, zodat ook apparaten die net teveel energie verlangen (zoals externe harde schijven zonder eigen voeding) toch probleemloos werken. Een usb3.0-ExpressCard is te vinden vanaf zo'n 20 euro.

ADATA Nobility N005 16 & 64 GB

Bij de ADATA Nobility N005 is goed te zien dat meer capaciteit ook een hogere snelheid betekent. We testen de 16- en 64GB-variant. Qua lezen scheelt het niets, maar op het gebied van schrijven is de 64GB-uitvoering twee keer zo snel. De schrijfsnelheid met kleine bestanden is zelfs de hoogste uit de test, de gemiddelde schrijfsnelheid is de tweede in de test. Helaas is de leessnelheid met zo'n 85 Mbyte/s weer niet zo indrukwekkend. De 16GB-uitvoering is qua schrijven niet heel indrukwekkend, ADATA's goedkopere S102 doet het beter op dat vlak.

©PXimport

ADATA Nobility N005 16 GB & 64 GB

Straatprijs € 37,- (16 GB), € 90,- (64 GB)

Oordeel 7/10

Pluspunten

Snelle schrijfsnelheden bij kleine bestanden (64 GB)

Minpunten

Geen activiteits-led

Corsair Flash Voyager GT USB 3.0 64 GB

De Corsair Flash Voyager GT USB 3.0 ziet er stoer uit en is gemaakt van een rubberachtig materiaal. De stick is net wat duurder dan de ADATA Nobility N005, maar blijft daar qua schrijfsnelheden wat bij achter. Wel is het lezen van grote bestanden wat sneller, maar wij vinden schrijven toch net iets belangrijker.

©PXimport

Corsair Flash Voyager GT USB 3.0 64 GB

Straatprijs € 95,-

Oordeel 7/10

Pluspunten

Stevige rubberen

behuizing

Minpunten

Schrijfsnelheden blijven achter

ADATA S102 Superior Series 16 GB

De ADATA S120 Superior is sneller dan de iets duurdere 16GB-variant van de ADATA Nobility N005 en dus een betere keuze als u een stick met een capaciteit van 16 GB wilt. Bent u op zoek naar een stick met een indrukwekkende leessnelheid voor een goede prijs, dan is de ADATA S102 Superior in deze test de enige keuze. De stick krijgt dan ook het Redactie TIP-keurmerk.

©PXimport

ADATA S102 Superior Series 16 GB

Straatprijs € 25,-

Oordeel 7/10

Pluspunten

Erg snelle leessnelheden

Goedkoop

Minpunten

Schrijfsnelheid langzaam

Geen activiteits-led

Kingston DataTraveler HyperX 3.0 64 GB

De Kingston HyperX 3.0 64 GB is de duurste usb-stick uit deze test en draagt bovendien het merk HyperX dat Kingston reserveert voor zijn snelste producten. Dat belooft dus wat. Helaas heeft ook deze stick teleurstellende schrijfsnelheden. De usb-stick van Patriot heeft een hogere leessnelheid en hogere schrijfsnelheid voor grote bestanden, gekoppeld aan een lagere prijs. De stick van Kingston is zeker niet slecht, maar de Patriot Supersonic Magnum 64 GB is goedkoper en vinden wij beter.

©PXimport

Kingston Data Traveler HyperX 3.0 64 GB

Straatprijs € 135,-

Oordeel 8/10

Pluspunten

Leessnelheden

Schrijfsnelheid grote bestanden

Minpunten

Geen activiteits-led

Kingston DataTraveler Ultimate 3.0 G2 16 GB

De Kingston DataTraveler Ultimate is de duurste 16GB-stick die we getest hebben. Gelukkig scoort hij ook een stuk beter. Het verschil zit hem vooral in de schrijfsnelheid bij grote bestanden, dan is de Kingston namelijk twee keer zo snel als de ADATA S102 Superior Series. De rest van de snelheden zijn hetzelfde, de leessnelheid bij kleine bestanden is zelfs wat lager. Wilt u vooral grote bestanden schrijven, dan is dit best een leuke stick, maar hij is wel wat prijzig. Voor iets meer geld hebt u meer opslagruimte met de Patriot Supersonic 32 GB, die tevens een stukje beter presteert.

©PXimport

Kingston Data Traveler Ultimate 3.0 G2 16 GB

Straatprijs € 43,-

Oordeel 8/10

Pluspunten

Snelste 16GB-stick

Goede schrijfsnelheden

Minpunten

Prijzig

Patriot Supersonic Magnum 64 GB

De Patriot Supersonic Magnum is de stick met de hoogste opgegeven lees- en schrijfsnelheden. In onze benchmarks wordt dat voor het leesgedeelte ruimschoots bevestigd. Het schrijven van kleinere bestanden blijft helaas wel achter bij de beloofde 120 Mbyte/s en blijft steken op 15,38 Mbyte/s. Grote bestanden gaan met 55,3 Mbyte/s een stuk sneller, maar nog altijd niet met 120 Mbyte/s. Gekoppeld aan de erg hoge leessnelheden is dit de beste stick. We geven hem dan ook het keurmerk Best Getest.

©PXimport

Patriot Supersonic Magnum 64 GB

Straatprijs € 100,-

Oordeel 8/10

Pluspunten

Snelste leessnelheden

Snel schrijven bij grote bestanden

Minpunten

Geen activiteits-led

Patriot Supersonic 32 GB

De prestaties van de patriot Supersonic blijven achter bij de Supersonic Magnum, maar zijn nog steeds goed. Vooral de schrijfsnelheid bij grote bestanden is prima in orde. Ook de leessnelheden zijn goed, waardoor dit een leuke stick is. Van de drie geteste 32GB-sticks is dit onze favoriete stick, terwijl hij niet de duurste is.

©PXimport

Patriot Supersonic 32 GB

Straatprijs € 47,-

Oordeel 8/10

Pluspunten

Snelle leessnelheden

Snel schrijven bij grote bestanden

Minpunten

Geen

Team C101 8 GB

De Team C101 8 GB is de goedkoopste stick in de test en de schrijfprestaties zijn dan ook niet om over naar huis te schrijven. Ook de leessnelheid is met zo'n 51 Mbyte/s niet heel indrukwekkend, maar dit is dan ook een 8GB-uitvoering. Het is in elk geval een stuk sneller dan usb 2.0. Qua schrijven is hij met 13,63 Mbyte/s niet sneller dan usb 2.0. Overigens is deze 8GB-stick wel sneller dan het geteste 8GB-exemplaar van Transcend.

©PXimport

Team C101 8 GB

Straatprijs € 13,-

Oordeel 6/10

Pluspunten

Inschuifbaar, dus geen los dopje

Minpunten

Langzame leessnelheden

Langzame schrijfsnelheden

Team F108 16 GB

De leessnelheden van de Team F108 16 GB zijn hetzelfde als die van de eveneens geteste Team C101 8 GB en maken dus weinig indruk. De schrijfsnelheden zijn met zo'n 22 Mbyte/s wel een stuk beter en vergelijkbaar met de andere 16GB-sticks. Ten opzichte van die andere usb3.0-sticks met 16 GB vallen echter de slechte leessnelheden op. De ADATA S102 lijkt ons bijvoorbeeld een betere keus.

©PXimport

Team F108 16 GV

Straatprijs € 22,-

Oordeel6/10

Pluspunten

Schrijfsnelheden redelijk

Minpunten

Langzame leessnelheden

Transcend JetFlash 700 8, 16 & 32 GB

De 16- en 32GB-uitvoeringen van de Transcend JetFlash 700 hebben dezelfde opgegeven snelheden. In de praktijk scoren ze inderdaad ongeveer gelijk. Het 8GB-model is een stuk langzamer en dat blijkt ook uit de test. Op gebied van schrijven zijn de sticks niet erg rap en de ADATA S102 die ongeveer hetzelfde kost, heeft veel hogere leessnelheden.

©PXimport

Transcend JetFlash 700 8, 16 & 32 GB

Straatprijs € 16,- (8 GB), € 22,- (16 GB), € 38,- (32 GB)

Oordeel 6/10

Pluspunten

Laag geprijsd

Minpunten

Lage schrijfsnelheden

Verbatim Store'n'Go USB 3.0 32 GB

Met grote bestanden is de Store'n'Go USB 3.0 duidelijk sneller dan met kleine bestanden. De schrijfsnelheid met een bestand van 1 megabyte is slechts 16,34 Mbyte/s terwijl bij een bestand van 256 megabyte een prima snelheid van 44,7 Mbyte/s gehaald wordt. Ook de leessnelheid is met grote bestanden een stuk hoger. Handig is dat deze usb-stick geen los dopje, maar een inschuifbare connector heeft.

©PXimport

Verbatim Store'n'Go Usb 3.0

Straatprijs € 68,-

Oordeel 7/10

Pluspunten

Inschuifbaar, dus geen los dopje

Schrijfsnelheid grote bestanden

Minpunten

Geen activiteits-led

Conclusie

Wanneer u data wilt lezen, dan zijn de usb3.0-sticks merkbaar sneller dan hun usb2.0-tegenhangers. Qua leessnelheden steken twee sticks met kop en schouders boven de rest uit: de Kingston DataTraveler HyperX 3.0 64 GB en de Patriot Supersonic Magnum 64 GB. Helaas zijn het vooral de schrijfsnelheden die nooit echt indrukwekkend worden. Jammer, want juist dat schrijven zouden we graag wat sneller doen. Het is dan ook lastig om echte winnaars aan te wijzen. U kunt op basis van de tabel zelf bepalen wat voor u belangrijk is (lezen of schrijven gekoppeld aan kleine of grote bestanden). Toch willen we u onze favorieten niet onthouden.

Werkt u vooral met kleinere bestanden, dan is de ADATA Nobility N005 64 GB een interessante keuze. In de test met een bestand van 1 megabyte scoort deze stick een snelheid van 38,12 Mbyte/s. Helaas vallen de prestaties bij een testbestand van 256 megabyte met een schrijfsnelheid van 31,86 Mbyte/s weer wat tegen. Wie vooral met grotere bestanden werkt, kan kiezen uit de Patriot Supersonic Magnum 64 GB of de Kingston DataTraveler HyperX 3.0 64 GB. Kingston doet het dan wel wat beter met kleinere bestanden, maar Patriot biedt de hoogste leessnelheden in de test. Ook met grote bestanden is Patriot het beste. Uiteindelijk vinden we de Patriot Supersonic Magnum 64 GB de beste stick en belonen we deze daarom met het keurmerk Best Getest. Voor wie wat minder wil uitgeven, is ook Patriots Supersonic 32 GB een goede keus. Qua prijs-prestatieverhouding zijn we onder de indruk van de ADATA S102 Superior Series 16 GB. Voor ongeveer 27 euro krijgt u een stick met een erg hoge leessnelheid, terwijl de schrijfsnelheden vergelijkbaar zijn met andere gelijkgeprijsde sticks. Dit is dus onze Redactie TIP. Een goedkope usb-stick die zowel goede lees- als schrijfsnelheden biedt, zijn we in deze test helaas niet tegengekomen. Ook een stick die in alles de beste is, hebben we nog niet gevonden.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.