ID.nl logo
SSD's getest: Welke SSD moet je kopen?
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

SSD's getest: Welke SSD moet je kopen?

SSD's worden nog steeds goedkoper. Inmiddels bieden SSD's met een opslagcapaciteit rond de 256 gigabyte de beste verhouding tussen opslagcapaciteit en prijs. Een SSD in dit formaat is groot genoeg voor je besturingssysteem en je programma's. Maar welke moet je kopen?

We blijven onszelf herhalen: een SSD is de beste upgrade die je kunt uitvoeren. Je systeem start sneller op, programma's starten sneller en de computer voelt sneller aan. Het grote nadeel van een SSD is dat een dergelijke schijf per gigabyte vele malen duurder is dan een traditionele harde schijf.

Daar staat tegenover dat als je niet per se de snelste SSD wilt hebben, je al een SSD van 240 GB voor zo'n 125 euro koopt. Dat is meer dan genoeg voor je besturingssysteem en belangrijke programma's. SSD's met een opslagcapaciteit tussen de 240 en 256 gigabyte vormen momenteel dan ook de populairste modellen. We hebben voor dit artikel veertien modellen uitgekozen en getest.

We zullen niet iedere SSD los bespreken, maar lichten de meest interessante modellen toe.

Consolidatie

We verwachten dat we met het volwassener worden van de SSD-markt steeds meer consolidatie gaan zien en er uiteindelijk een paar fabrikanten overblijven. Een SSD-fabrikant die kan werken met een eigen controller, eigen flashgeheugen of allebei is daarbij in het voordeel ten opzichte van fabrikanten die alles moeten inkopen.

Een goed voorbeeld is Samsung die zijn SSD's geheel binnen het Samsung-concern produceert en hierdoor prima SSD's tegen een relatief scherpe prijs kan neerzetten. Een belangrijke consolidatieslag zagen we onlangs bij OCZ. Eerder nam OCZ controllerfabrikant Indilinx over en onlangs werd OCZ op zijn beurt weer overgenomen door Toshiba.

Uiteraard wordt in recente OCZ-SSD's de eigen controller gecombineerd met Toshiba-flashgeheugen. Crucial is een voorbeeld van een fabrikant die de controller moet inkopen, maar wel kan werken met 'eigen' flashgeheugen van moederbedrijf Micron en waarschijnlijk hierdoor een scherp geprijsd product op de markt kan zetten.

Controller

Voor de prestaties van een SSD is de controller het belangrijkste onderdeel. Opvallend is dat de best presterende SSD's een controller van de fabrikant zelf bevatten. Het gaat hierbij om OCZ en Samsung.

Toch kun je ook als fabrikant die zelf geen controller maakt een uitstekend presterende SSD maken door gebruik te maken van een Marvell- of LAMD-controller. Ook LSI SandForce is nog steeds een optie, maar de SF-2281 is al erg lang op de markt en inmiddels ingehaald door zowel Samsung, OCZ, LAMD en Marvell. LSI heeft de derde generatie SandForce-controller inmiddels wel aangekondigd. Tot slot vinden we in deze test nog één SSD met een controller van Phison.

Testprocedure

Voor het testen van SSD's maken we gebruik van een systeem met een Intel Core i3-3230 op een moederbord met de Intel Z77-chipset voorzien van Windows 7 64 bit. We gebruiken de benchmarks Iometer en AS SSD om de lees- en schrijfprestaties voor zowel kleine als grote datablokken te bepalen. Belangrijk voor thuisgebruik zijn de benchmarks PCMark 7 en 8. Deze bootsten het gebruik van echte Windows-software na en geven een indicatie van de SSD in de echte wereld.

Er wordt gebruik gemaakt van onder andere Word, Excel, Photoshop, InDesign en World of Warcraft. Naast deze benchmarks testen we met Iometer de SSD's ook in twee continutests die ieder dertig minuten duren. Hierbij wordt duidelijk hoe de prestaties van de SSD zich handhaven bij langdurig gebruik. Dit is voor thuisgebruik minder relevant, maar telt wel bij professioneel gebruik in een workstation of server. Op basis van de resultaten uit alle benchmarks is voor iedere SSD een gewogen gemiddelde berekend waarna we de best presterende SSD de score 100 hebben toegekend.

©PXimport

Een SSD bevat geen bewegende onderdelen, maar een printplaat met een controller, flashgeheugen en afhankelijk van de controller RAM-geheugen.

Topklasse

Kijken we naar het gewogen gemiddelde van de diverse benchmarks, dan blijkt OCZ's Vector 150 de best presterende SSD te zijn. Het enige verschil met zijn voorganger is dat er in de Vector 150 gebruik wordt gemaakt van Toshiba-flashgeheugen. OCZ heeft wel meer ruimte gereserveerd voor de controller, waardoor de SSD nu een 240GB-model is. Interessant is dat OCZ de Vector 150 heeft geoptimaliseerd voor een langdurige werklast. Dat wil zeggen dat ook als je de SSD langdurig belast de (schrijf)prestaties constant blijven.

Opvallend is dat dit ook geldt voor OCZ's goedkopere Vertex 460. Verwonderlijk is dat niet, want de Vertex 460 is technisch eigenlijk hetzelfde product als de Vector 150. Het verschil is dat de controller een iets lagere kloksnelheid heeft. In de lijst met de gemiddelde scores van alle benchmarks neemt de Vertex 460 een derde plaats in. De tweede plaats wordt ingenomen door Samsungs SSD 840 Pro, die al eerder goed scoorde in onze tests. Het voordeel van Samsungs SSD is dat hij absoluut wat goedkoper is dan OCZ's Vector 150 en daarbij meer netto-opslagcapaciteit biedt. Per gigabyte is hij dus een stuk goedkoper. Voor vrijwel alles is de 840 Series Pro net zo snel als OCZ's Vector 150, in de PCMark-benchmarks scoort hij zelfs iets beter.

Ook Plextor doet goede zaken met de M5 Pro, die gebaseerd is op de Marvell 88SS9187-controller. Deze controller wordt ook door andere fabrikanten gebruikt, maar vereist dat de fabrikant zelf een firmware schrijft. Plextor is daar kennelijk goed in en perst de meeste prestaties uit de Marvell-controller. De Seagate 600, Corsair Neutron GTX 240 GB V2 en SanDisk Extreme II complementeren de topklasse. De Seagate en Corsair maken gebruik van de LAMD LM87800-controller. Deze controller hebben we eerder gezien en presteert erg goed. SanDisk gebruikt dezelfde Marvell-controller als Plextor, maar SSD van SanDisk presteert wat minder.

©PXimport

De OCZ Vector 150 is de snelste SSD in onze test.

Iets langzamer ook uitstekend

Natuurlijk is een snelle SSD altijd beter, maar eerlijk gezegd maakt het voor de doorsnee computergebruiker weinig uit welke moderne SSD je kiest. Je kunt daarom gerust een wat langzamer en dus goedkoper exemplaar kiezen. De goedkoopste SSD in deze test is de Crucial M500, die gebruik maakt van een Marvell-controller. Crucial is onderdeel van Micron en dat zorgt er vermoedelijk voor dat Crucial de SSD die Micron-flashgeheugen bevat tegen een scherpe prijs op de markt kan zetten.

Met de prestaties is weinig mis (hij is sneller dan de op SandForce gebaseerde SSD's) en we geven de M500 daarom het Redactie Tip-keurmerk. Een andere sterke budget-SSD is Samsungs SSD 840 Evo. Net als voor het topmodel maakt Samsung alle onderdelen zelf. De 840 Evo maakt als enige SSD gebruik van TLC-geheugen dat 3 bit in plaats van 2 bit per cel kan opslaan. Hierdoor zijn er fysiek kleinere chips nodig en dat is uiteraard goedkoper.

Daar staat tegenover dat TLC-geheugen langzamer is dan het gebruikelijke MLC-geheugen. Samsung lost dit op door een gedeelte van de SSD in te zetten als SLC-geheugen (met 1 bit per cel). Dit cachegedeelte is extra snel, waardoor de 840 Evo eigenlijk prima presteert. Alleen als de SSD langdurig zwaar belast wordt, storten de prestaties helemaal in. Bij normaal consumentengebruik zal dat niet zo snel gebeuren en is de 840 Evo een prima SSD.

Je ziet dit ook terug in PCMark 7 en 8. Toshiba heeft met de Q-Series een SSD die een beetje tussen de topklasse en de rest in ligt. De SSD is snel, maar interessanter is dat het energieverbruik het laagste in de test is. Dat kan van pas komen als je net een kwartiertje langer op je notebook wilt werken. Kijken we naar de overige SSD's, dan zijn er eigenlijk geen interessantere exemplaren dan de genoemde Crucial en Samsung. De andere SSD's zijn duurder en presteren vrijwel gelijk of zelfs minder.

De prijzen zouden veranderd kunnen zijn tegen de tijd dat je dit artikel leest. Je kunt de huidige prijzen raadplegen in onze prijsvergelijker.

©PXimport

De goedkoopst SSD in deze test, de Crucial M500, zal in veel gevallen voldoen.

Conclusie

OCZ doet goede zaken met zowel de Vector 150 als de Vertex 460. De OCZ Vector 150 mag zich de snelste SSD van dit moment noemen. De OCZ Vertex 460 is niet veel langzamer en heeft een overtuigende derde plek. De tweede plek is voor Samsung met de nog altijd overtuigende SSD 840 Pro. Er kan er maar één de beste zijn en we geven de Vector 150 daarom het keurmerk Best Getest.

Doe je geen heel veeleisende zaken op je pc, dan maakt het eigenlijk niet veel uit welke SSD je kiest en speelt de prijs een grote rol. Wij raden je de Crucial M500 of de Samsung SSD 840 Evo aan waarmee je een prima SSD tegen een scherpe prijs in huis haalt. We geven zowel de Crucial M500 als de Samsung SSD 840 Evo een Redactie TIP. Uiteraard zou het zo kunnen zijn dat een van de andere SSD's veel goedkoper wordt of dat er ergens een scherpe aanbieding is. Is een dergelijke SSD goedkoper dan de Crucial M500 of Samsung SSD 840 Evo, dan kun je daar uiteraard voor kiezen.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.