ID.nl logo
18 RTX-videokaarten getest
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

18 RTX-videokaarten getest

Met de GeForce RTX-series bracht Nvidia voor het eerst in jaren weer echte vernieuwing op het gebied van grafische kaarten. Vandaag gaan we twee vragen beantwoorden: wil je er één? En zo ja, welke videokaart kies je dan?

Hoewel we lang moesten wachten op deze nieuwe grafische kaarten, heeft de markt in de afgelopen twee jaar meer meegemaakt dan we voor mogelijk hadden gehouden. Vooral dankzij een enorme vraag naar deze producten van miners van cryptovaluta (Bitcoin, Ethereum etc.) werden videokaarten veel duurder. Een stevige game-pc was al niet goedkoop, maar met die prijsstijgingen werd dat voor velen onbetaalbaar. Tel de zakkende prijzen van Xboxen en Playstations daarbij op, en de liefhebbers van pc-gaming hadden genoeg te klagen.

Totdat afgelopen september Nvidia de RTX 2080 en RTX 2080 Ti uitbracht, waarbij vooral de laatste weer een echt grote stap in pure grafische rekenkracht met zich meebracht. Zelfs op 4K weet de GeForce RTX 2080 Ti in het gros van de games boven de magische 60 fps te blijven, serieus 4K-gamen is daarmee voor het eerst werkelijkheid geworden en dat is een prachtige prestatie van Nvidia. Laten we niet vergeten dat AMD niets heeft dat in de buurt komt van dit grafische geweld en dat de 4K-ervaring op consoles daar ook niet bij in de buurt komt.

Hoge prijzen

Reden voor pc gamers om de klaagzang dus even te parkeren? Niet helemaal, want met een prijskaartje van 1.200 euro is de RTX 2080 Ti niet meer dan een heel mooi stuk speelgoed voor de zeer welvarende pc-game-elite. Dan klinkt 800 euro voor een RTX 2080 bijna als een koopje, maar laten we niemand voor de gek houden en stellen dat die videokaart feitelijk in hetzelfde schuitje zit voor slechts marginaal minder selecte doelgroep. De Nvidia RTX 2070 is –als je goed zoekt – voor circa 500 euro te vinden en daarmee eerste videokaart van deze nieuwe generatie voor de grotere doelgroep. Qua prestaties staat de RTX 2080 Ti op eenzame hoogte, terwijl de RTX 2080 gemiddeld rondom het prestatiepunt van de GTX 1080 Ti ligt en de RTX 2070 qua prestaties grofweg tussen de oude GTX 1080 en GTX 1080 Ti in valt. Dat is geen gigantische stap vooruit in die middenklasse en gamers die nu al voorzien zijn van een dergelijk krachtige kaart uit de 10-serie, zullen hun hand op of in de buurt van de knip willen houden.

Ray Tracing

Om gamers toch te overtuigen over te stappen, heeft Nvidia een aantal troeven achter de hand, met ‘Ray Tracing’ vooraan de rij. Ray-tracing is de techniek waarin een beeld wordt gegenereerd door individuele lichtstralen te volgen en te simuleren hoe ze reageren op elke aanraking. Een benadering van hoe wij met onze ogen de wereld zien. Met deze nieuwe GeForce RTX-kaarten heeft Nvidia een aantal nieuwe gespecialiseerde ‘RT-cores’ toegevoegd, wiens enige taak is om die ray-tracing-berekeningen uit te voeren.

In theorie kan Nvidia daar iets mee doen wat we in jaren niet hebben gezien: een echte stap vooruit maken wat beeldkwaliteit betreft. Met deze techniek zouden we ongekend goede reflecties en sfeer dankzij accurate verlichting en schaduwen kunnen krijgen in games. Hoewel het onderdeel is van zowel de DirectX12- als Vulkan-api en daarmee in theorie iets wat we veel vaker gaan zien, vereist het wel dat game-ontwikkelaars iets met deze techniek doen. Toen bij lancering van de RTX-videokaarten bleek dat er nog geen enkele game daadwerkelijk iets met ray-tracing kon doen, was de kritiek niet meer dan begrijpelijk.

Tijdens het schrijven van dit artikel voegde EA ray-tracing-ondersteuning toe aan Battlefield V, daarmee de eerste game die er daadwerkelijk gebruik van kon maken en onze eerste hands-on-ervaring. Met ray-tracing (DXR genoemd in de game) aan, zien we inderdaad prachtige en accurate reflecties. Zeker in combinatie met een hdr-monitor is de beeldkwaliteit fenomenaal. Stormen we door de prachtige Rotterdam-map in die game heen op een groot scherm, dan krijgen we een voorproefje van next-gen-gaming voor de massa. Het resultaat mag er echt zijn.

©PXimport

Niet zonder zorgen

Toch zijn er de nodige zorgen. Battlefield V op DirectX12, nodig voor ray-tracing, is namelijk nog niet zo feilloos als op DirectX11 en veroorzaakt af en toe zwarte schermen. Ook lijkt de ray-tracing-implementatie nog niet perfect, zo zien we soms opvallende, ongewenste lichteffecten. En hoewel het detailniveau van DXR instelbaar is, zien we beperkt visueel verschil tussen Low en Ultra. En we moeten daarbij dan nog opmerken dat de impact op de prestaties aanzienlijk is: 4K met hdr en ray-tracing is niet haalbaar. Zelfs voor 1080p- of 1440p-gaming wil je eigenlijk toch de duurdere RTX 2080 Ti hebben.

De realiteit is dat realtime-ray-tracing prachtig is, maar dat we pas aan de beginfase staan. Ons vermoeden is dat de feature in Battlefield V ontzettend is gepusht, om maar iets te kunnen laten zien en dat we vooral dienen te wachten op implementaties in meer games. Ray-tracing is zeker geen gimmick – films maken er al jaren gebruik van – maar we kunnen simpelweg nog niet concluderen dat jij daar nu een nieuwe videokaart voor wilt kopen.

©PXimport

Deep learning

De andere grote truc van Nvidia in de nieuwe videokaarten is de complete tegenpool van ray-tracing. Deep Learning Anti-Aliasing of DLSS brengt geen verbetering van de beeldkwaliteit, maar evenaart de beeldkwaliteit van bestaande anti-aliasing-technieken op een veel slimmere manier. Nvidia test en optimaliseert games die DLSS ondersteunen vooraf met behulp van z’n gigantische neurale netwerk (AI voor je games dus). GeForce RTX-kaarten geven die games vervolgens vlotter weer op hoge beeldkwaliteit. Het gevolg is beeldkwaliteit van een hoge resolutie, sterk anti-aliased beeld, maar dan met een 25-50 procent hogere framerate dan voorheen. Op het moment van schrijven en ruim twee maanden na de release van de GeForce RTX-kaarten is het echter nog wachten op een echte DLSS-ervaring. Enkele demo’s en benchmarks zijn veelbelovend, maar wij kunnen pas echt enthousiast worden als we het in echte games kunnen zien en ervaren.

Te vroeg uitgebracht?

Twee veelbelovende technieken dus, maar ook twee waar we eigenlijk op zitten te wachten om nu eens echt indruk te maken in de praktijk. Dat zal ongetwijfeld gebeuren, maar we moeten opmerken dat beide technieken simpelweg nog niet rijp zijn. We vragen ons af waarom deze producten niet iets later uit zijn gebracht, tegelijk met bredere ondersteuning in games. Dure videokaarten moeten het hebben van early adopters, maar het is de taak van Nvidia om die early adopters echt meerwaarde te bieden – niet enkel de belofte voor te houden dat het echt komen gaat. Nvidia vraagt dus extra geduld van deze fanatiekste doelgroep, maar vraagt tegelijk ook de hoofdprijs. Dat is niet het aantrekkelijkste voorstel.

Redenen genoeg om er wel één te kopen

Toch zijn er voldoende redenen om deze RTX-kaarten serieus te overwegen, anders hadden we er uiteraard geen 18 stuks uitvoerig aan de tand gevoeld. Gamers die nog op oudere hardware gamen, denk aan de 9-series (GTX 960 t/m 980 Ti), of op nog oudere hardware (GTX 770 bijvoorbeeld) kunnen we verzekeren van een gigantische prestatiewinst met de nieuwe RTX-kaarten. Elke game-pc van drie jaar of ouder komt niet in de buurt van de prestaties die een 2018-game-pc met moderne processor en GeForce RTX-kaart neer zal zetten. De meer betaalbare RTX 2070 biedt zich aan als aantrekkelijk, nog redelijk te betalen optie, die alles uit die tijd ruim achter zich laat.

En voor gamers die op dit moment het allerbeste willen hebben? Of je nu om 4K-gaming geeft, of wilt gamen op WQHD (1440p) op hoge framerates: los van wat ray-tracing en DLSS nog beloven te gaan bieden de komende maanden, is er simpelweg niets krachtiger dan de high-end-modellen in de GeForce RTX-range. Wil je het beste, en kun je het betalen, dan wil je toch echt een GeForce RTX 2080 of RTX 2080 Ti.

Drie giganten strijden om één been

Wil je een Nvidia GeForce-kaart kopen in Nederland, dan is de kans groot dat je uitkomt bij ASUS, Gigabyte of MSI. Tezamen hebben zij het gros van de markt in handen en zijn ze verantwoordelijk voor alle achttien kaarten in deze test. Nvidia verkoopt zelf ook de zogeheten Founder’s Edition direct vanaf z’n eigen website, maar sinds jaar en dag is bekend dat je die vooral uit een voorliefde voor het unieke aluminium design moet overwegen. De door ons geteste modellen van de boardpartners van Nvidia blijven koeler en stiller, en zijn vaak nog goedkoper ook.

Gewoontedieren

Alle drie de fabrikanten volgen de klassieke goed-beter-best-opbouw. Bij ASUS zijn de Turbo-modellen de instappers, de Dual-modellen de middenmoters en de ROG Strix-modellen de indrukwekkende doch prijzige toppers. Gigabyte heeft als instapper de Windforce, als middenmoter de Gaming OC en het topmodel Aorus Xtreme. MSI compliceert het verhaal iets met verschillende benamingen en designs afhankelijk van de exacte chip. Zo is de RTX 2070 Armor een instapper, maar bestaat er geen RTX 2080 Ti Armor. Mocht je het overzicht verliezen: de prijskaartjes in de tabel laten er geen misverstanden over bestaan. Wat smaak betreft valt er ook niet te twisten, maar we merken wel op dat de kaarten veel op elkaar lijken. Monochroom lijkt de dominante ‘kleurstelling’ van 2018, met rgb als focus-feature op bijna elke kaart. Voor de liefhebbers van een witte pc behuizing vallen de MSI Armor- en ASUS Dual-kaarten op met veel witte details, en de volledige witte Gigabyte Gaming OC White doet daar nog een schepje bovenop.

Even traditiegetrouw zijn deze fabrikanten niet heel happig om hun instapmodellen te laten testen. Gezien de testresultaten vinden wij dat erg jammer. Meer uitgeven voor iets wat jij mooi vindt snappen wij, maar objectief gezien kunnen we alvast stellen dat de goedkopere opties in deze test eigenlijk al uitstekend zijn.

#RGBAllTheThings!

Hoe zie je het verschil tussen een echt luxe kaart en een instap-videokaart? Door de hoeveelheid rgb-verlichting natuurlijk! Flauw, maar wel de realiteit. Bij ASUS treffen we rgb nagenoeg alleen in de duurste ROG-kaarten aan. En hoewel MSI en Gigabyte iets van kleurverlichting in het instap- en middensegment hebben, zijn het wederom de topmodellen waar echt veel op zit. De ASUS ROG-kaart houdt rgb redelijk strak en bescheiden, MSI zet met z’n Gaming X Trio juist in op de gedachte dat meer rgb beter is. Zij die niet vies zijn van echt knettergekke rgb, dienen de Gigabyte Aorus Xtreme kaarten te bekijken, want met rgb-effecten in de ventilatoren is dat de meest extravagante verschijning.

©PXimport

De beste GeForce RTX 2080 Ti

Hoewel het verschil van honderd euro tussen de goedkoopste en de duurste RTX 2080 Ti een aardig bedrag is, zal dat geen breekpunt zijn voor iemand die al op het punt staat minimaal 1.300 euro uit te geven aan een nieuwe videokaart. Dat maakt de keuze voor de duurdere alternatieven niet direct vanzelfsprekend, want de twee goedkoopste (1.299 euro) Gigabyte Gaming OC en MSI Duke, doen nauwelijks onder voor de topmodellen van 1.399 euro. De grofweg 2 procent verschil in benchmarkprestaties tussen de traagste en de snelste ga je nooit voelen in games en daarbij zijn deze kaarten ook koel en stil. De MSI Duke oogt iets indrukwekkender en is nipt efficiënter dan de Gigabyte, maar het zijn minuscuul kleine verschillen. Bij gelijke prijs geven we toch de Gigabyte GeForce RTX 2080 Ti Gaming OC onze Redactietip voor beste prijs-kwaliteitverhouding bij de 2080 Ti, vanwege het extra jaar garantie; het meest tastbare verschil tussen die twee.

Maar de beste? Bovenin strijden de ASUS ROG Strix, de MSI Gaming X Trio en de Gigabyte Aorus Xtreme. Die drie zijn nu eenmaal wat sneller en maken visueel meer indruk. Wat design betreft springt Gigabyte er het meest uit: verlichting in de fans zelf, aparte kappen op de kaart, alles om maar echt op te vallen. Liefhebbers van extreme looks worden rijkelijk voorzien en het extra jaar garantie telt hier ook, maar we moeten kritisch opmerken dat er duidelijk gekozen is voor ‘vorm boven functie’, en dat de aparte ventilatoren de Aorus Xtreme zowel wat luider als wat warmer maakt.

Tussen de MSI Gaming X Trio en de ROG Strix dan? De ROG is iets koeler, de MSI is iets stiller. De MSI is iets goedkoper en maakt visueel gezien veel indruk, maar de onnodige keuze voor 3 PCIe-power-aansluitingen maakt hem lastiger met voedingen te combineren. Daarbij merken we op dat de ASUS een handige ‘quiet mode’ kent (iets stiller, iets warmer) en de enige is die z’n rgb-synchronisatie goed voor elkaar heeft. En voor dit soort bedragen verwachten we dat elk element van de ervaring klopt. De ROG Strix gaat er dan ook vandoor met de titel Best getest.

©PXimport

Kleine zaken maken het verschil

Als we constateren dat de verschillen op gebied van snelheid, warmte en geluid niet extreem groot zijn, dan verleggen we onze aandacht naar prijs, uitstraling en details. MSI probeert z’n topmodel betaalbaarder te houden, terwijl ASUS zich liever profileert met z’n (objectief) betere rgb-synchronisatie tussen verschillende producten. Dat zie je niet in een tabel terug en lijkt minder tastbaar dan een lagere prijs, maar biedt wel echte meerwaarde. De meerwaarde van een stalen pootje om te voorkomen dat videokaarten doorzakken, zoals bij de Gigabyte Aorus Xtreme is een ander praktisch pluspunt – al is het ’t extra jaar garantie op die modellen waar wij echt over te spreken zijn.

De beste GeForce RTX 2080

Omdat de RTX 2080 een stuk zuiniger is dan de RTX 2080 Ti, zien we veel kleinere verschillen in de warmte- en geluidsproductie. Dan kunnen we wederom opmerken dat de Aorus Xtreme kaart niet de efficiëntste is, maar hier is het verschil in de praktijk dermate klein dat je je best kunt laten leiden door de uitstraling van het model. ASUS maakt het echter wel erg bont, want de meerprijs van 150 euro boven een instapmodel RTX 2080 voor hun prachtige ROG Strix-variant is wel heel gortig.

Dat maakt de goedkopere RTX 2080-opties objectief gezien het meest interessant. De MSI Gaming X Trio, MSI Duke, Gigabyte Gaming OC en ASUS Dual zijn praktisch gelijkwaardig. De extra garantie geeft in wederom de Gigabyte Gaming OC onze Redactietip. De winst gaat naar de MSI Gaming X Trio, die voor hetzelfde bedrag in tegenstelling tot de wat ingetogen Gigabyte Gaming OC visueel wel echt indruk maakt op dat prijspunt. Niet vaak zien we een fysiek beest van een kaart met zo veel rgb maar iets meer kosten dan de instappers. De ASUS Dual is weliswaar iets efficiënter, maar duurder en in deze klasse wegen we uitstraling toch mee.

©PXimport

De beste GeForce RTX 2070

Bij de RTX 2070 moeten we kritisch zijn over de forse prijsverschillen. 170 euro tussen de goedkoopste en de duurste is niet iets wat een paar procent prestatieverschil en wat featureverschillen kunnen verdedigen. Met 699 euro zitten de RTX 2070 Aorus Xtreme en ROG Strix dermate dicht tegen de RTX 2080-kaarten, dat wij niet zien waarom je dan niet voor de echt veel snellere chip gaat. De MSI RTX 2070 Gaming Z houdt de prijs beter binnen de perken, maakt fysiek wederom veel indruk en is een ongekend stille kaart die zelfs de gevoeligste oortjes niet zal belasten. In onze optiek de beste premium RTX 2070.

Toch is het de goedkoopste van het stel die eigenlijk het aantrekkelijkst lijkt als het op de prijs-prestatieverhouding aankomt. Waar de Gigabyte Gaming OC erg goed scoorde bij de RTX 2080 en RTX 2080 Ti, is de meerprijs voor extra garantie met 70 euro (of 100 euro voor de witte kleur) boven de MSI RTX 2070 Armor erg fors, en daarbij is de Armor wat stiller en koeler. Deze MSI is dan wel nipt minder snel, maar dat verschil staat totaal niet in verhouding tot de andere verschillen, iets wat de Gigabyte Windforce wel parten speelt. Daarbij is het een prachtige kaart om te zien, zolang de zwart-wit-combinatie in jouw systeem past, en zijn zowel de temperaturen als de geluidsproductie uitstekend in orde. Als je een nieuwe videokaart zoekt zonder de hoofdprijs te betalen, is de MSI Armor dus onze Redactietip.

©PXimport

Conclusie

De lancering van de GeForce RTX-kaarten zullen we niet snel vergeten. Het zijn prachtige chips, maar de hoge prijzen en het feit dat Nvidia’s twee grote focus-features bij lancering niet werken, zal nog even doordreunen. Maar zolang de kracht niet wordt beantwoord door de enige concurrent, kunnen liefhebbers van high-end-game-pc’s niet om de GeForce RTX-kaarten heen.

Welke kaart dan wijsheid is? Onder de streep zijn de verschillen in de tabel beperkt. Moderne grafische chips zijn efficiënt en de fabrikanten zijn inmiddels zeer ervaren in het maken van efficiënte koeloplossingen. Daarbij moeten we een flinke portie nuance toevoegen en stellen dat er altijd kleine verschillen tussen chips zitten, ook als je meerdere keren exact dezelfde uitvoering koopt. Enkele tientallen megahertz verschil is geen uitzondering. We kijken dan ook primair naar hoe efficiënt de koeloplossing is, al zijn ook die verschillen niet wereldschokkend.

Liggen de prijzen op moment van jouw aanschaf anders, of heb je een specifieke voorkeur voor een andere uitstraling? Wees dan niet bang om van onze aanraders af te wijken, want met de juiste prijs is geen van deze achttien kaarten een slechte koop.

Testmethode

Veel videokaarten boosten hun snelheid aan het begin van hun werklast erg hoog. Hierdoor lijken ze in traditionele benchmarks – die maar een paar minuten duren – sneller, terwijl je daar in het dagelijks gebruik niet van profiteert. Wij bekijken dan ook de gemiddelde prestaties tussen de 30e en 40e minuut: hoe de kloksnelheid is op dat moment, hoe warm ze worden en hoeveel geluid ze maken op 50 centimeter afstand. Daarbij kijken we naar het verbruik van de pc wanneer enkel de videokaart wordt belast en wanneer het hele systeem intensief wordt gebruikt. We testen met een Intel Core i7-8700K, ASUS ROG Strix Z370-F Gaming, 16 GB Corsair DDR4, een Samsung 960 PRO SSD en een Seasonic Prime Titanium 850W-voeding en meten het verbruik ‘aan de muur’.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Pokémon Presents 2026 aangekondigd: hier kijk je en wat te verwachten
© The Pokémon Company
Huis

Pokémon Presents 2026 aangekondigd: hier kijk je en wat te verwachten

The Pokémon Company heeft een Pokémon Presents aangekondigd voor op 27 februari - ofwel Pokémon Day - waarin nieuwe aankondigingen voor de franchise gedaan zullen worden.

Dat kondigde het bedrijf aan op X. De presentatie vindt dus plaats op donderdag 27 februari, om 15:00 uur Nederlandse tijd middels een livestream, die op het YouTube-kanaal van The Pokémon Company te bekijken is. Ten tijde van de presentatie werken wij dit bericht ook aan, zodat de stream hieronder te zien is. 

View post on X

Hoe lang de presentatie gaat duren is niet vermeld, maar uitgaande van eerdere presentaties kan het tussen de vijftien en dertig minuten duren. Deze Pokémon Presents is wel bedoeld om de dertigste verjaardag van de franchise te vieren, dus wellicht is deze editie wel voller dan normaal.

The Pokémon Company heeft in ieder geval al één aankondiging de deur uit gedaan: namelijk dat Pokémon FireRed en LeafGreen op Pokémon Day beschikbaar worden op de Nintendo Switch. De games zijn nu al te pre-orderen op de Nintendo eShop voor 19,99 euro per stuk. 

Verwachtingen voor de Pokémon Presents

Bovenstaande aankondiging is iets waar fans al jaren om smeken, dus dat laat ons afvragen wat het bedrijf nog meer in petto heeft. 

De hoop is in ieder geval dat de Pokémon-games van de tiende generatie uit de doeken worden gedaan, gezien de huidige releasevolgorde van Pokémon-titels. Eerst komt er een Legends-titel uit, en het jaar daarna een nieuwe ‘mainline’ Pokémon-game. Na Pokémon Legends: Z-A in 2025 zou dit najaar dus een nieuwe hoofdtitel aan de beurt zijn. 

©The Pokémon Company

Eerder in 2025 doken er ook geruchten op dat The Pokémon Company werkt aan een soort gigantische MMO, die de regio’s van de eerste vier Pokémon-generaties naadloos met elkaar verbindt en spelers vrij laat om daar te verkennen. Als dit project echt bestaat kan die wellicht ook voorbij komen tijdens de Pokémon Presents.

Verder valt te verwachten dat er een aantal updates komen over de Trading Card Game en diens virtuele Pocket-variant, met wellicht ook nieuws over aankomende animatieprojecten als nieuwe anime en Pokémon Concierge.

▼ Volgende artikel
Productiever met de muis: zo werk je een stuk efficiënter
© tippapatt | stock.adobe.com
Huis

Productiever met de muis: zo werk je een stuk efficiënter

Efficiënt werken draait niet alleen om software. Soms zit de grootste winst in iets eenvoudigs, zoals hoe je de muis gebruikt. De Windows-muis zit vol slimme functies die de meeste gebruikers nooit opmerken: automatisch scrollen, vensters in lay-outs plaatsen, snel bestanden selecteren, acties aan muisknoppen koppelen…

 De middelste muisklik (scrollwieltje-klik) is een onderschatte snelkoppeling. Klik met het scrollwieltje op een app die vastgemaakt is aan de taakbalk en er wordt meteen een nieuw venster van die app geopend. Handig als bijvoorbeeld Word al actief is en je snel een tweede leeg document wilt openen. Ook in Windows Verkenner werkt dit trucje. Klik met het scrollwieltje op een map en hij opent in een nieuw tabblad. Een tabblad sluiten gaat al even eenvoudig. Klik met het scrollwieltje op het tabblad van Verkenner of de webbrowser en het verdwijnt meteen. Kortom, de scrollwieltje-klik is de snelste manier om tabbladen te openen en te sluiten.

Je kunt met rechtsklikken een map in een nieuw tabblad openen, maar nog sneller gaat het met de scrollwieltje-klik.

Automatisch scrollen

Wist je dat je helemaal niet hoeft te blijven draaien aan het scrollwieltje om door lange webpagina’s of documenten te gaan? Klik ergens op de pagina met het scrollwieltje (middelste muisknop). Er verschijnt een rond pictogram bij de cursor: automatisch scrollen is actief . Beweeg nu de muis lichtjes omhoog of omlaag. De pagina begint automatisch te scrollen. Hoe verder je de cursor van het pictogram af beweegt, hoe sneller de pagina scrollt. Breng je de cursor terug naar het midden, dan vertraagt het scrollen of stopt het helemaal. Ideaal voor lange artikelen, pdf’s of Word-documenten. Als je klaar bent, klik je nogmaals op het scrollwieltje om automatisch scrollen uit te schakelen.

De nieuwe cursor geeft aan dat je automatisch horizontaal en verticaal kunt scrollen.
Muisknoppen aanpassen met XMBC

Heb je jezelf een high-end muis cadeau gedaan, dan krijg je daar meestal bijbehorende software bij waarmee je knoppen en snelkoppelingen kunt configureren. Daarmee kun je de productiviteit van de muis enorm verhogen. Maar ook met een gewone muis kun je verrassend veel aanpassen dankzij X-Mouse Button Control (XMBC, www.kwikr.nl/xmbc). De freewaretool werkt met profielen per programma, zodat je de standaard muisbediening niet verandert. X-Mouse Button Control is een klein maar bijzonder krachtig Windows-programma waarmee je muisknoppen kunt herprogrammeren. Vooral handig voor wie veel aan de pc werkt, games speelt of specifieke software gebruikt met terugkerende handelingen. Enkele voorbeelden van wat je met XMBC kunt doen: een muisklik instellen om met één handeling tekst te kopiëren of plakken; extra muisknoppen simuleren (ideaal voor gamers die geen duimknoppen hebben); een schermafdruk maken via een muisknop; of meteen een screenshot-tool zoals het Knipprogramma starten. De tool is gratis en reclamevrij. Enig minpunt: de interface oogt wat technisch en kan beginners even afschrikken.

Met XMBC kun je toepassingen koppelen aan muisknoppen.

Snap Layouts

In Windows 11 kun je vensters moeiteloos in een vaste indeling op het scherm plaatsen dankzij Snap Layouts. De officiële Nederlandstalige term is Uitgelijnde vensters, maar vrijwel iedereen spreekt van Snap Layouts. In plaats van zelf vensters te verslepen en te schalen, kies je een voorgedefinieerde lay-out: twee vensters naast elkaar, drie of vier vensters in een raster, een asymmetrische verdeling, zoals 1/3 + 2/3 van het scherm. Open een venster dat je wilt plaatsen. Beweeg de muisaanwijzer boven de knop Maximaliseren. Er verschijnt een menu met verschillende lay-outs. Je kunt ook de toetscombinatie Windows-toets+Z gebruiken. Klik op een lay-outzone en het venster wordt daar automatisch in geplaatst. Windows toont vervolgens de andere open vensters. Klik om de resterende zones te vullen. Extra handig is ook de volgende methode. Sleep een venster langzaam naar het midden bovenaan het scherm. Hierdoor verschijnt een raster met alle beschikbare lay-outs. Laat los om het venster vast te klikken. Het is mogelijk om de instellingen aan te passen via Instellingen / Systeem / Multitasking en dan kies je Uitgelijnde vensters. Hier kun je onder andere bepalen of Windows suggesties toont voor het vullen van de andere zones.

Selecteer hoe je de vensters wilt uitlijnen.

Horizontaal scrollen

Werk je in een grote spreadsheet, bewerk je een brede afbeelding of wil je in een video-editor door de tijdlijn bewegen? Dan hoef je niet te mikken op de kleine schuifbalk onderaan het scherm, je kunt ook horizontaal scrollen met het scrollwieltje. Om horizontaal te scrollen met een muis en het scrollwieltje, houd de Shift-toets ingedrukt en scrol daarna omhoog of omlaag met het scrollwieltje. In sommige programma’s, zoals Microsoft Excel, is de sneltoets Ctrl+Shift in combinatie met het scrollwieltje. Scrol je naar beneden, dan verschuift de inhoud van links naar rechts. Scrol je naar boven, dan gaat de inhoud van rechts naar links. Laat je de Shift-toets los, dan werkt het scrollwieltje weer gewoon verticaal.

Met Ctrl+Shift kun je in Excel horizontaal scrollen met het muiswieltje.

Slepen met de rechtermuisknop

We slepen bestanden en mappen bijna altijd met de linkermuisknop om ze te verplaatsen. Maar probeer het eens met de rechtermuisknop, dat geeft je veel meer controle. Klik met de rechtermuisknop op een bestand of map en sleep het naar de gewenste locatie. Wanneer je de muisknop loslaat, verschijnt een snelmenu waarin je kunt kiezen: Hierheen kopiëren, Hierheen verplaatsen, Hier snelkoppelingen maken. Heb je een compressietool geïnstalleerd, zoals 7-Zip of WinRAR, dan verschijnen die opties ook in het menu. Je kunt bovendien meerdere items selecteren en die tegelijk met de rechtermuisknop slepen. Ideaal om in één keer snelkoppelingen op het bureaublad te plaatsen.

Door met rechts te slepen, opent een snelmenu.

Meteen het volledige contextmenu

In Windows 11 is het contextmenu (het menu dat verschijnt bij een rechtermuisklik) vereenvoudigd. Pictogrammen voor Knippen, Kopiëren, Plakken, Naam wijzigen en Verwijderen staan bovenaan en het menu zelf is korter. Dat oogt overzichtelijker, maar soms heb je juist het klassieke volledige contextmenu nodig. Je kunt onderaan op Meer opties weergeven klikken, maar dat kost telkens een extra handeling. Ben je het beu om telkens die extra klik te moeten maken? Houd dan gewoon de Shift-toets ingedrukt en klik met de rechtermuisknop op de map of het bestand. Hierdoor opent direct het volledige klassieke contextmenu waar je toegang hebt tot alle rechtermuisknopopties van Windows.

Links het gewone contextuele menu van Windows 11, rechts het volledige menu.

Vensters maximaliseren en verkleinen

Dubbelklik op de titelbalk bovenaan een venster om een venster te maximaliseren. Staat het venster al gemaximaliseerd? Dubbelklik opnieuw op de titelbalk en het venster keert terug naar zijn vorige formaat. Dit werkt een stuk sneller dan mikken op de kleine maximaliseer-/herstelknop. Je kunt ook dubbelklikken op het pictogram van het venster in de linkerbovenhoek om dat venster meteen te sluiten. Bij sommige moderne Windows 11-apps staat er géén pictogram in de titelbalk en werkt deze truc dus niet. Voorbeelden waarbij het wel werkt: Kladblok, Taakbeheer, register-editor en veel traditionele desktopsoftware. 

Sneller zoomen

Een van de meest onderbenutte functies van de muis is de mogelijkheid om in en uit te zoomen met behulp van het scrollwieltje. Houd de Ctrl-toets ingedrukt en rol met het wieltje omhoog om in te zoomen, rol omlaag om uit te zoomen. Dit werkt bijna overal: op webpagina’s, Word-documenten, Excel-sheets, pdf-bestanden, fototoepassingen en grafische software, Windows Verkenner … Het voordeel is dat je hand op het toetsenbord én op de muis blijft, zonder de workflow te onderbreken. In sommige browsers kun je met Ctrl+0 (nul) altijd terugkeren naar 100 procent zoom. In Microsoft Word werkt Ctrl+muiswieltje zelfs terwijl je een selectie maakt in de statusbalk onderaan, waardoor je extra controle krijgt over de weergave.

Via Ctrl+muiswieltje kun je traploos inzoomen.

Slimmer selecteren

Meerdere bestanden selecteren hoeft geen gedoe te zijn. Windows biedt twee handige methoden. De eerste manier (Shift+klik) gebruik je om een aaneengesloten reeks items te selecteren. Klik op het eerste bestand in de reeks, houd de Shift-toets ingedrukt en klik op het laatste bestand. Alles daartussen wordt automatisch geselecteerd. De tweede manier (Ctrl+klik) dient om meerdere niet-aansluitende bestanden te selecteren. Houd de Ctrl-toets ingedrukt en klik op elk bestand dat je wilt toevoegen. Als je per ongeluk het verkeerde bestand hebt geselecteerd, klik je er nogmaals op terwijl je de Ctrl-toets nog steeds ingedrukt houdt. Vaak is het handig om deze twee methoden te combineren. Veronderstel dat je eerst met Shift-klik een aansluitende reeks bestanden hebt geselecteerd vanaf nummer 7 tot en met 63, maar je wilt bestand 52, 57 en 60 niet in de selectie. Dan kun je met Ctrl-klik deze drie items uit de selectie verwijderen.

Met Shift-klik selecteer je een aaneengesloten reeks bestanden.