ID.nl logo
HP 15-cx0510nd - Gamelaptop met Nvidia GTX 1060-kaart
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

HP 15-cx0510nd - Gamelaptop met Nvidia GTX 1060-kaart

Naast de high-end Nvidia GeForce RTX 2000-serie en de wat magere cpu-upgrades van Intel, is er het afgelopen jaar niet veel nieuws geïntroduceerd in het middensegment van laptops. Hoewel de HP Pavilion Gaming 15-cx0510nd al een tijdje in de winkels ligt, is deze mooie laptop door het stilstaan van de markt nog steeds interessant.

Met de combinatie van een Intel Core i7-8750H en een Nvidia GeForce GTX 1060 is deze HP een echte middenklasser en dat zien we ook terug in de prijs. De laptop kost op het moment van schrijven ongeveer 1300 euro, maar als je online zoekt kun je hem ook voor 1200 euro vinden.

©PXimport

Behuizing en beeldscherm

Voor een gamelaptop ziet de 15-cx0510nd er erg beschaafd uit. Er zijn geen vreemde logo’s te vinden en de behuizing is redelijk netjes gevormd. De materialen voelen ook goed aan en de behuizing weet je handpalmen koel te houden tijdens lange gamesessies. De warme lucht wordt door grote ventilatiegaten netjes naar achteren geblazen, waardoor je er zelf in ieder geval geen last van hebt.

Helaas zijn de scharnieren in het scherm een groot kritiekpunt. Bij de kleinste bewegingen begint het scherm al flink te wiebelen, wat onderweg in de trein of het vliegtuig uiterst irritant kan zijn. De behuizing voelt hierdoor ook goedkoop en gammel aan, ondanks dat de rest goed in elkaar steekt.

De laptop heeft qua aansluitingen een USB 3.1 Type-C Gen 1, drie maal USB 3.1, een HDMI 2.0, een hoofdtelefoon/microfoon combo, een SD-kaartlezer en een ethernetaansluiting. Helaas kan de USB-C connector niet gebruikt worden voor het opladen van de laptop.

Hoewel het scherm maar 60Hz is, is het fijn om te zien dat HP voor een IPS-paneel heeft gekozen. De kleuren zijn, vergeleken met een gekalibreerd scherm, behoorlijk goed. De maximale helderheid is genoeg voor thuis of op kantoor, maar in de zon werkt het minder prettig. De minimale helderheid is wel erg goed. In de late avonduurtjes kan de helderheid dusdanig laag dat je geen last van je ogen krijgt.

©PXimport

Toetsenbord en touchpad

De HP 15-cx0510nd beschikt over een toetsenbord en numpad met achtergrondverlichting. Het toetsenbord neemt de hele breedte van de behuizing in beslag, maar toch voelt hij wat klein aan. De toetsen hebben een redelijk lange travel, maar helaas is het schakelpunt erg onvoorspelbaar. Daarbij voelen de toetsen tijdens het typen dof aan, wat niet zo prettig is bij het typen van lange verhalen.

Ondanks het geringe formaat is het touchpad uitstekend. Hij voelt glad aan, reageert snel en er kan erg precies mee worden gewerkt. Zoals we tegenwoordig gewend zijn is er ook ondersteuning voor de multitouchgebaren in Windows 10. Wel vreemd is dat het touchpad niet tegelijkertijd met het toetsenbord gebruikt kan worden. Zodra er een toets wordt ingedrukt, doet het touchpad niets meer. Dat is erg vervelend als je een simpel spelletje wil spelen waarbij je het toetsenbord tegelijk met het touchpad moet gebruiken. Met een usb-muis zijn er geen problemen.

©PXimport

Prestaties

Of een laptop geschikt is voor gamers valt of staat bij de prestaties en dat zit in dit geval gelukkig wel goed. De koeling is voldoende om alleen de processor of alleen de grafische chip koel te houden, maar het thermische limiet wordt al snel bereikt wanneer beide chips hard aan het werk zijn. Bij een synthetische 100% CPU-load en 0% GPU-load wordt de warmste kern maximaal 87 graden, terwijl de koelste kern niet verder komt dan 78 graden. Na ongeveer tien minuten schroeft de processor zich dan wel terug naar 2.6GHz, maar dat is in de praktijk een erg onrealistisch scenario.

Helaas is het bij games met een hoge cpu- en gpu-load een ander verhaal. In Battlefield 5 schiet de processor gelijk naar 97 graden en wordt de klokfrequentie teruggeschroefd naar 2.7GHz. Toch blijft de geluidsproductie in beide gevallen erg beperkt. De ventilatoren kun je zeker horen draaien, maar het is alles behalve storend.

Kijken we naar rauwe framerates, dan zien we dat de laptop geschikt is voor zowel competitieve games zoals Counter-Strike: Global Offensive, als meer veeleisende spellen zoals Battlefield 5. In Counter-Strike: Global Offensive haalde de laptop moeiteloos een gemiddelde framerate van 200 FPS op de hoogste settings. Als er meerdere rookgranaten in beeld komen piekt de framerate kort onder de 100 FPS, maar dat is nog altijd erg goed.

©PXimport

In Battlefield 5 is de framerate een stuk constanter, maar natuurlijk ook lager. Op hoge settings behoudt de laptop een nette gemiddelde framerate van 56 FPS. Bij dergelijke framerates geven de frametimes echter een beter beeld van de speelbaarheid van een spel dan de framerate: constante frametimes zijn veel prettiger dan fluctuerende frametimes. Op enkele kleine uitschieters na, zijn de frametimes zeer constant, dus Battlefield 5 is met deze laptop erg goed speelbaar op medium tot hoge settings.

Software

Normaal gesproken is er weinig spannends aan de software op een nieuwe laptop. De meeste fabrikanten houden het bij Windows 10 Home en misschien een paar simpele vooraf geïnstalleerde applicaties van het merk zelf. HP slaat met dat laatste echter helemaal door. De lijst met overbodige applicaties is gigantisch en dit heeft ook duidelijk impact op de opstarttijd van de laptop. Het kan zijn dat ik een paar programma’s heb gemist, maar dit is wat ik allemaal tegen ben gekomen tijdens het gebruik van de laptop:

  • Amazon

  • Netflix

  • Dropbox

  • Booking.com

  • McAfee LiveSafe

  • Office 30 dagen testversie

  • HP Audio Switch

  • HP Connection Optimizer

  • HP Documentation

  • HP ePrint SW

  • HP PC Hardware Diagnostics Windows

  • HP Support Solutions Framework

  • HP System Event Utility

  • HP Jumpstart

  • HP Support Assistant

  • HP Coolsense

Conclusie

De HP Pavilion Gaming 15-cx0510nd laat een dubbel gevoel achter. Aan de ene kant voelt de behuizing degelijk aan, ziet hij er netjes uit en zijn de in-game prestaties uitstekend, maar aan de andere kant zijn er ook een aantal duidelijke gebreken. Zo is het scharnier erg slecht en reageert het touchpad nergens op als er een toets is ingedrukt. Ook moeten fabrikanten stoppen met het installeren van gigantische hoeveelheden software op nieuwe laptops. Een applicatie voor support en driverupdates zou eigenlijk genoeg moeten zijn.

Gezien de prijs van 1200 euro doe je met de 15-cx0510nd vanwege de goede prestaties niet snel een miskoop, maar als je de laptop vaak op schoot of onderweg wil gebruiken, kun je door het wiebelende scherm beter naar een ander model kijken.

Goed
Conclusie

**Processor** Intel Core i7-8750H **Werkgeheugen** 16GB 1333MHz DDR4 (dual channel) **GPU** Nvidia GeForce GTX 1060 3GB GDDR5 (1152 cores) **Beeldscherm** 15.6-inch full HD 60Hz IPS-monitor **Opslag** 128GB Liteon NVMe M.2 SSD 1TB HGST 7200rpm HDD **Accu** 52.5 Wh **Website** [https://hp.com](https://store.hp.com/NetherlandsStore/Merch/Product.aspx?id=4TT86EA&opt=ABH&sel=NTB)

Plus- en minpunten
  • Prestaties
  • Betaalbare gamelaptop
  • Niet opladen via usb-c
  • Bloatware
  • Scharnieren
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.