ID.nl logo
Panasonic GZW2004: Subliem tv-geluid zonder extra audio-apparatuur
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Panasonic GZW2004: Subliem tv-geluid zonder extra audio-apparatuur

OLED-tv’s bieden weliswaar oogstrelend beeld, maar daarentegen is de geluidskwaliteit vaak bedroevend. Vervelend, want de aanschaf van een soundbar of home-cinemaset kost domweg extra geld. Panasonic gooit het met zijn GZW2004-serie over een andere boeg. Naast een hoogwaardig OLED-paneel beschikt deze televisie ook over een uitstekend audiosysteem met kwalitatieve speakers. Kijkers genieten zelfs van films met prachtige Dolby Atmos-geluidseffecten!

Televisiefabrikanten maken er tegenwoordig een sport van om ultradunne panelen met een smalle rand te ontwerpen. Een fraai gezicht, maar deze trend heeft ook een keerzijde. De behuizing heeft tenslotte nauwelijks plek om fatsoenlijke luidsprekers te herbergen. Nieuwe televisies bevatten om die reden vaak piepkleine speakers. Vanwege natuurkundige wetten zijn de hoge tonen van dergelijke luidsprekertjes oververtegenwoordigd, terwijl er nauwelijks bas hoorbaar is. Deze onjuiste balans geeft een uiterst blikkerig geluid. Kortom, tv-fabrikanten verplichten filmfanaten min of meer om extra geluidsapparatuur in huis te halen. Denk bijvoorbeeld aan een prijzige soundbar of receiver met losse speakers. Panasonic bewijst met zijn audiovriendelijke GZW2004-serie dat het ook anders kan. Deze OLED-tv produceert de Japanse televisiespecialist in een 55inch- en 65inch-variant.

Flinke klankkast

Vergeleken met het gros van de hedendaagse beeldbuizen is de GZW2004 wat aan de zware kant. Hiervoor geldt een logische verklaring. Deze televisie heeft namelijk een behoorlijke klankkast met meerdere speakers aan boord. Zo’n omvangrijke behuizing is een absolute must om een uitgebalanceerde geluidskwaliteit te realiseren. Bovendien zorgt een zwaarlijvige behuizing voor minder trillingen en vervorming in de geluidsweergave. Deze OLED-tv is weliswaar zwaarder en dikker dan de meeste (slecht klinkende) concurrerende modellen, maar je hebt geen extra soundbar, versterker of actieve luidsprekers nodig. Dat scheelt geld. Geef dit alles-in-één-systeem een mooi plekje in de woonkamer en de special effects vliegen je werkelijk om de oren. Hoe dat kan? Dat leggen we in de volgende paragrafen graag uit, want de GZW2004 is niet zomaar een thuisbioscoop.

Krachtig filmgeluid

Voor het geïntegreerde geluidssysteem riep Panasonic de hulp van Technics in. Een goede keuze, want dit traditionele audiomerk heeft op hifigebied een uitstekende reputatie. De tv-kast telt in totaal vijf speakers, waarbij een krachtige versterker van 140 watt alle audiodrivers aanstuurt. Drie luidsprekers zitten in de onderste rand van de GZW2004 verwerkt. Vandaar dat dit deel ook wat dikker is. Uniek is dat Technics twee opwaartse luidsprekers direct achter de bovenste televisierand huisvestte. Een deel van de uitgestuurde audiogolven ‘schiet’ dus naar boven. Dit zorgt bij films voor ruimtelijke effecten, waarbij het geluid vanuit verschillende hoeken de luisteraar bereikt. De ingebouwde versterker heeft voldoende power om ook op een wat hoger volumeniveau een uitgebalanceerde audioweergave te realiseren. Stemmen klinken bij een doorsnee televisie nogal schel, maar de GWZ2004 heeft vanwege de kwalitatieve klankkast bepaald geen last van dit euvel. Kraakheldere dialogen bereiken je oren, terwijl bombastische actiescènes helemaal een genot zijn voor je zintuigen. De sublieme audio- en beeldkwaliteit zuigen je als het ware de film in.

©PXimport

Audiogenot met Dolby Atmos

Zodra je een Netflix-stream afspeelt, bestaat de kans dat rechtsboven de term Dolby Atmos opduikt. Goed nieuws, want de film of serie beschikt dan over deze spectaculaire surround-techniek. De GZW2004 kan Dolby Atmos-geluidssporen optimaal verwerken. Bijzonder, want er bestaan nauwelijks televisiemodellen die over dergelijke audiocapaciteiten beschikken. De twee opwaartse speakers komen bij Dolby Atmos-films goed van pas. De audiogolven van special effects weerkaatsen tegen het plafond, waardoor het geluid van pakweg een vliegtuig of heftige onweersbui daadwerkelijk van boven lijkt te komen. Dolby Atmos geeft je thuisbioscoop nogal wat meerwaarde, want tijdens drukke passages lijkt het net alsof je middenin de actie zit. De GZW2004 past zich voor een mooi audioresultaat aan op de akoestische eigenschappen van de luisterruimte. Neem hiervoor wel even goed de instellingen van deze televisie door. Hierin geef je onder meer aan of de woonkamer met een laag of hoog plafond is uitgerust. Naast Dolby Atmos verwerkt deze OLED-televisie overigens ook probleemloos andere bekende surround-formaten, zoals Dolby Digital (plus) en Dolby TrueHD.

Extra baspower

Het hoog, midden en laag zijn in de audioweergave prima vertegenwoordigd, maar wie weet wens je evengoed meer bas. Binnen de equalizerinstellingen kun je het basniveau nog wat opschroeven. Wellicht wil je een film niet alleen zien en horen, maar ook écht voelen. Voelbare basdreunen geven bombastische actiescènes van een film, serie of game net dat vleugje extra. Ogenschijnlijk bevat de GZW2004 geen uitgang voor een externe subwoofer, maar niets is wat het lijkt. Je kunt de aanwezige hoofdtelefoonaansluiting namelijk tot een subwooferpoort omturnen. Je hoeft dat in de geluidsinstellingen alleen maar even aan te geven. De televisie stuurt nu alleen de laagste audiofrequenties naar deze uitgang. Sluit een bekabelde subwoofer op de 3,5mm-poort aan en geniet voortaan van extra baspower. Waarschuw wel eerst even de buren…

©PXimport

Ook voor muziek

Naast de weergave van filmgeluid geniet je met de GZW2004 dankzij het geïntegreerde audiosysteem ook van muziek. Niet voor niets biedt het menu rechtstreeks toegang tot streaming-muziekdiensten als TuneIn en Deezer. Voorwaarde is wel dat de televisie op het (draadloze) netwerk is aangesloten. Als alternatief koppel je via bluetooth een smartphone of tablet aan de televisie, waarna persoonlijke Spotify-afspeellijsten uit de speakers knallen. Daarnaast prik je net zo gemakkelijk een usb-stick of externe harde schijf met muziekbestanden in de behuizing. De GZW2004 ondersteunt hiervoor populaire audio-indelingen als mp3, m4a, FLAC, WMA en WAY. Tot slot stream je desgewenst audiobestanden die elders in het thuisnetwerk staan opgeslagen. Dat is bijvoorbeeld handig wanneer je een pc, laptop of NAS als muziekserver hebt ingericht. Overigens bevat de GWZ2004 een aparte geluidsmodus voor muziek, zodat je de nummers in stereokwaliteit kunt afspelen.

Ruimtebesparende oplossing

Het klinkt misschien vreemd voor een zwaarlijvige televisie van 33 kilo, maar met de GZW2004 bespaar je wel degelijk ruimte. Deze beeldbuis hang je via een geschikte VESA-beugel aan de muur of positioneer je met de meegeleverde voet op een meubel. Een goed geluid is meteen al voorhanden, dus je hoeft geen los home-cinemasysteem met luidsprekers te installeren. Kies bij ruimtegebrek liever voor dit indrukwekkende alles-in-één-oplossing dan dat je tegen hogere kosten allerlei extra audioapparatuur aanschaft. Veel kijk- én luisterplezier!

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Panasonic.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.