ID.nl logo
Zekerheid & gemak

Apple MacBook Air 11 inch

Zwoor Steve Jobs eerst nog dat Apple nooit een netbook uit zou brengen, de nieuwe MacBook Air heeft in de 11inch-versie verdacht veel weg van wat we netbook noemen. Toch zien we ook zaken die we op de gemiddelde netbook niet zo snel zullen aantreffen. De computer is geheel vervaardigd uit aluminium en heeft een SSD voor de opslag. Voegt Apple hiermee iets toe aan het productassortiment dat ze nog niet hadden?

We moeten eerst even iets rechtzetten uit het intro: met het predicaat netbook zouden we de MacBook Air tekort doen. Als processor wordt immers een Core 2 Duo gebruikt in plaats van een Atom en ook het 11,5inch-scherm is een stuk ruimer dan de 10inch-schermen die we in de gemiddelde netbook aantreffen. Tel daar bij op dat de gebruikte Core 2 Duo een energiezuinig model is. Onze conclusie is dat de MacBook Air een zogenaamde CULV-notebook (Consumer Ultra-Low Voltage) is.

Het eerste dat opvalt als we de MacBook Air 11 inch uit de verpakking halen is hoe licht en dun de machine is. Met een gewicht van slechts 1,06 kg is hij zelfs lichter dan de meeste netbooks. De behuizing van de MacBook Air is net als de vorige MacBook Air en de MacBook Pro een zogenaamd unibody-ontwerp. Dit houdt in dat Apple de behuizing uit één blok aluminium heeft gesneden. Het aluminium ziet er niet alleen prachtig uit, het zorgt ook voor een indrukwekkende bouwkwaliteit. Zelfs de onderkant is een gladde plaat aluminium die niet wordt onderbroken door ventilatiegaten. Die ventilatiegaten heeft Apple onzichtbaar weggewerkt in het scharnier van het scherm. Het resultaat is de strakste laptop die we ooit zagen.

©PXimport

De MacBook Air is er in zowel een 11- als 13inch-uitvoering.

In de door ons geteste uitvoering van de MacBook Air 11 inch is als processor de Intel Core 2 Duo SU9400 gebruikt, een dualcore-processor met een bescheiden kloksnelheid van 1,4 GHz. De processor wordt in de geteste uitvoering ondersteund door slechts 2 GB DDR3-geheugen. Dit vinden we tegenwoordig echt te weinig en daar komt nog bij dat het bij de MacBook Air onmogelijk is om het geheugen later zelf te vervangen.

Ondanks de bescheiden processor en geheugenomvang voelt de geteste MacBook Air toch niet aan als een langzame machine. Sterker nog, Mac OS X Snow Leopard wordt erg vloeiend op het scherm getoverd. Dat komt deels door de best krachtige NVIDIA GeForce 320M. Iets dat ook sterk bijdraagt aan de snelheid van de MacBook Air, is het gebruik van een SSD. De standaarduitvoering van 999 euro bevat een SSD met een capaciteit van 64 GB, terwijl de door ons geteste uitvoering een SSD heeft van 128 GB. Voor de SSD geldt eigenlijk hetzelfde verhaal als bij het intern geheugen: het is onmogelijk om de gekozen optie later te wijzigen, alhoewel het merk PhotoFast op het moment van schrijven al een alternatieve SSD voor de MacBook Air heeft aangekondigd. De prestaties van de SSD zijn niet snelste die we ooit zagen, maar het blijft een SSD en daarmee een stuk vlotter dan welke harde schijf dan ook.

De beloofde accuduur bedraagt op de 11inch-uitvoering vijf uur en deze wordt in de praktijk gehaald als u de helderheid van het scherm op ongeveer de helft zet. Nu is vijf uur best leuk, maar er zijn tegenwoordig notebooks die een stuk meer accuduur bieden. Al zijn die natuurlijk weer niet zo dun en licht als de MacBook Air.

Het 11,5inch-scherm heeft een resolutie van 1366 x 768 pixels en heeft hiermee dus een beeldverhouding van 16:9. De 11inch-uitvoering is hiermee tot nu toe de enige MacBook met een 16:9-beeldverhouding. De 13inch-uitvoering van de MacBook Air heeft een resolutie van 1440 x 900, wat een verhouding van 16:10 is. Ook de 13inch-uitvoeringen van de MacBook en MacBook Pro hebben een resolutie van 1280 x 800 wat een beeldverhouding van 16:10 maakt. We vinden het ontwerp van de Air in een 16:9 verhouding mooier ogen, maar we komen verticaal soms wel ruimte tekort. We zouden het dock daarom op verbergen zetten of naar links of rechts verplaatsen. Het scherm bevat een TN-paneel en gebruikt leds als verlichtingsbron. Wat opvalt is dat het scherm erg helder is.

©PXimport

De MacBook Air 11 inch is erg dun.

Weinig aansluitingen

Als u van uitbreiden en aansluitingen houdt, dan bent u bij de MacBook Air aan het verkeerde adres. Verder dan twee usb2.0-poorten, mini-DisplayPort en een hoofdtelefoonaansluiting komt het 11inch-model niet. Het 13inch-model voegt daar nog een SD-kaartlezer aan toe. We vinden het jammer dat de SD-kaartlezer ontbreekt op het geteste 11inch-model, dit lijkt ons een handige optie voor wie onderweg is en foto’s van zijn camera wil bekijken. U hebt dus slechts twee usb2.0-poorten ter beschikking om de MacBook Air uit te breiden. Voor de mini-DisplayPort-aansluiting verkoopt Apple adaptertjes naar DVI, VGA of duallink-DVI. U krijgt er geen adaptertje bij, dus u bent sowieso 29 euro kwijt om de MacBook Air op een beeldscherm aan te sluiten. Een poort die we echt missen en heel basaal vinden is een netwerkaansluiting. Kennelijk is Apple van mening dat u tegenwoordig genoeg hebt aan 802.11a/b/g/n om verbinding te maken met netwerken. Wie toch een netwerkaansluiting wenst, kan een usb-netwerkadapter kopen voor 29 euro. Bluetooth 2.1 is standaard aanwezig en maakt de MacBook Air op het gebied van draadloze communicatiemogelijkheden gelukkig wel helemaal af.

Invoer

Het toetsenbord is van het chiclet-type dat Apple op al zijn producten gebruikt en is een prima toetsenbord. De klik van de toetsen vinden we prettig en de toetsen zitten direct in de aluminium bovenkant. De stijfheid van het toetsenbord is hierdoor uitzonderlijk goed waarmee we bedoelen dat wanneer u een toets indrukt de toetsen er omheen niet meebuigen. Helaas heeft Apple geen kans gezien om in de nieuwe MacBook Air een verlicht toetsenbord in te bouwen. Dat is toch wel een nadeel vergeleken met andere laptops die Apple aanbiedt en een mogelijkheid die wel in de vorige uitvoering van de MacBook Air te vinden was. Apple heeft gelukkig wel het touchpad verbeterd en gebruikt op de MacBook Air nu ook het glazen multitouch-touchpad, dat bestaat uit een groot glazen touchpad waarbij het gehele oppervlak tevens de muisknop vormt. Hiermee is de Air nu in lijn met de rest van de MacBooks.

Conclusie

Met de vernieuwde MacBook Air breidt Apple zijn assortiment voor het eerst sinds lange tijd weer uit, en zelfs met een notebook die kleiner is dan 13 inch. De MacBook Air 11 inch voegt een product aan het assortiment toe, dat bij uitstek geschikt is voor wie veel onderweg is en daardoor behoefte heeft aan een licht en compact apparaat. In tegenstelling tot de meeste netbooks en zelfs CULV-notebooks heeft Apple kans gezien om een erg prettig toetsenbord in te bouwen. Apples aluminium unibody-ontwerp zorgt voor een verbazingwekkende stevigheid. Toch heeft de MacBook Air ook belangrijke nadelen. Het achteraf upgraden van intern geheugen of opslag is onmogelijk en ook andere uitbreidingsmogelijkheden zijn met slechts twee usb2.0-poorten beperkt. We vinden de MacBook Air hierdoor bij uitstek een tweede machine en dan is de instapprijs van 999 euro wel fors. Het 13inch-model begint zelfs bij 1299 euro. Daarvoor krijgt u wel de lichtste en stevigste compacte laptop die we ooit zagen en dat is best wat waard.

Apple MacBook Air 11 inch

Prijs vanaf € 999,-; Geteste uitvoering (met 128 GB SSD): € 1149,-

Garantie 1 jaar

Processor Intel Core 2 Duo SU9400 (1,4 GHz) of Intel Core 2 Duo SU9600 (1,6 GHz)

Geheugen 2 of 4 GB DDR3

Opslag 64 of 128 GB SSD

Scherm 11,5 inch (29,2 cm) (1366 x 768 pixels)

Aansluitingen Mini-DisplayPort, 2 x usb 2.0, geluidsuitgang

Draadloos 802.11a/b/g/n, Bluetooth 2.1

Webcam Ja (640 x 480 pixels)

Besturingsysteem Mac OS X 10.6 Snow Leopard

Afmetingen 29,95 x 19,2 x 0,3-1,7 cm (l x b x h)

Gewicht 1,06 kg

Oordeel 8/10

Pluspunten

Licht en stevig

SSD

Mooi scherm

Herstelsoftware op usb-stick

Minpunten

Geheugen en opslag niet zelf uitbreidbaar

Vrijwel geen uitbreidingspoorten

Geen verlicht toetsenbord meer

Goedkoop mini-DisplayPort-adaptertje

De adaptertjes die Apple verkoopt om een beeldscherm aan te sluiten op de mini-DisplayPort-aansluiting kosten 29 euro. Een forse prijs voor een min of meer verplicht adaptertje. Gelukkig kan het goedkoper: op de Chinese website DealExtreme vindt u een grote selectie aan geschikte adaptertjes voor prettige prijzen. Zo kost een adaptertje naar DVI bijvoorbeeld 10 dollar (7 euro) en rekent DealExtreme verder geen verzendkosten.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.