ID.nl logo
5 teleurstellende mobiele technologieën
© Reshift Digital
Huis

5 teleurstellende mobiele technologieën

We werden vorig jaar lekker gemaakt met allerlei mobiele innovaties die niet konden leveren wat ze beloofden. Een overzicht van vijf technologieën die (nog) niet zijn doorgebroken.

Het is een geweldige tijd voor de gadgetlievende elektronicafreak. Multi-touch gebruiksinterfaces, geweldige verbeteringen in het verkleinen van circuits en langere batterijduur. Denk ook aan cloudgebaseerde opslag. Mobile computing is nog nooit zo veelbelovend geweest.

Maar soms, wanneer bedrijven ongelooflijke nieuwe producten of technologie introduceren, claimt vrijwel iedereen dat een nieuw tijdperk aanstaande is en dat baanbrekende transformaties staan te gebeuren. Vervolgens gebeurt er niets.

Dit zijn vijf mobiele technologieën van 2011 die bedoeld waren om de wereld te veranderen. Dat is (nog) niet gebeurd.

1. Apple Siri

Apple leek alles goed te doen met deze spraakassistent. Het bedrijf kocht een leidende applicatiemaker met de beste technologie op dit gebied. Twee jaar lang werd de techniek geperfectioneerd om goed binnen iOS te integreren en Apple zette massa's servers op om de natuurlijke voice-interactie mogelijk te maken.

Siri werd met veel tamtam gepresenteerd als belangrijkste unique selling point van de iPhone 4S. (Introductie voor eerdere modellen bleef helaas uit.) Het zou de manier waarop mensen de iPhone gebruiken compleet veranderen. In plaats van op een knop te drukken, hoefde je alleen tegen Siri te praten om een app te starten of om de telefoon te bewegen een bericht te versturen "Stuur een bericht aan Stefan en zet daarin dat ik 10 minuten later ben". Ook kun je ermee je agenda beheren: "Wanneer is mijn volgende afspraak."

De eerste weken leek het geweldig te werken. Maar toen werd Siri onbetrouwbaar en ging het gebruikers vertellen dat de servers onbereikbaar waren of dat aan een verzoek op dat moment niet voldaan kon worden. Acties die eerder zonder problemen lukten, bleken opeens niet meer mogelijk of langer te duren.

Iedereen dacht dat het om een tijdelijk euvel ging en dat Apple snel de capaciteit zou uitbreiden om de toestroom van nieuwe gebruikers hoofd te bieden. Maar vijf maanden later, blijkt Siri nog steeds onbetrouwbaar. Ook zeggen veel gebruikers dat Siri niet goed begrijpt wat ze zeggen.

In plaats van dat het systeem steeds beter wordt, lijkt het alleen maar te verslechteren. Het gevolg is dat gebruikers de software terzijde schuiven en niet langer op Siri durven vertrouwen. Uit een peiling van de krant USA Today blijkt dat ongeveer de helft van de bezitters van een iPhone 4S Siri niet langer gebruikt.

Natuurlijk verkeert de technologie officieel nog steeds in bètastadium, maar eigenlijk is het ook een flinke teleurstelling.

2. webOS

Nog geen twee jaar geleden betaalde HP 1,2 miljard dollar om Palm Computing over te nemen. De Pre en Pixi smartphones waren toentertijd vooruitstrevend met hun webOS multi-touch besturingssysteem .

Palm had altijd veelbelovende technologie aan boord van hun producten, maar het werd gehinderd door een gebrek aan visie en verkeerde besluiten.

De meeste fans van Palm waren dolenthousiast toen bekend werd dat HP het bedrijf ging overnemen. Natuurlijk was HP een veel zakelijker merk, maar de acquisitie zou ervoor zorgen dat de continuïteit van het webOS-platform gewaarborgd zou blijven.

Een jaar geleden beloofde HP dat het Palm webOS-platform op alle mobiele HP-apparaten ingezet ging worden. Een paar smartphones op basis van het besturingssysteem werden aangekondigd en in juli 2011 volgende zelfs een heuse tablet.

De tablet was helaas niet zo fantastisch en mislukte qua marktsucces. Maar over de interface van webOS had niemand te klagen. Toekomstige versies van de HP TouchPad zouden daarom veel beter gaan worden.

In augustus maakten de HP-bestuurders een radicale koerswijziging bekend. WebOS zou namelijk verkocht gaan worden, samen met de grote Personal Systems Group. Dat gebeurde niet, maar in december werd wel bekend dat webOS voortaan onder een open-source licentietype aangeboden ging worden.

Afgelopen maand kondigde de nieuwe HP CEO Meg Whitman aan dat het open-source maken van webOS drie tot vier jaar gaat duren. Pas in september komt er een eerste uitrol.

Dat lijkt misschien niet overdreven lang te gaan duren, maar bedenk je daarbij wel dat Google elke dag zo'n 750.000 nieuwe Android-telefoons activeert. Apple verkoopt elk kwartaal zeker 37 miljoen nieuwe iPhones. Al deze nieuwe gebruikers van Android en iOS downloaden apps en ontwikkelen loyaliteit voor het platform. Tegen de tijd dat open-source webOS handsets op de markt komen, is dat veel te laat.

Met zijn innovatieve multi-touch interface, had webOS potentie om de strijd aan te gaan met iOS en Android en verder te innoveren. Nu is de toekomst van webOS onzeker, worden releases keer op keer uitgesteld en begint de software teleur te stellen.

3. De 35 dollar kostende Indiase tablet

De Indiase minister van ontwikkeling, Kapil Sibal, deed in de zomer van 2010 een opmerkelijke onthulling. Indiase universiteiten hadden volgens de bewindsman een doorbraak gedaan in hardware engineering waardoor miljoenen studenten van tablets voorzien konden worden. De tablets kenden een touch-interface, werden gevoed door zonne-energie en kosten slechts 35 dollar per stuk.

Later dat jaar beloofde Sibal dat de Indiase overheid eind 2011 meer dan 1 miljoen van zulke tablets geproduceerd zou hebben. Het zou een nieuw tijdperk in de geschiedenis van het Indiase onderwijssysteem betekenen, waar e-books en videocollege's de norm zouden gaan worden. Zover kwam het nooit.

Twee maanden na het passeren van de deadline, bleek minder dan een procent van de tablets daadwerkelijk gefabriceerd - slechts 10.000 stuks rolden van de band. Ze werken helaas niet op zonne-energie, worden niet door een Indiaas bedrijf gebouwd en ze kosten veel meer dan 35 Amerikaanse dollars. Het slechtste nieuws: ze blijken in de praktijk nauwelijks bruikbaar.

Het blijkt dat je wel degelijk een tabet voor 50 dollar kunt bouwen (35 is dus niet mogelijk), maar dat je daarvoor aardig wat gebruiksgemak moet opofferen.

Nu het partnerschap tussen de Indiase overheid en DataWind, het in het Verenigd Koninkrijk gevestigde bedrijf dat de tablets maakt, voorbij is, wijzen de partijen met een beschuldigende vinger naar elkaar. Niemand wil de verantwoordelijkheid dragen voor de geleverde producten, aangezien vrijwel alle gebruikers klagen dat het rotzooi is.

4. Draadloos opladen

Het geweldige van draadloze apparatuur is dat het, ehh, draadloos is. Geen kabels dus. Dankzij technologie als iCloud hebben iPhones geen kabels meer nodig om te synchroniseren of muziek te downloaden, geweldig toch?

Maar voor het opladen heb je voor iedere telefoon nog steeds een kabel nodig.

Dat zou niet zo mogen zijn. Enkele jaren terug beloofde draadloos opladen een volledig draadloze ervaring. Door de telefoon op een speciale mat te leggen, zou het toestel door inductieve techniek via een onzichtbaar elektromagnetisch veld opgeladen worden.

Vorig jaar leek draadloos opladen door te breken als standaard manier om een telefoon van een energieinjectie te voorzien. Een jaar later blijkt geen enkele telefoon draadloos opgeladen te kunnen worden.

De enige leverancier die de techniek op een mainstream telefoon leek toe te gaan passen was Palm, die met de Touch Stone een werkelijk innovatief draadloos oplaadstation wilde komen. Helaas is dat product geannuleerd na de overname door HP.

De twee grootste voorvechters van draadloos opladen, Duracell en Powermat, vormden in september een joint venture om draadloos opladen een impuls te geven. Ze bieden nu een scala aan producten voor populaire merktelefoons, waaronder de iPhone.

Maar tot dusver hebben zulke systemen allerlei hoesjes nodig. Om gebruik te kunnen maken van zo'n oplossing, zul je jouw compacte telefoon gedag moeten zeggen. Omdat het aftermarket-apparaten zijn, hebben ze een kabelverbindinkje naar de oplaadpoort van de telefoon nodig, waardoor ze onbruikbaar worden voor conventioneel opladen, tenzij je de case eraf haalt.

Draadloos opladen leek veelbelovend, maar tot nog toe is het uitermate teleurstellend gebleken.

5. High-definition haptics

Twee jaar geleden demonstreerde de firma Immersion Corp. geweldige haptische technologie - apparaatjes die handheld apparaten laten trillen en vibreren.

Iedereen die weleens Call of Duty op een Xbox 360 gespeeld heeft, weet hoe vibraties kunnen bijdragen aan de gebruikservaring van een gadget.

De demo's van Immersion toonden realistische haptische effecten voor games, maar ook technologie die gebruikt zou kunnen worden voor touchinterfaces.

De fabrikant zei 'high-definition haptics' te leveren en zich daarbij vooral te richten op mobiele telefoons en tablets.

Maar waar is de technologie gebleven? We zijn inmiddels twee jaar verder en onze smartphones en tablets trillen nog steeds hetzelfde. Er is niks veranderd, ondanks de beloften die Immersion deed. Wil gamen op zulke apparaten echt van de grond komen, dan hebben we die gedemonstreerde technologie wel nodig.

▼ Volgende artikel
Nieuwe FromSoftware-game The Duskbloods komt echt alleen naar Switch 2
Huis

Nieuwe FromSoftware-game The Duskbloods komt echt alleen naar Switch 2

The Duskbloods, de nieuwe game van Elden Ring- en Dark Souls-ontwikkelaar FromSoftware, zal echt alleen op Nintendo Switch 2 uitkomen.

Dat heeft de ontwikkelaar benadrukt bij het bekendmaken van zijn kwartaalcijfers (via VGC). Daarbij werd ook nog eens benadrukt dat The Duskbloods nog altijd gepland staat om ergens dit jaar uit te komen, net zoals de Switch 2-versie van Elden Ring.

Over de exclusieve Switch 2-release van The Duskbloods: "Het wordt verkocht via een samenwerking met Nintendo, met verkoopverantwoordelijkheden verdeeld per regio. De game komt alleen voor Nintendo Switch 2 beschikbaar." Daarmee is dus duidelijk gemaakt dat Nintendo een nauwe samenwerking met FromSoftware is aangegaan voor de game en dat het spel niet zomaar op andere platforms uit zal komen.

Over The Duskbloods

The Duskbloods werd begin vorig jaar aangekondigd in een speciale Nintendo Direct waarin de eerste Switch 2-games werden getoond, maar sindsdien zijn er geen nieuwe beelden van het spel uitgebracht. Zoals gezegd is de game ontwikkeld door FromSoftware, het Japanse bedrijf dat naam voor zichzelf heeft gemaakt met enorm uitdagende spellen, waaronder de Dark Souls-serie en Bloodborne. Met de openwereldgame Elden Ring scoorde de ontwikkelaar enkele jaren geleden nog een megahit.

Watch on YouTube

The Duskbloods wordt een PvPvE-game, waarbij spelers het dus tegen elkaar en tegen computergestuurde vijanden opnemen. Maximaal acht spelers doen aan potjes mee. Na het kiezen van een personage in een hub-gebied wordt men naar een gebied getransporteerd waar er met andere spelers en vijanden gevochten wordt, al kan men soms ook samenwerken om vijanden te verslaan.

Spelers besturen een 'Bloodsworn', wezens die dankzij een speciaal bloed dat in hun lichaam zit meer krachten tot hun beschikking hebben dan reguliere mensen. Ondertussen is het einde van de mensheid nabij, en bestaat de wereld uit verschillende tijdperken, wat voor een mengelmoes van stijlen zorgt.

▼ Volgende artikel
Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp
© Gorodenkoff Productions OU
Huis

Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp

Resolutie is marketing, refreshrate is beleving. Waar 4K zorgt voor een mooi plaatje, zorgt een hoge verversing (Hz) ervoor dat je daadwerkelijk wint. Hieronder lees je waarom snelheid in feite de échte koning is in gaming.

Veel gamers staren zich blind op 4K-resolutie. Ze kopen een duur scherm, zetten de settings op Ultra en vragen zich vervolgens af waarom hun spel stroperig aanvoelt. De misvatting is dat 'mooier' gelijkstaat aan 'beter'. In werkelijkheid is de vloeibaarheid van het beeld – de refreshrate, oftewel verversingssnelheid – veel bepalender voor hoe direct en responsief een game aanvoelt. Aan het eind van dit artikel weet je precies of jij moet kiezen voor pixels of snelheid.

Hoe je ogen bedrogen worden door Hertz

Stel je voor dat je snel met je muis over je bureaublad beweegt. Op een standaard 60Hz-scherm zie je de cursor in schokjes over het beeld springen; je hersenen vullen de gaten in. Op een 144Hz- of 240Hz-gaming-monitor verdwijnen die gaten.

Het technische verschil zit hem in de verversingssnelheid: het aantal keren per seconde dat het beeld wordt vernieuwd. Bij 60 Hz krijg je elke 16,6 milliseconden een nieuw beeld. Bij 144 Hz is dat elke 6,9 milliseconden. Dat klinkt als een klein verschil, maar je voelt het direct. Het gestotter dat je onbewust gewend bent verdwijnt. Bewegingen voelen boterzacht aan, alsof de cursor (of je crosshair) aan je hand vastgeplakt zit in plaats van er achteraan zwemt. Dit effect wordt motion clarity genoemd: objecten blijven scherp, zelfs als ze snel door het beeld bewegen.

©Framestock

De winst in shooters en snelle actie

Wanneer werkt dit in je voordeel? Vooral in competitieve shooters zoals Call of Duty, Counter-Strike of Valorant. In dit soort games telt elke milliseconde. Een hogere refreshrate vermindert de input lag, oftewel de tijd tussen jouw klik en de actie op het scherm.

Stel, je draait je personage snel om. Bij een lage refreshrate wordt de vijand een fractie later getoond en zie je veel bewegingsonscherpte (motion blur). Met een hoge refreshrate zie je de vijand eerder en scherper, waardoor je sneller kunt reageren. Je hebt letterlijk actuelere informatie dan je tegenstander. Om dat te bereiken heb je wel een krachtige videokaart nodig die genoeg beelden per seconde (FPS) kan genereren om je snelle scherm bij te houden.

Wanneer resolutie het toch wint van snelheid

Is snelheid altijd heilig? Nee. Als je vooral tragere, meer verhalende games speelt (zoals Cyberpunk 2077 in de 'sightseeing' modus), Microsoft Flight Simulator of grafische RPG's, dan voegt 240 Hz weinig toe. In deze titels kijk je vaak naar stilstaande of langzaam bewegende omgevingen.

In dat geval wil je juist de texturen van de bomen, de reflecties in het water en de details in gezichten zien. Een 4K-monitor op 60 of 120 Hz is dan een logischer keuze dan een onscherp 1080p-scherm op 360 Hz. De visuele pracht weegt hier zwaarder dan de milliseconden reactietijd. Ook voor console-gamers die op de bank zitten, is een goede televisie met 4K en HDR vaak indrukwekkender dan puur de hoogste framerates.

Situaties waarin een hoge refreshrate zinloos is

Er zijn momenten dat investeren in een snel scherm weggegooid geld is. Dat gebeurt bijvoorbeeld als je hardware de snelheid niet kan leveren; als je videokaart maar 50 frames per seconde kan leveren, heeft een 144Hz-scherm geen nut omdat het scherm wacht op de computer. Daarnaast beperken oude kabels je bandbreedte, waardoor je monitor soms terugvalt naar 60 Hz zonder dat je het doorhebt. Ook op oudere consoles zoals de Nintendo Switch of de standaard PS4 heb je niets aan snelle schermen, omdat deze hardware fysiek gelimiteerd is op 60 Hz of lager.

Bepaal wat jouw setup aankan

Kijk dus kritisch naar je huidige situatie voordat je naar de winkel rent. Heb je een high-end pc die makkelijk 120+ FPS haalt in jouw favoriete games? Dan is een upgrade naar een 144- of 165Hz-monitor de grootste sprong in spelplezier die je kunt maken. Speel je op een PlayStation 5 of Xbox Series X? Zoek dan specifiek naar een scherm met HDMI 2.1-ondersteuning om 120 Hz op 4K mogelijk te maken. Zit je ver van je scherm af en speel je relaxed? Investeer dan liever in resolutie en kleurdiepte.

©Proxima Studio

Kortom: snelheid is de sleutel tot succes!

Verversingssnelheid is belangrijker dan resolutie voor iedereen die actie- of competitieve games speelt. Het zorgt voor een vloeiender beeld, minder input lag en betere motion clarity, wat je direct een voordeel geeft in het spel. Resolutie is vooral luxe voor het oog, maar refreshrate is pure prestatie voor de speler.