ID.nl logo
Hier moet je op letten bij de aankoop van een staafmixer
© karepa - stock.adobe.com
Huis

Hier moet je op letten bij de aankoop van een staafmixer

De juiste staafmixer kopen kan knap lastig zijn. Het aanbod is enorm, en bovendien kunnen veel staafmixers tegenwoordig veel meer dan alleen pureren. Dit artikel helpt je te bepalen wat voor type staafmixer je nodig hebt en hoe je een goede staafmixer herkent.

Met een staafmixer maak je heel makkelijk heerlijke soepen, sauzen en dips, maar met veel moderne staafmixers kun je nog veel meer dan dat. Zo zijn er staafmixers die ook kunnen hakken, kloppen, snijden en raspen. Als je een nieuwe staafmixer gaat kopen, moet je dus goed weten waarnaar je op zoek bent. Zo voorkom je dat je onnodig veel geld uitgeeft aan een dure staafmixer of juist een staafmixer koopt die voor jou te beperkt is. Let vooral op: • Meegeleverde accessoires • Vermogen en toerental • Aantal snelheidsstanden • Materiaal • Gewicht en ontwerp

Lees ook: Dit is het verschil tussen een staafmixer en een blender

Staafmixers worden steeds geavanceerder. In eerste instantie is deze handige keukentool ontwikkeld om soepen, smoothies en dips te pureren, maar tegenwoordig begint de staafmixer steeds meer de rol van keukenmachine over te nemen. Zo worden veel staafmixers geleverd met accessoires om ingrediënten te hakken, kloppen, snijden en raspen. Sommige staafmixers beschikken daarnaast over een extra krachtige motor, zodat je er ook harde ingrediënten zoals noten of ongekookte groenten mee kunt bewerken. 

Toch zijn al die extra snufjes niet altijd nodig. Als je bijvoorbeeld alleen soepen en sauzen wilt gaan maken, leg je voor zo'n geavanceerde staafmixer onnodig veel geld neer. Maar wil je met je staafmixer bijvoorbeeld ook beslag mengen, slagroom kloppen en groenten snijden, dan heb je wél een wat veelzijdiger en dus (vaak) duurder exemplaar nodig. Het is dan onder andere ook belangrijk om naar het vermogen en het aantal snelheidsstanden te kijken. 

Accessoires

De eerste vraag die je jezelf moet stellen bij het kopen van een staafmixer is dus: waar ga ik mijn staafmixer voor gebruiken? En welke opzetstukken zijn daarvoor nodig? Voor het maken van gladde mengsels volstaat over het algemeen een simpele staafmixer met een standaard blendervoet. Hiermee maak je niet alleen heerlijke soepen, sauzen, dips en dressings, maar bijvoorbeeld ook smoothies, babyvoeding en aardappelpuree. Wil je je staafmixer ook gebruiken om groenten te snijden of raspen, kruiden fijn te hakken, noten te malen, eieren of slagroom te kloppen en misschien zelfs om gehakt te maken? Dan heb je een staafmixer met meerdere opzetstukken nodig, zoals een hakmolen, ballongarde en rasp. Soms kun je opzetstukken ook los kopen, afhankelijk van het merk en model van je staafmixer.

©Khaletski Siarhei | goffkein.pro

Vermogen en toerental

Ook het vermogen van je nieuwe staafmixer is belangrijk om mee te nemen in je overweging. Het vermogen van staafmixers loopt uiteen van zo'n 100 tot 1000 watt. De zwakkere motoren (100-300 watt) zijn meestal prima om zachte ingrediënten mee te mengen: denk aan het pureren van soep direct in de pan. Voor harde ingrediënten, zoals noten, harde groenten of ijs, is vaak een wat krachtigere motor nodig (minstens 400 watt). Als je van plan bent je staafmixer meerdere keren per week en lang achter elkaar te gebruiken, bijvoorbeeld omdat je professioneel kok bent, wordt een extra krachtige motor aangeraden (minstens 750 watt). 

Maar let op: het vermogen van een staafmixer zegt niet alles. Zo zijn er ook heel goede staafmixers met een vermogen van slechts 200 watt. Dat heeft te maken met het toerental, oftewel het aantal rotaties per minuut (RPM) dat de staafmixer maakt. Een staafmixer met een hoog toerental van 10.000 tot 20.000 RPM pureert een stuk sneller en efficiënter dan een model met een laag toerental (5.000 tot 10.000 RPM). Toch wordt voor het mengen van harde ingrediënten doorgaans een staafmixer met een hoog vermogen aanbevolen, omdat een hoog vermogen ook betekent dat de motor minder snel oververhit raakt. 

Aantal snelheidsstanden

Als je van plan bent je staafmixer voor verschillende soorten bereidingen te gebruiken, is het handig als je de snelheid van de motor kunt aanpassen. Hoe meer snelheidsstanden een staafmixer heeft, hoe meer controle je hebt over het eindresultaat. Zo is voor het pureren van soep een lage snelheid voldoende, maar voor het luchtig kloppen van slagroom of eiwitten wil je de snelheid voor het beste resultaat langzaam kunnen opvoeren. Sommige staafmixers beschikken over een traploos instelbare snelheid, wat inhoudt dat de motor sneller gaat draaien naarmate je de aan-knop verder indrukt. De turboknop die op veel staafmixers zit, is ideaal voor het creëren van extra gladde mengsels en voor dikkere mengsels zoals smoothies.

©jchizhe - stock.adobe.com

Materiaal

Vergeet niet ook te kijken naar het materiaal van je nieuwe staafmixer. De meeste staafmixers zijn gemaakt van roestvrij staal of kunststof. Roestvrij staal is steviger en gaat langer mee, en daarnaast neemt dit materiaal geen kleur-, geur- en smaakstoffen aan. Je hoeft dus niet bang te zijn dat je roestvrijstalen staafmixer verkleurt na het pureren van bijvoorbeeld tomaten- of bietensoep. Een nadeel van roestvrij staal is dat dit materiaal meestal wat duurder is dan kunststof. Ook weegt een roestvrijstalen staafmixer wat meer dan een model van kunststof, waardoor hij iets minder handzaam is.

Gewicht en ontwerp

Tot slot wil je natuurlijk een staafmixer die lekker in de hand ligt, zodat je geen pijn in je arm of vingers krijgt als je er wat langer mee pureert. Kies dus een niet al te zware staafmixer met een comfortabele grip, en let erop dat de knoppen tijdens gebruik goed toegankelijk zijn. Een staafmixer zonder elektrisch snoer is handig als je direct in de pan wilt pureren en geen stopcontact in de buurt hebt.

Sterke staafmixer nodig?

Modellen met meer dan 1000 watt vermogen
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.