ID.nl logo
Zo kies je het juiste zaagblad voor je cirkelzaag
© Sergey Ryzhov - stock.adobe.com
Huis

Zo kies je het juiste zaagblad voor je cirkelzaag

Het zaagresultaat van een cirkelzaag wordt grotendeels bepaald door het zaagblad. Met het juiste blad maak je nauwkeurige en splintervrije sneden. Waar let je op bij de keuze?

In dit artikel lees je welke factoren er allemaal een rol spelen bij het kiezen van het juiste zaagblad:

  • Te zagen materiaal
  • Aantal tanden en zaagkwaliteit
  • Zaagbladdiameter en asgat
  • Dikte van het zaagblad
  • Tandgeometrie
  • Extra coatings en materialen

Lees ook: Welke soorten cirkelzagen zijn er?

Niet elk zaagblad is geschikt voor elk materiaal. Voor hout, zoals multiplex, MDF en massief hout, werkt een blad met middelgrote tot fijne vertanding (40-60 tanden) het best voor een strakke afwerking. Laminaat en fineer vragen om een fijner blad met 60 tot 80 tanden om splintervorming te voorkomen. Bij kunststof is een speciaal zaagblad met trapezium-vlakke tanden handig, omdat dit smelten tegengaat. Voor metaal, zoals aluminium, koper en staal, zijn hardmetalen tanden (HM) of een blad met een hoge tanddichtheid van 80 tanden of meer nodig. Voor beton en tegels zijn diamantzaagbladen de beste keuze.

Aantal tanden en zaagkwaliteit

Het aantal tanden heeft een grote invloed op het zaagresultaat. Zaagbladen met weinig tanden, doorgaans tussen de 10 en 24, maken snelle, grove zaagsneden en zijn ideaal voor ruw hout. Wie een balans zoekt tussen snelheid en netheid, kiest een blad met 30 tot 60 tanden. Een fijne afwerking, zoals bij laminaat, fineer en kunststof, bereik je met een blad met 60 tot 100 tanden. Deze aantallen zijn echter indicatief en kunnen per fabrikant en toepassing verschillen. De algemene regel blijft dat meer tanden een gladdere zaagsnede opleveren, terwijl minder tanden sneller zagen met een grover resultaat.

Zaagbladdiameter en asgat

Controleer altijd de maximale zaagbladgrootte die je cirkelzaag aankan. Bij handcirkelzagen zijn 165 mm en 190 mm veelvoorkomende diameters, maar er zijn ook andere gangbare maten. Accu-cirkelzagen gebruiken vaak bladen van 150 mm, terwijl afkortzagen veelal bladen van 210 mm of 216 mm hebben. Tafelzagen werken vaak met een zaagblad van 254 mm, ook bekend als 10 inch. Daarnaast is de diameter van het asgat belangrijk. De meest gangbare maten hiervoor zijn 16 mm en 30 mm. Let erop dat het blad goed past, anders is een verloopring nodig.

Dikke of dunne zaagbladen?

De dikte van het zaagblad beïnvloedt zowel de snijsnelheid als de weerstand tijdens het zagen. Dunne zaagbladen snijden sneller en met minder weerstand door het materiaal, wat ze ideaal maakt voor accuzagen of zagen met minder vermogen. Dikkere zaagbladen zijn daarentegen steviger en slijtvaster, waardoor ze beter geschikt zijn voor zware klussen en materialen waarbij precisie minder belangrijk is. Een dikker zaagblad vraagt wel meer kracht van de motor en kan daardoor minder geschikt zijn voor lichte of draadloze cirkelzagen.

Tandgeometrie

De vorm van de tanden bepaalt hoe het zaagblad snijdt. Een blad met vlakke tanden is geschikt voor snelle, ruwe zaagsneden. Voor nette, precieze sneden in hout en plaatmateriaal werkt een zaagblad met alternerende tanden (ATB – Alternate Top Bevel) het beste. Trapezium-vlakke tanden (TCG – Triple Chip Grind) zijn ideaal voor harde materialen zoals laminaat en kunststof, terwijl hol geslepen tanden zorgen voor een extra gladde afwerking, bijvoorbeeld bij fineer of gecoate platen.

©metelevan

Extra coatings en materialen

Sommige zaagbladen hebben een speciale coating of extra geharde tanden, wat de prestaties kan verbeteren. Een teflon-coating vermindert wrijving en hittevorming, wat vooral handig is bij kunststof en laminaat. Hardmetalen (HM) of carbide tanden blijven langer scherp en zijn bestand tegen harde materialen. Bij extreem harde materialen zoals steen en beton biedt een diamantcoating extra duurzaamheid.

Toerental en materiaal

Niet elk materiaal vraagt om hetzelfde toerental. Hout kan het best met een hoog toerental worden gezaagd, terwijl kunststof een gemiddeld toerental vereist om smelten of rafelen te voorkomen. Metaal daarentegen vraagt om een laag toerental om te vermijden dat het zaagblad te heet wordt en bot raakt. Controleer of het toerental van je cirkelzaag overeenkomt met het aanbevolen toerental van het zaagblad en pas dit aan op het materiaal waarmee je werkt.

Conclusie

Een goed zaagresultaat begint bij de keuze van het juiste zaagblad. De materiaalsoort, het aantal tanden en de tandgeometrie bepalen hoe schoon en precies de zaagsnede wordt. Een grove zaagsnede vraagt om een blad met weinig tanden, terwijl een fijne afwerking een fijngetand blad vereist. Daarnaast is het belangrijk om rekening te houden met de zaagbladdikte, de diameter, het toerental en eventuele extra coatings.


Zagen, zagen...

...Veiligheidsbril dragen!
▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos