ID.nl logo
Dyson WashG1™ vloerreiniger - Elektrische dweil voor alle klusjes
© Dyson
Huis

Dyson WashG1™ vloerreiniger - Elektrische dweil voor alle klusjes

Een nieuwe aanwinst in het portfolio van Dyson: de Dyson WashG1™, een elektrische dweil die je een hoop huishoudelijke zorgen bespaart. Met de vloerreiniger kun je zowel nat als droog vuil opruimen, op elke harde vloer en bijna zonder moeite. We kijken naar de voordelen van de nieuwe Dyson WashG1™ elektrische dweil.

Partnerbijdrage - In samenwerking met Dyson

Op het eerste gezicht zou je het apparaat misschien kunnen verwarren met een steelstofzuiger, maar de Dyson WashG1™ is veel meer dan dat. Sterker nog: waar veel vloerreinigers zuigkracht gebruiken om droog vuil op te ruimen, wat tot nare geurtjes kan leiden, heeft Dyson een betere manier bedacht: twee roterende borstels die het vuil binnen no-time opdweilen.

©Dyson

Nat én droog

De Dyson WashG1™ elektrische dweil verwijdert zowel nat als droog vuil. Vuildeeltjes op de vloer zijn geen enkel probleem, maar ook gemorste vloeistoffen ben je in een mum van tijd kwijt. Dat komt door de gloednieuwe, krachtige borstels die in het apparaat zijn gezet.

Dat zijn namelijk twee roterende, gemotoriseerde borstels, die in tegengestelde richting draaien. Zo mis je nooit meer een plekje op de vloer. De borstels worden middels een pulserende pomp op 26 verschillende bevochtigingspunten over de gehele lengte nat gemaakt, en daar hoef je zelf helemaal niets voor te doen. De borstels zelf zijn gemaakt van zeer fijn microvezelweefsel met een zeer hoog absorptievermogen, waarmee je de kleinste vuildeeltjes van je vloer haalt.

Een extra handige toevoeging is dat nat en droog vuil worden gescheiden als de Dyson WashG1™ de vloer heeft gereinigd. Kruimels en ander droog vuil worden in een apart afvalbakje afgevoerd, terwijl het gebruikte dweilwater in een aparte watertank wordt opgevangen. Dat scheelt je achteraf weer gedoe, en het legen van de opvangbakken is ook zo gebeurd.

Je kunt kiezen uit drie verschillende bevochtigingsstanden. Of het nu een plens water op de vloer of een hardnekkige, ingedroogde vlek in je keuken is, de Dyson WashG1™ weet er wel raad mee. Je hoeft niet eens te stofzuigen voor je begint, de vloerreiniger reinigt zowel nat als droog vuil.  

Elk hoekje van je huis

De borstels zijn op zo'n manier om het apparaat gezet, dat ze makkelijk kunnen bewegen. Dat zorgt voor een hoge manoeuvreerbaarheid. Dweilen in lastige hoekjes is een fluitje van een cent, en ook onder meubilair kun je de Dyson WashG1™ elektrische dweil gewoon gebruiken. Je verandert ook nog eens razendsnel van richting.

De vloer wordt bovendien gelijkmatig bevochtigd. Je hebt dus geen last van natte plekken die achterblijven: de hele vloer droogt gelijkmatig op. Dit voorkomt vlekken na het reinigen van je vloer.

Ook als je groot woont, heb je aan de Dyson WashG1™ een goede. De vloerreiniger kan namelijk oppervlakten tot wel 290 vierkante meter in één sessie schoonmaken, ruim genoeg voor een heel huis. De accu gaat tot maar liefst 35 minuten mee, dus je komt lekker ver op een enkele lading. 

Zelfreinigend

Een probleem van gewone dweilen is dat de dweil zélf na verloop van tijd vies wordt door al het vuil dat wordt opgenomen, waardoor schoonmaken lastiger wordt. Bij de Dyson WashG1™ hoef je daar niet bang voor te zijn. Bij elke rotatie wordt het vuil, middels een speciaal afzuigsysteem van Dyson, van de borstels gehaald, nog voordat die opnieuw worden bevochtigd. De borstels zelf blijven zo voor lange tijd schoon. Het vuil wordt opgevangen in een aparte opvangbak, die je makkelijk kunt legen.

En gebruik je de Dyson WashG1™ eventjes niet? Zodra hij in het laadstation wordt geplaatst, reinigt het apparaat zichzelf. Het hele systeem wordt doorgespoeld na iedere schoonmaakklus, en jij kunt de volgende keer weer met een schone lei beginnen. Dat hele proces is ook zo gebeurd: al binnen tweeënhalve minuut is de vloerreiniger weer schoon, en kun je weer verder met je volgende dweilklusje. 

Ontdek de Dyson WashG1™

op Kieskeurig.nl

Conclusie

De Dyson WashG1™ vloerreiniger is een machine die in geen enkel huishouden zou misstaan. Welke vlekken je ook op de vloer tegenkomt, wat je ook hebt gemorst, en hoe schoon je je vloer ook wilt hebben, de Dyson WashG1™ weet er raad mee. Dankzij de verschillende standen kun je zowel nat als droog reinigen, dus zowel los vuil op de grond als gemorste vloeistoffen zijn zo weer opgeruimd.

De speciale techniek met de roterende dweilborstels zorgt ervoor dat je praktisch elke ondergrond snel weer schoon krijgt. Je manoeuvreert het apparaat makkelijk tussen je meubels door, en pakt zonder problemen de lastige hoekjes mee.

Vuil en gebruikt water worden los opgevangen, en als je klaar bent, maakt het apparaat zichzelf in een paar minuten weer schoon voor de volgende sessie. Stof, vuil, gemorste vloeistoffen of hardnekkige vlekken, de Dyson WashG1™ kan overal mee overweg en helpt je in een mum van tijd aan een blinkend schone vloer.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.