ID.nl logo
Review Windows 10: Het uiterlijk
© Reshift Digital
Huis

Review Windows 10: Het uiterlijk

Laten we beginnen bij het meest voordehandliggende aspect: Hoe ziet Windows 10 er nou eigenlijk uit? Is het mooier dan Windows 7? Windows 8? Vista?

1. Inleiding

2. Het uiterlijk

3. Dagelijks gebruik

4. Het vernieuwde startmenu

5. Virtuele bureaubladen

6. Standaard-apps

7. Edge

8. Cortana

9. Store10. Conclusie

Windows 10 ziet er eindelijk weer uit zoals Windows eruit moet zien: Zonder verwarrende Metro-interface, met een bureaublad als centrale hub en een taakbalk met je programma's. Het grote verschil tussen de oude versie van Windows en Windows 10 is hoe veel programma's zijn opgepoetst en er net even wat moderner uit zien.

Nieuwe Windows

? Het 'nieuwe' Windows is al te zien bij het opstarten: Een moderner inlogscherm met een strak vormgegeven inlogbalk, en grote iconen (voor 'afsluiten' en 'assistentie bij inloggen') in de rechteronderhoek.

©CIDimport



De 'moderne' look zie je overal terug in Windows 10: In het startmenu, in standaardprogramma's zoals de Mail-app, in de taakbalk, in (sommige) instellingen... Het betekent in de praktijk vooral een gelikter systeem, een industriële look die vooral uit grote kale blokken bestaat. Dat komt deels door wat Microsoft met Windows 10 wil. Het besturingssysteem moet straks geschikt worden voor alle apparaten, dus niet alleen laptops en pc's maar ook smartphones en tablets. Daarvoor moet Windows zo consistent mogelijk blijven, maar ook aantrekkelijk voor beide soorten systemen. Dat betekent: Makkelijk te navigeren met toetsenbord en muis, maar ook makkelijk aan te bedienen door het met je vingers aan te raken.

Aanraakgevoelig

Die hybride vorm is goed gelukt, want nergens krijg je het idee dat het nieuwe design te veel van het goede is, of dat het geforceerd of overbodig is. Het 'Instellingen'-menu bijvoorbeeld bestaat uit grote blokken die je makkelijk kunt aanraken, en doordat de blokken met opties allemaal zo groot zijn weergegeven vind je ook snel welke optie je wil hebben.

Wel hebben iconen in veel menu's de bovenhand, en is tekst minder belangrijk geworden. Dat maakt het soms moeilijk om direct te vinden wat je zoekt: In het belangrijkste instellingen-menu zijn de privacy-opties een slotje, dat we meer met beveiliging associëren. Ook is er een icoontje om het systeem te personaliseren, dat bestaat uit een beeldscherm waarop geschreven wordt (wat van alles zou kunnen betekenen), terwijl de logischere optie (het getekende poppetje) juist staat voor gebruikers-accounts.

©CIDimport



Waarschijnlijk is dat gewoon een kwestie van wennen en veel gebruiken, en bovendien staat er nog steeds genoeg tekst bij de icoontjes waardoor je altijd nog kunt lezen welke optie je moet hebben.

In andere programma's

Niet alleen het instellingen-menu, maar ook andere menu's en opties in programma's zijn aangepast. Zou zijn drop-down-menu's groter geworden, en kun je makkelijker bij het minimaliseren of vergroten van programma's. Dat werkt echter alleen nog bij programma's die speciaal voor Windows 10 zijn gemaakt - oudere programma's hebben nog steeds de oude icoontjes.

Schuifjes vs. vinkjes

Windows 10 werkt ook steeds minder met blokjes die je kunt afvinken om opties in of uit te schakelen. Voor die blokjes zijn schuifjes in de plaats gekomen, vergelijkbaar met hoe opties tegenwoordig op mobiele besturingssystemen als Android en iOS worden afgehandeld. Ook Microsoft zelf gebruikt zulke opties in Windows Phone 8, maar op de desktop komen die onnatuurlijk over. Als je een optie aan moet zetten met je vinger, is een schuifje een logische keus - met een muis voelt dat raar en niet logisch. Je hoeft zulke schuifjes ook niet echt te schuiven; gewoon aanklikken is voldoende.

De eerste inconsistenties

Aan de andere kant zijn de schuifjes ook weer niet overal doorgevoerd, maar de inconsistentie ervan is verwarrend. Zo zitten in bepaalde 'oudere' instellingen-menu's zoals het klassieke configuratiescherm nog wel ouderwetse vinkjes, terwijl in specifieke Windows 10-apps (zoals de Edge-browser) alles is omgezet naar schuifjes. Bovendien zijn in sommige Windows 10-apps nog steeds vinkjes aanwezig, maar die zijn weer wel opgepoetst en groter gemaakt, en ze hebben een andere kleur (grijs) gekregen.

En om het geheel nog wat verwarrender te maken hebben sommige applicaties (zoals de Mail-app) beide opties onder elkaar staan, zoals hier:

©CIDimport



Toch valt er in de praktijk goed te werken met de verschillende menu-opties. Hoewel ze vanuit een ontwerp-oogpunt onlogisch zijn, is het wel duidelijk wat de knoppen doen. Je zult er niet snel van in de war raken.

Nog heel veel meer inconsistentie

Wat wel verwarrend is, is de inconsistentie van Windows 10. Die gaat namelijk van hot naar her en is een duidelijk bewijs dat het besturingssysteem nog ergens midden in de ontwikkelfase zit. De afgelopen maanden heeft het besturingssysteem meer vorm gekregen, en in iedere nieuwe Technical Preview was wel iets nieuws te merken aan de menu's. Die werden bijgeschaafd en soms helemaal overhoop gegooid, waardoor we veel hoop kregen dat Windows 10 later een mooi geheel zou worden.

Maar nu Windows 10 echt klaar is, hebben we onze twijfels.

We zijn bijvoorbeeld groot fan van het nieuwe Actiecentrum (die je kunt oproepen met een icoontje naast de kalender rechtsonder). Dat scherm is handig en biedt in één keer toegang tot je instellingen. Ook van dat instellingen-menu zijn we fan, want dat is duidelijk, helder, en hoewel over smaak niet te twisten valt durven we het ook mooi te noemen.

Verwarrende instellingen

Maar het instellingen-menu kan maar ongeveer een derde van alle mogelijke instellingen veranderen. Je kunt wat basis-dingen doen, zoals het opleuken van je profiel en het configureren van je draadloze netwerk, maar als je iets dieper op de opties in wilt gaan moet je het instellingen-menu weer verlaten.

Daarvoor is namelijk het oude 'Configuratiescherm' nog aanwezig, wat precies is zoals het er in Windows 7 en 8 uit zag. Als je eerst hebt gezocht door het moderne instellingen-menu voelt teruggaan naar het configuratiescherm als een koude douche, een deceptie die een door Microsoft vergeten noodzakelijk kwaad lijkt.

Niet sexy

Het Configuratiescherm laat je in oude (of zelfs ouderwetse) menu's dezelfde zaken regelen als in Windows 7 en 8, maar de menu's zijn er veel kleiner en statischer - dit is geen 'sexy' menu zoals de rest van Windows 10 dat wel is.

Aanvankelijk dachten we nog dat Microsoft het menu echt links liet liggen. Windows 10 wordt constant geüpdate, dus kun je redeneren dat alle opties uit het configuratiescherm uiteindelijk wel in de Instellingen worden geïntegreerd.

Het is daarom extra bizar dat het Configuratiescherm wél visueel is aangepast - al moet je goed zoeken voor je het ziet. Kijk maar eens naar de verschillen tussen de icoontjes in het startscherm:

©CIDimport

©CIDimport

Het configuratiescherm in Windows 8Het configuratiescherm in Windows 10


Je ziet daar dat de icoontjes wel zijn opgepoetst, weer om ze iets moderner te maken. Ook dieper in de menu's zijn de blokken minuscuul bijgeschaafd, en dat is heel vreemd want waarom krijgen niet alle blokken hetzelfde uiterlijk als de rest van de 'Instellingen'?

Om even extra duidelijk te maken hoe inconsistent Windows 10 is, is hier een goed voorbeeld: Het besturingssysteem heeft niet minder dan 6 verschillende UI's voor drop-down-menu's.

©CIDimport

Onlogisch

Ook zijn sommige menu-opties niet erg logisch gemaakt. Zo heb je verschillende manieren om 'Meer opties' te bekijken in apps zoals Mail of Foto's. De populairste daarvan zijn de drie puntjes naast elkaar. Dat is sowieso in alle apps de standaard-optie. Zo krijg je er bij Edge een dropdown-menu mee te zien waar je vervolgens ook op Instellingen kunt klikken, maar ook dit is niet overal hetzelfde. In de Foto's-app krijg je geen dropdown, maar verschijnt er weer een dunne balk over de hele lengte van de app, waar opties naast elkaar worden weergegeven.

Die drie puntjes zijn ook niet intuïtief, want sommige apps hebben ook Windows' eigen 'hamburgermenu'. Dat zijn drie streepjes onder elkaar, en alles in je schreeuwt ernaar dat dat de menu-opties zijn. In werkelijkheid betekent die knop in Mail of Kalender dat je er een zijbalk mee minimaliseert - wat weer iets anders is als het ene minnetje om een heel programma te minimaliseren.

En dan zijn er nog deze drie streepjes in Edge, die wéér wat anders betekenen: Het openen van de Favorieten-balk.

©CIDimport

Conclusie: Veel inconsistentie, maar wel mooi

Veel menu's in Windows hebben een visuele facelift gekregen. De instellingen zijn onherkenbaar veranderd, en zijn in één lijn gebracht met bijvoorbeeld de mobiele variant of met het nieuwe Office-pakket. Dat maakt dat Windows 10 er modern en schitterend uit ziet, en complexe menu's vaak versimpeld kan weergeven. Dat werkt erg prettig.

Toch snappen we van veel opties helemaal niks, want de inconsistentie in het uiterlijk van het OS is onnavolgbaar. Sommige menu-instellingen zijn helemaal overhoop gehaald, terwijl je andere opties hebt die precies hetzelfde zijn gebleven. En dan zijn er nog onderdelen zoals de Verkenner, die wel een heel klein beetje zijn aangepast, maar niet overduidelijk en die er daarom weer heel anders uit zien dan de rest van het systeem. Dat is jammer, want het voelt alsof Windows 10 nog niet af is. En hoewel Microsoft zegt dat Windows 10 updates blijft krijgen, is dit niet wat we hadden verwacht van zo'n grote update van het OS.

<- Vorige: InleidingVolgende: Dagelijks gebruik ->

▼ Volgende artikel
Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij
© Tarsier Studios/Tijn Kranen
Huis

Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij

Achtpotige mottenballen, levende huidplooien en gemuteerde pelikanen: in het ‘schattige’ Reanimal kom je het allemaal tegen. Gelukkig sta je er niet alleen voor, want je kunt er voor kiezen om samen met een medespeler via coöp dit levende schilderij in te duiken - al is het resultaat vooral dat je sámen geen snars van het verhaal snapt.

Het Zweedse Tarsier Studios heeft al even geoefend met het concept van Reanimal. De game heeft namelijk een hoop weg van hun vorige games, Little Nightmares 1 en 2: ook hier wandel je door een stel surrealistische, levende horrorschilderijen.

Hoewel het niet letterlijk om een schilderij gaat, kan ik het gevoel niet anders beschrijven. Je beweegt je door een reeks prachtige omgevingen gevuld met bizarre monsters, die vooral de logica volgen van nachtmerries en kinderangsten. Reanimal lijkt in de verte wel een verhaal te willen vertellen, maar Tarsier beseft dondersgoed dat minimalisme het alleen maar griezeliger maakt.

Watch on YouTube

Simpel doch effectief

De mist hangt over het waterlichaam. Er zit een kind in een bootje. Als je aan de knoppen zit te morren, heb je door dat jij het kind bestuurt - tijd om naar dat rode licht in de verte te varen. Als je dichterbij komt, blijkt het een boei te zijn, met daarnaast spartelend in het water een vriendje. Ze klimt bij je in de boot. Als je een tweede controller aansluit of online speelt, is dit je coöp-partner. Zo niet, dan blijft het een computergestuurde vriend die vooral gezelschap biedt.

Terwijl je samen van boei naar boei vaart, doemt er in de verte een rotspartij op. Oh, die ziet er groot uit. Wacht, die is écht groot! Als je eenmaal bij het strand komt, ram je je bootje het zand in. Zo, die ligt lekker stevig.

Als je een dichte deur tegenkomt, snap je als gamer wel wat je missie is: zoek maar naar een sleutel. Vervolgens blijf je zonder echte reden maar een pad volgen, al kom je er gaandeweg achter dat je andere kinderen probeert te redden van monsters.

©THQ Nordiq/Tarsier Studios

Een versleten screenshotknop

Het verhaal staat dus niet echt voorop - en eerlijk gezegd staat diepgaande gameplay óók niet echt voorop. Maar wat maakt deze game dan in godsnaam zo indrukwekkend? Dat komt allemaal neer op fenomenaal ontworpen omgevingen en geniaal ontworpen monsters.

Het helpt daarbij dat Reanimal een ontzettend goed gevoel van schaal weet over te brengen: je voelt je piepklein, en grote dingen in de spelwereld voelen gigantisch. Daar komt ook een sterk staaltje camerawerk bij kijken. Op precies de juiste momenten wordt de camera naar achteren getrokken om te onthullen dat er in de achtergrond al de hele tijd een of ander gemuteerd boerderijdier op je ligt te wachten.

Op de PlayStation 5, waar we de game op hebben gespeeld, ziet Reanimal er prachtig uit. Op een zeldzame lelijke texture na is het spel gevuld met visuele meesterwerkjes. Je kunt op ieder willekeurig moment een screenshot maken, en het bij wijze van spreken inlijsten en ophangen. In vijf uur speeltijd heb ik 108 screenshots gemaakt, mede vanwege de mooie lichtinval.

Slide
Slide
Slide
Slide

Niet meer dan een middag

Daar is dan ook meteen het grootste struikelblok: in vijf uurtjes was ik wel door de game heen, terwijl ik het best rustig aan deed. Het spel gaat voor vier tientjes over de toonbank - toch best een hoge prijs voor zo’n korte game. In coöp doe je er misschien nog iets langer over, maar ik zou er niet op rekenen.

In de omgeving zijn er nog enige collectibles te vinden: posters met concept art en dierenmaskers, waar je je personages mee kan aankleden. Dat is best leuk, want die art is belachelijk mooi en die maskers worden steeds absurder. Gelukkig spat de kwaliteit er wel van af, want iedere omgeving is een kunstwerk op zich.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Lekker rondkijken

Om nog even op die coöp-gameplay terug te komen: we hebben hier niet te maken met een game als Portal 2, waarbij de puzzels zijn gebouwd om als duo op te lossen. Hoewel de functie een van de selling points is, heb je absoluut geen tweede speler nódig.

De coöp-modus is zowel online als lokaal beschikbaar, al is er geen matchmaking. Je moet de lobbycode invoeren van de persoon met wie je wil spelen, dus met een vreemdeling spelen is er niet bij. We hebben de functie daardoor niet uitvoerig kunnen testen, maar het lijkt prima te werken.

Voor de puzzels heb je ook geen twee sets hersenen nodig: het zijn vrij simpele puzzels die er vooral voor zorgen dat je aandacht naar de mooie locaties getrokken wordt. Ingewikkelder hoeft het ook niet te zijn, want als je echt je hersens had moeten gaan kraken, dan had het die melancholische droomsfeer misschien wel kapotgemaakt.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Hypnotiserend

Tarsier Studios weet precies wat Reanimal moet zijn: hypnotiserend, surrealistisch, schattig en tegelijkertijd doodeng. Het minimalistische verhaal is lastig te volgen, maar de gevoelens raken wél - al is het einde wat abrupt. Het grijpt je niet bij de keel, maar glijdt langzaam om je strot heen en knijpt zonder dat je het doorhebt.

Het voelt als de vreemdste plekken uit Silent Hill, of de Dark Place uit Alan Wake 2, maar het heeft ook weer wat weg van Coraline en Guillermo Del Toro’s Pinocchio. Het deed me misschien nog het meest denken aan deze concept trailer van Silent Hills, een game die helaas nooit het daglicht heeft mogen zien.

Stel je voor dat je door een bioscoop heen loopt, waar een dood (of gehypnotiseerd) publiek zit te kijken naar iets dat je alleen kan vergelijken met de videoband uit The Ring. Als je naar buiten komt, staat er een grote spinachtige man met een ijscowagen op je te wachten om je op te grissen. Als je eenmaal aan hem bent ontsnapt, wordt je geconfronteerd met de volgende griezelige omgeving en een nieuw, prachtig, tragisch en doodeng gemuteerd monster. In Reanimal snap je misschien niet precies wat er gebeurt, maar je gaat het zeker niet vergeten.

Reanimal is vanaf 13 februari verkrijgbaar voor PlayStation 5, Xbox Series-consoles, Nintendo Switch 2 en pc. Voor deze review is de game op PlayStation 5 gespeeld.

Goed
Conclusie

De visie achter Reanimal is duidelijk: geen ingewikkelde puzzels of verhaallijnen, maar een gestroomlijnde, sfeervolle koortsdroom met gedetailleerde plaatjes (en monsters) die nog lang in je hoofd blijven hangen. Tarsier Studios had de game kunnen opvullen met meer omgevingen of meer simplistische puzzels, maar dat zou wellicht alleen maar aan de ervaring af doen. Reanimal is daardoor wat aan de simpele en korte kant, maar de game blijft na het uitspelen wel nog veel langer door je hoofd spoken.

Plus- en minpunten
  • Kunstzinnige monsters en omgevingen
  • Mooie graphics
  • Co-op-functie is een welkome toevoeging
  • Gameplay maar weinig diepgaand
  • Kort en een tikje anticlimactisch
  • Niet erg uitdagend
▼ Volgende artikel
De iPad als smarthome-hub is verleden tijd: dit moet je weten
© DENYS PRYKHODOV
Huis

De iPad als smarthome-hub is verleden tijd: dit moet je weten

Met de introductie van een nieuwe Home-architectuur heeft Apple de ondersteuning voor de iPad als centrale woninghub stopgezet. Gebruikers moeten nu overstappen op een Apple TV of HomePod om hun slimme apparaten op afstand te bedienen en automatiseringen uit te voeren.

Het idee was altijd zo handig: die oude tablet die toch maar in de kast lag te verstoffen kreeg een tweede leven als het brein van je woning. Je plakte hem tegen de muur of zette hem op een standaard in de keuken, en plotseling kon je overal ter wereld je lampen bedienen. Toch merkten veel gebruikers dat de betrouwbaarheid vaak te wensen overliet, met apparaten die niet reageerden of automatiseringen die simpelweg weigerden te starten. Apple heeft nu de knoop doorgehakt en de tablet officieel uit de lijst van ondersteunde hubs geschrapt. In dit artikel leggen we uit waarom deze besluitvorming logisch is en wat dat voor jouw huidige opstelling betekent.

Overstap naar een stabiele architectuur

De reden dat de tablet niet langer als hub fungeert, ligt diep in de softwarematige fundering van de Woning-app verborgen. Met de komst van de nieuwe architectuur in iOS 16.2 heeft Apple de manier waarop apparaten met elkaar communiceren volledig herzien. Waar de iPad voorheen als een soort tussenstation fungeerde dat af en toe signalen doorgaf, vereist het nieuwe systeem een apparaat dat altijd aan de stroom hangt en een constante, bekabelde of zeer stabiele draadloze verbinding heeft.

We hebben in onze tests gemerkt dat een iPad die in de slaapstand gaat of waarvan de batterij net onder een bepaald percentage zakt, de communicatie met de rest van het huis direct verstoort. Bovendien ontbreekt in de iPad de hardware voor Thread, een netwerkprotocol dat zorgt dat apparaten razendsnel en zonder vertraging op elkaar reageren. Wanneer je nu op een knop drukt, hoor je bij een moderne hub direct de klik van de schakelaar, terwijl de iPad daar voorheen merkbare seconden over kon doen.

©PHILIPPE RAMAKERS

Soms werkte het wel...

In een heel specifieke context kon de iPad nog wel dienstdoen, mits je geen behoefte had aan de nieuwste snufjes. Voor een simpel huishouden met slechts een paar lampen die alleen via bluetooth of een eigen bridge werkten, was de tablet een prima interface. Het gaf toch een gevoel van controle om een visueel overzicht te hebben op een groot scherm in de woonkamer. Je kon de iPad inzetten als een soort veredelde afstandsbediening die ook toevallig de automatiseringen draaide wanneer je zelf niet thuis was.

Dit werkte vooral goed in kleine appartementen waar de afstand tussen de tablet en de slimme verlichting minimaal was, waardoor de bluetooth-verbinding stabiel bleef. De koopintentie voor een iPad was in die tijd vaak gebaseerd op deze multifunctionaliteit, maar die vlieger gaat met de huidige eisen voor een modern slim huis niet meer op.

Mobiliteit is niet goed voor een hub

Een centraal zenuwstelsel van een woning hoort niet verplaatsbaar te zijn, en dat is precies waar het in de praktijk misging met de iPad. Zodra iemand de tablet van de lader haalde om even op de bank een video te kijken, liep de verbinding met de beveiligingscamera buiten gevaar. We zien vaak dat een hub die op wifi werkt in plaats van via een ethernetkabel, kwetsbaar is voor storingen van andere apparaten in de buurt.

De iPad is ontworpen als een persoonlijk apparaat dat energie bespaart zodra het scherm uitgaat, wat natuurlijk haaks staat op de rol van een server die 24 uur per dag paraat moet staan. In grotere woningen merkten we bovendien dat de iPad simpelweg het bereik niet had om apparaten op de bovenverdieping aan te sturen, iets wat een systeem met meerdere verdeelde hubs veel beter oplost.

©IHAR ULASHCHYK

Signalen om over te stappen

Er zijn een paar duidelijke situaties waarin je de iPad als hub direct moet vervangen door een volwaardige slimme speaker of mediaspeler. Als je van plan bent om apparaten aan te schaffen die met de Matter-standaard werken, heb je eigenlijk geen keuze meer, aangezien de iPad dit protocol niet ondersteunt als hub. Ook wanneer je merkt dat je automatiseringen vaker niet dan wel werken zodra je de voordeur achter je dichttrekt, is dat een teken dat de iPad de verbinding niet stabiel kan houden.

Een ander breekpunt is de behoefte aan beveiligde video-opslag in iCloud. Voor het streamen en analyseren van beelden van je deurbel is simpelweg meer rekenkracht en een constantere verbinding nodig dan een (vaak oudere) tablet kan bieden. Tot slot is het onmogelijk om de woning te upgraden naar de nieuwste softwareversies zonder een ondersteunde hub, waardoor je bijvoorbeeld nieuwe functies en beveiligingsupdates misloopt.

De juiste opvolger kiezen

Het toetsen van je eigen woonsituatie begint bij de vraag hoeveel apparaten je wilt aansturen en of je ook behoefte hebt aan een fysieke interface. Voor de meeste mensen is een mediaspeler zoals de Apple TV de beste keuze, omdat deze (de duurdere versies in elk geval) met een kabel aan je router verbonden kan worden voor de meest betrouwbare verbinding.

Heb je echter geen televisie in de buurt van je slimme apparaten, dan is een compacte speaker die ook als hub fungeert een slimmer alternatief. Je plaatst deze eenvoudig op een centrale plek in huis waar de microfoons ook je stemcommando's kunnen opvangen. Kijk hierbij goed naar de ruimte die je hebt; een kleine speaker past op elk nachtkastje, terwijl een volwaardige mediaspeler vaak een vaste plek in het tv-meubel vereist.

Nee, de iPad is definitief geen woninghub meer

De iPad kan officieel niet meer als hub worden ingesteld in de vernieuwde Woning-app van Apple omdat de hardware niet voldoet aan de eisen van de nieuwe woningarchitectuur. Voor het bedienen van je huis op afstand en het configureren van automatiseringen heb je nu minimaal een HomePod of een Apple TV nodig (mocht je wel bij Apple willen blijven). Deze apparaten bieden ondersteuning voor Thread en Matter, wat zorgt voor een snellere en betrouwbaardere communicatie tussen je slimme apparaten. Hoewel de iPad een handig bedieningspaneel blijft voor op de muur, vinden de processen achter de schermen nu plaats op hardware die altijd met het stroomnetwerk en internet is verbonden.