ID.nl logo
De beste drones voor elk budget vergeleken
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

De beste drones voor elk budget vergeleken

Steeds vaker zie en hoor je drones. Liefhebbers weten het namelijk al langer, vliegen met een drone is fantastisch. En voor elke portemonnee bereikbaar. Voor ieder budget is er wel een beste drone te vinden. In dit artikel geven we dan ook zeven voorbeelden.

DJI Inspire 2 - Absolute top (3.349 euro)

©PXimport

Om maar meteen met de drone in huis te vallen, als je echt serieus bent met het vliegen van en het filmen met een UAV (en geld is geen probleem), ga dan voor dit hightech monster. Gemaakt van de beste materialen en tot de nok toe gevuld met de laatste technische snufjes. De Inspire 2 is het vlaggenschip van de toch al indrukwekkende line-up van het Chinese DJI. De pittige prijs is slechts voor het instapmodel. Daarvoor krijg je de drone met ingebouwde camera en sensoren en de controller.

Laat er geen misverstand over bestaan, dan heb je echt een geweldige vlieger met een topsnelheid van bijna 100 kilometer per uur en een accuduur van ongeveer een half uur, die je tot op maximaal 7 kilometer afstand kan besturen. Maar de Inspire is eigenlijk bedoeld voor mensen die het filmen vanuit de lucht naar een eh … hoger plan willen tillen. Upgrade naar de Professional-versie en hang een extra camera aan de gimbal-stabilisator onder de drone, dan begint pas de echte lol voor serieuze filmers.

De Zenmuse X5S schiet haarscherpe filmbeelden in 4K en 5,2K. Je kunt ervoor kiezen om de camera zelf te bedienen terwijl de drone op de autopiloot zijn rondjes vliegt, of de camera op een object te laten focussen terwijl jij acrobatische toeren uithaalt in de lucht. De Inspire 2 is uitgerust met obstakelherkenning rondom, waardoor je dure speeltje heel blijft. Is de batterij bijna op, dan vliegt hij zelf weer naar huis.

Cheerson CX-10 - Absolute beginner (20,99 euro)

©PXimport

Als je er niet zeker van bent of dat dronevliegen nou echt iets voor jou is, probeer het dan eerst eens met dit ongekend kleine, maar verrassend geinige vliegdingetje. De Cheerson CX-10 is leuk om te geven en leuk om te krijgen, maar vooral leuk om mee te vliegen. Deze drone is met z’n vier centimeter zo klein dat hij met gemak in de palm van je hand past. Daarvandaan kan hij ook opstijgen als je ‘m in de lucht gooit.

De quadcopter is heel stabiel door de ingebouwde gyro en daardoor uitermate geschikt om binnenshuis te vliegen. De bijgeleverde controller heeft kleurgecoördineerde knoppen die corresponderen met de opvallende kleur van de Cheerson (hij is verkrijgbaar in groen, blauw, rood en roze). Gekleurde led-lampjes aan de onderkant zorgen ervoor dat je ‘m niet snel uit het oog zal verliezen. Met enige oefening vliegt de mini-drone soepel door de huiskamer of de achtertuin (niet verder dan 50 meter) en maakt hij zelfs salto’s op commando.

Kortom, een niet al te ingewikkelde uitprobeer-drone voor (bijna) alle leeftijden. Voor een kleine meerprijs kun je ook de CX-10c aanschaffen, waarbij die ‘c’ staat voor de bijgevoegde camera. Ja inderdaad, dat kleine vliegmachientje kan dan ook nog eens filmen!

Walkera F210 3D - Absolute snelheid (329 euro)

©PXimport

Droneracen is een spectaculaire sport waarbij drones met oogverblindende snelheden over een driedimensionaal parcours worden gestuurd. Niet alleen op een horizontaal vlak dus, maar ook de hoogte en diepte in. De piloten besturen hun quads door mee te kijken met de camera aan boord. De beelden worden rechtstreeks naar hun goggles gestuurd, een soort 3D-bril, waarmee ze dus midden in de actie zitten. Droneracen met FPV (First Person View) vergt stalen zenuwen en bliksemsnelle reflexen. En natuurlijk ervaring, heel veel vlieguren maken dus.

Professionele racers sleutelen hun drone meestal zelf in elkaar, maar als je daar geen tijd, zin of talent voor hebt, is de Walkera F210 3D een mooi alternatief. Dit Chinese racemonster wordt kant-en-klaar geleverd en je kunt er direct vanuit de doos mee racen. De drone is snel en wendbaar en reageert heel alert op input van de piloot. Doe je mee aan een race, dan kun je in het begin nog weleens crashen en daar heeft de fabrikant rekening mee gehouden door het apparaat modulair te maken.

Nieuwe onderdelen zijn er gemakkelijk op en aan te klikken. Voor een kleine meerprijs zijn ook de goggles aan te schaffen, zodat je zelf kunt ervaren wat FPV-vliegen zo fantastisch maakt. Wat de Walkera F210 verder zo bijzonder maakt, is dat je ondersteboven kunt vliegen. Ja, inderdaad. Ondersteboven.

Parrot Anafi - Absoluut lichtgewicht (699 euro)

©PXimport

Elke vakantie gebeurt het weleens een keer. Je maakt een wandeltocht naar die prachtige uitkijkplek bovenop de plaatselijke berg, en na een epische tocht dwars door oeroude naaldbossen, langs kolkende rivieren en over vlijmscherpe rotsen ben je eindelijk op die magische plek. Je wilt het moment vastleggen, maar komt niet veel verder dan een selfie met je mobieltje. Dat kan beter. Dat kan zelfs stukken beter. Bijvoorbeeld door de volgende keer een Parrot Anafi in je rugzak te stoppen.

Met zijn 320 gram zul je het extra gewicht nauwelijks merken, maar het maakt een wereld van verschil in het vastleggen van dit soort bijzondere momenten. Deze compacte, opvouwbare drone is voorzien van een Sony 4K hdr-camera, die prachtige gestabiliseerde filmbeelden schiet of haarscherpe foto’s met de 21megapixel-lens. De camera zit vast aan een gimbal die recht boven en recht onder de drone kan filmen (180 graden). Ook mooi als je een wandeling op een gammele touwbrug over het ravijn wilt vastleggen.

Je kunt de Anafi zelf besturen en laten filmen wat je ziet op het scherm van je smartphone, maar je kunt ‘m ook z’n eigen gang laten gaan nadat je het onderwerp hebt vastgezet. Zo cirkelt hij desgewenst om je heen en filmt in 4K het onomstotelijke bewijs van jouw heldentocht naar de top.

DJI Mavic 2 Pro - Absolute stijl (1.499 euro)

©PXimport

Het is moeilijk een completere drone te vinden dan de Mavic 2 Pro. Het heeft een compact, opvouwbaar design, stille propellers, 4K-camera en meer obstakelsensoren dan een Tesla. Om met dat laatste te beginnen, een kostbare drone wil je zo veilig mogelijk laten rondvliegen, en met obstakeldetectiesensoren rondom ben je verzekerd van een schadevrije vlucht. Alleen als je de sportmodus aanzet om te testen of hij daadwerkelijk 72 kilometer per uur haalt, gaan alle veiligheidssensoren uit. Zorg dan dus wel voor genoeg ruimte en zo min mogelijk bomen, huizen of elektriciteitsmasten in de omgeving.

De Mavic 2 heeft een lithium-ion-accu die 31 minuten vliegtijd oplevert en ook nog eens bestand is tegen extreem weer. We hebben het zelf niet kunnen testen, maar zelfs met een temperatuur van -40 graden Celcius zou je nog kunnen vliegen en filmen. Dat filmen gaat overigens met een Hasselblad L1D-20c camera. De 1inch-imagesensor vangt veel licht, waardoor je ook in donkere omstandigheden nog goede foto’s en films kunt schieten.

De camera ondersteunt 10-bit hdr, waardoor kleuren er natuurgetrouw uitzien. De gimbal houdt het beeld steady met beweging over drie assen. Zoom in van grote afstanden of maak een hyperlapse in de lucht, de mogelijkheden zijn legio. Ook deze drone biedt je de optie om de drone op de autopiloot een onderwerp te laten tracken. Leuk voor die offpiste snowboardtrip?

Ryze Tello - Absoluut kinderspel (109 euro)

©PXimport

Heb je kinderen? En een drone? Grote kans dat zij dan de hele tijd de controller uit je handen trekken om ook een rondje te vliegen. Nog grotere kans dat jij helemaal geen zin hebt om je dure speelgoed in hun handen te laten vallen. Voor nog geen honderd euro koop jij je rust weer terug en hebben de kinderen een prima drone om mee te leren vliegen, filmen, fotograferen en programmeren.

De Ryze Tello laat gebruikers namelijk vliegroutines programmeren in het computerprogramma Scratch. Door het schuiven van blokken met commando’s is het programmeren eenvoudig en kindvriendelijk. De quadcopter heeft een camera aan boord die film opneemt met 720p en foto’s schiet in 5 megapixel. Klik je smartphone in de (niet-standaard meegeleverde) controller en zie de beelden direct op het scherm. Het besturen van het apparaat is ook simpel, meer dan een druk op het touchscreen is er niet voor nodig, maar voor beginners is het vliegen via de smartphone niet altijd even handig.

Naast fotograferen en filmen kan de Tello ook leuke stunts uitvoeren in de lucht. Na 13 minuten is de accu echter leeg en landt hij weer netjes op het opgegeven punt. Kortom, een prima beginnersdrone voor de kids, die er ook nog eens mooie selfiefoto’s en -filmpjes aan overhouden om op een van de social media te plaatsen.

Typhoon H3 - Absoluut stabiel (1.699 euro)

©PXimport

We hebben het tot nu toe alleen over quadcopters gehad, met vier propellers dus, maar er zijn ook drones met meerdere propellers. Een hexacopter met zes bijvoorbeeld, of een octocoper met acht. Sommige mensen zweren bij een drone met meer dan vier propellers. Zij ratelen desgevraagd (en vaak ook ongevraagd) de vele voordelen van een hexacopter boven een quadcopter op: stabielere vlucht, meer draagvermogen, grotere snelheid, hoger vliegen en een veilige landing als een van de motoren ermee ophoudt.

Ha! De Typhoon H3 is een hexacopter die speciaal is ontworpen voor luchtfotografie en -filmen. De samen met Leica ontwikkelde camera ION L1 Pro heeft een 1 inch cmos-sensor die 4K-beelden opneemt met 60 fps. De hexacopter is ook met meer wind in staat stabiel te blijven en daarom is het vaak de keuze van professionele filmers. De gimbal met drie assen zorgt voor verdere stabilisatie.

De bijgeleverde controller is gebaseerd op Android en heeft al een schermpje ingebouwd, waarop van een maximale afstand van 1,6 kilometer het beeld van de drone in 720p wordt gestreamd. Koop nog een tweede controller erbij en je kunt als team werken, waarbij de een vliegt en de ander filmt.

Tekst: Eric Bartelson

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.