ID.nl logo
Zekerheid & gemak

Wireless Home Audio Systeem

Wat is er mooier dan de mogelijkheid om met één controller alle audioapparaten in huis te bedienen? Met één druk op de knop draadloos muziek streamen naar de keuken, woonkamer, slaapkamer en badkamer. Is het mogelijk?

Linksys is een grote naam als het gaat om draadloze netwerken. Ze hebben talloze routers, switches, accesspoints en extenders. Onlangs heeft het Amerikaanse merk een zijsprongetje gemaakt en is het met een nieuw draadloos multiroom streaming-audiosysteem op de proppen gekomen. De naam hebben ze simpel gehouden: Linksys Wireless Home Audio Systeem.

Modulair


Het idee achter het Linksys-systeem is allereerst natuurlijk het draadloos distribueren van audio. Dankzij wireless-n moet het lekker soepel gaan en moet de dekking in de meeste gevallen ruim voldoende zijn.
Een tweede gedachte achter het systeem is dat de gebruiker kan blijven uitbreiden. Linksys biedt namelijk talloze producten aan die toegevoegd kunnen worden. Zo zien we allereerst de Conductor: een compleet audiosysteem met een 7-inch lcd-touchscreen, cd-drive, luidsprekers en aansluiting voor de optionele iPod-dock (€ 79). De Conductor kost € 799.
Het tweede product is de Director: een client met een 3,5-inch lcd-schermpje, een ingebouwde versterker (2 x 50 watt) en ingebouwde luidsprekers. De Director kost € 499. Optioneel zijn voor de Director ook losse luidsprekers verkrijgbaar voor € 149.
De simpelste client is de Player van € 299. Deze heeft geen schermpje of ingebouwde versterker. Alle streaming-clients zijn zowel voorzien van een 100mbit lan-poort en wireless-n.
Hoewel Linksys een gewone afstandsbediening meelevert met de clients, is het eigenlijk noodzakelijk – vooral voor de player zonder scherm – de lcd-afstandsbediening van € 349 aan te schaffen. Deze kan alle apparaten aansturen door gebruik te maken van het draadloze netwerk.

Steekje laten vallen


Zoals u hebt kunnen lezen, is het aanbod van Linksys indrukwekkend. En als we de pittige prijzen zo zien, moeten de prestaties ook van hoog niveau zijn. Wij hebben de complete kit, inclusief de speciale Media Hub, van Linksys gekregen om een goed totaalbeeld te krijgen van het systeem. De installatie van de set is niet lastig, maar wel wat omslachtig. Zeker in vergelijking met Sonos, dat echt in drie minuten is gepiept. Eerst moeten we een softwarepakket installeren. En – omslachtig of niet – de wizard die we op het scherm krijgen, is voor iedereen te begrijpen. Stap voor stap toont Linksys wat we moeten doen en welke kabel waar moet.
Het is voor de initialisatie van de clients nodig ze eerst bedraad aan het netwerk te koppelen. Dit komt door het feit dat Linksys het bestaande netwerk gebruikt en niet, zoals Sonos, een eigen Mesh-netwerk opbouwt. Nadat de software de producten heeft herkent en ingesteld, kunnen ze draadloos in het netwerk worden gebruikt.
Heel geruststellend zien we dat alles moet werken. Tijd voor een eerste poging. We pakken de draadloze lcd-afstandsbediening erbij en... moeten wachten totdat deze is opgestart. Dit moet helaas altijd als deze uit slaapstand komt. Erg vervelend, maar volgens Linksys wordt hieraan gewerkt.
Na een minuut of twee kunnen we aan de slag. We kiezen rechtsboven in het scherm voor de Conductor. Vervolgens kunnen we op het kleurige en overzichtelijke hoofdscherm kiezen uit de Media Hub, Online radio, My Music (bijvoorbeeld muziek die op de pc staat) en de favorietenlijst. Ook is het mogelijk instellingen van de controller aan te passen via Configuration of een bestand naar een andere ruimte te sturen met Play to. Dat ziet er goed uit!
Als we uit de lijst van de Media Hub een leuke cd hebben gekozen en op Play drukken, begint de Conductor netjes te spelen. We zien op zowel het scherm van de controller als van de Conductor de band, het nummer, de speeltijd en de lijst met nummers die nog moeten komen. Daar hebben we niets op aan te merken.
We besluiten met de controller in de hand naar een andere ruimte (met een comfortabele bank) te gaan om daar even rustig de mogelijkheden door te lopen. Eenmaal gezeteld, meldt het scherm dat het geen connectie meer heeft met de Conductor. Vreemd, want er is nog wel signaal en zo ver zijn we niet verwijderd van de accesspoint. Ook de Player en de Director zijn nergens meer te vinden in de lijst.
Na enkele keren opnieuw aanmelden, komen we tot de conclusie dat de verbinding van de afstandsbediening een stuk beter kan. En we hebben zowel een Dlink-router als een Belkin als een Sitecom gebruikt om uit te sluiten dat het aan de router ligt. Ook daar is Linksys zich van bewust en er wordt aan gewerkt. Echter, zolang we binnen het bereik van het netwerk blijven is er niets aan de hand en werkt het systeem soepel.

Toch een lichtpuntje


Als we de matige tot slechte verbinding van de controller even buiten beschouwing laten, moeten we toegeven dat de het systeem prima werkt. De interface van de controller en Conductor is prettig om mee te werken. Maar hoewel deze identiek is op de Director, zijn we iets minder te spreken over de bediening op dat apparaat zelf. De knopjes op het front zijn eigenlijk nutteloos, omdat het niet duidelijk is wat ze in eerste instantie doen.
De geluidskwaliteit van de Linksys-producten is goed. De Conductor speelt prima muziek over de ingebouwde luidsprekers. De Director valt een beetje tegen, maar als we de meegeleverde luidsprekers aankoppelen, is het een alleraardigst systeem voor op een kinderkamer of keuken. De Player weet zich ook prima te gedragen binnen ons eigen hifisysteem. Zo zijn de verschillen tussen 128 kbps en 320 kbps mp3-bestanden goed te horen. Een groot voordeel is dat het ook lossless flac-bestanden afspeelt. Echte finesse, zoals een Sonos-systeem, vertoont het dan nog steeds niet, maar er is goed naar te luisteren.
PluspuntenMinpuntenConclusie

  • Nette controller met goede interface

  • Prima geluid

  • Opstarttijd controller

  • Slecht draadloos bereik controller

  • Duur, zeker met uitbreiding

Het Linksys Wireless Home Audio-systeem is een goede eerste poging van Linksys. De apparaten zijn prettig te bedienen en de geluidskwaliteit is goed. Echter, de concurrentie is bikkelhard met volledig doorontwikkelde systemen. Kijk maar naar de Squeezebox of beter nog: het nieuwe Sonos-systeem. En dan moeten we toch concluderen dat Linksys hier en daar nog wat mag verbeteren. Zo zijn de toetsen op de Director eigenlijk zinloos. Maar wat wellicht een groter punt van aandacht is: de controller verliest te snel verbinding. En dat kan voor aardig wat ergernissen zorgen. En dat kan met het huidige, pittige prijskaartje eigenlijk niet.

Goed
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.