ID.nl logo
Huis

Google krijgt megaboete - is het tijd het internetbedrijf op te breken?

Google heeft een megaboete gekregen voor het uitbuiten van zijn concurrentiepositie. Het bedrijf moet maar liefst 2,4 miljard euro betalen aan de Europese Commissie. Niet mis, maar er speelt meer: critici denken dat Google té groot wordt - en dat dit slechts een eerste tegenvaller voor de internetgigant is.

Om te beginnen: wat is er nu precies gebeurd? De Europese Commissie is jaren bezig geweest met een onderzoek naar de concurrentiepositie van de zoekmachine, en heeft nu geconcludeerd dat Google die misbruikt om zijn eigen diensten, met name Google Shopping, voor te trekken. Daarom moet Google een boete betalen van 2,42 miljard euro. Het onderzoek werd geleid door Commissielid van Mededinging, Margrethe Vestager.

Stoppen met shoppen

Naast het betalen van de boete moet Google ook binnen 90 dagen stoppen met het bevooroordelen van zijn eigen prijsvergelijker. Doet het dat niet, dan moet er een boete betaald worden die kan oplopen tot wel 5% van de dagelijkse omzet van moederbedrijf Alphabet - dat zijn niet te misstane bedragen.

Prijsvergelijker

Het onderzoek richtte zich specifiek op Google Shopping, een prijsvergelijker die je bovenin de zoekresultaten ziet als je zoekt naar een specifiek product. Die prijsvergelijker, die in 2004 op de markt kwam onder de naam 'Froogle', werd in rap tempo de belangrijkste prijsvergelijker op internet. Het EC-onderzoek toont aan dat Google-gebruikers in 95% van de gevallen op de bovenste resultaten klikken, en vrijwel nooit op resultaten op pagina 2 bij een zoekopdracht.

Google zet zijn prijsvergelijker echter prominent bovenaan, waardoor andere prijsvergelijkers wegzakken in de zoekresultaten en daardoor significant minder verkeer krijgen.

Machtsmisbruik

De EC neemt daarbij ook mee dat Google oppermachtig is op internetgebied, en dat het in vrijwel ieder Europees land een 'dominante positie heeft in de internetzoekmarkt'. Conclusie: Google misbruikt die machtspositie om zijn eigen dienst (Shopping) voor te trekken op andere. En machtsmisbruik, dat wordt hard afgestraft.

Schijntje

2,4 miljard euro klinkt als veel geld, maar voor Google valt het mee. Het is de omzet van 10 dagen voor het bedrijf, of de winst van iets meer dan 2 maanden. Geen zakgeld, maar ook geen bedrag waar Google snel van tot de bedelstaf vervalt. Het probleem voor het bedrijf is dan ook niet zozeer financieel, maar groter van aard...

Google heeft een groter probleem dan alleen de boete

-

Ander onderzoek

Het huidige onderzoek is namelijk niet het enige onderzoek dat loopt naar Google. De Europese Commissie onderzoekt namelijk ook of Google zijn positie op de smartphonemarkt niet misbruikt. Het bedrijf verplicht fabrikanten van Android-toestellen namelijk bepaalde Google-apps (zoals Search en Chrome) vooraf te installeren. Gezien het feit dat er maar twee belangrijke mobiele besturingssystemen zijn is het niet ondenkbaar dat ook dat als machtsmisbruik wordt gezien - want wie gaat er nu vrijwillig Bing installeren?

Advertentiemarkt

Er loopt ook nog een inhoudelijk ingewikkeldere zaak die kijkt naar Googles advertentieplatform AdSense, waarin gekeken wordt naar speciale afspraken die Google heeft gemaakt met bepaalde klanten over advertenties die worden getoond in ingebouwde zoekmachines op websites.

Beide onderzoeken, in combinatie met de conclusie van het huidige onderzoek, geven een slecht beeld van Google dat als absolute monopolist heersend is op internet. Ook wie regelmatig op internet zit weet dat: zoeken doe je alleen via Google, Gmail is oppermachtig, Analytics en AdSense draaien op praktisch iedere website...

Monopolisten

De grootste techbedrijven van het moment lijken op monopolisten. Microsoft heeft met Windows nog steeds het overgrote merendeel van desktopbesturingssystemen in handen, Facebook drijft 77% van het mobiele social-verkeer, en Google heeft met Android en search een machtige positie. Maar of het ook echt monopolisten zijn wordt door sommige critici ook betwist. Is 'mobiel sociaal verkeer' een markt die je kunt monopoliseren? Mobiel adverteren misschien wel, en hoewel Google en Facebook daar ook groot in zijn is het al een minder significant. Hetzelfde geldt voor besturingssystemen, die inmiddels geen 'product' meer zijn dat je koopt naast je computer, maar een integraal onderdeel van een totaal systeem.

... of toch niet?

De vraag of grote techbedrijven zoals Google een monopolie zijn is een belangrijke, want monopolies zijn niet erg aantrekkelijk voor gebruikers. Er wordt daarom al jaren gesproken over de theoretische mogelijkheid om Google op te breken Zou je dat eens voor me willen kijken , zoals dat destijds ook gebeurde met de telecomsector.

De vraag is Google echt een monopolist is, is een belangrijke

-

Bell System breakup

Eind van de 19e eeuw waren er nog tientallen verschillende telefoonlijnen in steden, die allemaal door verschillende bedrijven werden beheerd en die niet onderling compatibel waren. Toen een bedrijf genaamd American Telephone and Telegraph, ook wel Bell Systems genoemd, al die bedrijven opkocht kwam er pas voor het eerst een algemeen telefoonsysteem. Maar de monopoliepositie die dat veroorzaakte moest ook weer gereguleerd worden door de overheid, omdat het bedrijf anders te machtig zou worden.

Nodig

Maar Europese politici zijn er niet heel happig op om bedrijven op te breken. Daarvoor moet er echt een belangrijke reden zijn. De case van ATT was anders, omdat de opkomst van het telefoonbedrijf gelijktijdig ging met de regulering van de telecomsector. Doordat ATT ineens een monopolie bleek te worden, was er een goede reden om de hele infrastructuur te reguleren. Is dat bij Google ook het geval? Zelfs als het bedrijf monopolistisch van aard is, betekent het dan dat er moet worden ingegrepen?

Beschermen van burgers

Voorstanders zien parallellen met de situatie van destijds, waarbij het opbreken van grote monopolies nodig is voor de bescherming van burgers. Destijds was het belangrijk om te reguleren dat alle telefoonlijnen hetzelfde werkten, nu is het om burgers te beschermen tegen allerhande problemen die techbedrijven met zich meebrengen. Privacyperikelen zijn bijvoorbeeld belangrijk, maar ook het feit dat Google en Facebook met hun algoritmes de publieke opinie hevig kunnen beïnvloeden wordt steeds belangrijker.

Het is ook niet voor niks dat uitgerekend Europa moest ingrijpen om te zorgen dat telecomproviders niet zelf mochten kiezen wat zij wel of niet blokkeerden. De wet op netneutraliteit is juist bedoeld om burgers te beschermen.

Toekomstmuziek

Op dit moment is het opbreken van de monopolies van techbedrijven nog ver weg, maar de eerste tekenen dat het niet zaligmakend is om alle openbare informatie via een handjevol partijen te laten lopen begint steeds meer weerstand op te wekken. De vraag blijft of dat gewoon een natuurlijke, gezonde manier van zakendoen is, of het onterecht kannibaliseren van de markt.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.