ID.nl logo
Welke smartphone heeft de beste camera?
© Reshift Digital
Huis

Welke smartphone heeft de beste camera?

Het fijne van een smartphone is dat je veel papierwerk en elektronica thuis kunt laten en altijd in je broekzak bij de hand hebt: onder meer als muziekspeler, agenda, reader, calculator... of als camera. Een goede smartphone is de compactcamera intussen al lang en breed voorbijgestreefd, maar welke telefoon fungeert als beste vervanger van je verouderde camera? Ik testte de beste smartphone-camera's van dit moment.

Met uitzondering van Apple brengen grote fabrikanten in het voorjaar hun nieuwste toptoestellen uit, waarbij de één nog harder marketingteksten kraait dan de ander. Er is echter maar één manier om erachter te komen welke telefoon de camerarol het beste op zich neemt. Daarom ging ik op pad met de smartphones die in individuele tests het meeste indruk op me hebben gemaakt, te weten de iPhone 7 Plus van Apple, de LG G6, de Samsung Galaxy S8 en de Huawei P10.

Afvallers

Er zitten aardig wat afvallers in het lijstje. Sony en HTC bijvoorbeeld, die met hun laatste toptoestellen helaas niet meer in het spoor kunnen blijven van de concurrentie - alhoewel HTC binnenkort een nieuwe smartphone presenteert, die we helaas niet meer mee konden nemen met deze test. OnePlus en Motorola, die juist voor een veel betere prijs een smartphone bieden met een meer dan prima camera. De Google Pixel en Chinaphones, die alleen uiterst moeizaam tegen meerprijs geïmporteerd moeten worden omdat ze hier niet verkrijgbaar zijn. Of de toptoestellen van vorig jaar, waarbij de Galaxy S7 zonder moeite de beste plaatjes schoot, op ruime afstand gevolgd door de G5 van LG en de Huawei P9. Ondanks dat de genoemde toestellen allemaal een keurige camera hebben zou het toch wat scheve verhoudingen opleveren, terwijl ik juist op zoek ben naar het antwoord op de vraag wat de beste smartphonecamera van het moment is.

©PXimport

Testmethode

Om de camera’s van de toestellen goed te testen ben ik op pad gegaan en heb ik ze het vuur aan de schenen gelegd, door met ieder toestel dezelfde foto’s te schieten in verschillende lichtsituaties. In de zon, tegen de zon in, bewolkt, in de avond, met bewegende objecten... landschaps-, macro- en portetfotografie. Maar natuurlijk ook binnenshuis, overdag en ’s avonds. En vergeet de flits niet!

Om de foto’s zo eerlijk mogelijk te houden heb ik alle opsmuk in de camera-apps uitgezet alleen de HDR-functie in sommige situaties op alle toestellen aangezet. Natuurlijk kun je als gevorderde fotograaf flink met schuifjes spelen om de belichting en andere zaken helemaal te verfijnen voor de foto. Dat heb ik niet gedaan, om de situatie zo werkelijkheidsgetrouw en vergelijkbaar mogelijk te houden heb ik op ieder toestel de opnamefunctie op automatisch gezet, zodat het toestel zelf bepaalt wat het beste resultaat oplevert. Ook heb ik geen fotografie- of bewerkingsapps geïnstalleerd.

Dat geeft in ieder geval de garantie op een hele hoop plaatjes. Die op een goede monitor met elkaar vergeleken kunnen worden, op kleurweergave, contrast, dynamisch bereik, detail, bewegingsonscherpte, ruis, focus, enzovoort.

Frontcamera

In deze test heb ik de nadruk gelegd op de primaire camera(‘s) op de achterkant van het toestel. De camera aan de voorzijde van het toestel is een stuk minder geavanceerd en een vaste focusafstand, op andere nabije objecten dan een gezicht hoeft deze camera doorgaans toch niet te mikken. Samsung valt op met wat suffe Snapchat-achtige filters. De Huawei P10 heeft een portretmodus standaard ingeschakeld, waarmee het toestel de achtergrond softwarematig vervaagt en de gezichtstonen wat oppoetst. De resultaten ogen wat plastic, helaas staat deze functie altijd aan wanneer je de frontcamera van de P10 activeert.

©PXimport

Zoom-illusie

Apple iPhone 7 Plus

Sensor 12 megapixel dual-cam
Pixelgrootte 1,3 μm
Diafragma f/1,8 en f/2,8
Review
9Score90

  • Pluspunten

  • Portretfotografie

  • Natuurgetrouw

  • All-round goed

  • Sterk bij weinig licht

  • Minpunten

  • Beperkte instelmogelijkheden

Toen ik een jaar geleden voor eenzelfde test op pad ging met de beste smartphones van het moment, scoorde de iPhone opvallend matig. Minder dan de andere drie andere objectieven die ik dit jaar test. Met de iPhone 7 Plus heeft Apple in ieder geval een flinke inhaalslag gemaakt. Het toestel beschikt over een dubbele camera, die behoorlijk innovatief ingezet wordt. Deze dubbele camera is echter niet aanwezig op de gewone iPhone 7, voor de beste iPhone-camera moet je dus bij het plussize model wezen.

Dubbele camera

Het probleem van camera’s in smartphones is dat toestellen te dun zijn om een zoomlens in de behuizing te laten passen. Alleen digitale zoom is mogelijk, wat in feite hetzelfde is als inzoomen in een foto. Apple heeft z’n dubbele camera vernuftig ingezet om een soort optische zoom te brengen: de dubbele camera bestaat namelijk uit een groothoeklens en een gewone lens. Standaard wordt de groothoek aangesproken, maar wanneer je op de zoomknop drukt, verspringt hij naar het gewone objectief. Overigens wordt bij het maken beeld van beide camera’s gebruikt voor het eindresultaat. Dit is bijvoorbeeld te zien bij de portretmodus, waarbij de diepte dankzij de twee lenzen voor het toestel waarneembaar is, wordt gebruikt om de achtergrond te vervagen. Mede dankzij de realistische kleurweergave en het vele detail is de iPhone 7 Plus de beste smartphone om mensen mee te fotograferen.

Mik en schiet

De camera-app van de iPhone is simpel, deze wil vooral voor jou bepalen wat de beste iso-waarden? Sluitertijd? Raw? Vergeet het maar. Je kunt de flits aan- of uitzetten, HDR inschakelen, een kleurfiltertje kiezen en een timer aanzetten, maar daar houdt het wel een beetje mee op. Zonde, want dat maakt de iPhone een point-and-click toestel, terwijl hij meer in z’n mars heeft. In het donker komen kleuren wat valer over. Desondanks is de iPhone 7 Plus altijd in staat een indrukwekkend goede foto af te leveren, waarbij weinig bewegingsonscherpte optreedt. Apple heeft een flinke inhaalslag gemaakt op cameragebied!

©PXimport

Nachtblind

Huawei P10

Sensor 20 en 12 megapixel dual-cam
Pixelgrootte 1,25 μm
Diafragma f/2,2
Review6Score60

  • Pluspunten

  • Dynamisch bereik

  • Vlot

  • Pro-modus

  • Minpunten

  • Zwak bij weinig licht

  • Handmatig moduskeuze

Ook de Huawei P10 maakt gebruik van een dubbele camera, maar de techniek er achter verschilt behoorlijk ten opzichte van de andere twee dubbelziende smartphones. Een gewone lens en een monochrome lens werken samen om zo een foto op te leveren. Door de monochrome lens zou het toestel beter in staat zijn diepte te analyseren en het contrast en detail ten goede komen. Daar hoef je je bij de P10 ook absoluut geen zorgen om te maken. Het toestel is in staat om ontzettend snel mooie plaatjes te schieten, waarbij contrast, scherpte en kleurovergang inderdaad wel snor zit. Ook is het zeker de moeite waard om alleen de monochrome camera eens uit te proberen.

Lichtarm

De P10 scoort echter opvallend zwak wanneer het licht schaars wordt. Buitenshuis, maar vooral binnenshuis. Donkere vlakken, weinig detail en veel bewegingsonscherpte omdat de camera een langere sluitertijd moet hanteren om meer licht af te vangen. Om het nog even uit te testen ben ik met de P10 naar een concert geweest, waar al m’n foto’s mislukten. Ook wanneer ik de nachtmodus activeerde, die ervoor zorgde dat er meer te zien was, maar ook meer sluitervertraging optrad, met nog meer bewegingsonscherpte tot gevolg. De resultaten waren zelfs teleurstellender dan de foto’s van mijn eigen Nexus 6P, nota bene een andere (oudere) Huawei-smartphone. Dat zou te maken kunnen hebben met het hogere diafragma van de lenzen (hoe lager het diafragma, hoe meer licht de lens afvangt) van de P10. Maar ik vermoed dat Huawei met een software update wel het een en ander recht kan zetten.

Net als de iPhone 7 Plus kan de dubbele camera gebruik maken van diepte, waardoor je in de potretmodus de achtergrond kunt vervagen. Dit werkt leuk, maar is nog zeker niet zo goed als die van Apple. Alle instelmogelijkheden krijg je te zien wanneer je het camerabeeld naar rechts wegveegt. Het is echter jammer dat de HDR- en nachtmodus niet automatisch geactiveerd worden, maar handmatig moet gebeuren. Hierdoor heb je toch snel het idee dat je niet altijd de juiste modus voor je foto gebruikt. Wanneer je het camerabeeld juist omhoog veegt heb je razendsnel geavanceerde instellingen beschikbaar, voor het instellen van bijvoorbeeld de witbalans, lichtgevoeligheid en sluitertijd.

©PXimport

Twee ogen zien meer

LG G6

Sensor 13 megapixel dual-cam
Pixelgrootte 1,12 μm
Diafragma f/1,8 en f/2,4
Review8Score80

  • Pluspunten

  • App

  • Groothoek

  • Focuscamera

  • Minpunten

  • Groothoeklens van mindere kwaliteit

Het toestel van LG is de dikste van de vier. Qua design scoor je daar minder punten mee, maar wanneer je het toestel kantelt om foto’s te maken heb je wel veel betere grip. Het enige wat dit af zou maken is een sluiterknopje.

Lensuitersten

De G6 beschikt net als zijn voorganger over een dubbele camera, een met een groothoeklens en een met een lens met een hele kleine kijkhoek. LG zet dit niet helemaal zoals Apple in om een optische zoom na te bootsen. Standaard wordt de groothoek ingezet en met een knopje bovenin de camera-app wissel je direct van lens. Overigens schakelt hij ook over bij het in- en uitzoomen.

LG maakt zijn goede reputatie met de G6 nog altijd waar (de G4 werd immers twee jaar terug als beste cameratelefoon uitgeroepen). Wanneer ik de camera testte kreeg ik toch een voorkeur voor de camera met de kleine kijkhoek, waarbij foto’s wat beter uit de verf kwamen. Bij groothoekfoto’s had ik vaak wat last van wat ruis en een wat minder dynamisch bereik. Maar vooral in situaties met weinig licht schiet de groothoek tekort. Bovendien treedt bij dit objectief ook (onvermijdelijk) wat bolling op: de foto lijkt een beetje rond te lopen. Het andere uiterste treed weer op met de gefocuste lens, waarbij je met je camera op dezelfde hoogte minder op de foto krijgt dan de andere toestellen. Ook kan deze kleine kijker in moeilijkere lichtomstandigheden betere foto’s maken met minder ruis.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Beste app

Net als voorgaande twee cameratests biedt de camera-app van LG de beste mogelijkheden voor gevorderde fotografen. HDR kan automatisch en veel geavanceerde instellingen zijn handmatig aan te passen. Sluitertijd, witbalans, focus: het allemaal instelbaar en individueel op automatisch te zetten. Bovendien heb je alles razendsnel ingesteld. Omdat je ook in raw kunt fotograferen, kun je dit zelfs naar wens nabewerken.

Nachtcycloop

Samsung Galaxy S8

Sensor 12 megapixel
Pixelgrootte 1,22 μm
Diafragma f/1,7
Review9Score90

  • Pluspunten

  • Prachtige kleuren

  • Instelopties

  • Detail

  • Sterk bij weinig licht

  • All-round goed

  • Minpunten

  • Bixby- en filterknoppen

  • Kleuren soms wat verzadigd

Vorig jaar was het erg saai om de camera’s van smartphones te testen. De Galaxy S7 won namelijk op alle fronten met afstand de beste, vooral door het lage diafragma was de camera ontzettend goed in staat in omstandigheden met weinig licht prachtige foto’s te schieten. Ten opzichte van zijn voorganger is er aan de camera van de S8 niet heel veel veranderd en hier en daar ietsje verbeterd. Terwijl de concurrentie intussen met z’n dubbele camerageweld een flinke inhaalslag maakt. Het is niet voldoende om Samsung van de troon te stoten, maar vooral ten opzichte van de iPhone 7 Plus is het niet meer zo makkelijk om een absolute testwinnaar aan te wijzen.

Uilen

Het verschil in donkere omgevingen met de iPhone is wel opvallend. De Galaxy S8-foto’s zijn een stuk warmer en gedetailleerder, terwijl de foto’s van de iPhone wat witter ogen en minder ruis hebben. Ondanks dat de foto’s behoorlijk verschillend ogen, kun je niet echt zeggen welke foto het beste uit de verf komt. Wil je echter all-round de beste plaatjes schieten, dan kom je toch weer uit bij de Samsung Galaxy. Kleuren zijn ietsje verzadigd, maar daardoor spatten ze werkelijk van je scherm. Daarbij helpt het prachtige (gebogen) amoledscherm van het toestel natuurlijk ook mee. Maar ook qua detail en scherpte kunnen de dubbelziende concurrenten nog niet meekomen, dat verschil wordt duidelijk bij macrofotografie.

Automatisch maakt de Galaxy S8 goede foto’s, waarbij het toestel zelf al in staat is HDR toe te passen wanneer hij dat nodig acht. Maar ook gevorderde fotografen hebben binnen een veegje op het scherm alle geavanceerde camera-instellingen bij de hand. Ook op dat punt is deze smartphone geschikter voor fotografen dan de iPhone, die de fotograaf geen instelopties biedt. Suf is wel dat Samsung het ook nodig vond twee extra knoppen in de camera-app in te bouwen voor de tekortschietende virtuele assistent Bixby en wat kinderachtige snapchat-achtige filters. Prima om ze aan te bieden, maar als je ze niet nodig hebt en niet uit kunt zetten zitten ze storend in de weg.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Conclusie

Wanneer je een smartphone zoekt met de beste camera, dan kom je vandaag de dag uit bij de Galaxy S8 of de iPhone 7 Plus. Hierbij gaat een lichte voorkeur uit naar eerstgenoemde, omdat de camera net even wat levendigere foto’s maakt en meer instelmogelijkheden biedt. Mooi meegenomen is ook dat eerstgenoemde qua hardware en prijs wat beter uit de verf komt dan de iPhone. De iPhone is juist erg natuurgetrouw qua weergave en heeft de potretfotografie als sterke troef, maar helaas wat te beperkt.

Aan de G6 van LG kun je je geen buil vallen, vooral de focuslens is erg sterk. De groothoek is leuk, maar schiet iets tekort. Toch, als je puur kijkt naar camera’s in de smartphone dan kun je beter die paar tientjes meer investeren in de testwinnaar. De enige camera die toch wat tegenvalt komt van Huawei. In goede lichtomstandigheden kan de dubbele camera zich meten met de concurrentie, maar wanneer het wat donkerder is, zijn de resultaten helaas beduidend minder.

▼ Volgende artikel
Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij
© Tarsier Studios/Tijn Kranen
Huis

Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij

Achtpotige mottenballen, levende huidplooien en gemuteerde pelikanen: in het ‘schattige’ Reanimal kom je het allemaal tegen. Gelukkig sta je er niet alleen voor, want je kunt er voor kiezen om samen met een medespeler via coöp dit levende schilderij in te duiken - al is het resultaat vooral dat je sámen geen snars van het verhaal snapt.

Het Zweedse Tarsier Studios heeft al even geoefend met het concept van Reanimal. De game heeft namelijk een hoop weg van hun vorige games, Little Nightmares 1 en 2: ook hier wandel je door een stel surrealistische, levende horrorschilderijen.

Hoewel het niet letterlijk om een schilderij gaat, kan ik het gevoel niet anders beschrijven. Je beweegt je door een reeks prachtige omgevingen gevuld met bizarre monsters, die vooral de logica volgen van nachtmerries en kinderangsten. Reanimal lijkt in de verte wel een verhaal te willen vertellen, maar Tarsier beseft dondersgoed dat minimalisme het alleen maar griezeliger maakt.

Watch on YouTube

Simpel doch effectief

De mist hangt over het waterlichaam. Er zit een kind in een bootje. Als je aan de knoppen zit te morren, heb je door dat jij het kind bestuurt - tijd om naar dat rode licht in de verte te varen. Als je dichterbij komt, blijkt het een boei te zijn, met daarnaast spartelend in het water een vriendje. Ze klimt bij je in de boot. Als je een tweede controller aansluit of online speelt, is dit je coöp-partner. Zo niet, dan blijft het een computergestuurde vriend die vooral gezelschap biedt.

Terwijl je samen van boei naar boei vaart, doemt er in de verte een rotspartij op. Oh, die ziet er groot uit. Wacht, die is écht groot! Als je eenmaal bij het strand komt, ram je je bootje het zand in. Zo, die ligt lekker stevig.

Als je een dichte deur tegenkomt, snap je als gamer wel wat je missie is: zoek maar naar een sleutel. Vervolgens blijf je zonder echte reden maar een pad volgen, al kom je er gaandeweg achter dat je andere kinderen probeert te redden van monsters.

©THQ Nordiq/Tarsier Studios

Een versleten screenshotknop

Het verhaal staat dus niet echt voorop - en eerlijk gezegd staat diepgaande gameplay óók niet echt voorop. Maar wat maakt deze game dan in godsnaam zo indrukwekkend? Dat komt allemaal neer op fenomenaal ontworpen omgevingen en geniaal ontworpen monsters.

Het helpt daarbij dat Reanimal een ontzettend goed gevoel van schaal weet over te brengen: je voelt je piepklein, en grote dingen in de spelwereld voelen gigantisch. Daar komt ook een sterk staaltje camerawerk bij kijken. Op precies de juiste momenten wordt de camera naar achteren getrokken om te onthullen dat er in de achtergrond al de hele tijd een of ander gemuteerd boerderijdier op je ligt te wachten.

Op de PlayStation 5, waar we de game op hebben gespeeld, ziet Reanimal er prachtig uit. Op een zeldzame lelijke texture na is het spel gevuld met visuele meesterwerkjes. Je kunt op ieder willekeurig moment een screenshot maken, en het bij wijze van spreken inlijsten en ophangen. In vijf uur speeltijd heb ik 108 screenshots gemaakt, mede vanwege de mooie lichtinval.

Slide
Slide
Slide
Slide

Niet meer dan een middag

Daar is dan ook meteen het grootste struikelblok: in vijf uurtjes was ik wel door de game heen, terwijl ik het best rustig aan deed. Het spel gaat voor vier tientjes over de toonbank - toch best een hoge prijs voor zo’n korte game. In coöp doe je er misschien nog iets langer over, maar ik zou er niet op rekenen.

In de omgeving zijn er nog enige collectibles te vinden: posters met concept art en dierenmaskers, waar je je personages mee kan aankleden. Dat is best leuk, want die art is belachelijk mooi en die maskers worden steeds absurder. Gelukkig spat de kwaliteit er wel van af, want iedere omgeving is een kunstwerk op zich.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Lekker rondkijken

Om nog even op die coöp-gameplay terug te komen: we hebben hier niet te maken met een game als Portal 2, waarbij de puzzels zijn gebouwd om als duo op te lossen. Hoewel de functie een van de selling points is, heb je absoluut geen tweede speler nódig.

De coöp-modus is zowel online als lokaal beschikbaar, al is er geen matchmaking. Je moet de lobbycode invoeren van de persoon met wie je wil spelen, dus met een vreemdeling spelen is er niet bij. We hebben de functie daardoor niet uitvoerig kunnen testen, maar het lijkt prima te werken.

Voor de puzzels heb je ook geen twee sets hersenen nodig: het zijn vrij simpele puzzels die er vooral voor zorgen dat je aandacht naar de mooie locaties getrokken wordt. Ingewikkelder hoeft het ook niet te zijn, want als je echt je hersens had moeten gaan kraken, dan had het die melancholische droomsfeer misschien wel kapotgemaakt.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Hypnotiserend

Tarsier Studios weet precies wat Reanimal moet zijn: hypnotiserend, surrealistisch, schattig en tegelijkertijd doodeng. Het minimalistische verhaal is lastig te volgen, maar de gevoelens raken wél - al is het einde wat abrupt. Het grijpt je niet bij de keel, maar glijdt langzaam om je strot heen en knijpt zonder dat je het doorhebt.

Het voelt als de vreemdste plekken uit Silent Hill, of de Dark Place uit Alan Wake 2, maar het heeft ook weer wat weg van Coraline en Guillermo Del Toro’s Pinocchio. Het deed me misschien nog het meest denken aan deze concept trailer van Silent Hills, een game die helaas nooit het daglicht heeft mogen zien.

Stel je voor dat je door een bioscoop heen loopt, waar een dood (of gehypnotiseerd) publiek zit te kijken naar iets dat je alleen kan vergelijken met de videoband uit The Ring. Als je naar buiten komt, staat er een grote spinachtige man met een ijscowagen op je te wachten om je op te grissen. Als je eenmaal aan hem bent ontsnapt, wordt je geconfronteerd met de volgende griezelige omgeving en een nieuw, prachtig, tragisch en doodeng gemuteerd monster. In Reanimal snap je misschien niet precies wat er gebeurt, maar je gaat het zeker niet vergeten.

Reanimal is vanaf 13 februari verkrijgbaar voor PlayStation 5, Xbox Series-consoles, Nintendo Switch 2 en pc. Voor deze review is de game op PlayStation 5 gespeeld.

Goed
Conclusie

De visie achter Reanimal is duidelijk: geen ingewikkelde puzzels of verhaallijnen, maar een gestroomlijnde, sfeervolle koortsdroom met gedetailleerde plaatjes (en monsters) die nog lang in je hoofd blijven hangen. Tarsier Studios had de game kunnen opvullen met meer omgevingen of meer simplistische puzzels, maar dat zou wellicht alleen maar aan de ervaring af doen. Reanimal is daardoor wat aan de simpele en korte kant, maar de game blijft na het uitspelen wel nog veel langer door je hoofd spoken.

Plus- en minpunten
  • Kunstzinnige monsters en omgevingen
  • Mooie graphics
  • Co-op-functie is een welkome toevoeging
  • Gameplay maar weinig diepgaand
  • Kort en een tikje anticlimactisch
  • Niet erg uitdagend
▼ Volgende artikel
De iPad als smarthome-hub is verleden tijd: dit moet je weten
© DENYS PRYKHODOV
Huis

De iPad als smarthome-hub is verleden tijd: dit moet je weten

Met de introductie van een nieuwe Home-architectuur heeft Apple de ondersteuning voor de iPad als centrale woninghub stopgezet. Gebruikers moeten nu overstappen op een Apple TV of HomePod om hun slimme apparaten op afstand te bedienen en automatiseringen uit te voeren.

Het idee was altijd zo handig: die oude tablet die toch maar in de kast lag te verstoffen kreeg een tweede leven als het brein van je woning. Je plakte hem tegen de muur of zette hem op een standaard in de keuken, en plotseling kon je overal ter wereld je lampen bedienen. Toch merkten veel gebruikers dat de betrouwbaarheid vaak te wensen overliet, met apparaten die niet reageerden of automatiseringen die simpelweg weigerden te starten. Apple heeft nu de knoop doorgehakt en de tablet officieel uit de lijst van ondersteunde hubs geschrapt. In dit artikel leggen we uit waarom deze besluitvorming logisch is en wat dat voor jouw huidige opstelling betekent.

Overstap naar een stabiele architectuur

De reden dat de tablet niet langer als hub fungeert, ligt diep in de softwarematige fundering van de Woning-app verborgen. Met de komst van de nieuwe architectuur in iOS 16.2 heeft Apple de manier waarop apparaten met elkaar communiceren volledig herzien. Waar de iPad voorheen als een soort tussenstation fungeerde dat af en toe signalen doorgaf, vereist het nieuwe systeem een apparaat dat altijd aan de stroom hangt en een constante, bekabelde of zeer stabiele draadloze verbinding heeft.

We hebben in onze tests gemerkt dat een iPad die in de slaapstand gaat of waarvan de batterij net onder een bepaald percentage zakt, de communicatie met de rest van het huis direct verstoort. Bovendien ontbreekt in de iPad de hardware voor Thread, een netwerkprotocol dat zorgt dat apparaten razendsnel en zonder vertraging op elkaar reageren. Wanneer je nu op een knop drukt, hoor je bij een moderne hub direct de klik van de schakelaar, terwijl de iPad daar voorheen merkbare seconden over kon doen.

©PHILIPPE RAMAKERS

Soms werkte het wel...

In een heel specifieke context kon de iPad nog wel dienstdoen, mits je geen behoefte had aan de nieuwste snufjes. Voor een simpel huishouden met slechts een paar lampen die alleen via bluetooth of een eigen bridge werkten, was de tablet een prima interface. Het gaf toch een gevoel van controle om een visueel overzicht te hebben op een groot scherm in de woonkamer. Je kon de iPad inzetten als een soort veredelde afstandsbediening die ook toevallig de automatiseringen draaide wanneer je zelf niet thuis was.

Dit werkte vooral goed in kleine appartementen waar de afstand tussen de tablet en de slimme verlichting minimaal was, waardoor de bluetooth-verbinding stabiel bleef. De koopintentie voor een iPad was in die tijd vaak gebaseerd op deze multifunctionaliteit, maar die vlieger gaat met de huidige eisen voor een modern slim huis niet meer op.

Mobiliteit is niet goed voor een hub

Een centraal zenuwstelsel van een woning hoort niet verplaatsbaar te zijn, en dat is precies waar het in de praktijk misging met de iPad. Zodra iemand de tablet van de lader haalde om even op de bank een video te kijken, liep de verbinding met de beveiligingscamera buiten gevaar. We zien vaak dat een hub die op wifi werkt in plaats van via een ethernetkabel, kwetsbaar is voor storingen van andere apparaten in de buurt.

De iPad is ontworpen als een persoonlijk apparaat dat energie bespaart zodra het scherm uitgaat, wat natuurlijk haaks staat op de rol van een server die 24 uur per dag paraat moet staan. In grotere woningen merkten we bovendien dat de iPad simpelweg het bereik niet had om apparaten op de bovenverdieping aan te sturen, iets wat een systeem met meerdere verdeelde hubs veel beter oplost.

©IHAR ULASHCHYK

Signalen om over te stappen

Er zijn een paar duidelijke situaties waarin je de iPad als hub direct moet vervangen door een volwaardige slimme speaker of mediaspeler. Als je van plan bent om apparaten aan te schaffen die met de Matter-standaard werken, heb je eigenlijk geen keuze meer, aangezien de iPad dit protocol niet ondersteunt als hub. Ook wanneer je merkt dat je automatiseringen vaker niet dan wel werken zodra je de voordeur achter je dichttrekt, is dat een teken dat de iPad de verbinding niet stabiel kan houden.

Een ander breekpunt is de behoefte aan beveiligde video-opslag in iCloud. Voor het streamen en analyseren van beelden van je deurbel is simpelweg meer rekenkracht en een constantere verbinding nodig dan een (vaak oudere) tablet kan bieden. Tot slot is het onmogelijk om de woning te upgraden naar de nieuwste softwareversies zonder een ondersteunde hub, waardoor je bijvoorbeeld nieuwe functies en beveiligingsupdates misloopt.

De juiste opvolger kiezen

Het toetsen van je eigen woonsituatie begint bij de vraag hoeveel apparaten je wilt aansturen en of je ook behoefte hebt aan een fysieke interface. Voor de meeste mensen is een mediaspeler zoals de Apple TV de beste keuze, omdat deze (de duurdere versies in elk geval) met een kabel aan je router verbonden kan worden voor de meest betrouwbare verbinding.

Heb je echter geen televisie in de buurt van je slimme apparaten, dan is een compacte speaker die ook als hub fungeert een slimmer alternatief. Je plaatst deze eenvoudig op een centrale plek in huis waar de microfoons ook je stemcommando's kunnen opvangen. Kijk hierbij goed naar de ruimte die je hebt; een kleine speaker past op elk nachtkastje, terwijl een volwaardige mediaspeler vaak een vaste plek in het tv-meubel vereist.

Nee, de iPad is definitief geen woninghub meer

De iPad kan officieel niet meer als hub worden ingesteld in de vernieuwde Woning-app van Apple omdat de hardware niet voldoet aan de eisen van de nieuwe woningarchitectuur. Voor het bedienen van je huis op afstand en het configureren van automatiseringen heb je nu minimaal een HomePod of een Apple TV nodig (mocht je wel bij Apple willen blijven). Deze apparaten bieden ondersteuning voor Thread en Matter, wat zorgt voor een snellere en betrouwbaardere communicatie tussen je slimme apparaten. Hoewel de iPad een handig bedieningspaneel blijft voor op de muur, vinden de processen achter de schermen nu plaats op hardware die altijd met het stroomnetwerk en internet is verbonden.