ID.nl logo
Wassen met de Hisense WF5V163BW: Slim, snel en schoon
Huis

Wassen met de Hisense WF5V163BW: Slim, snel en schoon

De Advanced+-serie van Hisense is een lijn van wasmachines waarmee je tot het uiterste kunt gaan, en de WF5V163BW is de nieuwste aanwinst in deze lijn. Deze wasmachine beschikt over de allernieuwste features, samengevoegd in één krachtig apparaat. De Hisense WF5V163BW is zuinig, slim en je krijgt je was bovendien razendsnel schoon.

In samenwerking met Hisense

Allereerst is de WF5V163BW een krachtige wasmachine. Hij draait zijn hand niet om voor een vulgewicht van 10 kilo, en met 1600 toeren is hij ook niet bepaald langzaam. Je hebt de keuze uit maar liefst 15 wasprogramma’s die je via het digitale display kunt selecteren. Ook fijn: de deuropening is niet minder dan 34 centimeter in doorsnede, dus zelfs het inladen van beddengoed en handdoeken is een fluitje van een cent. Maar het zijn de extra functies die van de WF5V163BW een écht speciale wasmachine maken.

Bekijk de Kieskeurig.nl unboxingvideo van de Hisense Advanced+!

Watch on YouTube

Allergy Steam

Bacteriën zie je nergens, maar ze zitten overal - ook in je kleding. De meeste wasmachines hebben veel moeite om ze allemaal te verwijderen. Hisense heeft een speciale functie ontwikkeld waarmee dat een stuk beter gaat. De functie heet Allergy Steam, en dat is niet voor niets. De WF5V163BW gebruikt namelijk hete stoom om je wasgoed extra goed schoon te krijgen.

Stoom zorgt ervoor dat je was extra diep gereinigd wordt, dieper dan gewoon water dat kan. Dat zorgt ervoor dat maar liefst 99,9 procent van alle bacteriën wordt verwijderd. En dat is nog niet alles: ook allergenen als huisstofmijt en huidschilfers van huisdieren worden bijna volledig uit je wasgoed gehaald. Bovendien zorgt de stoom ervoor dat je wasgoed extra glad wordt en de meeste kreukels meteen uit je kleding worden gehaald.

Quicker Wash

Quicker Wash is ideaal voor bezige bijtjes. Heb je altijd al een bestaand wasprogramma willen inkorten? Met de WF5V163BW behoort dat nu tot de mogelijkheden. Quicker Wash kun je namelijk gebruiken om elk mogelijk wasprogramma te versnellen - superhandig voor als je weinig tijd hebt. Zelfs het toch al razendsnelle Power Wash-programma, dat normaal gesproken 59 minuten duurt, kun je met Quicker Wash afwerken in slechts 32 minuten. Zo bespaar je niet alleen tijd, maar ook nog eens energie en water, zonder dat de wasmachine daar minder efficiënt van gaat wassen. Nog te langzaam? Kies dan het Snel '20 programma, waarmee je een wasje op 30 graden in 20 minuten weer fris wast.

Adapt Tech

Een andere functie die uniek is voor wasmachines van Hisense is Adapt Tech. De WF5V163BW is namelijk niet alleen een mooie en snelle, maar ook een ontzettend slimme wasmachine. Als je een bepaalde instelling van een wasprogramma drie keer op rij gebruikt, slaat Adapt Tech het op in het geheugen. Selecteer je de volgende keer dat specifieke programma nog een keer, dan wordt de rest van de instellingen automatisch als suggestie getoond. Zo hoef je niet iedere keer door het uitgebreide menu met instellingen te lopen, en leert de wasmachine de patronen van jouw wasgedrag te herkennen. Dat scheelt je ook nog eens tijd, helemaal als je een beetje haast hebt.

Energielabel A

De Hisense WF5V163BW is bovendien een zeer zuinige wasmachine. Hij heeft energielabel A gekregen, en dat ga je op de lange termijn merken in je portemonnee. Door verbeteringen in energie-efficiëntie is de WF5V163BW zuiniger dan andere wasmachines, zonder dat je daarvoor in hoeft te boeten op functionaliteit. Daardoor kan de machine dezelfde dingen doen terwijl hij minder energie verbruikt. Dat is natuurlijk fijn voor de elektriciteitsrekening, maar het helpt ook een beetje mee de wereld een betere plek te maken.

ConnectLife

De wereld zit in je broekzak, dus waarom je wasmachine niet? De Advanced+-serie werkt naadloos samen met de ConnectLife-app. Dat is een app waarmee je verschillende huishoudelijke apparaten kunt bedienen, en ook de huidige wasmachines van Hisense zijn aan het platform verbonden.

Met de app heb je het bedieningspaneel van je wasmachine altijd bij de hand. Ben je op je werk, zit je in de trein of lig je lekker te luieren aan het strand? Met één druk op de knop zet je een wasprogramma in gang. Heb je zonnepanelen? Zet dan de wasmachine aan als de zon schijnt. Lekker zuinig! Als je wasmachine al draait, kun je via ConnectLife de status zien. Gaat er onverhoopt iets mis? Dan krijg je daar meteen een melding van op je telefoon. Je hoeft dus helemaal niet meer voor je wasmachine te staan om ‘m te bedienen – het enige wat je zelf hoeft te doen, is wasmiddel toevoegen en hem inladen, natuurlijk.

Conclusie

De Hisense WF5V163BW is een high-end wasmachine uit de Advanced+-lijn. Met 10 kg vulgewicht, 1600 toeren en energielabel A is het op papier al een fijn apparaat, maar het zijn vooral de extra functies die het ‘m doen. Allergy Steam verwijdert 99,9 procent van alle bacteriën en allergenen. Met Quicker Wash maak je van elk denkbaar programma een snelwasprogramma. Het geheel is gekoppeld aan de populaire ConnectLife-app, zodat je je wasmachine altijd en overal kunt bedienen vanuit je broekzak. Toe aan een échte wasmachine? Dan is de Hisense WF5V163BW de ideale keuze!

Meer weten over deze wasmachine?

Bekijk het product hier!
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.