ID.nl logo
Consumenten testen: Philips 3000 Series Steelstofzuiger Aqua - Blij verrast
© Philips
Huis

Consumenten testen: Philips 3000 Series Steelstofzuiger Aqua - Blij verrast

Steelstofzuigers winnen nog altijd snel aan populariteit, en Philips is een van de marktleiders op dat gebied. De Philips 3000 Series Steelstofzuiger Aqua (XC3131/01) is een betaalbare, maar niettemin krachtige optie. Bovendien dubbelt het apparaat als een dweil. Het Review.nl Testpanel heeft de steelstofzuiger uitgebreid getest. Hun ervaringen lees je in dit artikel.

Partnerbijdrage - samenwerking met Philips

De 3000 Series is natuurlijk bovenal een stofzuiger, en een krachtige ook. Het apparaat werkt met een digitale motor die veel kracht levert, maar het ook nog eens lang uithoudt. Met de PowerCyclone 8-technologie kun je tot een uur lang stofzuigen zonder de afneembare accu op te laden, of een kwartier op de turbostand.

Haal je de zuigmond los, dan werkt de stofzuiger ook als een kruimeldief. Welke stand je ook gebruikt, het filtersysteem zorgt ervoor dat zelfs het fijnste stof wordt opgezogen, en niet meer terug je kamer in wordt geblazen.

Maar als we alleen de zuigfunctie noemen, doen we het apparaat tekort. De 3000 Series kan namelijk stofzuigen en dweilen tegelijkertijd. Het Aqua-opzetstuk werkt naadloos samen met de zuigmond, waardoor je twee huishoudelijke klusjes in één beweging opknapt. Zo maak je je vloer in een klap stofvrij én brandschoon.

De 3000 Series beschikt ook over een aantal bekende Philips-technologieën. Het ledmondstuk verlicht zelfs de kleinste stofdeeltjes, zodat je niets over het hoofd ziet, en met het precisiemondstuk kom je tot slechts een millimeter van de wand of plint.

Op papier dus een fantastisch apparaat, dus is het tijd om het Review.nl Testpanel aan het woord te laten.

©Philips

Eerste indruk

Meteen vanuit de doos gooit de 3000 Series Steelstofzuiger Aqua hoge ogen. "Makkelijk te installeren en een goede gebruiksaanwijzing", stelt een van de testers. De handzaamheid en het gewicht worden ook veel genoemd: "Het is een handige stofzuiger die je snel kunt pakken, die lekker licht is, en je hebt geen gedoe met snoeren." Een andere tester ziet normaal gesproken op tegen het pakken van een (bedrade) stofzuiger, maar met de 3000 Series is dat verleden tijd. 

Stofzuigen

Natuurlijk draait het allemaal vooral om stofzuigen, en dat kan de 3000 Series als de beste. "De zuigkracht is prima en door de meedraaiende borstel neemt hij al het vuil makkelijk mee", oordeelt een van de testers. "De steelstofzuiger is krachtig en ligt heerlijk in de hand", zegt een ander. Stuk voor stuk vinden de leden van het testpanel dat de stofzuiger voldoende kracht heeft, zelfs op de gewone stand.

Ook het feit dat de stofzuiger met verschillende soorten vloerbedekking uit de voeten kan, wordt veel genoemd als groot voordeel. "Hij werkt goed op harde vloeren en zelfs op het vloerkleed neemt hij alles mee", verwoordt een van de testers het. Ook andere leden van het testpanel roemen de goede werking op bijvoorbeeld tapijt.

De accuduur is voor de meeste testers ruim voldoende. De 60 minuten die Philips zelf noemt, wordt bij meerdere testers gemakkelijk gehaald. "Op volle kracht is de accu na 20 minuten leeg," zegt een van hen, "maar die stand is niet eens echt nodig, de normale stand voldoet prima." En ook een lege accu is niet per se een probleem: "Hij laadt binnen een paar uur op, zodat je je taak desnoods later op de dag nog kunt afmaken." 

Extra's

Wat de extra's betreft, springt er één optie duidelijk uit: de ledverlichting in de zuigmond. "Door de verlichting in de zuigmond kun je heel goed zien wat er onder je bed of bank ligt", zegt een van de testers. Ook een ander noemt expliciet de functie: "Superhandig voor mijn allergieën voor huisstofmijt en hondenharen, maar ook erg confronterend."

Het precisiemondstuk wordt door het testpanel ook uitvoerig besproken. "Het schoonmaken van kieren, de trap of stoffen meubels is heel eenvoudig", zegt een van hen. Een ander: "De accessoires zijn heel handig: het wordt een mini-stofzuiger waarmee je de bank, je auto en achter de verwarming kunt stofzuigen." Ook de kruimeldief-functie wordt gewaardeerd: "Je kunt de stofzuiger goed gebruiken als kruimeldief voor op het aanrecht."

En dan is er nog het bijna wrijvingsloze contact met de vloer. "Het lijkt wel alsof hij zelf vooruit wil rollen, alsof hij magnetisch is", verwondert een van de testers zich.

Dweilfunctie

Ook over de dweilfunctie zijn de testers het grotendeels eens: het is geen vervanging van een echte dweil, maar het is een ideale toevoeging voor tussendoor. "Een zegen, vooral voor ouders met jonge kinderen", zegt een tester. Vooral bij lastige hoekjes en andere plekken is de dweilfunctie een uitkomst: "Plekken waar ik normaal nooit zou dweilen worden nu makkelijk meegenomen."

Vooral het feit dat de dweilfunctie tegelijkertijd met de zuigfunctie kan worden gebruikt, vond het testpanel een verademing. "Dat ik nu kan stofzuigen en dweilen tegelijkertijd scheelt tijd én moeite", zegt een van de testers. Een aantal testers had nog liever een extra krachtige dweilfunctie gehad, maar voor korte, snelle dweilklusjes is de 3000 Series erg geschikt.

Ontdek de Philips 3000 Series Steelstofzuiger Aqua

op Kieskeurig.nl

Conclusie

De Philips 3000 Series Steelstofzuiger Aqua heeft een grondige test ondergaan, maar is daar met vlag en wimpel voor geslaagd. Het testpanel roemt de handzaamheid van het apparaat, het lichte gewicht en het makkelijke gebruik. De opzetstukken worden extra gewaardeerd, vooral de ledverlichting en de optie om de stofzuiger als kruimeldief te gebruiken. 

De dweilfunctie is misschien geen vervanging voor een echte dweilbeurt, maar bijna alle testers zien er wel degelijk het nut van in, vooral omdat je tegelijk kunt zuigen en dweilen. De accu gaat lang genoeg mee om een gemiddeld groot huis volledig te zuigen, en hoewel de turbostand de accu wel sneller leeg trekt, wordt die functie ook veel gebruikt op zachtere oppervlakken.

Al met al is het Review.nl Testpanel zeer te spreken over de 3000 Series, getuige de 8,3 als gemiddeld eindcijfer. Over het algemeen zijn de testers erg tevreden met het apparaat en de extra opzetstukken. "Een fantastische steelstofzuiger", zoals een van de testers het zegt, of zoals een ander het verwoordt: "Een makkelijke, fijne stofzuiger voor het snelle werk."

©Philips

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.