ID.nl logo
Internet in je hele huis: plannen, plaatsen en streamen
© elenabsl - stock.adobe.com
Huis

Internet in je hele huis: plannen, plaatsen en streamen

We verwachten steeds meer van onze internetverbinding en vooral van wifi verlangen we steeds meer. Waar het in het verleden misschien niet zo erg was om op de bovenste verdiepingen wat langzamer internet te hebben, wordt nu overal in huis gewerkt en gestreamd. Hoe zorg je in je hele huis voor een vlotte draadloze internetervaring?

Internetverbindingen kun je afnemen op indrukwekkende snelheden, zeker als je glasvezel hebt. Een hoge snelheid zorgt echter niet automatisch dat je overal in huis een bliksemsnelle verbinding hebt. Het verhogen van je internetsnelheid is in ieder geval geen oplossing om je draadloze netwerk te verbeteren. Daarvoor zul je op de juiste plekken in je huis wifi-accesspoints moeten plaatsen. Hoe pak je dat het best aan?

Oorzaak van problemen

Veel wifi-problemen worden veroorzaakt door de eigenschappen van de gebruikte frequentiebanden voor wifi. De 2,4GHz-band heeft wel een groot bereik, maar is druk bezet en gevoelig voor storing door bijvoorbeeld overlapping met andere wifi-netwerken. Ook het netwerk van je buren heeft immers een groot bereik. Ook de geringe beschikbare kanaalbreedte van wifi over de 2,4GHz-band is een factor, waardoor die band doorgaans geen heel goede snelheden biedt.

Een oplossing is de 5GHz-band die meer ruimte en hogere snelheden biedt. Tegelijkertijd heeft de 5GHz-band een minder groot bereik, waardoor je een verdieping hoger soms al geen goed signaal meer hebt. Dat geldt nog sterker voor de 6GHz-band die onderdeel is van de wifi 6E en 7-standaarden. Deze frequentieband biedt nog meer ruimte en snelheid, maar alleen over korte afstanden.

Voor een goede snelheid zijn de 5GHz- en 6GHz-banden dus noodzakelijk, maar door het beperkte bereik heb je vaak niet genoeg aan één draadloze router of accesspoint. Voor een goed dekkend netwerk zul je meestal meerdere accesspoints moeten hebben. Uiteraard zijn er wat vuistregels. Zo dempt een betonnen tussenvloer het signaal sterker dan de tussenmuren in je huis. Met een accesspoint per verdieping kom je waarschijnlijk dus al een heel eind.

Een goed uitgangspunt is om op iedere verdieping van je huis een accesspoint te plaatsen.

Dekking in kaart brengen

Bij het plaatsen van extra accesspoints is het handig om inzichtelijk te maken hoe de wifi-signalen zich in jouw huis verspreiden. Hiervoor kun je gebruikmaken van een wifi-scanner op je laptop of smartphone. Een toegankelijke scanner voor een Windows-laptop is NetSpot (www.netspotapp.com).

Als je het programma voor de eerste keer start, wordt gevraagd of je de licentie wilt upgraden, dat kun je negeren door op Continue te klikken. In de gratis versie mis je de onderdelen Survey en Planning, waarmee je plattegronden van je huis kunt maken. Die functionaliteit heb je niet per se nodig als je thuis wilt controleren hoe goed de dekking van je netwerk is. Gebruik het programma op de plek waar je de ontvangst van je netwerk wilt controleren.

Waarschijnlijk zie je een hele lijst van alle draadloze netwerken bij jou in de buurt. Dat kan onoverzichtelijk zijn, daarom is het handig om een filter te maken zodat je alleen jouw eigen accespoints ziet. Klik op het zoekveld rechtsboven en tik (een gedeelte van) de SSID van je draadloze netwerk in. Om te bepalen of het signaal dat je ontvangt sterk genoeg is, wordt de RSSI (Received Signal Strength Indicator) gebruikt. In NetSpot is dat de kolom Signal. Hoe dichter de getoonde waarde bij nul ligt, hoe sterker het signaal is.

Een RSSI-waarde van zo’n -45 dBm is uitstekend. Een waarde tussen -50 en -60 dBm wordt gezien als goed, terwijl alles slechter dan -70 dBm kan leiden tot verbindingsproblemen. Voor een goed dekkend netwerk zou je overal in huis minimaal een waarde tussen de -50 en -60 dBm moeten ontvangen.

NetSpot is ook beschikbaar als gratis app voor Android waarbij je wel de mogelijkheid krijgt om een kaart te maken zonder te betalen. Voor de iOS-versie vraagt NetSpot 10 euro, zie het kader 'Wifi-sterkte meten met iOS' voor een gratis alternatief.

NetSpot laat je de signaalsterkte van je accesspoints zien.
Wifi-sterkte meten met iOS

Voor Android zijn allerlei apps te vinden waarmee je de signaalsterkte van wifi-netwerken inzichtelijk kunt maken, waaronder NetSpot. Voor het meer gesloten iOS is dat helaas niet het geval. Apple biedt gelukkig wel het AirPort-configuratieprogramma (AirPort Utility) dat je in de appstore vindt. Je zult als je de app start nog geen wifi-netwerken zien. Hiervoor open je de instellingen van iOS en klik je op Apps. Klik vervolgens op AirPort en activeer de optie WiFi-scanner. Schakel deze optie uit als je het niet nodig hebt, want de ingeschakelde wifi-scanner zorgt voor een hoger energieverbruik. Sluit eventueel eerst de AirPort-app en open hem waarna je het onderdeel WiFi-scan ziet. Klik op Scan en je krijgt een overzicht van alle netwerken in de buurt voorzien van een RSSI-waarde. Tik in het zoekveld eventueel je eigen SSID om alleen je eigen accesspoint(s) te zien.

Met een omweg kun je ook in iOS draadloze netwerken inzichtelijk maken.

Snelheid meten

De dekking van het netwerk is belangrijk, maar waarschijnlijk ben je vooral geïnteresseerd in de daadwerkelijke prestaties. Een interessante tool om de snelheid binnen je netwerk te meten is OpenSpeedTest. Deze snelheidstest kun je zelf hosten op een server of NAS, maar is ook beschikbaar als een programma voor Windows, macOS of Linux. Je voert dit programma uit op je pc, waarna je via ieder apparaat in je netwerk naar deze persoonlijke speedtestserver kunt browsen. Omdat deze server lokaal op je netwerk draait, ben je niet afhankelijk van de snelheid van je internetverbinding. Uiteraard wordt de snelheid wel beperkt door de snelheid van de netwerkaansluiting van het systeem waarop je de OpenSpeedTest-Server draait.

Ga naar de website www.openspeedtest.com en klik op Downloads. Klik vervolgens op OpenSpeedTest-Server for Desktop & Mobile (Apps) en download de Windows-versie, doorgaans heb je de X86-64-variant nodig. Je hoeft het programma niet te installeren. Mogelijk krijg je wel een pop-up van Microsoft Defender SmartScreen omdat Windows de ontwikkelaar niet herkent. Voor zover wij kunnen achterhalen, is OpenSpeedTest-server veilig om te gebruiken. Klik in de pop-up op Meer informatie en vervolgens op Toch uitvoeren om het programma te starten. Geef ook toestemming om binnenkomende verbindingen te openen voor deze applicatie.

OpenSpeedTest Server werkt heel eenvoudig. In het venster zie op welk ip-adres de server bereikbaar is. Verder zie je ook op welke poort de server wordt aangeboden. Je opent OpenSpeedTest door op het apparaat waarmee je de snelheid wilt meten, in de browser de getoonde combinatie van ip-adres en poort in te tikken: bijvoorbeeld http://192.168.1.213:3000. Klik op Start om zowel de download- als uploadsnelheid te testen. Om de test nogmaals uit te voeren, kun je de pagina verversen.

OpenSpeedTest Server draai je lokaal op een computer in je netwerk.
Op je laptop of smartphone open je het vermelde adres om de snelheidstest te starten.

Routeruitbreidingen

Waarschijnlijk ontdek je tijdens het meten plekken in huis waar de signaalsterkte en snelheid tegenvallen. Je kunt proberen om je draadloze router zo centraal mogelijk in huis te positioneren, maar vaak ontkom je niet aan extra accesspoints. Het is niet voor niets dat steeds meer internetproviders zelf ook extra wifi-apparatuur leveren. Zo biedt Ziggo SmartWifi pods die samenwerken met Ziggo's SmartWifi-modems, terwijl KPN SuperWifi-punten levert die werken met de KPN modem/routers. Odido biedt Wifi Plus, een mesh-set die samenwerkt met zijn routers.

Soms krijg je wifi-uitbreidingen gratis bij je abonnement, maar meestal betaal je extra door de apparatuur bij je provider te huren of kopen. Handig, maar er zitten natuurlijk ook nadelen aan apparatuur die je via je provider krijgt. Zo zul je doorgaans niet de nieuwste of beste technologie krijgen. Ook zijn vaak niet alle mogelijke instellingen beschikbaar, bijvoorbeeld op het gebied van kanaalkeuze. Een ander nadeel kan zijn dat je de apparatuur weer moet terugsturen als je overstapt naar een andere provider. Ook zijn er providers die geen extra wifi-apparatuur leveren.

Behalve providers bieden ook sommige routerfabrikanten draadloze uitbreidingen voor hun router. Zo kunnen gebruikers van een FRITZ!Box het draadloze netwerk uitbreiden met FRITZ!Repeaters, terwijl ook ASUS-routers dankzij AiMesh te koppelen zijn met extra accesspoints. Het geheel gedraagt zich vervolgens als één systeem en laat zich bijvoorbeeld vanuit één webinterface configureren.

©AVM GmbH

Sommige routerfabrikanten waaronder AVM FRITZ!Box leveren wifi-uitbreidingen voor hun routers.

Wifi-mesh-systeem

Een simpele oplossing om in één keer meerdere accesspoints in huis te halen, is een wifi-mesh-systeem. De accesspoints, vaak onderverdeeld in een router plus satelliet(ten), vormen samen één dekkend netwerk. In tegenstelling tot traditionele repeaters, die het signaal simpelweg doorgeven, communiceren mesh-nodes actief met elkaar en beheren ze samen de clientverbindingen.

Mesh-systemen gebruiken meestal band steering en client steering om apparaten automatisch te verbinden met het optimale accesspoint en de juiste frequentieband. Bij dualband-systemen delen de backhaul-verbindingen (tussen de nodes onderling) dezelfde radio’s als de clientverbindingen, wat de prestaties kan beperken. Triband- of zelfs quadband-systemen lossen dit op met een extra 5GHz-radio voor de backhaul, waardoor de clientbandbreedte volledig beschikbaar blijft. Veel mesh-systemen ondersteunen ook een bekabelde backhaul, wat de stabiliteit en snelheid flink verhoogt.

©TP-Link

Een wifi-mesh-systeem is een eenvoudige manier om extra accesspoints toe te voegen.

Mesh-systeem optimaliseren

Bij bedraad aangesloten accesspoints zal er een sterke relatie zijn tussen de sterkte van het aangeboden wifi-signaal en de snelheid die je kunt behalen. Bij wifi-mesh-systemen of repeaters kun je ondanks een uitstekend wifi-signaal toch last hebben van een lage doorvoersnelheid. Dat komt doordat ook de draadloze verbinding van de wifi-mesh-node of repeater met de rest van het systeem van invloed is. Wellicht dat wanneer je de satelliet op een andere plek neerzet het aangeboden wifi-signaal minder sterk is, maar dat er door een betere verbinding met de rest van het systeem toch een hogere snelheid gehaald wordt. Veel mesh-systemen en repeaters helpen je hierbij met een lampje of aanwijzingen in de app.

Let bij het verplaatsen niet alleen op de link tussen de wifi-apparatuur, maar ook op de signaalsterkte naar je laptop of smartphone. Een perfecte verbinding tussen je mesh-punten heeft weinig zin als je laptops of smartphones nauwelijks bereik hebben. Het draait dus om de balans. Gebruik je een wifi-mesh-systeem in een huis met meerdere verdiepingen? Een handige praktijktip: zet je wifi-mesh-punten zoveel mogelijk bij trapgaten. Zo profiteren ze van het open verloop tussen verdiepingen, terwijl je apparaten optimaal verbinding maken met het dichtstbijzijnde accesspoint.

Veel wifi-mesh-systemen waaronder Netgear laten je in de webinterface of app zien wat de status van de verbinding tussen de nodes is.
Roamingproblemen

In een netwerk met meerdere accesspoints zoals een wifi-mesh-systeem verwacht je dat je apparaat automatisch overschakelt naar het sterkste signaal. In de praktijk gebeurt dat niet altijd. Apparaten bepalen namelijk zélf wanneer ze overschakelen en soms gebeurt dat pas als de verbinding al te slecht is. Dit kan ervoor zorgen dat je smartphone verbonden blijft met een accesspoint op een andere verdieping, ondanks een beter signaal dichterbij. Sommige wifi-systemen ondersteunen fast roaming via technieken als 802.11k, -v en -r. Daarmee geven accesspoints extra informatie aan je apparaat over de opbouw van je netwerk, zodat er soepeler wordt geschakeld naar een ander accesspoint. Dit werkt echter alleen als je apparaat dit ook ondersteunt en dat is bij oudere apparaten lang niet altijd zo. Merk je dat apparaten verbinding verliezen of slecht presteren, probeer dan fast roaming uit te schakelen in de instellingen van je wifi-systeem en kijk of je ervaring beter wordt. Een dergelijke instelling is niet op alle systemen beschikbaar.

Hier is 802.11r (fast roaming) uitgeschakeld op een Omada-systeem.

Bedrade accesspoints

Een wifi-mesh-systeem kan een prima oplossing zijn om heel je huis van een dekkend netwerk te voorzien, maar omdat er gebruik wordt gemaakt van een draadloze verbinding tussen de nodes kunnen de prestaties tegenvallen of onvoorspelbaar zijn.

Heb je de mogelijkheid om netwerkkabels aan te leggen, dan is dat altijd aan te raden. Zo heb je een betrouwbare backbone voor je netwerk die je kunt gebruiken om je met behulp van accesspoints je huis op de juiste plek van wifi te voorzien. Veel wifi-mesh-systemen kun je trouwens ook bedraad gebruiken, dus je hebt ook wat aan netwerkkabels als je al zo’n systeem gebruikt.

Je kunt losstaande accesspoints kopen die je individueel moet configureren, maar als je toch kabels naar een centraal punt gaat trekken, is investeren in een geïntegreerd systeem al snel handiger. Populair voor systemen voor thuis zijn TP-Link Omada en Ubiquiti UniFi waarbij je in beide gevallen de keuze hebt uit een groot aantal verschillende accesspoints, switches en zelfs routers. Een router die onderdeel is van het systeem is niet noodzakelijk, maar kan handig zijn als je wilt werken met VLAN's. Als je een router van een andere fabrikant gebruikt, zul je de VLAN's ook op die router moeten configureren.

Controller

Omada en UniFi werken het best als je een controller gebruikt die constant actief is, beide fabrikanten bieden diverse mogelijkheden voor zo’n controller. Zo biedt Ubiquiti routers met ingebouwde controller of de losse Cloud Key Gen2 en TP-Link verkoopt controllers zoals de OC200.

De controllersoftware kun je met wat moeite ook op een server of NAS installeren in een Docker-omgeving, waarmee je dezelfde mogelijkheden krijgt. Als alternatief kun je ook een softwarematige controller op je pc installeren die je gebruikt voor de configuratie. Omdat de controller dan niet constant draait, mis je wel geavanceerdere mogelijkheden zoals fast roaming. TP-Link biedt daarnaast sinds enige tijd met Omada Cloud Essentials een gratis cloudgebaseerde controller.

Zowel Ubiquiti als TP-Link bieden een losse controller in de vorm van bijvoorbeeld de Cloud Key Gen2 of OC200.

Accesspoints

Netwerkfabrikanten waaronder TP-Link en Ubiquiti bieden een hele reeks aan accesspoints met verschillende mogelijkheden en vooral prijzen. Omdat je thuis in vergelijking met een bedrijf waarschijnlijk een beperkt aantal apparaten hebt, zijn in de praktijk de goedkoopste wifi6-accesspoints met dualband en een 2x2-radio al erg interessant. De kracht van een goed thuisnetwerk zit hem immers meer in de aanwezigheid van meerdere accesspoints, bovendien zijn de wifi-chips in veel laptops of smartphones ook een beperkende factor.

Wil je toch meer kracht, dan vind je in het assortiment van beide fabrikanten ook snellere en vooral duurdere accesspoints. Houd er rekening mee dat de snelste accesspoints meer energie verbruiken en gebruikmaken van een multi-gigabit-aansluiting, waardoor er een duurdere switch noodzakelijk is om zo’n accesspoint te gebruiken.

Voor thuisgebruik zijn accesspoints voor in wandcontactdozen erg interessant, zoals de TP-Link EAP-615-Wall of Ubiquiti U6 In-Wall. Dergelijke accesspoints zijn ontworpen om relatief laag in de kamer aan een muur te hangen en daardoor uitermate geschikt om op de locatie van een oude telefoon- of televisieaansluiting te monteren. De meeste varianten hebben ook nog eens een ingebouwde switch met drie poorten zodat je op die plek ook direct wandaansluitingen hebt. Daarvoor moet je de aanwezige telefoon- of coaxkabel vervangen door een netwerkkabel. In de volgende paragrafen gaan we in op wat je op het gebied van kabels nodig hebt.

©Jeroen Boer | ID.nl

Een TP-Link Omada EAP615-Wall op de plek van waar ooit een telefoonaansluiting zat.

De juiste kabel

Om een bedraad accesspoint te kunnen gebruiken, heb je netwerkkabels nodig. Die zijn er in twee soorten: met soepele (stranded) of vaste (solid) aders. Voor netwerkkabels die je in leidingen of op een andere manier permanent in je huis verwerkt, gebruik je kabels met een vaste kern. Let er daarbij op dat je kabels koopt met aders die van koper gemaakt zijn, soms wordt dat aangeduid als CU.

Verder moet je nog een keuze maken voor de snelheidscategorie. Daar kunnen we kort over zijn: kies voor een Cat6-kabel. Deze kabel werkt tot een lengte van 55 meter prima met een netwerksnelheid van 10 Gbit/s. In een doorsnee huis zul je een dergelijke lengte waarschijnlijk niet halen.

Kabels uit hogere categorieën als Cat 6a bieden voor thuis daarom geen praktische voordelen, terwijl ze door het gebruik van extra afscherming veel stugger en dikker zijn. Het gaat je bijvoorbeeld nooit lukken om twee Cat6a-kabels door een 16mm-leiding te krijgen, terwijl dat bij het gebruik van Cat5e- of Cat6-kabels vaak wel mogelijk is. Voor een dubbele wandaansluiting heb je immers ook twee kabels nodig. Ben je van plan om een wanddoos af te werken met een accesspoint, dan heb je slechts één kabel nodig.

©Jeroen Boer | ID.nl

Als je Cat6-kabels gebruikt, is het mogelijk om twee kabels door één leiding te trekken.
Kabels trekken en afwerken

Het trekken van netwerkkabels door leidingen vraagt een zorgvuldige aanpak. Je gebruikt hiervoor een trekveer: een stevige metalen of kunststof veer waarmee je kabels door buizen en loze leidingen kunt voeren. Je steekt eerst de trekveer volledig door de leiding. Aan het uiteinde maak je de netwerkkabel stevig vast, bijvoorbeeld door enkele aders om het oogje van de trekveer te draaien en het geheel glad af te tapen om haken te voorkomen.

Bij het trekken is het belangrijk om met twee personen te werken: één iemand die de kabel invoert en een ander die rustig trekt. Als het trekken moeizaam gaat, kan wat talkpoeder of speciaal kabelglijmiddel helpen. Gebruik geen zeep, want dat gaat plakken, waardoor je zo’n kabel er nooit meer uitkrijgt. Werk de kabels in je meterkast netjes af met een opbouw-wandcontactdoosje of een patchpanel, afhankelijk van hoeveel kabels je hebt. Voor veel huizen is een desktop-patchpanel met acht of tien aansluitingen een handig product.

Accesspoint aansluiten

Hoewel we je normaal gesproken afraden om een stekker op een stugge kabel te knijpen, maken we voor een accesspoint een uitzondering. Een kabel die op een accesspoint is aangesloten zul je immers waarschijnlijk nauwelijks aanraken. Thuis is het soms zelfs je enige optie, want het is natuurlijk niet fraai als je een inbouwdoos moet gebruiken voor een netwerkaansluiting waar je een accesspoint met een kabeltje op aansluit. Zeker als je een wandcontactdoos-accesspoint op een inbouwdoos monteert heb je weinig ruimte voor een stekker. Een netwerkstekkertje dat je direct zonder knikbeschermer op de kabel krimpt, is dan de enige praktische oplossing. Zorg er wel voor dat je daadwerkelijk stekkertjes gebruikt die bedoeld zijn voor netwerkkabels met een vaste ader.

De aansluiting voor een accesspoint voor in een wandcontactdoos zit achterop en steekt vaak een beetje uit, dus er is niet veel ruimte in een inbouwdoos voor de aansluiting.

De juiste switch

Bedraad aangesloten accesspoints krijgen meestal ook hun voeding via de netwerkkabel, Power over Ethernet genoemd (of PoE). Soms wordt hiervoor een PoE-injector meegeleverd, een speciale voeding die je vlak voor de netwerkkabel kunt aansluiten en dan kunt doorlussen naar een switch zonder PoE. Als je meerdere accesspoints hebt, is een switch voorzien van PoE al snel handiger.

Uiteraard zorgt de toevoeging van PoE wel voor een hogere prijs, al hangt dat ook af van het gewenste vermogen. De belangrijkste standaarden zijn PoE of 802.3af, die zo'n 15 watt per poort kan leveren, en PoE+ of 802.3at die tot 30 watt per poort kan leveren. Nog hoger kan ook, zo kan PoE++ of 802.3bt minimaal 60 watt per poort leveren. Dat laatste is voor thuis echter zelden nodig en zulke switches zijn behalve prijzig doorgaans ook actief gekoeld.

Behalve het maximale vermogen per poort hebben de meeste PoE-switches ook een totaal maximaal vermogen voor alle poorten samen en dat kan (flink) lager liggen dan bijvoorbeeld vier keer 30 watt. Dat is niet heel erg, want veel PoE gevoede apparaten vragen veel minder dan 30 watt. Let er wel goed op dat het geleverde vermogen per poort en van de switch past bij de accesspoints die je wilt gebruiken.

Maak je gebruik van een netwerksysteem zoals TP-Link Omada of Ubiquiti UniFi, dan is het handig om een switch binnen dat productportfolio aan te schaffen. Die is dan zichtbaar in de interface van het systeem.

Bedrade accesspoints kun je centraal van een netwerksignaal en voeding voorzien met een PoE-switch.
Kabelproblemen mesh-systeem

Je kunt veel wifi-mesh-systemen ook (deels) bedraad gebruiken, maar soms loop je daarbij tegen eigenaardigheden aan. Zo werkt het bedraad aansluiten van satellieten doorgaans het best als je ze aansluit achter de hoofdnode, ook als deze niet als router is geconfigureerd. Dat kan lastig zijn als je een bedraad netwerk met als middelpunt een switch in de meterkast hebt, maar alle nodes van je wifi-systeem ergens anders in huis wilt plaatsen.

Vaak moet je bedrade satellieten achter de routernode van een wifi-mesh-systeem aansluiten.

▼ Volgende artikel
Nieuwe FromSoftware-game The Duskbloods komt echt alleen naar Switch 2
Huis

Nieuwe FromSoftware-game The Duskbloods komt echt alleen naar Switch 2

The Duskbloods, de nieuwe game van Elden Ring- en Dark Souls-ontwikkelaar FromSoftware, zal echt alleen op Nintendo Switch 2 uitkomen.

Dat heeft de ontwikkelaar benadrukt bij het bekendmaken van zijn kwartaalcijfers (via VGC). Daarbij werd ook nog eens benadrukt dat The Duskbloods nog altijd gepland staat om ergens dit jaar uit te komen, net zoals de Switch 2-versie van Elden Ring.

Over de exclusieve Switch 2-release van The Duskbloods: "Het wordt verkocht via een samenwerking met Nintendo, met verkoopverantwoordelijkheden verdeeld per regio. De game komt alleen voor Nintendo Switch 2 beschikbaar." Daarmee is dus duidelijk gemaakt dat Nintendo een nauwe samenwerking met FromSoftware is aangegaan voor de game en dat het spel niet zomaar op andere platforms uit zal komen.

Over The Duskbloods

The Duskbloods werd begin vorig jaar aangekondigd in een speciale Nintendo Direct waarin de eerste Switch 2-games werden getoond, maar sindsdien zijn er geen nieuwe beelden van het spel uitgebracht. Zoals gezegd is de game ontwikkeld door FromSoftware, het Japanse bedrijf dat naam voor zichzelf heeft gemaakt met enorm uitdagende spellen, waaronder de Dark Souls-serie en Bloodborne. Met de openwereldgame Elden Ring scoorde de ontwikkelaar enkele jaren geleden nog een megahit.

Watch on YouTube

The Duskbloods wordt een PvPvE-game, waarbij spelers het dus tegen elkaar en tegen computergestuurde vijanden opnemen. Maximaal acht spelers doen aan potjes mee. Na het kiezen van een personage in een hub-gebied wordt men naar een gebied getransporteerd waar er met andere spelers en vijanden gevochten wordt, al kan men soms ook samenwerken om vijanden te verslaan.

Spelers besturen een 'Bloodsworn', wezens die dankzij een speciaal bloed dat in hun lichaam zit meer krachten tot hun beschikking hebben dan reguliere mensen. Ondertussen is het einde van de mensheid nabij, en bestaat de wereld uit verschillende tijdperken, wat voor een mengelmoes van stijlen zorgt.

▼ Volgende artikel
Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp
© Gorodenkoff Productions OU
Huis

Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp

Resolutie is marketing, refreshrate is beleving. Waar 4K zorgt voor een mooi plaatje, zorgt een hoge verversing (Hz) ervoor dat je daadwerkelijk wint. Hieronder lees je waarom snelheid in feite de échte koning is in gaming.

Veel gamers staren zich blind op 4K-resolutie. Ze kopen een duur scherm, zetten de settings op Ultra en vragen zich vervolgens af waarom hun spel stroperig aanvoelt. De misvatting is dat 'mooier' gelijkstaat aan 'beter'. In werkelijkheid is de vloeibaarheid van het beeld – de refreshrate, oftewel verversingssnelheid – veel bepalender voor hoe direct en responsief een game aanvoelt. Aan het eind van dit artikel weet je precies of jij moet kiezen voor pixels of snelheid.

Hoe je ogen bedrogen worden door Hertz

Stel je voor dat je snel met je muis over je bureaublad beweegt. Op een standaard 60Hz-scherm zie je de cursor in schokjes over het beeld springen; je hersenen vullen de gaten in. Op een 144Hz- of 240Hz-gaming-monitor verdwijnen die gaten.

Het technische verschil zit hem in de verversingssnelheid: het aantal keren per seconde dat het beeld wordt vernieuwd. Bij 60 Hz krijg je elke 16,6 milliseconden een nieuw beeld. Bij 144 Hz is dat elke 6,9 milliseconden. Dat klinkt als een klein verschil, maar je voelt het direct. Het gestotter dat je onbewust gewend bent verdwijnt. Bewegingen voelen boterzacht aan, alsof de cursor (of je crosshair) aan je hand vastgeplakt zit in plaats van er achteraan zwemt. Dit effect wordt motion clarity genoemd: objecten blijven scherp, zelfs als ze snel door het beeld bewegen.

©Framestock

De winst in shooters en snelle actie

Wanneer werkt dit in je voordeel? Vooral in competitieve shooters zoals Call of Duty, Counter-Strike of Valorant. In dit soort games telt elke milliseconde. Een hogere refreshrate vermindert de input lag, oftewel de tijd tussen jouw klik en de actie op het scherm.

Stel, je draait je personage snel om. Bij een lage refreshrate wordt de vijand een fractie later getoond en zie je veel bewegingsonscherpte (motion blur). Met een hoge refreshrate zie je de vijand eerder en scherper, waardoor je sneller kunt reageren. Je hebt letterlijk actuelere informatie dan je tegenstander. Om dat te bereiken heb je wel een krachtige videokaart nodig die genoeg beelden per seconde (FPS) kan genereren om je snelle scherm bij te houden.

Wanneer resolutie het toch wint van snelheid

Is snelheid altijd heilig? Nee. Als je vooral tragere, meer verhalende games speelt (zoals Cyberpunk 2077 in de 'sightseeing' modus), Microsoft Flight Simulator of grafische RPG's, dan voegt 240 Hz weinig toe. In deze titels kijk je vaak naar stilstaande of langzaam bewegende omgevingen.

In dat geval wil je juist de texturen van de bomen, de reflecties in het water en de details in gezichten zien. Een 4K-monitor op 60 of 120 Hz is dan een logischer keuze dan een onscherp 1080p-scherm op 360 Hz. De visuele pracht weegt hier zwaarder dan de milliseconden reactietijd. Ook voor console-gamers die op de bank zitten, is een goede televisie met 4K en HDR vaak indrukwekkender dan puur de hoogste framerates.

Situaties waarin een hoge refreshrate zinloos is

Er zijn momenten dat investeren in een snel scherm weggegooid geld is. Dat gebeurt bijvoorbeeld als je hardware de snelheid niet kan leveren; als je videokaart maar 50 frames per seconde kan leveren, heeft een 144Hz-scherm geen nut omdat het scherm wacht op de computer. Daarnaast beperken oude kabels je bandbreedte, waardoor je monitor soms terugvalt naar 60 Hz zonder dat je het doorhebt. Ook op oudere consoles zoals de Nintendo Switch of de standaard PS4 heb je niets aan snelle schermen, omdat deze hardware fysiek gelimiteerd is op 60 Hz of lager.

Bepaal wat jouw setup aankan

Kijk dus kritisch naar je huidige situatie voordat je naar de winkel rent. Heb je een high-end pc die makkelijk 120+ FPS haalt in jouw favoriete games? Dan is een upgrade naar een 144- of 165Hz-monitor de grootste sprong in spelplezier die je kunt maken. Speel je op een PlayStation 5 of Xbox Series X? Zoek dan specifiek naar een scherm met HDMI 2.1-ondersteuning om 120 Hz op 4K mogelijk te maken. Zit je ver van je scherm af en speel je relaxed? Investeer dan liever in resolutie en kleurdiepte.

©Proxima Studio

Kortom: snelheid is de sleutel tot succes!

Verversingssnelheid is belangrijker dan resolutie voor iedereen die actie- of competitieve games speelt. Het zorgt voor een vloeiender beeld, minder input lag en betere motion clarity, wat je direct een voordeel geeft in het spel. Resolutie is vooral luxe voor het oog, maar refreshrate is pure prestatie voor de speler.