ID.nl logo
Zekerheid & gemak

Intel Management Engine uitschakelen of alternatieven vinden

In een vorig artikel las je over Intel ATM en de bijbehorende Management Engine, die er beide voor zorgen dat Intel je pc in een houdgreep vast heeft. Is de Intel Management Engine uitschakelen een optie, of is het niet zo eenvoudig?

Lees eerst: Intel AMT: Waarom je nooit helemaal de baas bent over je pc

Wat zijn nu je mogelijkheden als je beslist dat je de controle over je pc niet aan een obscure processor wilt geven? Terwijl je in de eerste versies de Management Engine nog kon uitschakelen door enkele waardes in het SPI-flashgeheugen in te stellen en daarna de firmware uit het flashgeheugen te verwijderen, is dat sinds de Core i3/i5/i7-processoren uit 2009 niet meer mogelijk.

De Management Engine zorgt voor een deel van de hardware-initialisatie. Als het opstartprogramma van de Management Engine geen firmwaremanifest met geldige ondertekening door Intel vindt, schakelt de pc zichzelf na 30 minuten uit.

Het is onmogelijk om de Management Engine te vervangen, bijvoorbeeld door een vrijer alternatief waarvan je de broncode kunt inkijken. Alleen Intel is in staat om de firmware te vervangen, omdat het opstartprogramma alleen firmware accepteert die door Intel ondertekend is.

Neutralize this

Ben je dan gedoemd om een pc met de Management Engine te gebruiken? In veel gevallen helaas wel. Op moderne Intel-machines is het zelden mogelijk om de Management Engine te verwijderen. Een andere aanpak is om de Management Engine te ‘neutraliseren’. Zie hiervoor http://tiny.cc/neutr.

Je laat dan een minimaal deel van de Management Engine intact, zodat je pc na 30 minuten nog blijft werken, maar verwijdert alle dubieuze functies uit de firmware.

Dat neutraliseren is mogelijk door de modulaire opbouw van de Management Engine: elke module is in een afzonderlijk deel van het SPI-flashgeheugen opgeslagen en wordt afzonderlijk geverifieerd door de opstartcode. Je kunt dus voorkomen dat individuele modules worden geladen.

Vorig jaar is er heel wat vooruitgang gemaakt op dit gebied. Trammell Hudson ontdekte toen dat zijn Lenovo ThinkPad X230 functioneel bleef als hij alle modules van de Management Engine verwijderde en alleen de partitie met de ThreadX-kernel overhield. Nicola Corna en Federico Amedeo Izzo bouwden daarop verder en ontwikkelden het script me_cleaner dat dit op elke Sandy Bridge-pc automatiseerde.

Hiermee verwijder je dus de dubieuze modules zoals de netwerkstack, de DRM-module en veel meer. Het overblijvende deel van de firmware neemt dan nog maar 80 kbyte in. Je hebt wel een externe flash programmer nodig, omdat het geheugen niet door de processor van je pc te benaderen is.

Pc zonder Management Engine

De Management Engine volledig verwijderen lijkt dus niet mogelijk te zijn, maar neutraliseren zodat ze relatief onschuldig wordt, kan wel. Alleen vereist het wat handigheid en loop je het risico dat je je pc ‘brickt’. Gelukkig zijn er enkele producenten die computers aanbieden waarvan de Management Engine is geneutraliseerd.

Zo verkoopt het Britse bedrijf Minifree vanaf het einde van dit jaar de Libreboot X220, een vrijgemaakte versie van de Lenovo Thinkpad X220. De ontwikkeling is nog bezig, maar als je nu een pre-order doet, betaal je mee aan de ontwikkeling daarvan.

De Libreboot X220 vervangt het propriëtaire BIOS door de opensourcefirmware Libreboot. De oprichter van Minifree is ook de oprichter en hoofdontwikkelaar van Libreboot, en de winst van je aankopen bij Minifree gaat integraal naar het Libreboot-project. Minifree levert zijn Libreboot X220 met Debian Jessie en de desktopomgeving MATE, maar je kunt er elke Linux-distributie op draaien.

Volgens de productbeschrijving is Minifree aan het proberen om de Management Engine volledig uit te schakelen zonder hardwaremodificaties. Als dat niet lukt, krijgen kopers een Libreboot X220 met geneutraliseerde Management Engine.

De Management Engine volledig verwijderen lijkt dus niet mogelijk, maar neutraliseren zodat ze relatief onschuldig wordt, kan wel

-

Ook het Amerikaanse bedrijf Purism heeft een aantal laptops voor wie graag meer controle over zijn pc wil. De Librem 11 is een 2-in-1 laptop en tablet met verwijderbaar toetsenbord, aanraakscherm en stylus. De Librem 13 is een ultraportable en de Librem 15 is een laptop met 15,6 inch scherm.

Ook Purism biedt zijn laptops net zoals Minifree momenteel aan met geneutraliseerde Management Engine. Bovendien kiest het voor Intel-processoren zonder vPro (en dus zonder Active Management Technology), de consumentenversie van de Management Engine en geen netwerkchips van Intel. Door deze keuzes vermijdt Purism de grootste risico’s.

En ook Purism streeft er nog altijd naar om uiteindelijk het kleine overblijvende stukje van de Management Engine te verwijderen. De ontwikkelaars zijn dit deel aan het reverse-engineeren en dringen er ook bij Intel op aan om een ontwerp zonder Management Engine mogelijk te maken.

Wat kun je nog meer doen?

Purism doet nog meer in zijn computers om te voorkomen dat je eigen pc je bespioneert. Zo hebben de Librem-computers hardwarematige kill-switches. De laptops bevatten schakelaars die de verbinding tussen het moederbord en de camera, microfoon, wifi en bluetooth fysiek verbreken.

Als je een van deze onderdelen van je laptop niet nodig hebt, kun je ze dus eenvoudig uitschakelen met de garantie dat een of andere malware je niet stiekem bespioneert. In alle andere laptops die op de markt zijn, zijn deze schakelaars ofwel in software geïmplementeerd, ofwel via een controller, die te programmeren en dus uit te buiten is.

Purism heeft ook bij de keuze van zijn chips voor de camera, audio, graphics, usb, wifi enzovoort belang gehecht aan openheid en vrijheid. Samen met de hardwareproducenten en de vrije-software-community heeft het voor hardware gekozen die je privacy respecteert en veiligheid hoog in het vaandel heeft. Ook zet Purism op zijn laptops PureOS, een van Debian afgeleide Linux-distributie die de nadruk legt op privacy, beveiliging en vrijheid.

Trusted Platform Module

De Intel Management Engine is zoals gezegd niet de enige component die heimelijk controle over je pc heeft. Een ander oud zeer bij kritische computergebruikers is de Trusted Platform Module (TPM). Dat is een cryptoprocessor die encryptiesleutels bevat en gegevens kan versleutelen. Onder andere Microsofts BitLocker Drive Encryption zet de TPM in om de sleutels te beschermen waarmee het de schijf versleutelt.

Elke TPM-chip bevat een zogenoemde endorsement key, een 2048-bits RSA-sleutelpaar. Die is fundamenteel voor de veiligheid van de chip. Het sleutelpaar wordt door de fabrikant bij de productie van de chip willekeurig gegenereerd en in de chip gestoken, en de privésleutel van het paar verlaat op geen enkel moment de chip. Met de bijbehorende publieke sleutel kan de computer gevoelige gegevens naar de chip versturen met de garantie dat die alleen voor de chip leesbaar zijn, of door de chip ondertekende gegevens verifiëren en zo zeker weten dat die gegevens uit de TPM-chip komen.

Of niet? Bij de productie van de chip moet de fabrikant die geheime sleutel weten om ze in de chip te kunnen bakken. Wat houdt de fabrikant tegen om alle endorsement keys van zijn TPM-chips bij te houden? Of aan een overheidsinstelling door te spelen? Weet jij wie de TPM-chip in je pc produceert en uit welk land de producent komt?

Maar het gaat nog veel verder. Bijna alle hardware heeft voor zijn werking firmware nodig, waarvan de broncode niet beschikbaar is. We spraken al over het BIOS/UEFI, dat in de praktijk moeilijk te vervangen is. Projecten die alternatieve firmware ontwikkelen zijn onder andere coreboot en Libreboot, maar door de beperkingen die de Intel Management Engine oplegt zijn ze amper ondersteund op moderne pc’s.

Ook de gpu (graphical processing unit) heeft eigen firmware, net zoals harde schijven en ssd’s, de ethernetcontroller, de geluidskaart, webcam enzovoort. Voor bijna geen van deze apparaten is er opensource firmware beschikbaar, zodat je niet weet wat er allemaal achter je rug gebeurt.

En wie zegt dat Intel in de circuits van zijn processoren geen backdoor heeft ingebouwd, die onmogelijk te verwijderen is omdat het om hardware gaat? We hebben geen toegang tot de blauwdrukken van Intels chips. Uiteindelijk moet je dus toch op de hardware vertrouwen...

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.