ID.nl logo
Huawei P20 Pro - Chinese kopie voor een Apple-prijs
© Reshift Digital
Huis

Huawei P20 Pro - Chinese kopie voor een Apple-prijs

De Huawei P20 Pro is de nieuwste topsmartphone van de Chinese fabrikant. Meteen is duidelijk dat Huawei zich flink heeft laten inspireren door Apple’s iPhone X. De P20 Pro valt echter weer op door drie camera’s aan de achterzijde, verantwoordt dat ook een hoge prijs die van Apple is afgekeken?

De Huawei P20-serie bestaat uit de P20 en P20 Pro. Laatstgenoemde beschikt over betere cameralenzen, een groter en beter scherm, meer werkgeheugen, grotere accu en is waterdicht. Hier betaal je dan wel fors meer voor: de P20 Pro kost 900 euro, de standaarduitvoering kost 650.

Qua uiterlijk lijkt de P20 Pro totaal niet op z’n voorganger: de Huawei P10. Het ontwerp is ook niet afgeleid van de andere, zakelijkere smartphone-serie, de Huawei Mate 10 Pro. Nee, Huawei heeft niet subtiel afgekeken van Apple’s iPhone X. Het gebruikte symmetrische ontwerp en de bouwmaterialen (metaal en glazen achterkant) bijvoorbeeld, het scherm aan de voorkant heeft een inkeping, de koptelefoonpoort ontbreekt zonder zinnige argumentatie, het uiterlijk van Android en Huawei’s apps... zelfs de plaatsing van de camera’s is gelijk. Of je het mooi en praktisch vindt, dat is persoonlijk. Maar zulk schaamteloos kopieerwerk is een zwaktebod. Ik had Huawei hoger zitten, na het unieke ontwerp van bijvoorbeeld de Huawei Nova, Mate 10 Pro en Nexus 6P. Bovendien is de uitwerking net niet zo luxe als de iPhone X, de randen rondom de camera’s zijn scherp en veel meldingen en fullscreen-apps vallen weg achter de scherminkeping (ook wel notch genoemd).

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Drie camera’s

Toch valt de P20 Pro op unieke wijze op: op de achterkant zitten drie(!) cameralenzen. Huawei werkt al enige jaren samen met cameramerk Leica voor z’n smartphone-camera’s. Met wisselende resultaten. De P10 van vorig jaar kon echter niet in het spoor blijven van LG, Samsung en Apple, waardoor een inhaalslag nodig was. De camera is namelijk voor veel mensen een doorslaggevende factor voor de aankoop van een smartphone in de duurste prijscategorie. Huawei heeft hier duidelijk ook enorm op ingezet. De lensdetails zijn al indrukwekkend: een lens heeft een 40 megapixellens met een sensorgrootte van 1/1.7, wat op papier minder ruis en helderdere foto’s produceert. Daarnaast is er een ondersteunende 20 megapixel monochroomlens, die meer detail en diepte mogelijk maakt (bijvoorbeeld voor portretfoto’s met scherptediepte-effect). De derde lens tenslotte, is een telelens van 8 megapixel. Hierdoor kun je tot 3x optisch inzoomen door van lens te wisselen. Door de grote lens en telelens samen te laten werken is 5x zoom zelfs mogelijk.

De app-interface en de camerafuncties zijn wederom zonder gene overgenomen van Apple. Van functies als slowmotion-video en live-foto’s (waarbij een kort moment wordt vastgelegd in plaats van een foto) tot slowmotion, tot de plaats en uiterlijk van de knoppen. De lenzen worden ondersteund door slimme algoritmes, waardoor scenes en objecten voor de lens worden herkend. Hierdoor past de camera-app de instellingen aan voor de beste foto. Dit was al mogelijk bij de Mate 10 Pro, maar werkt op de P20 Pro sneller en uitgebreider. Wanneer je focust op een object, wordt het indrukwekkend snel herkend, dit krijg je meteen te zien. Dit scheelt een hoop gerommel in de instellingen. Wil je hier juist in rommelen, dan is dat uiteraard ook gewoon uitgebreid mogelijk.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Foto’s

Standaard worden foto’s gemaakt met 10 megapixel, in plaats van 40. Vier pixels worden samengevoegd tot één pixel. Dit komt het detail en dynamisch bereik van de foto ten goede, en dat zie je. De inhaalslag die Huawei voor ogen had met de camera is waargemaakt. En hoe! De foto’s zijn verbluffend goed en doen niet onder voor de iPhone X en Samsung Galaxy S9+. Zelfs als er vijf maal ingezoomd wordt zijn de foto’s kleurrijk en gedetailleerd.

Wanneer je het de camera’s moeilijk maakt, staan ze ook hun mannetje. Tegen de zon in fotograferen, of donkere en lichte vlakken op de foto; alles wordt fraai weergegeven. Sterker nog, ik heb zelden zulke mooie foto’s gemaakt met een smartphone. De P20 Pro kan zich absoluut meten met de iPhone X en Samsung Galaxy S9+.

Ook is er een nachtmodus aanwezig, die een lange sluitertijd gebruikt om meer licht te vangen en zo in donkere omgevingen meer te zien. Opvallend is dat de P20 Pro goed in staat is beweging te voorkomen, door beeldstabilisatie en -herkenning in te zetten. De resultaten zijn echter wisselend, soms levert het een prachtige foto op. Soms is de foto niet de moeite waard. Toch loont het om in omgevingen die zich ernaar lonen de nachtmodus eens uit te proberen.

Objectherkenning

Ik had het al over de objectherkenning, die verrassend nauwkeurig en snel werkt. Wanneer je een foto maakt, waar ook tekst op staat, bijvoorbeeld bij een lichtbord of een menu voor een restaurant, dan wordt dit herkend en blijft de tekst prima leesbaar. Zelfs als je op de foto inzoomt. Zo zijn er verschillende situaties die prima herkend werden, groene landschappen, zonsondergangen, blauwe luchten, eten, documenten, dieren en veel meer. Niet altijd levert een herkende situatie de mooiste foto op, zoals het Teletubbie-landschap dat ik hieronder fotografeerde. De groene kleuren zijn hier wel heel extreem gesatureerd. Hier en daar moet er dus nog wat gesleuteld worden, niet aan de herkenning, maar wel aan de afstelling.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Scherm

De inkeping in het scherm leidt af. Of je het nu mooi vindt of niet, Android en z’n apps zijn hier niet klaar voor, waardoor onderdelen wegvallen. In de instellingen kun je dit uitzetten, wat inhoudt dat de notificatiebalk zwart wordt en omdat het een oled-scherm is, waarbij zwart ook echt zwart is (en geen grijstint), zie je de inkeping inderdaad niet meer. Alleen in geval van meerdere notificaties, vallen enkele weg.

De inkeping leidt af van het feit dat het oledscherm van uitzonderlijk goede kwaliteit is. Op papier lijkt het tegen te vallen, omdat het toestel een full HD resolutie heeft, in een redelijk groot 6,1 inch (15,2 cm) beeldscherm. Maar het scherm is helder, gedetailleerd en de kleurweergave precies goed. De enige aanmerking die ik heb is dat er een wat grauwe waas over witte vlakken hangt.

Android en z’n apps zijn nog niet klaar voor een notch.

-

Accuduur

Ook de accuduur is een positieve vermelding waard. De accu die in het toestel zit heeft een relatief grote capaciteit: 4.000 mAh. Ook is het toestel behoorlijk zuinig. Een opgeladen accu kan doordoor zelfs bij gewoon gebruik twee volle dagen mee en wanneer je een beetje zuinig aan doet, zou je het tot drie werkdagen uit moeten zingen. De bijgeleverde snellader geeft je binnen een kwartiertje al genoeg accucapaciteit om een paar uur verder te kunnen.

Maar die lange accuduur komt met een prijs. Huawei heeft namelijk het besturingssysteem Android compleet op de schop gegooid, waardoor de lange accuduur ten koste gaat van een goede werking. Dat is bizar. Op papier lijkt alles goed in orde, de P20 Pro werkt op Android 8.1, de meest recente Androidversie. Iedere nieuwe versie van het besturingssysteem werkt efficiënter en het besturingssysteem is uitstekend in staat actieve processen en het geheugen zo te gebruiken dat alles optimaal werkt, qua prestaties en energieverbruik. Stapje voor stapje wordt Android steeds beter. Huawei denkt daar anders over en zet juist stappen terug. Actieve processen en apps worden hard afgekapt om batterij te sparen. Wanneer je toestel in standby staat, bespaart dat inderdaad energie. Maar het kost weer extra energie om het proces weer opnieuw te starten wanneer je de smartphone gebruikt. In praktijk houdt dit echter in dat ook belangrijke processen als VPN en wachtwoordmanagers steevast worden afgesloten, waarna je deze handmatig moet herstarten. Je levert dus in feite veiligheid in omdat Huawei de noodzaak voelt diep in te grijpen in de werking van Android. Ook mijn favoriete mail-app (Bluemail) sloeg regelmatig op hol door Huawei’s afsluitdrift. Als gebruiker krijg je niet de mogelijkheid dit naar wens in te stellen.

Android 8.1 met Emui

De aanpassingen in Android noemt Huawei Emui 8.1. Onder de motorkap maakt Huawei Android minder stabiel. Maar ook van de interface van Android maakt Huawei een potje. Het oogt verouderd, met zijn grote iconen en statische uiterlijk. Maar dat is natuurlijk persoonlijke smaak. Emui 8.1 zit echter vol knullige spelfouten, een rommelig instellingenmenu, zadelt je op met misleidende Avast!-antivirus (vermomd als systeemonderdeel, zodat je het niet mag verwijderen) en bevat veel bloatware en dubbele apps. Dit moet gewoon beter. Vooral als je 900 euro vraagt voor een smartphone, dan moet het aan de softwarekant ook luxe uitstralen. En is het niet goed te praten dat Huawei (waarschijnlijk) nog extra geld verdient met bloatware. Het leed valt te verzachten met een alternatieve launcher zoals Nova Launcher.

Ook de reputatie van Huawei moet beter om een prijs van 900 euro te rechtvaardigen, want als het aankomt op software-updates is deze niet al te best.

Daarnaast krijg je wel alle ruimte om naar hartenlust apps te installeren en muziek, foto’s en video’s op te slaan: 128GB. Met zo’n hoeveelheid aan beschikbare opslagruimte valt met het ontbreken van een geheugenkaartslot prima te leven. Overigens kun je wel een tweede simkaart plaatsen en apps dubbel installeren (zoals WhatsApp). Dat is handig als je op vakantie bent of als je je smartphone ook zakelijk gebruikt.

De hoeveelheid werkgeheugen en de processor zijn ruim voldoende om alle apps razendsnel te laten werken.

©PXimport

Alternatieven

Met de Huawei P20 probeert de Chinese smartphonemaker serieus mee te komen met de grote jongens Samsung en Apple, maar weet eigenlijk alleen met de camera deze luxe en extreem hoge prijs waar te maken. De iPhone X en Galaxy S9+ bieden gewoonweg meer in dezelfde prijsklasse. Wil je een luxe smartphone met een ontzettend goede camera, maar iets minder diep in de buidel tasten? Dan is de Samsung Galaxy S8, die in 2017 verscheen een uitstekend alternatief.

Met de Huawei P20 Pro probeert de Chinese smartphonemaker serieus mee te komen met de grote jongens Samsung en Apple

-

Conclusie

Huawei moet echt meer bieden als het de concurrentie aangaat met de toptoestellen van Apple en Samsung. Toegegeven, de camera is subliem, evenals het oledscherm. Maar de ontwerp is wel heel erg afgekeken, de bouwkwaliteit straalt met wat scherpe randjes niet de hoogwaardigheid uit die je mag verwachten en de software volkomen ondermaats. De Huawei P20 Pro is een goede telefoon, en zeker geen slechte keuze. Maar 900 euro is veel te veel geld voor deze smartphone en Huawei moet gewoonweg nog altijd zijn meerdere erkennen in de Galaxy S9+ en iPhone X. Daar hoeft Huawei zich overigens ook niet voor te schamen.

Oké
Conclusie

**Prijs** € 899,- **Kleuren** zwart, blauw **OS** Android 8.1 (Oreo) **Scherm** 6,1 inch (2240x1080) **Processor** 2,4 GHz octacore (HiSilicon Kirin 970) **RAM** 6 GB **Opslag** 128 GB **Batterij** 4.000 mAh **Camera** 40 + 20 + 8 megapixel (achter), 24 megapixel (voor) **Connectiviteit** 4G (LTE), Bluetooth 4.2, wifi, gps, infrarood **Formaat** 15,5 x 7,4 x 0,8 cm **Gewicht** 180 gram **Overig** Vingerafdrukscanner, usb-c, waterdicht **Website** [www.huawei.com](https://consumer.huawei.com/my/phones/p20-pro/)

Plus- en minpunten
  • Camera
  • Beeldscherm
  • Accuduur
  • Prijs
  • Emui 8.1
  • Geen koptelefoonpoort
  • Ontwerp en bouwkwaliteit
▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.