ID.nl logo
Consumenten testen: Philips 2000 Series XC2011/01 - Steelstofzuiger voor minder dan de hoofdprijs
© philips
Huis

Consumenten testen: Philips 2000 Series XC2011/01 - Steelstofzuiger voor minder dan de hoofdprijs

Dat je voor een steelstofzuiger diep in de buidel moet tasten, is tegenwoordig gelukkig meer een fabeltje dan bewaarheid. Dat bewijst deze Philips 2000 Series XC2011/01, een steelstofzuiger met alle bekende functies, maar dan voor een schappelijke prijs. Hoe verhoudt deze 2000 Series zich tot duurdere modellen? Aan het Review.nl Testpanel om daar eens in te duiken.

Partnerbijdrage - In samenwerking met Philips

De Philips 2000 Series XC2011/01 is een zakloze steelstofzuiger, maar daarmee doe je het apparaat eigenlijk tekort. De 2000 Series is namelijk uitgerust met een aantal functies die je ook op high-end modellen terugvindt, zonder dat je daarvoor meteen de volle mep hoeft te betalen.

Zo beschikt de 2000 Series over de bekende ledtechologie: in de zuigmond zit een felle ledlamp die over de vloer schijnt, zodat je precies kunt zien waar nog stof of vuil ligt. Zo weet je zeker dat je je huis echt stofvrij maakt. Bang zijn dat je plekjes overslaat omdat je er niet bij kunt, is ook niet nodig. De zuigmond is zo gebouwd dat je tot slechts een millimeter van de muur kunt zuigen. Zo kun je elk hoekje van je huis meepakken – ook rondom meubels, planten en andere apparaten.

De batterij heeft een lange levensduur en werkt tot wel 40 minuten op een enkele acculading, dus je hoeft niet bang te zijn dat je tijdens het stofzuigen ineens met een lege batterij komt te zitten. En dannkzij de PowerCyclone 7-technologie profiteer je van lekker veel zuigkracht zonder dat dat ten koste gaat van de accuduur.

Een goed begin dus, maar hoe werkt het in de praktijk? We vroegen het aan het Review.nl Testpanel.

©philips

De reviews: algemeen

In algemene termen is het testpanel zeer tevreden over de 2000 Series. Dat begint al bij het uitpakken: de stofzuiger wordt geleverd in een stevige doos, en het in elkaar zetten is een fluitje van een cent. Meerdere testers roemden de lange steel, die ook voor langere mensen groot genoeg is: rugklachten behoren voorgoed tot het verleden.

Het testpanel is zeer te spreken over de zuigkracht. Zelfs in de ecostand is de 2000 Series krachtig genoeg om het meeste stof en vuil weg te krijgen, en het overschakelen naar de turbostand om hardnekkig vuil weg te halen doe je met één druk op de knop.

De accu ging voor de meeste testers lang genoeg mee om het hele huis te zuigen. Over de oplaadsnelheid waren de meningen verdeeld: een deel van de testers vond dat ruim snel genoeg, anderen hadden het liever nog een tandje sneller gezien. Ook de mogelijk om de accu van het apparaat te halen om op te laden en te legen vond het testpanel een fijne bijkomstigheid. 

De reviews: gebruiksgemak

Wat het testpanel vooral opviel, is de handzaamheid van het apparaat. De 2000 Series is een lichtgewicht stofzuiger, waarmee je het hele huis kunt zuigen zonder dat je er moe van wordt. 'Heel comfortabel om mee te zuigen, aldus een van de testers, en daar is de rest het mee eens: 'Erg wendbaar en licht in de hand', 'eenvoudig te bedienen' en 'handig' zijn termen die in de reviews voorbij komen. Een van de testers is zelfs af en toe gaan stofzuigen terwijl het niet eens nodig was, gewoon omdat het leuk is om te doen.

De zuigmond zelf werd ook zeer gewaardeerd. De flexibele mond was even wennen voor een van de testers, maar 'met een beetje oefenen gaat het vanzelf'. Traptreden en plinten waren voor sommige testers wat lastig, maar over het algemeen werkt de zuigmond erg goed. Vooral de manier waarop de stofzuiger zichtzelf over de vloer trekt, zonder dat je daar zelf echt voor hoeft te duwen, vondt het testpanel een verademing.

Ook het feit dat de opvangbak makkelijk te legen is werd vaak genoemd door het testpanel: 'Geen gedoe met stofzakken,' zegt een van de testers, die ook het wasbare filter als voordeel noemde: 'Het verlengt de levensduur en zorgt voor een consistente zuigkracht'. Dat zie je ook terug in de zuigmond: 'Door de enorme zuigkracht heeft stof geen kans te blijven plakken in de borstel'.

Ledverlichting

Steelstofzuigers van Philips staan bekend om hun led-verlichting, en die is ook in de 2000 Series aanwezig. 'Geen gimmick, maar een functionele toevoeging,' verwoordt een van de testers het, en eigenlijk waren alle testers er lyrisch over. 'Ideaal', 'je ziet echt alles' en 'verrassend handig' zijn termen die steeds weer terugkomen in de reviews.

Extra's

De 2000 Series kan ook worden gebruikt als kruimeldief, al vond niet iedereen deze functie ideaal. Dat komt voornamelijk door het ontbreken van extra opzetstukken. De stang is weliswaar los te koppelen, maar om de stofzuiger vervolgens echt als kruimeldief te kunnen gebruiken, waren wat extra koppen wenselijk geweest. Niettemin zuigt de 2000 Series een stuk beter dan een gewone kruimeldief.

©philips

Ontdek de Philips 2000 series XC2011/01 steelstofzuiger

op Kieskeurig.nl

Conclusie

De Philips 2000 Series XC2011/01 is een instapmodel steelstofzuiger, maar dat ziet het testpanel er niet meteen aan af. De zuigkracht is op de ecostand al goed, maar als de turbo wordt aangezet helemaal. Het apparaat is makkelijk in gebruik, de accu gaat lekker lang mee en hij zuigt erg goed, ook in moeilijke hoekjes en rondom meubels en stoelpoten.

De ledverlichting is een prettige toevoeging waar het testpanel unaniem positief over is. Ook de flexibele zuigmond kan op veel positieve reacties rekenen. Het apparaat is lekker licht en kan ook als kruimeldief worden gebruikt, al hadden de testers wel liever een of twee extra opzetstukken gehad om die functie nog beter te kunnen gebruiken.

Al met al is het testpanel zeer te spreken over de Philips 2000 Series XC2011/01. "De prijs-kwaliteitverhouding is uitstekend", zeggen meerdere testers dan ook. De 8,2 die het Review.nl Testpanel als gemiddeld eindcijfer aan de 2000 Series geeft, is dan ook een goede afspiegeling van de mogelijkheden.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.