ID.nl logo
Review: Samsung Galaxy Tab3
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Review: Samsung Galaxy Tab3

De verschillen tussen smartphones en tablets worden steeds kleiner. Zo zag bijvoorbeeld de Huawei Mediapad 7 Youth, een tablet van 7 inch die eigenlijk een telefoon is, onlangs het levenslicht. Maar ook Samsung breidt het aanbod van tablets en smartphones verder uit. De nieuwste loot aan de stam in Samsung’s ‘voor elk wat wils’-productaanbod, is de Galaxy Tab3. In deze review alles over de 8 inch-versie van deze nieuwe Tab-generatie.

Design

Wie de Galaxy Tab3 voor het eerst in zijn handen houdt - en eerder te maken heeft gehad met de Galaxy S4-smartphone – zal letterlijk het idee krijgen hier te maken te hebben met een grote variant van de Samsung-telefoon. Maar dat is positief. Met de bouwkwaliteit van de S4 is het namelijk dik in orde, en zo is het ook met de Galaxy Tab3.

©PXimport

Met zijn 7,4 millimeter is de Galaxy Tab3 lekker dun.

Het apparaat is strak afgewerkt, nergens voel je randjes die uitsteken of onderdelen die loszitten. Bij de camera aan de achterkant is een lichte verdikking zichtbaar, maar die mag eigenlijk geen naam hebben. Er zit een fysieke thuisknop aan de voorkant van het apparaat, aan de zijkant vind je de volumeregeling, een aan/uit-knop en een uitsparing met klepje voor de extra geheugenkaart (MicroSD). Deze zijn ook allemaal zo ontworpen dat ze lijken op te gaan in de rest van de tablet, en dat zorgt ervoor dat de Tab3 prettig is in het gebruik.

De randen om het scherm zijn aan de zijkant erg dun gemaakt, een designkeuze die Apple ook bij de iPad mini heeft doorgevoerd ten opzichte van eerdere versies van de populaire tablet uit Cupertino. Al met al lijkt het bij deze 8 inch Samsung Galaxy Tab3 daardoor alsof je te maken hebt met een volwaardige tablet met een redelijke schermgrootte. Dat is dus gezichtsbedrog, want een standaard tablet is toch al snel ruim 2 inch groter en dat merk je.

Formaat en beeldscherm

Uiteindelijk is het voor jou als consument nog lastig kiezen: er zijn tablets van 7, 8, 9 of 10 inch op de markt, van vele verschillende fabrikanten. En ook Samsung bestrijkt inmiddels deze complete reikwijdte aan schermformaten. Zelfs deze Galaxy Tab3 is verkrijgbaar in een 7, 8 en 10,1 inch-variant.

©PXimport

De kleurweergave van het 8 inch-beeldscherm is zeer levendig.

Het scherm van de door ons geteste Tab3 is dus 8 inch groot. Over de kwaliteit van het beeldscherm kunnen we kort zijn: daarmee is het, ondanks de wat magere schermresolutie, dik in orde. Kleuren komen helder over en contrasten komen lekker door. De Tab3 haalt niet de helderheid van een iPad met Retina-display, maar dat mag je ook niet verwachten voor dit prijskaartje.

Wie een tablet vooral gebruikt voor entertainment, browsen en niet voor zakelijke of zware toepassingen, heeft aan de Samsung Galaxy Tab3 een goede tablet. Hij is ook niet te groot of te zwaar voor in je bagage, maar ook zeker niet te klein om flink actief te zijn op sociale media of snel te e-mailen. Daarnaast kan je de Tab3 ook nog eens gebruiken als afstandsbediening voor je tv.

Handzaam is het sleutelwoord voor deze tablet. Omdat de Tab3 helemaal van plastic is, scheelt dit behoorlijk in gewicht (314 gram). Zelf heb ik een ‘gewone’ iPad (600 gram) en ik merk dat ik die vaak uit mijn tas laat vanwege het gewicht. De Tab3 heb ik tijdens de testperiode overal mee naartoe genomen en dat is echt een groot pluspunt.

Android 4.2.2

De Samsung Galaxy Tab3 draait op Android 4.2.2, ook wel bekend als Jelly Bean. Dat besturingssysteem draait tegenwoordig op nogal wat smartphones en tablets; hiermee onderscheidt de Tab3 zich dan ook niet van andere tablets in deze prijscategorie. Samsung heeft wel zijn eigen TouchWiz-softwareschil over Android gelegd, wat je onder anderen terugziet in de navigatie tussen de verschillende tabbladen met apps en in de navigatie op je beginscherm.

©PXimport

Qua design doet de nieuwe tablet erg denken aan de Galaxy S4-smartphone.

Vrijwel alles is aanpasbaar: de volgorde van apps, de locatie, waar je de zoekbalk van Google wilt hebben. Samsung heeft ook een hele batterij aan eigen apps voor-geïnstalleerd op de Tab3. Om deze te gebruiken moet je wel eerst inloggen met een Samsung-account. Heel spannend is dat allemaal niet en de toegevoegde waarde die al die Samsung-apps bieden, zal per gebruiker verschillen.

Prestaties

De Samsung Galaxy Tab3 is voorzien van een 1,5 Ghz dualcore-processor. Omdat je met een tablet veel zult browsen en veelvuldig wisselt tussen apps, is het natuurlijk wel prettig als je hierbij niet teveel hoeft te wachten totdat hij klaar is met nadenken. Daar laat Samsung met de Tab3 wel wat kansen liggen. Het apparaat ziet er mooi uit, is handzaam van formaat en lekker licht, maar de prestaties qua snelheid laten te wensen over. Samsung had er wel een iets snellere processor in mogen drukken om de rekenkracht van het apparaat te doen toenemen. Eigenlijk is de Tab3 niet snel genoeg voor de veelgebruiker.

©PXimport

De Galaxy Tab3 is erg licht, waardoor hij makkelijk is mee te nemen.

Erg belangrijk bij tablets vind ik de batterijduur. Je smartphone hang je automatisch al geregeld aan de lader, maar voor je tablet zit dit waarschijnlijk wat minder goed in je systeem. Daarom is het handig als hij lang meegaat, en dat doet de Galaxy Tab3 zeker wel. Een dikke 6,5 uur. Ik spaarde hem daarbij niet. Ik liet de schermhelderheid lekker hoog staan en liet ook alle verbindingen (Bluetooth, wifi) gewoon open staan omdat dit gangbaar is in dagelijks gebruik.

Conclusie

Samsung levert met de Tab3 een prima tablet af. Maar veel meer dan ‘prima’ is het apparaat helaas niet. De 8 inch-Tab3 blinkt absoluut uit wat betreft bouwkwaliteit, formaat, gewicht en kleurweergave, maar laat dure punten liggen op het gebied van snelheid en schermresolutie. Het grootste probleem van de tablet is wat mij betreft nog wel het prijskaartje: slechts drie tientjes goedkoper dan de iPad mini. Had Samsung de prijs rond de 250 euro vastgesteld, dan was de aanschaf aanzienlijk beter te verantwoorden. Dat neemt overigens niet weg dat je voor 300 euro alsnog een zeer degelijke Android-tablet in huis haalt.

Samsung Galaxy Tab3 (8 inch)

Prijs € 299,-

Besturingssysteem Android 4.2.2

Processor 1.5 GHz (dualcore)

Scherm FTF LCD 8 inch (1280 x 800 pixels)

Intern geheugen 16 GB (uitbreidbaar met microSD)

Formaat 124 x 210 x 7,4 millimeter

Gewicht 314 gram

Aansluitingen micro-usb, koptelefoon (3,5mm)

Camera achterkant 5 megapixel (720p video)

Camera voorkant 1,3 megapixel

Verbindingen Bluetooth 4.0, wifi, gps

Pluspunten

Handzaamheid formaat en gewicht

Mooie afwerking

Scherm helderheid en contrast

Batterijduur

Geheugen uitbreidbaar tot 64 GB

Minpunten

Snelheid

Prijs

Samsung softwareschil

Schermresolutie

Veel nutteloze apps

SCORE: 7/10

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.