ID.nl logo
Review Dreame L50 Pro Ultra – De concurrentie voorbij
© Wesley Akkerman
Huis

Review Dreame L50 Pro Ultra – De concurrentie voorbij

Je kunt er haast vergif op innemen: zodra er een X-model van Dreame op de markt verschijnt, komt er enkele maanden later een L-variant. Deze Dreame L50 Pro Ultra is daar het meest recente bewijs van.

Fantastisch
Conclusie

De L50 maakt eigenlijk net zo goed schoon als zijn duurdere zus en beschikt daarnaast over hetzelfde intrekbare LiDAR-systeem voor de lagere kasten. 1000 of 1300 euro is geen laag bedrag, maar voor dit geld zijn er simpelweg geen betere alternatieven beschikbaar.

Plus- en minpunten
  • Intrekbare camera
  • 19.500 Pa aan zuigkracht
  • Stiller dan ooit
  • Navigeert heel goed
  • Goed vergelijkbaar met X50 Ultra
  • Schoonmaakprestaties
  • Objectherkenning íets minder
  • Heeft meer moeite met drempels dan de X50

Op het moment van schrijven biedt de fabrikant de Dreame L50 Pro Ultra aan met een korting van maar liefst 300 euro. Daarmee betaal je 1000 euro voor een premium robotstofzuiger die aanzienlijk meer te bieden heeft dan je wellicht gewend bent. In de basis is dit een iets aangepaste versie van de Dreame X50 Ultra. De verschillen zitten vooral in het ontbreken van het ProLeap-systeem (waarmee de X50 over hoge drempels kan rijden), in het aantal meegeleverde accessoires en in enkele technische details die je in de praktijk nauwelijks zult merken.

Zo is de zuigkracht iets lager (19.500 in plaats van 20.000 Pa), en verwarmt het basisstation de afneembare dweilpads tot 75 graden in plaats van 80. En hoewel de X50 Ultra obstakels aankan tot 6 centimeter hoog, weet ook de L50 Pro Ultra zich prima te redden met drempels van 2,2 tot 4 centimeter. Dat is niet iets om zomaar overheen te stappen – pun intended. In Nederlandse woningen zijn drempels doorgaans tussen de 1 en 5 centimeter hoog, dus in de meeste gevallen is dit geen enkel probleem.

©Wesley Akkerman

De afweging maken

Over die accessoires gesproken: dat kan wel degelijk een verschil maken. Dreame levert de X50 Ultra met een royaal pakket aan extra’s, waaronder extra borstels, dweilpads, schoonmaakmiddel, filters en stofzakken. Bij de L50 moet je het doen met slechts één set dweilpads, en dat kan onhandig zijn als je ze tussendoor wilt schoonmaken of laten drogen. Je hebt dan namelijk geen reservepaar achter de hand voor een volgende schoonmaakbeurt. Geen ramp, maar toch iets om rekening mee te houden.

Dat past overigens helemaal bij wat Dreame met de L-serie wil neerzetten. Waar de X-serie zich richt op innovatie en nieuwe functies – soms ongeacht de prijs – draait het bij de L-reeks vooral om een scherpe prijs-kwaliteitverhouding. L-modellen krijgen veel van de functies die X-gebruikers waarderen, maar leveren hier en daar wat in. De vraag is vooral of je die verschillen als gebruiker echt mist. Met de bovenstaande vergelijking hopen we je te helpen die afweging te maken. De prijs spreekt in elk geval in het voordeel van de L50.

©Wesley Akkerman

Intrekbaar LiDAR-systeem

De verschillen tussen de X50 en L50 zijn relatief klein. Maar zodra je de voorganger erbij pakt – de L40 – ontstaat er een heel ander beeld. De L-serie heeft namelijk een flinke stap vooruit gezet. Zo maakt de dubbele borstel onderop korte metten met (lange) haren en is de zuigkracht fors toegenomen: van 11.000 naar maar liefst 19.500 Pa. Ook is het stofreservoir een kwart groter geworden (395 tegenover 300 milliliter) en herkent het camerasysteem aanzienlijk meer objecten die de robot kan ontwijken. Er zijn nog wat kleinere verbeteringen, maar die hebben weinig invloed op de dagelijkse ervaring.

Wat betekent ‘Pa’ bij zuigkracht? De afkorting ‘Pa’ staat voor pascal, een eenheid van druk. Bij robotstofzuigers geeft dat aan hoeveel zuigkracht het apparaat kan uitoefenen. Hoe hoger het aantal pascal, hoe krachtiger de stofzuiger vuil en stof uit kieren, tapijten en andere oppervlakken kan trekken. Ter vergelijking: een zuigkracht van 11.000 Pa is al behoorlijk krachtig voor een robotstofzuiger, maar 19.500 Pa betekent een flinke sprong vooruit. In de praktijk merk je dat vooral bij het opzuigen van zwaarder vuil (zoals kattenbakkorrels of kruimels), het grondig reinigen van tapijten en het beter schoonmaken langs plinten en randen. Zeker voor huishoudens met huisdieren of kinderen kan die extra power een groot verschil maken.

Het grootste en meest praktische verschil tussen de Dreame L50 Pro Ultra en de L40 Ultra zit 'm in het camerasysteem. De L50 heeft namelijk hetzelfde intrekbare LiDAR-systeem als de X50 Ultra. Bij veel robotstofzuigers zit bovenop een vaste toren die soms in de weg zit bij lage meubels. Bij de L50 kan die toren zichzelf intrekken en verdwijnt hij volledig in de behuizing, waardoor de robot wél onder lage kasten past. En dat zonder in te leveren op navigatievermogen, want ook met dit systeem weet de L50 prima zijn weg te vinden.

©Wesley Akkerman

De oude, vertrouwde ervaring

De Dreame L50 Pro Ultra biedt verder de vertrouwde ervaring die we van de fabrikant gewend zijn. Vooral het eindresultaat na een schoonmaakronde stemt tevreden: het huis oogt écht schoon. Natuurlijk zijn er altijd plekjes die wat lastiger bereikbaar zijn, maar over het algemeen weet de robot zich prima te manoeuvreren rond obstakels zoals stoelpoten. Dankzij de naar buiten draaiende zijborstel én een van de twee dweilpads kan de robot bovendien een breder oppervlak reinigen dan veel concurrerende modellen.

Ook de objectherkenning is van hoog niveau. De L50 Pro Ultra ontwijkt de meeste obstakels op de vloer zonder moeite. Alleen met plattere objecten, zoals kabels of klein speelgoed (denk aan LEGO) heeft hij soms nog wat moeite. Hij zuigt ze meestal niet op, maar kan ze wel aanraken of iets verschuiven. De X50 doet dat nét iets beter, maar het verschil is niet groot genoeg om de L50 op dit punt echt te bekritiseren. Voor optimale resultaten kun je kleine losse spullen het best even van de grond halen voordat de robot aan de slag gaat.

©Wesley Akkerman

Weinig herrie

Er zijn trouwens nog twee punten waarop de Dreame L50 Pro Ultra niet onderdoet voor de X50 Ultra. Het geluidsniveau is om te beginnen verrassend laag. Natuurlijk hoor je dat er een stofzuiger aan het werk is, maar vergeleken met concurrenten in dit segment – en zelfs daarboven – blijft het geluid aangenaam binnen de perken. Op de hoogste stand tikt hij net geen 70 dB aan, wat goed te doen is. Daardoor kun je de L50 gerust aanzetten terwijl je thuis bent en bijvoorbeeld wat in huis rommelt of een verjaardag voorbereidt. Je bepaalt zelf wanneer hij aan de slag gaat.

Ook qua besturing doet de L50 Pro Ultra niet onder voor zijn duurdere broer. Dreame gebruikt namelijk dezelfde app, met exact dezelfde functies als bij de X50. Tijdens het testen merkten we geen enkel verschil in gebruik. Beide modellen bieden dezelfde schoonmaakopties: je stelt eenvoudig in hoeveel water er wordt gebruikt, hoe groot de draaicirkel moet zijn bij het keren en welke schoonmaakstand je kiest (alleen zuigen, alleen dweilen of beide). De robot herkent automatisch tapijt, en dankzij het slimme basisstation heb je nauwelijks omkijken naar onderhoud: de opvangbak wordt automatisch geleegd en het waterreservoir blijft netjes gevuld.

©Wesley Akkerman

Dreame L50 Pro Ultra kopen?

Wat de L-serie van Dreame zo interessant maakt, is de uitstekende prijs-kwaliteitverhouding. De fabrikant brengt regelmatig een bijzonder competitief model op de markt – zo goed zelfs, dat het rechtstreeks concurreert met zijn eigen duurdere broer. Dat klinkt misschien als een luxeprobleem, maar in de praktijk maakt het de keuze juist een stuk eenvoudiger. In dit geval draait het om het ProLeap-systeem: wil je een robot die moeiteloos over vrijwel elke drempel in huis rijdt? Dan is de X50 het model dat je zoekt!

Ben je echter op zoek naar een premium robotstofzuiger die bijna alle functies van het topmodel overneemt, die iets lagere drempels weet te slechten en vind je het geen probleem om optionele accessoires eventueel los aan te schaffen? Dan is de L50 Pro Ultra de slimmere keuze. Hij maakt net zo goed schoon als de X50, beschikt over hetzelfde handige intrekbare LiDAR-systeem en biedt nagenoeg dezelfde gebruikerservaring. Een prijskaartje van 1000 of 1300 euro is hoe dan ook stevig, maar voor dit geld zijn er simpelweg geen betere alternatieven op de markt.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.