ID.nl logo
Review Dreame X50 Ultra Complete - Tilt zichzelf (letterlijk) naar een hoger niveau
© Wesley Akkerman
Huis

Review Dreame X50 Ultra Complete - Tilt zichzelf (letterlijk) naar een hoger niveau

De Dreame X50 Ultra Complete mag dan misschien wel een van de duurste robotstofzuigers van dit moment zijn, het is ook meteen een van de beste. Dat komt door verschillende eigenschappen, waardoor vuil bijna geen kans meer heeft.

Fantastisch
Conclusie

Net zoals een paar maanden geleden bekronen we ook nu Dreame als de beste robotstofzuigermaker van dit moment. De Dreame X50 Ultra Complete lost veel problemen op waar robotstofzuigers in het algemeen vaak (letterlijk) tegenaan lopen en houdt je huis bovendien op-en-top schoon. Ondertussen kijken we uit naar modellen die kunnen traplopen of vuile sokken oppakken (hallo, Roborock), maar tot die tijd is dit het beste model dat je kunt aanschaffen. 1499 euro is weliswaar flink aan de prijs, maar dat is Dreame X50 Ultra Complete dan ook zeker waard.

Plus- en minpunten
  • Intrekbare poten
  • Inschuifbare sensor
  • 20.000 Pa aan zuigkracht
  • Twee borstels
  • Uv-lamp in basisstation
  • Stiller dan ooit
  • Alles wat de X40 Ultra goed doet
  • De prijs
  • Warm dweilen alleen op schema

Je moet van goeden huize komen om de regerend kampioen van de troon te stoten. Sinds medio 2024 was dat wat ons betreft de Dreame X40 Ultra Complete – en alleen Dreame kan daarin zichzelf overtreffen. Niet alleen als het om de prijs-kwaliteitverhouding gaat, maar ook als we kijken naar het aantal functies en mogelijkheden. De Dreame X50 Ultra Complete heeft een adviesprijs van 1499 euro en is daarmee niet duurder dan zijn voorganger tijdens de introductie. Desondanks heeft de fabrikant flink wat nieuwe onderdelen toegevoegd.

In de basis is dit nog altijd een zeer krachtige en uitgebreide robotstofzuiger, die onder meer beschikt over een uitschuifbare borstel en dweil, waardoor plinten en hoeken veel beter meegepakt worden. Ook is er nog altijd een LiDAR-scanner aanwezig voor de navigatie, die op basis van kunstmatige intelligentie tot tweehonderd objecten in huis kan ontwijken. Binnen de app stel je no-go-zones en meer in – wat dat betreft wijkt de ervaring niet af ten opzichte van de voorganger. Maar dan komen we op wat er nieuw is ...

©Wesley Akkerman

Tilt zichzelf op

Voor de recensie willen we ons met name concentreren op de nieuwe elementen, omdat die de ervaring naar een hoger niveau tillen. Letterlijk. Want onderop de robotstofzuiger zitten twee, wat Dreame noemt, intrekbare poten. Die kunnen het systeem tot zes centimeter omhoog tillen, waardoor menig drempel geen obstakel meer vormt. Daar waar tot nu toe alle geteste robotstofzuigers hier in huis stoppen bij de badkamerdrempel, gaat de Dreame X50 Ultra Complete gewoon door.

Je hoeft hier niets voor te doen. Wanneer de Dreame X50 Ultra Complete denkt dat het tijd is om de poten in te zetten, dan doet hij dat uit zichzelf. Vervolgens neemt hij een kleine aanloopt en rijdt zo over de drempel heen. We zijn nog niet zo ver dat de robotstofzuiger de trap oploopt; dat is vooralsnog een futuristisch idee. Maar op deze manier komen we er wel. Drempels herkent het systeem met de slimme camera voorop, dus zorg ervoor dat die zicht houdt op de omgeving. Verder kunnen die poten in elk geval tot dertigduizend keer ingezet worden. Klinkt duurzaam.

©Wesley Akkerman

Uitschuiven en intrekken

Zoals bij veel andere robotstofzuigers, zeker in dit prijssegment, zit er een kleine toren op waar in dit geval een Direct Time of Flight-sensor inzit. Daarmee kan het systeem veel beter diepte inschatten en dus een goede route bepalen. Omdat de sensor uitsteekt, kan dat verhinderen dat de stofzuiger onder allerlei meubelstukken schoonmaakt. Nieuw in dit model is de intrekbare sensortoren, die in de behuizing verdwijnt op het moment dat de Dreame X50 Ultra Complete denkt dat het nodig is. Zo komt hij toch onder menig bank, stoel of kast.

Als je al deze eigenschappen bij elkaar optelt, dan kom je uit op een som die tevredenheid oplevert. Uitschuifbare dweil, uitschuifbaar borsteltje, intrekbare poten en een scanner die in de behuizing verdwijnt – Dreame doet er alles aan om het schoonmaken uit handen te nemen en eventuele moeilijkheden uit de weg te ruimen – moeilijkheden waar veel andere robotstofzuigers wel (letterlijk) tegenaan lopen. Deze Dreame kan die vrijwel overal bij, onder veel meer meubels door en zelfs over hogere drempels heen (mits er ruimte voor de robot is).

©Wesley Akkerman

Onzichtbare verbeteringen

Daarnaast zijn er onzichtbare verbeteringen, die vooral op specificatielijsten goed staan. Zo bedraagt de zuigkracht maar liefst liefst 20.000 Pa en kun je binnen de app kiezen uit een van de vijf reinigingsstanden, waardoor vuil tussen vezels van je tapijt of kleed geen kans meer maakt. Zo luidt althans de belofte, want op dat vlak kan het wat ons betreft altijd beter: we kwamen soms toch nog wat viezigheid tegen in het kleed. Verder is het systeem stiller dan ooit: niet alleen als het om het stofzuigen gaat, maar ook het rijden klinkt nu geruislozer.

Onderop zitten bovendien twee borstels die goed met elkaar samenwerken. De ene borstel doet voornamelijk het schoonmaakwerk, terwijl de andere haren en dergelijk ontwart. In de basis treffen we daarnaast twee uv-lampen aan die bacteriën verwijderen in zowel de moppen als de stofzak. Dat voorkomt nare geurtjes in huis. Dit nieuwe systeem zorgt er verder voor dat je de dweilpads niet handmatig hoeft te wassen, zoals dat bij de voorganger nog wel het geval was.

©Wesley Akkerman

Dreame X50 Ultra Complete kopen?

Een ander groot voordeel ten opzichte van de X40 Ultra Complete is dat de Dreame X50 Ultra Complete nu kan dweilen met warm water. Deze functionaliteit lijkt helaas alleen maar te werken wanneer je een schema instelt; ons is het op een andere manier nog niet gelukt aan de praat te krijgen. Dweilen op zich gaat ongeveer even goed als bij de X40 Ultra, met een minimum aan strepen. Verder navigeert de X50 Ultra complete moeiteloos door het huis (hij heeft geen enkele keer vastgezeten) en biedt de app ontzettend veel opties die je zelf kunt instellen.

Net zoals een paar maanden geleden bekronen we ook nu Dreame als de beste robotstofzuigermaker van dit moment. De Dreame X50 Ultra Complete lost veel problemen op waar robotstofzuigers in het algemeen vaak (letterlijk) tegenaan lopen en houdt je huis bovendien op-en-top schoon. Ondertussen kijken we uit naar modellen die kunnen traplopen of vuile sokken oppakken (hallo, Roborock), maar tot die tijd is dit het beste model dat je kunt aanschaffen. 1499 euro is weliswaar flink aan de prijs, maar dat is Dreame X50 Ultra Complete dan ook zeker waard.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.