ID.nl logo
OnePlus 5 – Vlaggenschip tegen vlaggenschepen
© Reshift Digital
Huis

OnePlus 5 – Vlaggenschip tegen vlaggenschepen

Eén, twee, drie, drie T, vijf. OnePlus houdt er een vreemde manier van tellen op na, omdat vier een ongeluksgetal is in China. Wat niet ongebruikelijk is, is dat de OnePlus 5 de concurrentie wederom op scherp zet met topspecificaties, dubbele camera en een scherpe prijs.

Omdat OnePlus, in tegenstelling tot onder andere Samsung en Apple, altijd voor een scherpe prijs een topsmartphone aanbiedt, noemen ze hun toestellen steevast ‘flagship killers’. Maar de prijs van OnePlus’ smartphone is van zo’n 300 euro ten tijde van het eerste toestel gestegen naar 500 euro (560 voor de luxere variant). Daardoor was ik tijdens de presentatie toch wel een tikje teleurgesteld. Kun je zo’n toestel nog wel een vlaggenschipbestrijder noemen als je je toestel in de hoogste prijsklasse tilt? Hoe dan ook, de OnePlus 5 gaat meer dan tevoren een nek-aan-nekrace aan met de vlaggenschepen van Samsung, Apple, Sony, LG, HTC en Huawei.

Op het gebied van specificaties zit dat wel snor: de Snapdragon 835-processor is een van de krachtigste smartphoneprocessors van het moment. Er zijn twee uitvoeringen, een met 64GB opslagruimte en zes gigabyte aan werkgeheugen en een variant die zestig euro meer kost die 128GB en acht gigabyte (!) werkgeheugen aan boord heeft. De hoeveelheid werkgeheugen is wel een tikje overdreven. Zelf ben ik met vier gigabyte nog nooit tekortgekomen, zelfs niet als ik een smartphone het vuur aan de schenen leg. De hoeveelheid werk- en opslaggeheugen is in ieder geval prettig voor wie veel apps gebruikt. De hoeveelheid opslaggeheugen is echter niet met een geheugenkaart uit te breiden, wel valt er een extra simkaart te plaatsen. Dat is een beetje gek, veel smartphones bieden juist ruimte voor een geheugenkaart óf een tweede simkaart.

Veel apps open hebben, houdt ook in dat je meer energie verbruikt. Daar wringt de schoen wel een beetje.

-

©PXimport

Accu

Maar veel apps open hebben, houdt ook in dat je meer energie verbruikt. Daar wringt de schoen wel een beetje, want de 3.300 mAh-grote accu geeft je niet echt de beste accuduur. Ik heb soms wel moeite om de dag door te komen, vooral als ik m’n VPN aan heb staan en via bluetooth verbonden ben met een sportarmbandje. Dat is wel even anders dan de Zenfone Zoom S van Asus, die ongeveer hetzelfde prijskaartje heeft. Op de accuduur na legt deze smartphone het echter op alle fronten af van de OnePlus 5.

Gelukkig weet OnePlus het leed redelijk te verzachten met Dash Charge: een speciale oplader die het toestel via z’n usb-c-poort razendsnel oplaadt. Je moet echter wel een speciale Dash Charge-oplader bij je dragen. Overigens laadt de smartphone natuurlijk ook gewoon op via alle andere usb-c opladers, maar dan wat minder snel.

Licht metaal

De bouwkwaliteit geeft het toestel ook de uitstraling die de andere toptoestellen als de Huawei P10 en iPhone 7 Plus hebben, die ook een metalen afwerking hebben. Op de afbeeldingen die OnePlus tijdens de aankondiging gebruikte leek de OnePlus wel heel erg op de iPhone 7 Plus, maar dan gewoon met koptelefooningang. Wanneer ik het toestel voor het eerst in handen kreeg verminderde deze indruk gelukkig een beetje. Het toestel is namelijk aan de achterkant rond afgewerkt en ondanks dezelfde schermgrootte van 5,5 inch (14 cm) is het toestel een stuk compacter door z’n dunnere schermranden.

De metalen achterkant zorgt ervoor dat het toestel niet zo’n enorme vingerafdrukmagneet is, maar voelt eveneens erg licht, stevig en hoogwaardig. Aan de achterkant prijkt een dubbele camera, terwijl aan de voorkant de vingerafdrukscanner is bevestigd. Deze scanner is tevens de home-knop, maar het is wel wat onwennig dat hij zich niet laat indrukken.

Aan de linkerbovenzijkant zit een schuifknopje om het geluidsprofiel op aan, uit of niet storen te zetten. Hoewel het knopje ook al op de OnePlus 3 zat is het ook wel een beetje afgekeken van de iPhone. Bovendien vond ik het persoonlijk niet echt een verrijking voor het toestel omdat het schuifknopje in m’n broekzak wel eens versprong.

©PXimport

©PXimport

Scherm

In het toestel zit, net als zijn voorgangers, een 5,5-inch (14 cm) full HD-scherm. Met de wat teleurstellende accuduur in het achterhoofd is deze resolutie de juiste keuze geweest en als je je smartphone niet voor VR gebruikt is het verschil ook nauwelijks waarneembaar. Het scherm is groot, maar het formaat van de OnePlus 5 valt echter binnen de perken door dunne schermranden en dunne bouw. De plaatsing van de vingerafdrukscanner onder het scherm maakt het toestel wel wat langwerpiger, maar de scanner op deze plaats werkt nou eenmaal het natuurlijkst.

De schermkwaliteit is ook om over naar huis te schrijven. Vooral de kleurweergave is heerlijk. Vooral als je in de goede lichtomstandigheden kleurige foto’s hebt geschoten (ik vertel zo over de camera), dan komen de kleuren ontzettend natuurgetrouw over. Dat is anders dan bijvoorbeeld de Samsung Galaxy S8, die de neiging heeft kleuren wat te overdrijven. Omdat het een amoledscherm is, wordt zwart echt diepzwart weergegeven, waardoor er nauwelijks overgang te zien is tussen het zwarte toestel zelf en het scherm. Indrukwekkend.

Wanneer ik in fel zonlicht stond had de OnePlus 5 wel wat moeite om het scherm voldoende te verlichten om alles goed te kunnen aflezen.

©PXimport

Dubbelziend

Alleen al op papier is de camera indrukwekkend. Niet alleen is er dus een dubbele camera op de achterkant aanwezig, 16 en 20 megapixel, een diafragma van f/1.7 (en f/2.6) en pixelgroottes van 1.12 en 1 µm zijn om mee op te scheppen. Twee goede lenzen is op papier leuk, maar het is nog best lastig om deze softwarematig goed samen te laten werken. Huawei steekt in samenwerking met Leica ontzettend veel geld en onderzoek in de werking van de dualcam. Apple heeft zich er op verkeken waardoor een portretmodus die de achtergrond vervaagt pas maanden later via een update verscheen en de Zenfone die ik onlangs testte verslikte zich af en toe, waardoor delen niet op de juiste plek stonden, alsof er iemand in een panorama bewoog.

De dubbele camera van de OnePlus 5 is goed afgesteld en schiet prachtige foto’s, waarbij veel kleur en detail zichtbaar is. De camera’s worden net als bij de iPhone 7 Plus ingezet om een soort optische zoom mogelijk te maken, door een groothoeklens en een kleinere lens te gebruiken. De zoom-knop wisselt van weergave. Toch is de OnePlus 5 op cameragebied geen flagship-killer. Wanneer de camera in donkerdere omgevingen of buiten bij bewolking zijn werk moet doen is er te veel ruis en onscherpte.

De twee lenzen zijn behoorlijk verschillend als je kijkt naar het aantal megapixel, diafragma en pixelgrootte. Toch zijn er weinig verschillen waarneembaar wanneer ik de groothoek en de zoomlens inzet. Het lijkt er dus op dat OnePlus het wel goed voor elkaar heeft de twee lenzen optimaal samen te laten werken. Maar ondanks dat moeten ze toch hun meerdere erkennen in de vlaggenschepen van HTC, Samsung, Apple, et cetera.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Adembenemend goed

Wat de OnePlus 5 voor mij echter een van de meest prettige smartphones maakte om uit te testen was de manier waarop OnePlus Android 7.1 onder handen neemt. Of beter gezegd, vrijwel niet onder handen neemt. De Android-skin Oxygen OS kent geen overbodige bloatware en kent geen ingrijpende veranderingen in Android, sterker nog, je hebt meer mogelijkheid om alles naar je eigen smaak in te richten. Android komt volledig tot bloei. Het overzichtsscherm dat verschijnt als je het startscherm naar rechts veegt (waar andere fabrikanten Google Now, Bixby en dergelijke plaatsen) is een overzichtelijke lijst die je verticaal kan scrollen en ook widgets in kwijt kunt. Handig!

Normaliter ben ik tijdens het testen van smartphones geneigd om Nova Launcher te installeren om het toestel toch nog een beetje het gevoel van Android terug te geven. De OnePlus 5 is hierop een uitzondering, en dat is een heel groot pluspunt.

©PXimport

Android komt volledig tot bloei.

-

Conclusie

De OnePlus 5 is niet de flagship-killer die het was ten tijde van de eerste OnePlus-smartphone. Daarvoor is de prijs simpelweg te hoog, 500 (of 560) euro valt eigenlijk gewoon in de vlaggenschip-prijsklasse. De OnePlus 5 is echter wel een geduchte vlaggenschip-concurrent te noemen. De bouwkwaliteit is indrukwekkend (hoewel ik waterdichtheid mis), Oxygen OS laat Android tot bloei komen, het scherm is beeldig en de specificaties uitmuntend. 8GB RAM en 128GB opslagruimte biedt veel speelruimte voor veel, heel veel apps. Toch rijmt de wat kleinere batterij hier niet mee. Dat is wel jammer. Ook van de camera had ik meer verwacht. Deze moet in lastige lichtomstandigheden toch zijn meerdere erkennen in de andere vlaggenschepen.

Uitstekend
Conclusie

**Prijs** € 499,- / € 559,- **Kleur** Grijs / Zwart **OS** Android 7.1 **Scherm** 5,5 inch amoled (1920x1080) **Processor** 2,45 GHz octacore (Qualcomm Snapdragon 835) **RAM** 6GB / 8GB **Opslag** 64 GB / 128 GB **Batterij** 3.300 mAh **Camera** 16 en 20 megapixel dualcam (achter), 16 megapixel (voor) **Connectiviteit** 4G (LTE), Bluetooth 4.1, wifi, gps **Formaat** 15,4 x 7,4 x 0,7 cm **Gewicht** 153 gram **Overig** Vingerafdrukscanner, usb-c, dualsim **Website**

Plus- en minpunten
  • Oxygen OS
  • Scherm
  • Snel
  • Bouwkwaliteit
  • Dashcharge
  • Geen geheugenkaartslot
  • Niet waterdicht
  • Accuduur
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.