ID.nl logo
Schakelende voedingen: efficiëntie op de vierkante centimeter
© Reshift Digital
Huis

Schakelende voedingen: efficiëntie op de vierkante centimeter

Tot zo’n beetje halverwege de jaren tachtig van de vorige eeuw was voor thuisgebruik eigenlijk alleen de klassieke netvoeding beschikbaar. Met de opkomst van de pc en later ook mobiele apparaten veranderde dat razendsnel. Schakelende voedingen zijn nu de norm. Maar waarom?

Eerst een stukje theorie wat netvoedingen betreft. Standaard werkt het overgrote deel van de kleine elektronica in huis niet op de 230 Volt netspanning; een wisselspanning met een frequentie van 50 Hz. Het gaat altijd om (veel) lagere gelijkspanningen. Vanaf een paar Volt zelfs. Om van die netspanning een veilige laagspanning te maken is in ieder geval een transformator nodig. Niet alleen brengt deze de spanning omlaag, maar zorgt ook voor een galvanische (ofwel elektrische) scheiding tussen de levensgevaarlijke netspanning en de gewenste laagspanning. Een transformator bestaat in z’n eenvoudigste vorm uit twee spoelen waarin een ijzerpakket is gebouwd. Aan de primaire kant wordt de netspanning aangesloten. Doordat deze spoel een magneetveld opwekt, werkt de andere – secundaire - spoel als een soort van dynamo. Ofwel: deze wekt spanning op. De hoogte van de spanning is afhankelijk van de verhouding tussen de wikkelingen van de primaire en secundaire spoel. Stel je hebt een primaire spoel met 3000 wikkelingen en een secundaire met 300. Dan is de verhouding 3000 : 300, ofwel de spanning wordt met een factor 10 verlaagd: 230 / 10 = 23 Volt. Met een beetje simpel rekenwerk kun je zo allerlei spanningen realiseren. Overigens: omhoog transformeren kan óók, maar zie je tegenwoordig niet heel veel meer in apparatuur voor thuis. Vroeger, in de tijd van de buizenradio en beeldbuis-tv was dat omhoog transformeren veel meer gemeengoed.

Gelijkrichten en afvlakken

We zijn er nog niet. We hebben nu een keurige laagspanning. Echter: het betreft hier een wisselspanning met een frequentie van 50 Hz. Dat is hoe de netspanning op de primaire spoel wordt aangeleverd (een transformator werkt alleen met wisselspanning!). Het overgrote deel van de elektronische apparatuur vereist gelijkspanning. Kortom: de wisselspanning moet gelijkgericht worden. Dat kan eenvoudig met een zogeheten bruggelijkrichter, bestaande uit een viertal diode’s (vaak in één elektronisch onderdeel samengebouwd). Is die klus geklaard, dan hébben we weliswaar een gelijkspanning, maar wel een heel bobbelige, bestaande uit halve sinusvormige spanningspulsen. Om daar een mooie, vlakke gelijkspanning van te maken wordt een condensator over de gelijkrichter heen geplaatst. Deze condensator houdt lading (kort) vast, zie het maar als een soort van batterij met een heel korte laad- en ontlaadtijd. Het resultaat: een netjes afgevlakte gelijkspanning. Vervolgens volgt veelal nog een elektronische schakeling die de spanning precies op de gewenste uitgangsspanning houdt, bijvoorbeeld 5 Volt. Ziedaar: het aloude principe van de lineaire voeding.

Meer vermogen, grotere transformatoren

An sich werkt die truc prima en was dan ook decennialang dé standaard voor het beschikbaar maken van laagspanningen voor elektronische apparaten. Nadelen zijn er ook. Ten eerste groeien transformatoren snel al naar gelang er meer vermogen nodig is. Een standaard pc ‘trekt’ al gauw 600 Watt of meer, verdeeld over diverse uitgangsspanningen. Dat zou een enorme en loodzware transformator opleveren. Ook de condensatoren na de gelijkrichter zouden gigantische capaciteiten (en dus afmetingen) moeten hebben. Dergelijke voedingen zag je vroeger wel eens in een mainframe-computer. Veelal was het dan een aparte, zware kast met daarin een grote transformator en een arsenaal aan grote condensatoren. Een laatste nadeel van lineaire voedingen is, dat de efficiëntie te wensen over laat. Veel gaat verloren in de vorm van warmte.

©PXimport

Frequentie omhoog

Nu is het zo, dat transformatoren efficiënter worden al naar gelang de frequentie stijgt. Kortom: als je de frequentie verhoogt alvorens de wisselspanning de transformator in gaat biedt dat voordelen. Gangbaar voor dit soort schakelende voedingen is een frequentie ergens tussen de 20 kHz en 2 MHz. Om een wisselspanning met die frequentie te realiseren, wordt eerst de netspanning direct gelijkgericht. De hoge resulterende spanning wordt door een oscillator gebruikt om een wisselspanning met een frequentie van ergens tussen die genoemde 20 kHz en 2 MHz op te wekken. Die wisselspanning gaat vervolgens een transformator – met nu lekker bescheiden afmetingen – in. Daarna wordt de zaak (weer) gelijkgericht en afgevlakt. Dankzij de hoge frequentie van de wisselspanning is nu maar een relatief bescheiden condensator nodig. Vaak zie je verder dat de oscillator voor de transformator via het spanningsstabilisatiecircuit wordt aangestuurd. Het levert een ongelooflijk efficiënt geheel op meet een hoog rendement. Mits goed uitgevoerd.

Veiligheid

In dat laatste zinnetje hierboven zit ‘m de kern van het probleem. Je hebt vast al gemerkt dat je een schakelende voeding (in de vorm van bijvoorbeeld een telefoonlader) voor een paar Euro op eBay, bij AliBaba of de Action kunt kopen. Terwijl een merklader van bijvoorbeeld Apple, Samsung of Sony beduidend meer kost. Dat heeft alles te maken met kwaliteit en veiligheid. Bij de ultragoedkope adapters is veelal alleen de allernoodzakelijkste elektronica ingezet om een min of meer stabiele uitgangsspanning te realiseren. Vaak is bezuinigd op filters, met als gevolg dat die goedkope adapters verschrikkelijk storen op bijvoorbeeld aangesloten apparatuur, maar ook radio’s en dergelijke in de omgeving. Ernstiger is, dat de gemiddelde Chinese wegwerp-fabrikant het onderwerp veiligheid vaak volledig negeert. En dat bijvoorbeeld geen of niet voldoende scheiding is aangebracht tussen onderdelen die hoog- en laagspanning voeren. Met telkens weer trieste verhalen tot gevolg. Elektrocutie in de badkamer komt nog altijd te vaak voor. Daar zal je geen last van hebben met een correct, veilig en gecertificeerd opgebouwde adapter. Maar een goedkope Chinees kan zomaar de volle netspanning op een van de pinnen van je laadplug hebben staan. Merk je niks van, totdat je én je ladende telefoon én een geaard onderdeel in huis (verwarming, kraan, vol bad) aanraakt. Of je ladende mobiel in het bad laat vallen. Dan gaat het ineens gruwelijk mis.

©PXimport

Goedkoop is duurkoop

Ook zijn de supergoedkope laders vaak ondergedimensioneerd. Hetgeen betekent dat ze ofwel snel warm worden, ofwel een korte levensduur hebben (of allebei). Goedkoop is duurkoop, geldt ook nu maar weer eens. Ja, een merklader is duurder. Maar ook significant veiliger in alle opzichten. Betaal liever twee of drie tientjes voor een veilige lader die de rest van je leven meegaat (de USB-exemplaren zijn voor van alles en nog wat te gebruiken!) dan voor een el cheapo lader van onduidelijke herkomst. Tenzij je van spelletjes als Russisch Roulette houdt.

En die ‘oude’ netvoeding?

Is die klassieke netvoeding nu helemaal verleden tijd? Nee, want dat ding heeft ook zo z’n specifieke voordelen. Een nadeel van schakelende voedingen is dat ze (hoogfrequent) ruis introduceren. Dat stoort op bijvoorbeeld hifi-apparatuur en allerhande andere meer gevoelige elektronica. Nu is die ruis wel weg te filteren, maar dat vergt weer extra elektronica. En op een gegeven moment bereik je een omslagpunt waarbij dat economisch niet meer lonend is. Vandaar dat je in die genoemde hifi-apparatuur nog heel vaak klassieke, niet-schakelende voedingen aantreft. De uitgangsspanning van een dergelijke voeding is – mits goed ontworpen natuurlijk – vrij van HF-ruis en andere hoogfrequente storingen. Voor heel specifieke toepassingen blijft die ‘oude’ voeding dus nog gewoon in gebruik.

©Aleksandr Stepanov

▼ Volgende artikel
CES 2026: LG OLED evo W6 Wallpaper TV is 9 mm dun en is 'true wireless' met Zero Connect Box
© LG
Huis

CES 2026: LG OLED evo W6 Wallpaper TV is 9 mm dun en is 'true wireless' met Zero Connect Box

LG heeft op CES 2026 de OLED evo W6 aangekondigd: een nieuwe versie van zijn Wallpaper TV die ongeveer 9 millimeter dun is en vrijwel vlak tegen de muur kan hangen. Aansluitingen zoals HDMI zitten niet meer in het scherm, maar in een losse Zero Connect Box die je tot 10 meter verderop kunt plaatsen; beeld en geluid gaan daarna draadloos naar de tv.

View post on TikTok

LG grijpt met de W6 terug op het 'Wallpaper Design' dat het in 2017 introduceerde. Het idee is dat de tv zo min mogelijk uitsteekt en van rand tot rand vlak tegen de muur hangt. Volgens LG is dat gelukt door interne onderdelen te verkleinen en de opbouw van het toestel opnieuw te ontwerpen. De wandbeugel is daarbij aangepast om de tv strakker tegen de muur te laten zitten.

Het 'true wireless'-deel zit in die Zero Connect Box. Daar sluit je al je bronnen op aan, terwijl de tv zelf zo leeg mogelijk blijft. LG zegt dat de draadloze verbinding 4K-video en audio naar het scherm stuurt zonder zichtbaar kwaliteitsverlies. In de praktijk is dit vooral interessant als je geen kabelbundel naar de tv wilt of als je apparatuur liever in een kast zet, bijvoorbeeld een spelcomputer of settopbox.

Naast het ontwerp zet LG ook in op beeldkwaliteit. Het bedrijf spreekt over een nieuw beeldpakket met 'Hyper Radiant Color Technology'. Dat moet dat zorgen voor diep zwart, felle kleuren en een hogere helderheid, terwijl reflecties op het scherm juist worden teruggedrongen.

De beeldverwerking komt van de nieuwe α (Alpha) 11 AI Processor Gen3. LG stelt dat de neurale rekenkracht in deze generatie flink is toegenomen en dat een 'Dual AI Engine' twee taken tegelijk kan uitvoeren: ruis verminderen én detail behouden. Dat moet vooral helpen bij gecomprimeerde streams en oudere content, waar tv's soms óf te veel gladstrijken óf juist onnatuurlijk scherpte toevoegen.

Ook op gaming mikt LG nadrukkelijk. De W6 en de andere 2026 OLED evo-modellen ondersteunen 4K met een verversingssnelheid tot 165 Hz, samen met NVIDIA G-SYNC Compatible en AMD FreeSync Premium om tearing te beperken. Verder zijn Auto Low Latency Mode en een opgegeven pixelresponstijd van 0,1 ms aanwezig, wat vooral belangrijk is als je snel bewegende games speelt en zo weinig mogelijk vertraging wilt.

Aan de softwarekant blijft webOS het platform, met extra personalisatie. Via Voice ID kan de tv herkennen wie er praat en schakelt hij naar een persoonlijke startpagina met bijbehorende apps en widgets. LG integreert daarnaast AI-functies met onder meer Google Gemini en Microsoft Copilot, zodat je vragen kunt stellen of extra context kunt opvragen zonder de app te verlaten. Met de nieuwe optie 'In This Scene' kun je bijvoorbeeld informatie over acteurs en gerelateerde content oproepen.

Wie de tv ook als 'scherm aan de muur' wil gebruiken, heeft toegang tot LG Gallery+. Dat is een dienst die de tv afbeeldingen laat tonen, van kunst en video-stills tot eigen foto's en beelden die je met generatieve AI maakt. LG zegt dat er ruim 4.500 visuals beschikbaar zijn en dat de dienst op meer modellen in de 2026-line-up uitrolt, niet alleen op de W6.

Wanneer de LG OLED evo W6 precies op de markt komt, in welke formaten en wat de prijzen gaan worden is nog niet bekend.

©LG

 Bekijk alle televisies van LG op Kieskeurig.nl

▼ Volgende artikel
Wat is HDMI eARC en waarom is het onmisbaar voor de beste geluidskwaliteit?
© ER | ID.nl
Huis

Wat is HDMI eARC en waarom is het onmisbaar voor de beste geluidskwaliteit?

Voor de ultieme bioscoopervaring thuis is geluid minstens zo belangrijk als scherp beeld. Om die reden kom je op veel moderne televisies en soundbars tegenwoordig de term eARC tegen. Het zou een onmisbare schakel voor je nieuwe apparatuur zijn, maar is dat ook zo? We scheiden de marketing van de feiten, zodat je precies weet of deze upgrade voor jou noodzakelijk is.

Wie onlangs een nieuwe televisie of soundbar heeft aangeschaft, is de term ongetwijfeld op de aansluitingen tegengekomen: HDMI eARC. Deze technologie belooft een superieure luisterervaring en meer gebruiksgemak, maar de technische details zijn niet altijd direct even duidelijk. In dit artikel leggen we uit wat enhanced Audio Return Channel (want daar staat de afkorting voor) precies doet, wat het verschil is met de oudere standaard en wanneer deze functie voor jou interessant is.

De evolutie van ARC naar eARC

Om te begrijpen wat eARC is, moeten we eerst kijken naar de voorganger. ARC, oftewel Audio Return Channel, maakte het jaren geleden mogelijk om via één HDMI-kabel zowel beeld als geluid te versturen tussen je televisie en een receiver of soundbar. Er waren niet langer extra optische kabels nodig en het zorgde er bovendien voor dat je het volume van je audiosysteem met de afstandsbediening van de tv kon bedienen.

eARC is de enhanced oftewel verbeterde versie van deze techniek. De grootste vooruitgang zit 'm in de bandbreedte en de snelheid waarmee audiosignalen worden verstuurd. Waar de oude standaard zich nog weleens kon verslikken in de hoeveelheid data die tegelijkertijd door de kabel werd gestuurd, zet de nieuwe versie de sluis volledig open voor moderne audioformaten.

Populaire merken voor soundbars met eARC

Wanneer je op zoek bent naar audioapparatuur die HDMI eARC volledig benut, zijn er enkele fabrikanten die vooroplopen in de markt. Een van de bekendste spelers is Sonos, dat met zijn premium soundbars naadloos integreert in moderne huishoudens en veel nadruk legt op gebruiksgemak via eARC. Voor wie liever een traditionele receiver wil, biedt Denon al jarenlang betrouwbare en geavanceerde modellen die ondersteuning bieden voor de nieuwste audioformaten. Ook Samsung en LG zijn prominente spelers; zij ontwikkelen soundbars die specifiek ontworpen zijn om perfect samen te werken met hun eigen televisies, vaak met unieke functies die de luidsprekers van de tv en de soundbar combineren. Tot slot is JBL een sterke keuze voor consumenten die op zoek zijn naar een fijne prijs-kwaliteitverhouding en een diepe integratie met zowel films als gaming-consoles.

'Lossless' geluid voor de thuisbioscoop

Het belangrijkste voordeel van deze verhoogde bandbreedte is de mogelijkheid om ongecomprimeerd (ook wel lossless geheten) geluid te versturen. De originele ARC-aansluiting moet het geluidssignaal vaak comprimeren om het door de kabel te krijgen, wat resulteert in kwaliteitsverlies. Bij eARC is dat niet langer nodig.

Hierdoor kun je genieten van audioformaten zoals Dolby TrueHD en DTS-HD Master Audio. Dat is vooral relevant voor liefhebbers van ruimtelijk geluid. Object-gebaseerde formaten zoals Dolby Atmos en DTS:X komen pas echt tot hun recht via een eARC-verbinding, omdat de hoogte- en diepte-effecten zonder compressie veel nauwkeuriger kunnen worden weergegeven. Je hoort het geluid precies zoals de regisseur het in de studio heeft bedoeld.

©Proxima Studio

Wanneer heb je eARC echt nodig?

Niet elke gebruiker heeft direct profijt van deze upgrade. Als je voornamelijk naar het journaal kijkt of net zo lief gebruikmaakt van de ingebouwde speakers van de televisie, is de meerwaarde verwaarloosbaar. De technologie wordt echter onmisbaar wanneer je investeert in een hoogwaardige soundbar of surround-set en content van hoge kwaliteit consumeert. Denk hierbij aan het kijken van 4K Blu-rays of het streamen van films via diensten als Netflix en Disney+ die Dolby Atmos ondersteunen.

Daarnaast is het voor gamers met een PlayStation 5 of Xbox Series X een belangrijke toevoeging, omdat het zorgt voor een ideale samenwerking tussen beeld en geluid – zonder vertraging. Een bijkomend voordeel van de nieuwe standaard is namelijk een verplichte correctie voor 'lip-sync', waardoor beeld en geluid altijd perfect gelijk lopen.

Benodigde apparatuur en kabels

Om gebruik te kunnen maken van deze functionaliteit, moet de gehele keten van apparatuur de standaard ondersteunen. Dat betekent dat zowel je televisie als je audiosysteem over een HDMI eARC-aansluiting moeten beschikken. Meestal is dat hardware die HDMI 2.1 ondersteunt. Ook de bekabeling speelt een rol. Hoewel sommige oudere HDMI-kabels met ethernet de signalen kunnen verwerken, wordt voor de zekerheid een 'Ultra High Speed' HDMI-kabel aangeraden.

Wanneer je zeker weet dat al je apparatuur compatibel is, hoef je in de meeste gevallen niets in te stellen; de apparaten herkennen elkaar automatisch en kiezen de hoogst mogelijke geluidskwaliteit.