ID.nl logo
Chromecast met Google TV – Slimme Google-televisie
© Reshift Digital
Huis

Chromecast met Google TV – Slimme Google-televisie

Het heeft even geduurd, maar de nieuwste Chromecast is eindelijk officieel in Nederland verkrijgbaar. De Google Chromecast met Google TV was al via omweggetjes te koop, maar met de officiële Nederlandse versie worden ook Nederlandse apps en diensten ondersteund. Is de Chromecast met Google TV een waardig opvolger voor de Chromecast Ultra? Je leest het in deze review.

Laten we wel zijn: als je al beschikt over een Chromecast Ultra en een televisie met een fatsoenlijk besturingssysteem, is de nieuwe Chromecast geen gadget die je per se moet hebben. Voor mensen met een wat oudere televisie is de Chromecast juist wel uitermate geschikt: zoals de naam al zegt komt het apparaat met een voorgeïnstalleerde versie van Google TV, een speciale versie van Android TV. Zo wordt de Chromecast het werkpaard, en hoeft je tv alleen maar scherm te zijn. 

Installatie

Google staat bekend om zijn snelle, simpele integraties met andere tools, en de Chromecast met Google TV is daar het perfecte voorbeeld van. Nadat je de Chromecast in de HDMI-poort van je televisie hebt geplugd, is de installatie er een uit het boekje: verbinden met het wifi-netwerk is een makkie en inloggen op je Google-account gaat vrijwel automatisch. Eenmaal aangekomen bij het hardware-gedeelte hoef je slechts het merk van je televisie en soundbar in een lijst te selecteren. Daarna heb je je oude afstandsbedieningen eigenlijk niet meer nodig. Binnen een paar minuten loop je door het hele installatieproces heen.

Ook het installeren van apps werkt simpel: vooraf kun je in een lijst aangeven welke apps je wil downloaden. Ook kun je de volgorde van apps op je thuisscherm bepalen, en niet-gebruikte apps verwijderen. 

Apps

De Chromecast met Google TV werkt met alle standaard streaming-apps: Netflix, Amazon Prime, Disney+ en HBO Max, net als Googles eigen diensten als YouTube en Stadia. Ook muziek-apps als Spotify, Deezer, Tidal en Apple Music zijn aanwezig. 

Nu de nieuwe Chromecast ook officieel op de Nederlandse markt verschijnt, worden ook diensten als NPO Start, NLZiet, Ziggo Go, RTL XL en Videoland ondersteund, een grote verbetering ten opzichte van de onofficiële versie. Sportliefhebbers kunnen hun lol op met F1 TV, Viaplay en Eurosport Player. De volledige lijst apps vind je op de website van Google

©PXimport

Het gemak van inloggen bij de apps wisselt een beetje. Soms is een QR-code scannen genoeg, soms moet je handmatig je inloggegevens invullen, wat een beetje onhandig is. Eenmaal ingelogd is dat geen probleem meer. 

Assistent en Google Home

Als je een Nest Home-speaker hebt staan, is de Chromecast ook makkelijk in je slimme huis te integreren. Via de Google Home-app op je smartphone is het een fluitje van een cent om de Chromecast toe te voegen. Daarna kun je via de app of met stemcommando’s muziek afspelen, video’s bekijken, series zoeken of je tv aan- en uitzetten.

Ook de Assistent-knop op de afstandsbediening werkt naar behoren, al voelt het een beetje nutteloos om daar een hardwarematige knop voor te hebben, helemaal als je al een slimme speaker hebt. De optie zit echter niet in de weg, en als je liever niet wil dat je speaker de hele dag meeluistert, is een fysieke knop wel een handig alternatief. 

Afstandsbediening

De Chromecast met Google TV is de eerste Chromecast met een eigen afstandsbediening – of afstandsbedieninkje, want groot is-ie niet. Daarop vind je een aan/uitknop, navigatieknoppen, volumeregeling, een knop voor de Google Assistent en sneltoetsen voor YouTube en Netflix. Het was fijn geweest als je die laatste twee naar wens kon aanpassen, maar die mogelijkheid is er helaas niet. 

De volumeknoppen zitten aan de zijkant van het apparaatje, wat een beetje een vreemde keuze is: je moet de afstandsbediening anders vastpakken om het volume te regelen. Overigens kun je dat natuurlijk ook gewoon nog met de afstandsbediening van je televisie of soundbar doen. De afstandsbediening werkt op twee meegeleverde AAA-batterijen. 

©CIDimport

Beeldkwaliteit en snelheid

Net als de Ultra ondersteunt de Chromecast met Google TV beeld op 4K Ultra HD-kwaliteit, al moet je televisie dat zelf natuurlijk wel aankunnen. Ook HDR wordt ondersteund. Op het gebied van audio werkt de Chromecast met Dolby Atmos en Dolby Digital.

Tijdens de testperiode hebben we op geen enkel moment een haperende stream of mindere beeldkwaliteit gezien. Zelfs na de installatie van een nieuw modem was de Chromecast nog gewoon met het netwerk verbonden. De interface zelf is beduidend rapper dan veel televisiebesturingssystemen. 

Conclusie

De Chromecast met Google TV is de perfecte oplossing voor mensen met een iets minder slimme televisie. De installatie is simpel, de interface is snel en logisch, en de beeldkwaliteit is goed. Het helpt als je al wat Google-hardware en -software gebuikt, maar dat is geen absolute must. De afstandsbediening is een fijne toevoeging ten opzichte van de Chromecast Ultra, al hadden de volumeknoppen op een logischere plek mogen zitten. 

Wil je voor niet al te veel geld van je televisie een écht slimme tv maken die alle bekende streaming-apps ondersteunt, dan is de Google Chromecast met Google TV het ideale apparaat. 

Fantastisch
Conclusie

**Adviesprijs** € 69,99 **Kleur** Wit **OS** Google TV **Aansluitingen** Usb-c (Chromecast), HDMI (televisie) **Beeldkwaliteit** 4K Ultra HD, 60 fps **Formaat** 2,4 x 16,2 x 0,5 cm

Plus- en minpunten
  • Betaalbaar
  • Simpele installatie
  • Werkt met alle bekende streamingdiensten
  • Volumeknoppen op afstamdsbediening
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.