ID.nl logo
Zijn zonnepanelen in 2024 nog wel de moeite waard?
© (c) Alessandro Terranova
Energie

Zijn zonnepanelen in 2024 nog wel de moeite waard?

Is het nog wel slim om in 2024 zonnepanelen te kopen? Het is een vraag die veel mensen zullen stellen nu steeds meer energieleveranciers terugleverkosten in rekening brengen en de salderingsregeling vanaf 2027 in één keer verdwijnt. We leggen je uit of het vandaag de dag nog de moeite waard is om in zonnepanelen te investeren.

In dit artikel vertellen we je: 🟡 Welke impact het wegvallen van de salderingsregeling zal hebben op de terugverdientijd. 🟡 Wat terugleverkosten betekenen voor de terugverdientijd van zonnepanelen. 🟡 Waarom zonnepanelen nog altijd een goede investering kunnen zijn in 2024.

Lees ook: Hoe verbruik je zelf meer van je eigen zonnestroom?

Salderingsregeling

Het nieuwe kabinet is van plan om de salderingsregeling in één keer af te schaffen. Dat moet per 1 januari 2027 gebeuren, blijkt uit de budgettaire bijlage die in mei gepubliceerd werd. Dit is zelfs sneller dan het eerdere plan van demissionair minister Rob Jetten van Klimaat om de regeling geleidelijk af te bouwen tot 2031. Afgelopen februari stemde de Eerste Kamer nog tegen het afschaffen van de regeling. Het is niet bekend waarom de coalitie van PVV, NSC, VVD en BBC de salderingsregeling alsnog willen stopzetten.

Eigenaren van zonnepanelen kunnen vanaf 2027 niet langer hun teruggeleverde zonnestroom wegstrepen tegen hun verbruik. Wie nu 3.500 kWh opwekt en 3.000 kWh verbruikt, hoeft maar 500 kWh aan stroom te betalen. Als de salderingsregeling volledig vervalt, krijgen zonnepaneeleigenaren nog wel een vergoeding voor het terugleveren van stroom aan het net, al zal dit tarief doorgaans lager zijn dan wat je betaalt voor het afnemen van stroom van het net. 

Ook interessant: Is mijn dak geschikt voor zonnepanelen?

Terugleverkosten

Sinds Vandebron vorig jaar als eerste energieleverancier begon met het in rekening brengen van terugleverkosten, hebben veel leveranciers dat voorbeeld gevolgd. Inmiddels moeten ook klanten van grote aanbieders zoals Eneco, Vattenfall en Essent aan de terugleverkosten geloven. De energieleveranciers doen dit omdat huishoudens die stroom terugleveren de bedrijven te veel geld kosten. Huishoudens betalen in veel gevallen een toeslag van rond de 20 euro per maand.

Eigenlijk brengen vrijwel alle energiemaatschappijen wel op een of andere manier extra kosten in rekening aan zonnepaneeleigenaren. Bij sommige bedrijven gaat het om kosten op basis van de hoeveelheid stroom die je teruglevert, maar bij andere betaal je bijvoorbeeld een hoger leveringstarief. Ondertussen wordt het door het oerwoud aan extra kosten voor consumenten steeds lastiger om energietarieven te vergelijken. De terugleverkosten of andere tariefverhogingen zorgen ervoor dat mensen wel twee keer nadenken voordat ze zonnepanelen aanschaffen. Want, is die investering nog wel de moeite waard? 

Lees ook: Bij deze energieleveranciers betaal je voor het gebruik van zonnepanelen

©Cristina Villar Martin | Ladanife

Geïnteresseerd in zonnepanelen?

Krijg gratis en vrijblijvend advies

Zonnepanelen zijn in 2024 nog steeds rendabel

Wie op dit moment geen zonnepanelen op zijn dak heeft liggen, betaalt waarschijnlijk ergens tussen de 750 en 1250 euro per jaar aan stroom bij een gemiddeld verbruik van 3.500 kWh per jaar. Als je met hetzelfde gebruik wél zonnepanelen hebt én 3.500 kWh per jaar teruglevert, dan betaal je bij energieleveranciers die terugleverkosten rekenen meestal niet meer dan 300 euro per jaar. Bij een energieleverancier die deze kosten niet rekent, krijg je zelfs nog een aantal tientjes per jaar terug. 

Dat betekent dat huishoudens met zonnepanelen meestal nog steeds goedkoper uit zijn met hun energierekening dan huishoudens zonder panelen, waardoor de investering nog altijd terug te verdienen is. Door het wegvallen van de salderingsregeling vanaf 2027 en de terugleverkosten is de terugverdientijd echter langer dan als je een paar jaar geleden al in zonnepanelen investeerde. Het gaat bijvoorbeeld eerder om 7 tot 10 jaar dan om de 3 tot 4 jaar waar zonnepaneeleigenaren op konden rekenen toen de energieprijzen in 2022 een hoogtepunt bereikten. Wie in 2024 zonnepanelen aanschaft, kan overigens nog tot 2027 salderen, wat de huidige terugverdientijd iets verkort. 

De exacte terugverdientijd verschilt per energieleverancier en is afhankelijk van verschillende factoren, waaronder de weersomstandigheden en energieprijzen. De terugverdientijd hangt daarnaast af van wat je verbruikt vergeleken met wat je opwekt. Als je meer zonnestroom opwekt, betaal je doorgaans ook meer terugleverkosten. Hierdoor kan de uiteindelijke terugverdientijd hoger uitvallen dan wanneer je precies hetzelfde opwekt als wat je verbruikt. Het loont daarom om zoveel mogelijk van je opgewekte zonne-energie direct te verbruiken. Je hoeft immers geen kosten te betalen over de zonnestroom die je niet teruglevert aan het net. 

Verder is het belangrijk om te weten dat zonnepanelen over het algemeen een levensduur hebben van minstens 25 jaar. Daarnaast is er ook een garantieperiode van toepassing op de (installatie van) zonnepanelen. Na de 7 tot 10 jaar die je nodig hebt om de investering terug te verdienen, heb je de rest van de jaren profijt van de lagere energiekosten. Kortom: hoewel zonnepanelen zeker minder aantrekkelijk zijn geworden vergeleken met enkele jaren geleden, loont het in veel gevallen nog steeds om erin te investeren. 

Je doet er overigens wel verstandig aan zelf de rekensom te maken met de hoeveelheid stroom die je zonnepanelen zullen opwekken en de hoeveelheid stroom die je in totaal verbruikt. De terugverdientijd hangt namelijk af van het verschil tussen je opbrengst en verbruik. Kijk daarnaast naar de kosten die je aan je energieleverancier betaalt per kWh aan teruggeleverde stroom, ook als deze bijvoorbeeld zijn opgenomen in een hoger vastrecht. 

Ook interessant: Thuisbatterij kopen: waar moet je op letten?



Vraag een offerte aan voor thuisbatterij:

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.