ID.nl logo
Review Philips Hue Secure Camera – Hoge prijs voor fijne integratie
© Wesley Akkerman
Zekerheid & gemak

Review Philips Hue Secure Camera – Hoge prijs voor fijne integratie

De Philips Hue Secure Camera is een recente toevoeging aan het complete Philips Hue-assortiment, waardoor moederbedrijf Signify uitbreidt naar het segment huisbeveiliging. De camera is flink aan de prijs en heeft een betaald abonnement – en daardoor houden we een beetje ons hart vast.

Goed
Conclusie

Het is heel fijn dat de beelden in 1080p direct via de Philips Hue-app beschikbaar zijn en dat de beelden van eind tot eind versleuteld zijn. En het installeren is echt binnen enkele minuten gepiept. De beelden ogen prima en de integratie met het Philips Hue-systeem is perfect. Maar daar blijft het bij. Als losstaande beveiligingscamera is de Philips Hue Secure Camera veel te duur en te beperkt, en daar komen dan ook nog abonnementskosten bij voor de slimmere functies. Koop je liever alleen van betrouwbare merken, dan kun je hem overwegen – maar anders zouden we even verder kijken.

Plus- en minpunten
  • Fijne integratie met Hue-producten
  • Installeren is zo gepiept
  • Beelden in 1080p
  • Versleutelde beelden
  • Hoge aanschafprijs
  • Abonnement voor slimme functies
  • Niet beter dan veel goedkopere opties
  • Geen lokale opslagopties
  • Voetstuk los verkrijgbaar

Als je wilt beginnen met smarthome in het algemeen, dan raden we vaak twee producten aan: slimme thermostaten of slimme verlichting. Daarmee maak je meteen kennis met wat smarthomes te bieden hebben, namelijk handige apps waarmee je dagelijks gebruikte producten handmatig kunt bedienen en automatisch kunt laten werken – voor jou. Philips Hue was een van de eerste en inmiddels de grootste op het gebied van slimme verlichting (voor binnen en buiten). Mettertijd verschenen er wel wat accessoires, maar al die producten hadden te maken met (het bedienen van je) lampen.

Nu wordt het Hue-assortiment dus uitgebreid met de introductie van de Hue Secure-productlijn, waarmee het bedrijf zich begeeft op het gebied van slimme beveiligingsapparatuur voor in en rond het huis.

Naast de Secure Camera is er ook een starterskit beschikbaar waarin verschillende sensoren zitten, evenals een Hue-bridge en twee lampen. Echter, voor het gebruik van de Philips Hue Secure Camera heb je niet per se een Hue-bridge nodig, aangezien je het systeem direct aan je wifi-netwerk koppelt. Een vloek en een zegen; want je bent minder afhankelijk van Philips Hue, maar er hangt wel weer een extra apparaat aan je netwerk.

De beperkingen van je wifi-netwerk Hoe meer apparaten er aan je wifi-netwerk gekoppeld worden, hoe minder ruimte er is voor andere producten op hetzelfde netwerk. Natuurlijk kunnen routers veel hebben – maar als je het aantal gekoppelde producten kunt limiteren, dan levert dat altijd een snelheidsboost op.

©Wesley Akkerman

©Wesley Akkerman

Philips Hue Secure Camera: drie varianten

Op de Philips Hue-website kun je zien dat er drie versies van de Philips Hue Secure Camera bestaan. De eerste versie is een bedrade variant, inclusief wandmontage, voor een prijs van (houd je vast) 199,99 euro. Dan is er ook een versie waarbij je een cameravoet krijgt, waar je 30 euro meer voor betaalt. De draadloze versie heeft een prijskaartje van 249,99 euro en ook daar krijg je een wandmontage bij. Dat zijn flinke prijzen voor een markt waarin er al aantrekkelijke opties bestaan vanaf zestig euro (zoals de Aqara Camera E1). Maar laten we ook de S350 van Eufy niet vergeten.

Voor welke variant je ook kiest, elke camera heeft z’n voor- en nadelen. De bedrade versie (inclusief voet) die wij getest hebben hoeft nooit opgeladen te worden. Maar je bent dan wel enigszins beperkt als het gaat om de plaatsing. Daar tegenover staat dat de versie met een accu overal geplaatst kan worden (al dan niet via de wandmontage), maar zo nu en dan aan de lader moet. Verder moet je onthouden dat wanneer je de Philips Hue Secure Camera wilt koppelen aan andere Hue-producten (zoals lampen of sensoren), je wel over een bridge moet beschikken. Anders zien de apparaten elkaar niet.

©Wesley Akkerman

©Wesley Akkerman

Het onderscheidende kenmerk

En daarmee hebben we meteen het onderscheidende karakter van de Philips Hue Secure Camera (en aanverwante Secure-apparaten) te pakken: je kunt hem laten samenwerken met andere Philips Hue-producten in huis. Is er niemand thuis, maar registreert de camera wel beweging? Dan kan die de lampen fel laten pulseren en een alarm laten afgaan. Het alarm heeft een maximaal aantal decibel van 80, waardoor de buren het mogelijk niet horen. Maar mocht je zelf op zolder zijn en verwacht je niemand in huis, dan is het geluid luid genoeg om je te waarschuwen.

De Philips Hue Secure Camera maakt onderscheid tussen personen, voertuigen, dieren en overige bewegingen en je kunt precies aangeven waar je wel en geen melding van wilt hebben. Echter, om daar toegang tot te krijgen dien je een abonnement af te sluiten. Dat geldt ook voor opties als pakketherkenning, zelf ingestelde activiteitenzones en cloudopslag. Er zijn twee smaken beschikbaar: een jaarabonnement van 40 euro per camera en een jaarabonnement van 100 euro per jaar (voor alle camera’s die je hebt, met een maximum van 10). Het eerste abonnement heeft dertig, en het tweede abonnement zestig dagen opslag van de videobeelden.

Kijkend naar de prijs van de camera, vinden we de abonnementskosten onnodig en ontzettend hoog. Er zijn goedkopere camera’s op de markt die soortgelijke functies gratis aanbieden (met uitzondering van cloudopslag, waar meestal wel voor betaald moet worden). En het vervelende is verder: de Philips Hue Secure Camera biedt geen offline opslagcapaciteiten aan. Je kunt geen microSD-kaart in de camera proppen en hem ook niet koppelen aan een smarthomehub waar een harde schijf in zit. Als je de beelden voor later wilt bewaren, dan ben je dus verplicht minimaal veertig euro op jaarbasis uit te geven. Dat is niet niets.

©Wesley Akkerman

Onverklaarbaar hoge prijs

Daar komt bij dat de beelden en de audio die de Philips Hue Secure Camera produceert wel van hoog niveau zijn, maar niet per se beter dan bij het goedkopere aanbod. Vooral overdag kun je goed zien wat er in of rondom het huis gebeurt en legt de camera flink wat details vast. Het kan zijn dat er wat details missen in de schaduw, maar over het algemeen zijn de prestaties goed. En datzelfde geldt voor in de avond, al kan het zijn dat de sensor de helderheid van de lampen (ironisch genoeg van Philips Hue) opblaast. Het infraroodnachtzicht is daarom een fijne back-up om te hebben.

Qua audio en beeld ontstijgt de Philips Hue Secure Camera de concurrentie dus niet. En we missen ook behoorlijk wat handige functies die – we noemen het nog maar een keer – wel aanwezig zijn in de eerder genoemde camera’s van Aqara en Eufy. Dan doelen we bijvoorbeeld op het automatisch kunnen volgen van mensen of de handmatige bedienen waarmee we de kijkhoek vanuit de app kunnen bepalen. Nu installeer je de Philips Hue Secure Camera en daarmee is de kous af. Als je een andere kijkhoek wilt, dien je naar de camera te gaan en dat voelt inmiddels wat ouderwets.

Tel daarbij op dat je dus geen lokale opslagopties hebt, en dan kom je waarschijnlijk tot de conclusie dat de Philips Hue Secure Camera een onverklaarbaar hoge prijs heeft. Ja, het is heel fijn dat we nu moeiteloos een camera kunnen toevoegen aan een systeem dat we al jaren gebruiken, maar voor deze prijs hoeft het niet. Bovendien is Hue vaak al aan andere producten te koppelen, bijvoorbeeld via een systeem als Fibaro (al moet je dan wel wat meer smarthome-kennis hebben). Verder is het jammer dat de lampen wél, maar de camera’s níet te bedienen zijn via Google Home of HomeKit.

Philips Hue Secure Camera kopen?

Het is heel fijn dat de beelden in 1080p direct via de Philips Hue-app beschikbaar zijn en dat de beelden van eind tot eind versleuteld zijn. En het installeren is echt binnen enkele minuten gepiept. De beelden ogen prima en de integratie met het Philips Hue-systeem is perfect. Maar daar blijft het bij. Als losstaande beveiligingscamera is de Philips Hue Secure Camera veel te duur en te beperkt, en daar komen dan ook nog abonnementskosten bij voor de slimmere functies. Koop je liever alleen van betrouwbare merken, dan kun je hem overwegen – maar anders zouden we even verder kijken.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.