ID.nl logo
Nieuws

Een goed internetsignaal overal in huis

Een goede internetverbinding is vandaag de dag niet meer weg te denken uit ons leven. Van communicatieve en informatieve tot entertainmentdoeleinden, een stabiele wifiverbinding maakt het mogelijk. Hoe zorg je dat je verbinding tot in alle hoeken en gaten reikt en wanneer is het een goed idee om een wifi-extender te kopen? Dit artikel geeft een overzicht.

©PXimport

Check je verbinding

Voor de de duurste wifi-extender aanschaft om je wifi te verbeteren, is het handig om eerst in kaart te brengen welke problemen je verbinding nu eigenlijk heeft en waar in je huis of kantoor deze problemen het grootst zijn. Er zijn verschillende apps die hierbij helpen, waardoor het vaststellen van de sterkte van je verbinding dus eenvoudig via je smartphone kan. Apps zoals WiFi Analyzer (Android) of Network Analyzer (iOS) geven een vrij overzichtelijk idee van waar je wifi het zwakst en het sterkst is. Een bekend programma wat ook kan helpen is inSSIDer. Hierin is het bijvoorbeeld mogelijk om te zien op welke kanalen de routers van netwerken in de buurt zijn afgesteld, zodat je je eigen router op een ander kanaal kunt instellen. InSSIDer is echter geen mobiele app, dus voor het aflezen van de sterkte van je wifisignaal op meerdere plekken moet je een van de vele smartphone-apps gebruiken. Als je dus een check doet en je router simpelweg naar een andere locatie kunt verplaatsen waar hij beter functioneert, is het hele probleem opgelost. Als de verbinding nog steeds slecht is, is het tijd om na te denken over oplossingen zoals een nieuwe router of een wifi-extender.

Upgrade je netwerk

Als je een verouderde router gebruikt, is er kans dat je bereik gewoonweg niet goed genoeg is en dat een nieuwe wifi router kopen genoeg is om je netwerk de benodigde verspreiding te geven. Het verschil in kwaliteit tussen verouderde en recente routers is groot, dus kijk hier altijd eerst naar voordat je beslist om je netwerk uit te breiden met bekabelde access points of wifi-extenders. Nieuwe technieken zoals beamforming (hiermee projecteert je router in de richting van het apparaat dat verbinding wil maken) werken vaak prima om het bereik van je thuisnetwerk naar meer dan voldoende capaciteit te tillen, dus een nieuwe wifi router kopen kan vaak al een goede oplossing zijn. Extra bekabelde access point(s) kunnen wel een goede optie zijn als kabels trekken geen grote moeite kost, maar het blijft zo dat er kabels in het spel zijn waarmee een van de voordelen van een draadloos netwerk dus alsnog wegvalt. Zoals zal blijken uit de volgende alinea hebben wifi-extenders dit probleem niet.

Wifi-extenders, -repeaters, -signaalversterkers, etc.

Bekabelde access points zijn aardige oplossingen, maar in deze tijd is het natuurlijk niet gek om gewoon overal een fatsoenlijke draadloze verbinding te verwachten. Een wifi signaalversterker kan daarom ook een oplossing zijn. De termen wifirepeaters, -extenders en -versterkers komen op hetzelfde neer: ze ontvangen signalen van het wifinetwerk en zenden het vervolgens weer uit op een andere plek, waardoor de verbinding verder reikt. Dit betekent bij goedkopere wifi-extenders een wat minder snelle verbinding, maar dat er verbinding gemaakt kan worden staat vast. Duurdere modellen verliezen daarentegen vaak geen snelheid. Dit verschil in snelheid is te verklaren doordat goedkopere wifi-extenders meestal tegelijk ontvangen en uitzenden met dezelfde chip, waardoor ze twee keer zo veel tijd nodig hebben. Duurdere versies hebben dan weer meestal een aparte ontvanger en zender, waardoor veel minder snelheid verloren gaat. Het is met deze laatste modellen dan ook mogelijk om per ruimte een wifi-extender te gebruiken zonder veel aan snelheid in te leveren, om met andere woorden multiroom wifi te creëren. Zo worden wifi-extenders ook een oplossing als je op meerdere (of alle!) plekken door je huis je bereik wil versterken.

Internet via je stroomnetwerk

Een andere manier om je bereik te verbeteren is om een powerline adapter met wifi te gebruiken, wat er op neerkomt dat er vanuit je router een ethernetkabel met een adapter in een stopcontact wordt verbonden. Een tweede adapter op de plaats waar je een beter draadloos netwerk wenst te hebben ontvangt via het elektriciteitsnet het internetsignaal en zendt het uit. Het voordeel van powerline adapters ten opzichte van bekabelde access points is dat je geen kabels hoeft te trekken, maar je bent dan wel weer gebonden aan de locatie van je stopcontacten. Het voordeel ten opzichte van wifi-extenders is een iets groter behoud van snelheid, vooral bij een stroomnetwerk van hoge kwaliteit. Het is dus wel een nadeel dat een oudere elektriciteitsleiding een slechtere verbinding kan betekenen. Ook worden draadloze wifi-extenders simpelweg steeds beter. Buiten deze nadelen gerekend staat het vast dat powerline adapters met wifi relatief makkelijk te installeren zijn, met normaal gesproken een laag verlies van internetsnelheid. Voor bijvoorbeeld online gamers die liever op bekabeling vertrouwen is het een optie, aangezien deze adapters ook gewoon via een ethernetkabel kunnen worden verbonden met je pc of console.

Een keuze maken

Wifi-extenders zijn in feite de makkelijkste oplossing als een wifinetwerk in een bepaalde ruimte niet goed te ontvangen is of niet snel genoeg is. Vooral de extenders uit het hogere segment verliezen zeer weinig verbindingssnelheid. Check wel eerst of je router (of de software van je router) misschien aan een update toe is, voordat je wifi-extenders gaat bestellen. Wifi-extenders zijn al verkrijgbaar voor ongeveer vijftien euro, maar dan gaat het normaal gesproken om de modellen met een gecombineerde zender/ontvanger. Deze modellen geven prima verbinding, maar met een lagere snelheid. De snellere modellen zijn duurder, maar leveren ontegenzeggelijk kwaliteit en zijn daardoor ook een ideale optie voor multiroom wifi. Bovendien nemen wifi-extenders minder tijd in beslag om te installeren dan bekabelde opties. Het ligt dus aan ieders specifieke situatie welke wifi-extender aan te raden is, maar het staat vast dat deze apparaatjes je online leven een stuk makkelijker kunnen maken.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.