ID.nl logo
Lenovo P2 - Prima smartphone met monsterbatterij
© Reshift Digital
Huis

Lenovo P2 - Prima smartphone met monsterbatterij

Bijna iedereen wil een smartphone met een langere accuduur, maar fabrikanten lijken dat niet te snappen en blijven modellen uitbrengen die één of hooguit twee dagen meegaan. Lenovo doet het anders en biedt de P2 aan, een 299 euro kostende Android-telefoon met mid-range hardware en een gigantische 5100 mAh-accu. We zoeken uit hoelang die meegaat en hoe de Lenovo P2 verder presteert.

Ontwerp

Om maar met de deur in huis te vallen: de Lenovo P2 oogt als een doorsnee, nogal saaie smartphone. Hij heeft een metalen behuizing in de onopvallende kleur grijs en is vrij van onderscheidende, visuele kenmerken. Denk je het Lenovo-logo aan de achterkant weg dan kan het net zo goed een telefoon van HTC, OnePlus of een onbekend Chinees merk zijn. Of het onoriginele ontwerp een nadeel is, hangt van je eigen smaak af. Belangrijker is dat de P2 stevig aanvoelt en ondanks zijn grote accu niet bijzonder lomp (8,3mm) of zwaar (177 gram) is. De metalen achterkant is wel glad en vrij gevoelig voor krasjes, waardoor een hoesje geen overbodige luxe is.

De voorkant van de smartphone huisvest een vingerafdrukscanner. Die is snel en accuraat en ontgrendelt bij een korte aanraking. Het knopje aan de linkerzijkant laat een minder goede indruk achter, en wel omdat hij enkel de accubesparende modus in- of uitschakelt. Dat vinden we onnodig op een telefoon met een zeer lange accuduur, en we hadden liever gezien dat je er zelf een app of actie aan kon koppelen. Tenslotte is het jammer dat de P2 gebruikmaakt van een micro-usb-aansluiting terwijl steeds meer smartphones overgaan op usb-c – dat meer voordelen biedt.

©PXimport

Beeldscherm en prestaties

Het 5,5 inch-beeldscherm van de P2 laat een gemengde indruk achter. Enerzijds maakt het oled-display indruk met zijn diepe zwartwaarden en felle kleuren, maar de kleurweergave is niet accuraat. Het scherm is te groen, en verander je de modus in de instellingen naar ‘levendig’ dan staat hij te blauw. Heel storend is het niet, maar sommige mensen zal het opvallen. Wat ook tegenvalt, is de maximale helderheid van het display. Die is aan de lage kant, waardoor het scherm minder goed afleesbaar is op een zonnige zomerdag. Over de gebruikte full-hd-resolutie valt in deze prijsklasse niet te klagen, maar het beeldscherm is dus niet perfect.

Lenovo heeft de smartphone uitgerust met vlotte hardware die vergelijkbaar is met de concurrentie. De P2 draait op een Snapdragon 625-chip met octacore-processor en is in combinatie met 4GB werkgeheugen snel genoeg om dagelijkse taken probleemloos af te handelen. Bijkomend voordeel van de gebruikte chip is dat hij energiezuinig is, wat weer bijdraagt aan de goede accuduur van de telefoon. Het opslaggeheugen is 32GB groot (26GB beschikbaar) en is te vergroten met een micro-sd-kaartje. Wie daar geen behoefte aan heeft, kan een tweede simkaart in de Lenovo P2 stoppen. Het toestel ondersteunt alle Nederlandse 4G-banden en heeft een nfc-chip voor bijvoorbeeld contactloos betalen. Handig, en deze feature is (nog) niet standaard in het 300 euro-prijssegment.

©PXimport

Camera's

Een onderdeel waar Lenovo bij de P2 op bezuinigd heeft, zijn de camera’s. De camerasensoren zijn al wat ouder en niet denderend en zaken als optische beeldstabilisatie en een snelle autofocus ontbreken. Bij daglicht kun je nog prima foto’s maken, maar in het donker heeft de 13 megapixelcamera het lastig. Er treedt dan aardig tot veel ruis op en kleuren komen niet echt over. Neem je de tijd en pas je wat instellingen aan dan kun je nog redelijk leuke plaatjes schieten. De 5 megapixel frontcamera levert vooral middelmatige en snel bewogen selfies af.

Bij het draaien van video’s met de primaire camera (in full-hd of ultra-hd) valt het op dat de camera vaak scherp moet stellen en trillerig is – omdat er geen goede beeldstabilisatie aanwezig is. Wie niet zulke hoge eisen stelt aan de camera’s van zijn smartphone zal tevreden zijn met de Lenovo P2, maar er zijn genoeg concurrenten die het beter doen.

©PXimport

©PXimport

©CIDimport

©CIDimport

Software

De Android-software van de smartphone is eveneens een aandachtspunt. Lenovo heeft de P2 voorzien van versie 6.0 Marshmallow en belooft ‘uiterlijk aan het begin van het voorjaar’ met een Android 7 Nougat-update te komen. Een wat vage belofte en het nieuwe besturingssysteem laat dus nog even op zich wachten. We hopen dat Lenovo in de tussentijd zijn vertalingen verbetert, want die zijn momenteel brak. Softwarematige functies zijn slecht vertaald van het Engels naar Nederlands, waardoor niet altijd duidelijk is wat een instelling doet. Wel zijn we te spreken over de toevoeging Safe Zone (om data veilig op te slaan) en de mogelijkheid om apps te dupliceren, en zo bijvoorbeeld twee keer WhatsApp te gebruiken. Visueel is Android 6 nauwelijks aangepast, waardoor de software herkenbaar oogt en goed werkt.

Lenovo neemt de maandelijkse Android-beveiligingsupdates van Google niet zo serieus, een kwalijke zaak wat ons betreft. De P2 heeft de 1 oktober-update, terwijl de 1 januari-update al uit is. Omdat de smartphone maanden achterloopt, is hij kwetsbaarder voor lekken.

©CIDimport

Accuduur

Van alle smartphones die je in Nederland kunt kopen, heeft de Lenovo P2 de grootste accu. 5100 mAh om precies te zijn. Dat is bijna dubbel zo groot als de 2900 mAh-accu van de iPhone 7 Plus en een stuk groter dan de accu's van populaire toestellen als de Huawei P9, HTC 10 en Samsung Galaxy S7 (alle drie 3000 mAh). Die smartphones gaan één, maximaal twee dagen mee op een acculading en dus ligt het voor de hand dat de Lenovo P2 het langer volhoudt.

En dat doet hij: bij normaal gebruik gaat de accu van de P2 zo'n drie tot vier dagen mee. Op die dagen maakten we gebruik van wifi en mobiel (4G) internet, was de telefoon constant via bluetooth verbonden met een smartwatch en gebruikten we bekende apps als de camera, Spotify, Twitter en Chrome. Na de eerste dag was er slechts 28 procent van de accu verbruikt, terwijl dat bij vrijwel alle smartphones vijftig tot honderd procent is. Toen de accu na drie en een half dag gebruik was de accu nagenoeg leeg en heeft het scherm bijna 11 uur aangestaan. Een ongelooflijke score die we nog niet eerder hebben gezien.

Hetzelfde geldt voor de oplader: niet eerder gebruikten we een smartphone die zo snel oplaadt als de Lenovo P2. De 24W-lader zorgt ervoor dat de telefoon na iets meer dan 2,5 uur opladen helemaal vol is. Dat is in tijd minder snel dan concurrerende toestellen, maar de P2 heeft een veel grotere accu en laadt effectief dus sneller op.

©CIDimport

©CIDimport

Conclusie

De Lenovo P2 is een positieve verrassing. De smartphone heeft een metalen behuizing die weliswaar niet origineel is, maar wel degelijk overkomt en features als een nfc-chip en goede vingerafdrukscanner bevat. Ook de snelle, uitgebreide hardware en dual-sim-mogelijkheden laten een goede indruk achter. Het oled-scherm scoort niet op alle onderdelen even goed, maar is voor de meeste gebruikers ruim voldoende. Hetzelfde geldt voor de camera's, al is het goed om te onthouden dat er concurrerende smartphones zijn die het beter doen. De Android 6-software biedt ook ruimte voor verbetering en hopelijk komt die met de Android 7-update.

Maar het - niet zo - geheime wapen van de Lenovo P2 is natuurlijk zijn enorme accu, waardoor de telefoon veruit de beste accuduur heeft van alle smartphones. Hij gaat zonder problemen drie en een halve dag mee en dat is knap, want hij is nauwelijks dikker en zwaarder dan andere 5,5 inch toestellen. Bovendien laadt de accu zeer snel op.

Kijkend naar het prijskaartje van 299 euro, biedt de Lenovo P2 veel waar voor zijn geld en is het voorlopig met stip de beste keuze als je een smartphone met een lange accuduur zoekt.

Uitstekend
Conclusie

Lenovo P2 --------- **Prijs:**€ 299,-**Kleuren:**Grijs**OS:**Android 6.0 (Marshmallow)**Scherm**:5,5 inch oled (1920 x 1080)**Processor:** 2 Ghz octacore (Snapdragon 625)**RAM:**4GB**Opslag:**32GB (uitbreidbaar met geheugenkaart)**Batterij:**5100 mAh**Camera:**13 megapixel (achter), 5 megapixel (voor)**Connectiviteit:**4G (LTE), wifi, bluetooth 4.1, gps, nfc**Website:**[lenovo.com](http://shop.lenovo.com/nl/nl/smartphones/lenovo/lenovo-p2/)

Plus- en minpunten
  • Stevige, luxe behuizing
  • Vlotte hardware
  • De langste accuduur met snelladen
  • Betaalbaar
  • Tegenvallende camera's
  • Geen usb-c
  • Aangepaste software
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.