ID.nl logo
iPhone Xs - Door het dak
© Reshift Digital
Huis

iPhone Xs - Door het dak

De Apple iPhone Xs is een opgevoerde uitvoering van de iPhone X die in 2017 verscheen. De iPhone Xs heeft een betere processor, camera en scherm ten opzichte van zijn voorganger. Maar maakt dat de iPhone Xs ook de beste smartphone?

Met de iPhone X uit 2017 vierde Apple de tiende verjaardag van de smartphone, met het beste wat Apple te bieden heeft. Dat leek teleurstellend weinig, innovatie was ver te zoeken en in onze review waren we daarom ook niet wildenthousiast. Maar dat Apple weer leider werd op de smartphonemarkt was wel te merken aan de concurrentie, die in een wedstrijd verzeild te lijken zijn geraakt wie de iPhone X het beste kan namaken. Zowel goede keuzes als slechte eigenschappen worden bijna slaafs overgenomen, waardoor 2018 tot nu toe het jaar is van de smartphones met gekopieerde ontwerpen, scherminkepingen, breekbare glazen behuizingen, Androidskins die lijken op iOS en het zonder fatsoenlijke argumenten weghalen van koptelefoonpoorten. Neem bijvoorbeeld de Huawei P20 Pro, Asus Zenfone 5 en de OnePlus 6: ik ben ervan overtuigd dat deze smartphones er heel anders uit hadden gezien als de iPhone X niet uit was gekomen. Het toont wel aan dat de innovatie die we verwachten van een nieuwe iPhone helemaal niet nodig is. Bovendien zit de meeste innovatie in iOS, dat vooral dankzij ARKit slimme augmented reality-functies brengt. Bijvoorbeeld voor games of het meten van objecten in je omgeving.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

iPhone Xs

Het is dan ook geen grote verrassing dat de iPhone Xs (je spreekt uit: tien s) ook geen grote vernieuwingen kent. Bovendien, alle S-uitvoeringen van de iPhone waren in feite een opgevoerde versie van hun voorganger. Kijk bijvoorbeeld naar de iPhone 4S, 5S en 6S, die qua uiterlijk vrijwel identiek waren aan hun voorganger. Hiermee hebben we overigens ook de wat knullige naamkeuze verklaard, want je bent geneigd ‘extra small’ te lezen. Hetzelfde geldt voor de iPhone Xs, sterker nog: het hoesje van de iPhone X past zelfs om de Xs. Het ontwerp is hetzelfde gebleven, met de inkeping bovenin het indrukwekkende 5,8 inch oledscherm. Helaas heeft Apple wel vastgehouden aan een glazen behuizing, ondanks dat de iPhone X de boeken in ging als meest breekbare smartphone ooit. Natuurlijk claimt Apple dat het glas minder breekbaar is en begrijp ik dat een metalen behuizing draadloos opladen onmogelijk maakt. Maar glas is altijd breekbaar en iPhone-reparaties zijn een Apple-melkkoe die je graag vermijdt. Een hoesje is absolute noodzaak om de iPhone Xs te beschermen tegen valpartijen... en oncharmante vette vingerafdrukken.

De iPhone Xs komt in twee uitvoeringen. De ene uitvoering is identiek aan de iPhone X, maar er is ook een grotere uitvoering: de iPhone Xs Max. Hier wordt de naamkeuze overigens al helemaal onhandig. De Max-uitvoering beschikt over een enorm 6,5 inch beeldscherm. De specificaties en camera zijn verder gelijk aan de Xs. Maar natuurlijk is de prijs wel hoger, en laten we die olifant in de kamer ook meteen uit de weg ruimen: de prijzen van de iPhone Xs (vanaf 1159 euro) en Xs Max (1259) zijn op geen enkele manier te verantwoorden. De Xs Max met 512GB opslagruimte kost zelfs 1659 euro. Misschien heb je deze prijzen er wel voor over, maar waard zijn het de iPhones absoluut niet. Zo heeft Xiaomi zelfs een marketingstunt: het XS pakket, waarbij je voor 1100 euro een goede smartphone, fitnessarmband, smartwatch, laptop en bluetooth headset krijgt. Apple lijkt niet alleen uit de bocht te vliegen met de prijzen, maar geeft nog gas ook.

©PXimport

©PXimport

Bouwkwaliteit

Die prijsstijgingen kunnen ze zich veroorloven, want veel iPhone-gebruikers blijven comfortabel in het Apple-ecosysteem. iMessage, iCloud, FaceTime, Apple Music... Apple weet gebruikers met zijn diensten als geen ander vast te houden, waardoor veel iPhone-bezitters zich bij de oriëntatie voor een nieuwe smartphone niet afvragen welke smartphone ze het beste kunnen kopen, maar welke iPhone de beste keuze is. En bij de iPhone Xs krijg je het beste wat Apple te bieden heeft. Dat zie je al wanneer je het toestel aan zet, het oledscherm is fantastisch: heel natuurgetrouw afgesteld en helder genoeg om een hele kamer mee te verlichten. Bijna de gehele voorkant van de iPhone bestaat uit scherm, door de schermranden dun te houden en dankzij de eerder genoemde scherminkeping (ook wel notch genoemd). Ook is de minimale rand aan de onderkant van het scherm het vermelden waard. Andere fabrikanten hebben hier een dikkere schermrand, vanwege de schermaansluitingen. Omdat Apple het scherm in de behuizing gebogen laat aflopen kunnen de aansluitingen weggestopt worden en is de schermrand ook aan de onderzijde van minimale grootte. Nieuw is dit niet, de iPhone X beschikte hier ook al over, maar nog altijd zijn andere fabrikanten niet in staat geweest om dit te kopiëren. Het laat zien dat de bouwkwaliteit erg indrukwekkend is... en nog waterdicht ook.

Aan de onderkant van de behuizing vind je natuurlijk Apple’s Lightning-aansluiting uit 2012. Helaas heeft Apple nog niet de moed om deze aansluiting te vervangen met usb-c, zoals dat het wel durfde met de Macbooks en wellicht op termijn door de EU gedwongen gaat worden om deze universele aansluiting te gebruiken. Apple, het bedrijf dat voor miljarden Beats Audio heeft gekocht en Airpods verkoopt, houd natuurlijk ook de koptelefoonpoort weg van de iPhone. Omdat Apple nu ook gestopt is met de verkoop van de iPhone SE en iPhone 6s, zijn er überhaupt geen iPhones meer te krijgen met een 3,5 mm aansluiting. Wie zijn koptelefoon bedraad aansluit is aangewezen op een dongel, die overigens niet meer in de doos zit. Deze moet je er dus nog los bij kopen.

De geluidskwaliteit uit het speakertje van toestel zelf is wel wat verbeterd en in stereo, maar echt een enorme vooruitgang merk je niet.

eSim Nieuw is dat de iPhone Xs en Xs Max beschikken over eSim, een soort ingebouwde simkaart. In het toestel zelf configureer je met welk netwerk je eSim moet verbinden. Geen gedoe meer met wisselen van kaartjes dus. Helaas is dit nog toekomstmuziek, want vooralsnog ondersteunen Nederlandse providers geen eSim. Maar maak je geen zorgen, de iPhone beschikt ook nog altijd over een slot voor je nanosimkaart.

©PXimport

©PXimport

Razendsnel

Misschien wel het meest onder de indruk ben ik van hoe vlot de iPhone Xs werkt. iOS 12 en Apple’s eigen A12 Bionic-chipset laten de benchmarks door het dak schieten. Het is echter de praktijk die telt en niet de benchmark-steekproef, maar ook in dagelijks gebruik is er nagenoeg geen vertraging. Of je nu een zware AR-game start of in de camera tussen verschillende portretmodi schakelt: het gaat vloeiend. Ik merkte alleen bij de AR-app Meten op, dat de iPhone wat langer nodig had om de omgeving te analyseren, oppervlaktes te herkennen en de maten daarvan te berekenen. Het configureren van Face ID verliep ook soepel, alleen hier merkte ik opeens op dat het toestel gloeiend heet werd.

Met de accuduur van de iPhone Xs loopt Apple nog altijd achter op de concurrentie. Ga ervan uit dat de accu een dag mee gaat, maar daarna wordt het wel tijd om hem aan de lader te hangen. Wellicht komt het omdat de accucapaciteit van de iPhone nog altijd een slagje lager is dan zijn concurrenten. De iPhone Xs heeft een capaciteit van 2658 mAh, terwijl smartphones met een goede accuduur over 3500 à 4000 mAh accucapaciteit beschikken. Sterker nog, de iPhone X van vorig jaar had een hogere capaciteit van 2716 mAh. Dat leidt ook tot meer oplaadcyclussen en daarmee op lange termijn ook tot een accu die sneller slijt. Het is jammer dat Apple hier nog altijd niet in mee weet te komen.

Camera

Waar je bij een iPhone gegarandeerd goed mee zit is de camera. Hoewel de toestellen niet meer als beste uit de bus komen in onze cameratests, valt de iPhone-camera steevast op door zijn natuurgetrouwe kleuren. Vooral bij portretfoto’s is dat natuurlijk een enorm voordeel. Zo ook bij de dualcam van de iPhone Xs: foto’s zijn indrukwekkend goed. Vooral in daglicht maakt de camera schitterende foto’s, misschien wel beter dan zijn concurrenten. In lastige lichtsituaties lijkt de dualcam van de iPhone Xs toch net even wat mindere foto’s te maken dan bijvoorbeeld een Galaxy S9+ of Huawei P20 Pro. Bijvoorbeeld bij heftig tegenlicht ‘lekt’ het licht over de donkere vlakken in de schaduw, wat in de nabewerking ook niet te corrigeren valt. In donkere omgevingen is er nauwelijks ruis of bewegingsonscherpte te bemerken, wat op zich positief klinkt. De camera ziet echter gewoonweg minder dan de smartphonecamera’s van Samsung en Huawei. Dat komt niet alleen omdat de iPhone wat ‘conservatiever’ is in zijn automatische instellingen, maar ook omdat het diafragma wat hoger ligt dan zijn concurrenten. Hierdoor kan de lens technisch gezien wat minder licht opvangen.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Daglicht, kunstlicht en avond

De dubbele camera van de iPhone Xs werkt zoals je gewend bent van de dualcams van de iPhone X en Plus-uitvoeringen van de iPhone. Een telelens en groothoeklens werken samen, bijvoorbeeld door in te kunnen zoomen zonder kwaliteitsverlies. Ook kun je prachtige portretfoto’s maken met scherptediepte-effect. Hierbij kun je nu ook met een schuifje de vervaging op de achtergrond configureren. Omdat de iPhone Xs ontzettend natuurgetrouwe foto’s maakt, zijn de portretten zeer indrukwekkend. De toneellicht-portretmodi, die de achtergrond zwart maken kunnen alleen nog wat beter afgesteld worden. Gezichtscontouren en haren werden vaak net even te snel ook zwart weggepoetst.

De selfiecamera is ook erg natuurgetrouw, en hoewel je logischerwijs een klein kwaliteitsverschil merkt met de camera’s aan de achterzijde kun je hier als doe-het-zelfer ook erg mooie portretfoto’s mee maken.

Deze selfiecamera wordt ook gebruikt voor Face ID, de gezichtsontgrendeling van de iPhone. Deze werkt soepeler dan ooit. Ook lukt het me niet om het om de tuin te leiden. Desondanks zou ik voor gevoelige data en authenticatie voor bankzaken toch eerder kiezen voor een pincode of (sterk) wachtwoord.

©PXimport

©PXimport

Conclusie

De conclusie is wellicht wat voorspelbaar: ondanks dat er weinig vernieuwing te vinden is in de iPhone Xs (en grotere Xs Max) zijn het de beste smartphones van het moment en Apple is hiermee het leidende voorbeeld voor de andere smartphone-makers. De prijs is echter zo overdreven hoog dat het op geen enkele manier in verhouding staat met wat je ervoor terugkrijgt. Daardoor kun je de beste smartphone ook weer niet aanbevelen, wat eigenaardig tegenstrijdig is.

Uitstekend
Conclusie

**Prijs** vanaf € 1149,- (iPhone XS) vanaf € 1249,- (iPhone XS Max) **Kleuren** Goud, grijs, zilver **OS** iOS12 **Scherm** 5,8 inch oled (2436x1125) 6,5 inch oled (2688x1242) **Processor** hexacore (Apple A12 Bionic) **RAM** 4 GB **Opslag** 64, 256 of 512 GB **Batterij** 2.658 mAh 3.174 mAh **Camera** 12 megapixel dualcam (achter), 7 megapixel (voor) **Connectiviteit** 4G (LTE), Bluetooth 5, wifi, gps **Formaat** 14,4 x 7,1 x 0,8 cm 15,8 x 7,7 x 0,8 cm **Gewicht** 177 gram 208 gram **Overig** Lightning, geen koptelefoonpoort, esim **Website** [www.apple.com](https://www.apple.com/nl/iphone-xs/specs/)

Plus- en minpunten
  • Beeldscherm
  • Krachtig
  • Camera's
  • Bouwkwaliteit
  • Gebruiksgemak
  • Prijs
  • Accuduur
  • Geen koptelefoonpoort en dongel
  • Breekbaar
▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos